ONDERZOEK - Feitelijke economische prestaties zijn niet de oorzaak van verschillen in politiek vertrouwen tussen landen, maar van fluctuaties in politiek vertrouwen binnen landen, schrijft Tom van der Meer op Stuk Rood Vlees.
Terwijl de Nederlandse economie nog maar net uit de Grote Recessie kruipt, wordt alweer gevreesd voor een nieuwe neergang. Dat is slecht nieuws voor het vertrouwen van burgers in de politiek. De Grote Recessie leidde in heel Europa tot een dip in het vertrouwen. Hoe sterker de recessie, hoe groter de dip. Hoe langer de recessie, hoe langer de dip.
Grote verschillen tussen landen hebben niets te maken met economische prestaties
Politicologen buigen zich al lange tijd het hoofd over de invloed van macro-economische prestaties op politiek vertrouwen. Er zijn grote verschillen in politiek vertrouwen tussen landen (zoals onderstaand figuur op basis van de European Values Survey uit 2008 laat zien). Dat vertrouwen is relatief hoog in landen als Zweden, Denemarken en Finland, en laag in Zuid- en Oost-Europa. De vertrouwenscijfers zijn ook hoog in semi-democratieën en dictaturen als Rusland, Wit-Rusland, en Azerbeidzjan, maar dat heeft heel andere oorzaken.

Nederland fungeert in Europa als een subtopper: meestal lager dan de Noordse landen maar net iets hoger dan omliggende landen. Incidenteel kan Nederland aanklampen bij de top, wanneer het vertrouwen in de politiek piekt zoals direct na de overname van ABN Amro in 2008.