Meldpunt Internetdiscriminatie wordt bijna niet meer gevonden

door Ewoud Butter, verscheen eerder bij Republiek Allochtonië. Het aantal meldingen van internetdiscriminatie in Nederland was nimmer zo laag als in 2022. Het Meldpunt internetdiscriminatie (MiND) wordt haast niet meer gevonden. Dat blijkt uit de onlangs gepubliceerde rapportage Discriminatiecijfers 2022. Bij andere registrerende instellingen als anti-discriminatievoorzieningen (ADV’s), politie en het College voor de Rechten van de Mens is sinds 2015 wel sprake van een lichte stijging. Net als in voorgaande jaren het geval was, ging het bij verreweg de meeste meldingen om discriminatie op grond van herkomst of huidskleur. Ter inleiding ‘Discriminatiecijfers in 2022’ is samengesteld door Art.1 in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de politie, in samenwerking met Discriminatie.nl (de landelijke vereniging van antidiscriminatievoorzieningen). In de rapportage worden, net als in voorgaande jaren, de cijfers van de politie en de anti-discriminatievoorzieningen (ADV’s) samen gepresenteerd. Daarnaast worden ook de gegevens betrokken van andere organisaties die discriminatiemeldingen registreren, zoals het College voor de Rechten van de Mens, het Meldpunt Internet Discriminatie (MiND), de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman. De cijfers in het rapport geven het aantal meldingen van discriminatie in 2022 weer, maar zeggen niet veel over de mate waarin discriminatie wordt ervaren. Ervaren discriminatie In Nederland ervaart jaarlijks namelijk een aanmerkelijk deel van de bevolking discriminatie. Volgens het CBS (2022) zou het om 1,6 miljoen Nederlanders, 10% van de bevolking, gaan. Er wordt vooral discriminatie ervaren op grond van ras, huidskleur en nationaliteit. Van de Nederlanders met een Marokkaanse herkomst voelde volgens het CBS ongeveer 35 procent zich gediscrimineerd en van de Nederlanders van Surinaamse of Nederlands-Caribische herkomst ongeveer 30 procent. Verder voelden 3 op de 10 moslims zich gediscrimineerd en ruim 2 op de 10 joden, hindoes en boeddhisten. Uit onderzoek van het SCP naar Ervaren Discriminatie (2020) kwamen hogere percentages. Daaruit bleek dat in 2018 ongeveer 4,7 miljoen Nederlanders (27% van de bevolking) discriminatie hadden ervaren. Nederlanders met een migratieachtergrond voelden zich op alle terreinen (veel) vaker gediscrimineerd en buitengesloten dan andere groepen Nederlanders. Dit gold het sterkste voor Marokkaanse Nederlanders, Turkse Nederlanders en moslims. Discriminatie melden Uit hetzelfde SCP-rapport bleek ook dat slechts 3% van de Nederlanders melding van discriminatie doet bij een registrerende instantie als de politie of een anti-discriminatievoorziening (ADV of ‘meldpunt discriminatie’). Uit ander onderzoek, zoals uit dit onderzoek naar copingstrategieën of uit onderzoeken naar moslimdiscriminatie (deze of deze), weten we dat de meeste mensen om uiteenlopende redenen geen behoefte hebben om melding te doen. Ze weten vaak niet waar ze terecht kunnen, ze denken dat het geen zin heeft, ze verwachten onvoldoende bewijs te hebben, ze hebben er geen energie voor, ze schamen zich, ze zijn aan discriminatie gewend, ze gaan het gesprek aan met de dader of ze zijn juist bang dat het melden van het incident hun relatie met de dader (werkgever, collega, buren, klanten e.d.) blijvend zal verstoren. De mensen die besluiten een incident wel te rapporteren, kunnen niet alleen terecht bij een anti-discriminatievoorziening (ADV) of de politie, maar ook naar het College voor de Rechten van de Mens, naar het Meldpunt Internetdiscriminatie (MiND) of naar een ander meldpunt als de Ombudsman, de Kinderombudsman of een meldpunt voor een specifieke vorm van discriminatie. Enkelen rapporteren het incident bij meerdere soorten meldpunten (bijvoorbeeld een ADV en de politie). Discriminatie wordt verschillend geregistreerd De wijze waarop discriminatie vervolgens wordt geregistreerd, kan (sterk) verschillen. Instanties registreren incidenten en de discriminatiegronden niet altijd op uniforme wijze. Er worden niet altijd dezelfde definities en procedures gehanteerd. ADV’s kunnen meerdere discriminatiegronden per melding registreren. Daarnaast wordt ook verschillend geteld: wanneer een ADV bijvoorbeeld meerdere meldingen krijgt over hetzelfde incident, dan worden alle meldingen in de cijfers opgenomen (dat kan een zogenaamde ‘bulkmelding’ opleveren). De politie doet dit anders: wanneer de politie meerdere meldingen over hetzelfde incident binnenkrijgt, dan wordt het incident één keer