Politieke kaskraker: verbod op gewelddadige games

De bloedige game; pong (Bron: Wikimedia commons)

De roep om een verbod op gewelddadige video- en computergames is zo oud als het spel zelf. Minister Hirsch Ballin voegde vorige week een klein stukje toe aan deze ‘continuing story’ met zijn brief aan de Tweede Kamer over een motie van Van der Staay (SGP). In de brief houdt de minister de boot nog even af. Hij wil eerst nagaan of het in 2009 gesloten convenant met de detailhandel over verkoop aan minderjarigen van games en ander beeldmateriaal heeft gewerkt. De gamers zijn bij het lezen van het ministeriële proza kennelijk niet helemaal tot het einde gekomen, want zij zijn onmiddellijk een petitie gestart om een dreigend verbod af te wenden. Als er al een verbod zou komen is het trouwens ook nog de vraag of dit een totaalverbod zal zijn of dat het alleen voor minderjarigen geldt. Er zit hier echter wel een gemeen addertje onder het gras.

Hirsch Ballin vindt in zijn brief een verbod mogelijk en wenselijk, maar aarzelt nog op het punt van de effectiviteit. Hij is van mening dat “op basis van overwegingen van strafrechtspolitieke aard een algeheel strafrechtelijk verbod worden gegrond op de overweging dat de samenleving als geheel gevrijwaard moet blijven van extreem gewelddadig beeldmateriaal en dat potentiële slachtoffers bescherming behoeven.” De overheid mag ingrijpen om te voorkomen dat er geweld wordt gebruikt door iemand die onder invloed van gewelddadige beelden handelt. De directe relatie tussen zien en handelen is voor de minister kennelijk een feit.

De bescherming van kinderen lijkt mij een ander verhaal. In dat geval gaat het niet zozeer om de kijker als potentiële dader, maar als slachtoffer: de schok van extreem geweld dan wel de gewenning daaraan met mogelijk schadelijke gevolgen voor de ontwikkeling van het kind. Het zou op latere leeftijd dader kunnen worden. Zie in dat geval de eerst genoemde reden. Ook hier is de relatie tussen de confrontatie met extreem beeldmateriaal en schade aan de persoon een aanname die discutabel blijft. Ook al beweert de minister dat een verbod ter bescherming van kinderen onomstreden is en op groot draagvlak kan rekenen. Dat laatste valt niet te ontkennen, maar moet de overheid altijd klakkeloos “de stem van het volk” volgen? Mag van de overheid niet verwacht worden dat er een afweging plaats vindt op grond van alle beschikbare informatie?

Hoe dan ook, Hirsch Ballin verdedigt een verbod “mits het ? vanuit een oogpunt van een beperkte inperking op de vrijheid van meningsuiting ? beperkt blijft tot games die geheel of in overwegende mate uiterst gewelddadig zijn en die er blijkens de context en presentatie op gericht zijn dit geweld te verheerlijken of te vergoeilijken dan wel de menselijke waardigheid geweld aan te doen. Hieronder valt ook de verbeelding van extreem seksueel geweld in games.” Zijn reserves zitten op het punt van de effectiviteit. Dat heeft te maken met het feit dat de omstreden games steeds meer via het internet verspreid worden. Het ondervangen daarvan is, zoals we weten, buitengewoon lastig. Games zullen dus onderwerp moeten worden van de opsporing en bestrijding van cybercrime, schrijft te minister. En daar duikt het addertje op. Gewelddadige games zullen gelijkgesteld worden aan kinderporno. En voor de bestrijding daarvan wordt gekoerst op filters. De waarschuwing van de Europese Digital Rights Organisatie (EDRI) in de brochure over Internet Blocking blijkt eens te meer juist. Als filtering van het internet voor een bepaald doel mogelijk gemaakt wordt, zal het gemakkelijk uitgebreid kunnen worden voor andere doelen. Het concept van filtering wordt politiek verkocht met verwijzing naar zaken die iedereen afgrijselijk vindt. Maar de filters staan, zoals Wikileaks-voorman Julian Assange onlangs in Brussel betoogde, ook tussen kranten en hun lezers, tussen politieke partijen en hun kiezers en tussen mensenrechtenorganisaties en het publiek. En dat moeten we in een vrije samenleving niet willen.

  1. 1

    Laten ze het ECHTE probleem maar eens GRONDIG aanpakken; Al die sportscholen waar er bijv. kickboksles wordt gegeven. DAT levert werkelijk agressieve jongeren -> veelal allochtonen, maar ook veel hardcore-lui en laten we ook die piraten-lui niet vergeten -> op.
    Waarom kijkt Den-Haag nooit eens naar die problemen ?
    Kom eens met jullie luie reet van je 2’e kamerstoel en ga maar eens de boer op door heel het land in alle hoeken en BLIJF dat doen zodat de politiek eens duidelijk wordt waar de echte problemen zitten in het land.
    Zoals het nu gaat worden de duimschroeven alleen maar aangedraait bij mensen & organisaties die niet of nauwelijks problemen veroorzaken en gaan de meest verschrikkelijke raddraaiers vrolijk vrijuit.
    Dus agressie terug draaien ? Pak al die sportscholen waar gevechtsportlessen worden gegeven aan en desnoods laten sluiten !
    DÁÁR zit de kink in de kabel.

