FAO bossen rapport in ander perspectief

Wereldwijd minder bossen gekapt, Bos laat Twitter knallen, rokjesdag nadert met rasse schreden en Yes we Cohen!. Niets mis met een beetje positiviteit in de media, er is immer al genoeg negativiteit. Maar hier op Sargasso geven we óók om de feiten …enwel daarom volgen hieronder een paar korte feiten die het positieve nieuws over de toestand van de bossen wereldwijd in een ander perspectief plaatsen dan de reguliere media vandaag hebben gedaan.

In de vandaag gepubliceerde Global Forest Resources Assessment 2010 van de FAO staat inderdaad dat het totale areaal bos toeneemt. Zoals veel media correct berichten is dit te danken aan grootschalige herbebossing in China, India en Vietnam. Wat alweer door minder nieuwsbronnen wordt gemeld is het feit dat de kaalslag van primair bos (‘oerbos’) gewoon onverminderd doorgaat. In de jaren ’90 was de wereldwijde ontbossing 16 miljoen hectare per jaar, in de jaren ’00 daalde dit naar 13 miljoen hectare. Maar voegt FAO hieraan toe: ontbossing blijft in bepaalde landen nog steeds alarmerend hoog. Volgens het rapport betreft ontbossing hoofdzakelijk tropisch bos dat wordt omgezet tot landbouwgrond in Zuid-Amerika, Afrika én Indonesië: kap van hoofdzakelijk primair bos met een hoge soortenrijkdom.

Grootschalige herbebossing doet de balans voor het eerst sinds eeuwen weer positief uitslaan. Heel mooi. In de periode 2000-2005 kwam er jaarlijks 5 miljoen hectare aangeplant bos bij. Maar wat houdt die herbebossing nu precies in?

Allereerst betreft het volgens de FAO voornamelijk afforestation: het planten van bomen op locaties waar recentelijk of zelfs ‘nooit’ bomen hebben gestaan. Dit kan (maar hoeft niet) gevolgen hebben voor de watervoorziening in een gebied omdat jonge bomen veel water verbruiken. Wat wordt er precies aangeplant? Volgens de FAO betreft drie kwart van de totale aanplant inheemse soorten en een kwart exoten. Exoten zoals bijvoorbeeld de Eucalyptus boom buiten Australië of Californische dennen in de tropen kunnen onvoorziene negatieve gevolgen hebben voor de lokale ecosystemen. Doorgaans leven er in aangeplante bossen minder planten- en diersoorten dan in natuurlijke bossen, laat staan als het gaat om grootschalige monocultuur: een productiebos met exoten. De FAO stelt dat bosaanplant in Zuid-Amerika en Oceanië voor respectievelijk 95 en 75% uit exoten bestaat. In Azië is het percentage exoten lager, het laagst is het in Noord-Amerika en Europa.

Uit het FAO rapport kan dus geconcludeerd worden dat er wereldwijd bos bijkomt dankzij bosaanplant, maar dat het nog maar de vraag is of dit kwalitatief een vooruitgang is?

Zelf burgeronderzoeksjournalistiek bedrijven? Dat kan met de Key Findings [.pdf] van het FAO-rapport. Het volledige rapport komt pas in oktober van dit jaar uit…

  1. 4

    Een geplant bos is zo natuurlijk als een aardappelakker. Zeker ook als het beheer gericht is op kaalslag na het bereiken van een lucratief aantal m3 per ha. van de opstand. Daarnaast mislukken erg veel aangeplante bossen na een bepaalde tijd, c.q. stagneren in hun ontwikkeling door geen of slecht beheer.

    Stoppen met consumeren van vers hout en houtproducten behalve een goed plankje van de lokale Nederlandse mobiele zagerij, geen consumptie van alles waar palmolie in zit, alles waar soja in zit. Geen voedsel uit de levensmiddelenindustrie meer nuttigen: is meteen ook een stuk gezonder.

  2. 5

    @4: “geen consumptie van alles waar palmolie in zit, alles waar soja in zit”
    Ik ben benieuwd wat we dan over houden, met name op het vlak van eiwit inname.

  3. 6

    bonen uit eigen tuin of van de lokale bioboer. eigen eitjes van de kippen met lokaal voer. melkproducten van lokaal gevoerde koeien (bio). teveel aan haantjes van de eigen kippen. visje uit de buurt.

    gewoon geen spul uit de industriele landboow of de voedingsmiddelen industrie.

    makkie hoor!