Fragmenten uit het danboek van Penelope Bijtring | 12-06-2021

Wat een rot week is dit. Ik heb me nog nooit zo verdrietig gevoeld. En dan ook nog een dag op het politiebureau moeten zitten. Laat ik bij het begin beginnen. Maandagochtend wachtte ik voor niks op Amir. Ik kwam zelfs bijna te laat op school. Natuurlijk dacht ik dat Amir ziek was of gewoon geen zin had. Maar toen ik ’s middags naar zijn huis fietste kreeg ik de schrik van mijn leven. Er stonden allemaal politiewagens en er liepen mensen in en uit. Ik holde naar de voordeur en vroeg wat er gebeurd was. Meteen kwam er een norse man op me af die me vroeg wie ik was. Ik vertelde dat mijn vriend hier woonde. Hij pakte me bij mijn arm en zei tegen een agent dat hij me meteen naar het bureau moest afvoeren voor nader verhoor. Ik wist gewoon niet wat ik moest zeggen. Toen ik in de auto zat ging ik in gedachten de vorige dag nog eens door. Ik was bijna de hele zondagmiddag bij Amir geweest, we hadden muziek gemaakt en we hadden lekker op bed liggen kijken naar clipjes en gezoend. Er was niets bijzonders gebeurd. Of misschien toch wel. Amirs vader had met dozen lopen sjouwen. En hij had tegen Amir gezegd dat hij thuis moest blijven omdat zij mischien ’s avonds bij familie op bezoek zouden gaan. Toen ik naar huis ging had Amir gewoon “tot morgen” gezegd.

Op het politiebureau werd ik in een cel gezet. Ik raakte in paniek en begon op de deur te bonzen. Even later kwam er een agente binnen die me vroeg hoe ik heette en wat ik bij het huis deed. Ze ging weg, maar kort daarop kwam ze me halen en zette me in een kamertje. Een verhoorkamer dacht ik meteen en dat was ook zo. Daar moest ik een hele tijd wachten tot eindelijk de agente weer binnenkwam met twee mannen. Ik moest alles vertellen over mijn relatie met Amir en met zijn familie. Ik vertelde ze dat ik alleen Amir aardig vond en dat ik weinig contact had met zijn ouders en zijn zus. Toen vroegen ze of ik wel eens pakjes had bezorgd voor Amir of hem bij ons thuis had laten opbellen naar Zuid-Amerika. Na een heleboel vragen werd ik boos en begon ik te schreeuwen of ze me eindelijk eens gingen vertellen wat er aan de hand was. Toen kwam de aap uit de mouw. Ze dachten dat Amirs vader de leider was van een grote cocaïnebende en dat zijn exportbedrijf slechts een dekmantel was. Toen ik dat hoorde viel ik terug in mijn stoel en hoorde niets meer van de rest van het verhaal. Ik ging mijn herinneringen na om te zien of ik daar iets van gemerkt had. Maar het enige vreemde was misschien dat Amirs vader bijna elke maand in een andere loeidure auto reed, laatst nog zo’n rare Spyker die eigenlijk alleen voor oliesjeiks betaalbaar is. Maar volgens Amir verdiende zijn vader goud met zijn handel. Ja geen wonder, denk ik nu.

Amir en zijn familie zijn spoorloos verdwenen. Op grond van mijn verhaal over de dozen denkt de politie dat de familie getipt is. Oma Gruitje wist meteen hoe dat kwam. Volgens haar is de onderwereld al lang gelden in de bovenwereld doorgedrongen. Hoge beambten van justitie zijn de beste vrienden van dieven en maffiabazen volgens haar. Elders beschuldigt haar er altijd van dat zij paranoia is, maar nu begin ik toch te twijfelen. Want het verdwijnen lijkt inderdaad goed voorbereid te zijn. Er is geen aanwijzing te vinden. Amir wist zelf van niets, want anders had hij wel geprobeerd mij iets te zeggen. Wie weet waar hij nu zit. Ik ben bang dat ik hem nooit meer zal terugzien. Hij is helemaal niet iemand voor zo’n maffia omgeving. Hij wil alleen maar muziek maken. Zou hij nu door zijn vader gedwongen worden om ook het slechte pad op te gaan? En wat als hij dat weigert? En stel dat ze weer in Colombia zitten. Hij haatte dat land. Arme lieve Amir. Laat alsjeblieft iets van je horen.

De rest van de week ben ik niet naar school geweest. Gelukkig heb ik veel steun van Joenee. Ik heb niemand verteld dat zij ook wel eens bij Amir kwam. Maar de politie was er snel achter. Ze hebben op school bijna iedereen verhoord. En het is niets voor Joenee om te liegen. Daardoor heeft ze trouwens ook vaak ruzie met haar moeder. Van de politie moet ik mij beschikbaar houden voor verder onderzoek. Net als mijn ouders trouwens, terwijl die Amir ook alleen maar kennen van die keren dat hij hier langskwam voor mij. Mijn moeder heeft al gezegd dat we gewoon op vakantie gaan, politie of geen politie. Het valt me trouwens mee dat ze Jup niet verhoren. Ze zien hem niet voor vol aan, maar hij had meteen al een theorie hoe Amir en zijn familie gevlucht waren. Dat heb ik natuurlijk niemand verteld. Zal later wel blijken te kloppen.