Het Open Science Collaboration (OSC) project heeft tot doel wetenschappelijke resultaten te repliceren. Afgelopen week publiceerde het tijdschrift Science de OSC-replicatiepogingen van 100 studies in drie toptijdschriften in de psychologie. De resultaten zijn slecht nieuws voor de houdbaarheid van veel wetenschappelijke publicaties.
In een eerdere column beschreef ik de ongerustheid van veel wetenschappers dat “[K]leine steekproeven en wetenschappelijk gesjoemel ertoe leiden dat veel experimentele resultaten berusten op statistische toevalstreffers. Eén belangrijke reden is dat een positief effect van een bepaald medicijn, onderwijsmethode of subsidie veel spannender en verrassender is dan geen effect. Onderzoek met zulke resultaten komt daarom in veel betere tijdschriften – en in de populair-wetenschappelijke bladen. Onderzoekers gebruiken daarom, soms onbewust, allerlei technieken om de effecten groter te laten lijken, of rapporteren alleen de ‘gelukte’ studies, een fenomeen genaamd publication-bias.”
Om de gevolgen van dit fenomeen te onderzoeken werkt het OSC samen met de auteurs van de originele artikelen en verschillende replicatie-teams. In het Science artikel van vorige week gaat het daarbij alleen om replicaties van experimenten in de cognitieve en sociale psychologie. De OSC-auteurs hanteren verschillende criteria om te bepalen welke resultaten repliceerbaar zijn, waaronder de grootte van het gevonden effect, en de zogenaamde p–value, de statistische kans dat de gevonden patronen het resultaat zijn van toeval.