  2. 2

    dan wel de menselijke waardigheid geweld aan te doen. Hieronder valt ook de verbeelding van extreem seksueel geweld in games.

    Dat laatste is een sporadisch opduikend probleem, maar dat kan volgens mij aangepakt worden met de nu al geldende anti-haatzaai wetgeving als het echt om spellen gaat waarbij het echt het doel is om bv vrouwen te verkrachten. Hoewel je daar natuurlijk ook tegen de artistieke vrijheid tot het uiten van seksuele fantasieën stuit. Maar een computerspel is meer een gebruiksproduct dan een kunstuiting.

  3. 3

    “De directe relatie tussen zien en handelen is voor de minister kennelijk een feit.”

    Heeft-ie wel een punt, zo word ik zelf altijd heel erg intolerant als ik Hirsch-Ballin zie of hoor.

  4. 4

    @2:”Maar een computerspel is meer een gebruiksproduct dan een kunstuiting.”

    Over de kwaliteit als kunstuiting van veel spellen kun je twisten, maar dat geldt ook voor veel kassakrakende films of bestsellende streekromans. Persoonlijk zou ik computergames eerder in één kategorie met boeken en films plaatsen, dan met kaasschaven en nietmachines.

  5. 6

    Het woord spel zegt niet zoveel, zo heb je zakdoekje-leggen, voetbal, schaken, poker, ook allemaal spelletjes. Over poker is ook wetgeving, maar om heel andere redenen en de wetgeving rond voetbal gaat meer over randverschijnselen.
    Groot verschil tussen veel computergames en al deze spelen is dat er verhaallijnen worden ontwikkeld, settings, een vormgeving die ver voorbij industrial design gaat, een soundtrack (onze eigen Junkie XL is hierin een grote naam) etc.
    Het spelen van de meest populaire games is meer te vergelijken met het kijken naar een interaktieve film, dan met een potje mens-erger-je-nieten. Als kind had ik een paar boeken waar je als lezer aan ’t eind van iedere bladzij een keuze moest maken over de verhaallijn en dan doorverwezen werd naar bladzijde zoveel of juist bladzijde zusveel, daar zou je ze ook mee kunnen vergelijken, alleen moet je nu voortdurend keuzes maken en telt de snelheid van je keuze ook nog mee.

    Zelf ben ik niet zo’n gamer, ben meer een lezer (maar literatuur zal in jouw ogen misschien ook niet meer zijn dan wat verhaaltjes en rijmpjes), maar ik zie wel degelijk de hoeveelheid kreatieve expressie die in veel games zit. Alleen maar afschrijven als gebruiksvoorwerp omdat ze spellen worden genoemd is me te makkelijk.

  6. 7

    Overigens ben ik het helemaal eens met wat je in #2 zegt over bestaande wetgeving, juist omdat ik games vergelijk met films (of boeken), daarin mag ook zeker niet alles.

  7. 8

    Daar heeft de eerste reactie niet helemaal ongelijk in. In onze wijk dachten ze de hangjongeren zo te kunnen maatschappelijk integreren via lessen op boksscholen, we hebben het geweten!

    De computerspelletjes zijn maar computerspelletjes, daar is hoogstens 1 op de 10.000 negatief gevoelig voor. En dat moet natuurlijk aan de kaak worden gesteld. Want in DH hebben ze nooit andere zaken gezien die negatievere gevolgen hebben voor de maatschappij.

    Volgens mij is de regel tamelijk calvinistisch. Bang voor allerlei goddeloze invloeden, waar ze zelf niets van afweten.

  8. 9

    @8: Daar heeft de eerste reactie niet helemaal ongelijk in.

    Inderdaad he, wat #1 zegt. Alleen nog maar knuffelsporten, kus(sen)gevechten of zo, toestaan.

  9. 12

    Ik vond als kind altijd al dat ik gewoon andere kinderen met een bijl of koekenpan te lijf mocht gaan. Tom & Jerry deden dat namelijk ook.

  10. 14

    Ik vraag me bij dit soort vraagstukken dan altijd af: waarom ben ik dan geen geweldenaar?

    Ik heb 3 jaar lang bijna constant (meer dan 20 uur/week) zwaar gewelddadige games gespeeld. Van het bruut uiteen scheuren van mensen tot het overhoop knallen van nazi’s.

    Toch ben ik ( volgens anderen, en mezelf ) een aardige rustige jongen en ben eigenlijk nooit gewelddadig tegen andere mensen. Bij mij ontgeld de deur of een ander voorwerp het eerder. Na drie jaar veel gewelddadige games te hebben gespeeld ben ik niet (merkbaar) gewelddadiger geworden..

    In tegenstelling, ik heb bijna 1,5 jaar van deze periode constructief werk geleverd voor ClanBase.com, een website voor voornamelijk hardcore gamers. Daar veel mensenkennis en ervaring opgedaan in lastige situaties, het gamen is dus zelfs constructief geweest en heeft me veel nieuwe vrienden opgeleverd, en een internationaal netwerk van mensen..

    Verbieden is in mijn ogen dus klinkklare onzin, maar goed, er lopen altijd wel wat mensen bij die gelijk de link leggen tussen gewelddadige games en geweld. Ook al hoeft die er niet eens te zijn..