opgenomen in de cijfers. De politie registreert naast meldingen van burgers ook eigen waarnemingen van incidenten, waaronder gevallen waarbij een politieagent zelf (vaak antisemitisch of homofoob) wordt uitgescholden. De lijst met discriminatie-incidenten van de politie bevat ook waarnemingen door politieagenten van incidenten met een mogelijk discriminatie-aspect. In dergelijke gevallen is het niet altijd zeker of het slachtoffer het incident zelf ook als discriminatie heeft ervaren. Tot 2019 maakte de politie een onderscheid tussen meldingen die door burgers werden gedaan en meldingen van incidenten tegen ‘werknemers met een publieke taak’ (voornamelijk politie, maar ook bijvoorbeeld boa’s en hulpverleners). Sinds 2019 wordt dit onderscheid niet meer gemaakt. In de jaren 2014-2018 nam het aandeel van meldingen door burgers af van 84% naar 70% van het totaal aantal geregistreerde meldingen bij de politie. Het is onbekend wat daarna het aandeel van meldingen door burgers was. Terughoudendheid bij interpretatie van cijfers ‘Discriminatiecijfers in 2022’ is, meer nog dan voorgaande jaren, een overzichtelijk en  toegankelijk rapport geworden. Complimenten aan de opstellers: Bauke Fiere en Gregor Walz. Terecht benadrukken de auteurs in een begeleidend schrijven dat ontwikkelingen in de cijfers met enige terughoudendheid geïnterpreteerd moeten worden. Een stijging van bijvoorbeeld een bepaalde vorm van discriminatie kan het gevolg zijn van: a) een daadwerkelijke toename van deze vorm van discriminatie b) een verandering in de mate waarin mensen deze vorm van discriminatie herkennen, benoemen en melden en c) veranderingen in de manier waarop incidenten en meldingen worden geregistreerd. Ik zou daar nog minstens twee factoren aan toe willen voegen: d) de mate waarin bekendheid wordt gegeven aan een meldpunt. Zo kan een campagne om het melden van (een specifieke vorm van) discriminatie te stimuleren effect hebben op het aantal meldingen. e) externe triggerfactoren. Bijvoorbeeld: wanneer het geweld tussen Israël en Palestijnen oplaait neemt het aantal antisemitische incidenten altijd flink toe, zoals er na aanslagen in Europa door terroristische organisaties als IS of Al Qaida immer sprake is van een toename van moslimdiscriminatie. Discriminatiecijfers 2022; drie conclusies Discriminatiecijfers 2022 biedt een bonte verzameling van cijfers en analyses. Net als ik dat in het verleden enkele malen heb gedaan, wil ik er, met in achtneming van bovenstaande disclaimers, ook dit jaar enkele punten uitlichten. Ik doe dat door de cijfers over een langere tijdsspanne te vergelijken: ik heb enkele cijfers uit 2022 vergeleken met de cijfers uit rapporten vanaf 2015. 1.  Er wordt vooral en onverminderd melding gemaakt van discriminatie op grond van herkomst/huidskleur Bij verreweg de meeste meldingen van discriminatie gaat het om discriminatie op grond van herkomst of huidskleur (of etniciteit of ‘ ras’). Dit is in lijn met de onderzoeken naar ervaren discriminatie. Bij alle registrerende instellingen was er bovendien sprake van een toename: bij de ADV’s ging het in 2022 bij 49% van het aantal meldingen om discriminatie op grond van herkomst/huidskleur, het hoogste aandeel sinds in ieder geval 2015. “In 60 procent van de meldingen is de subgrond ‘(Nederlanders) met migratieachtergrond’. daarbij gaat het onder andere om discriminatie op grond van een (veronderstelde) Marokkaanse, Surinaamse, Turkse, Afghaanse, Antilliaanse, Iraanse, Oost-Europese, Syrische of Somalische achtergrond. Deze specifieke achtergronden zijn in ruim een derde van de meldingen geregistreerd. (..) In zeker 23 procent van de meldingen op grond van herkomst werd de subgrond ‘donker/zwart’ geregistreerd. Daarbij gaat het om meldingen waarbij mensen met het ‘n-woord’ worden uitgescholden of op andere manieren vanwege hun huidskleur beledigd of eruitgepikt worden. 4 procent van de meldingen gaat over anti-aziatisch racisme, waarbij mensen bijvoorbeeld met opmerkingen als ‘ching chong’, ‘hanky panky’ of ‘ni hao’ op straat lastig worden gevallen. in 7 procent van de meldingen gaat het om discriminatie van Nederlanders zonder migratieachtergrond.” (Discriminatiecijfers in 2022) Bij de politie en het Meldpunt Internetdiscriminatie MiND ging het om 43% van de meldingen om herkomst en bij het College voor de Rechten van de Mens om 23# van de gevraagde oordelen. Bij de politie en MiND gaat het relatief vaker om verbale uitingen (scheldpartijen), bij de ADV’s en het College is daarentegen het aandeel ongelijke behandeling groter. Jaarlijks zien de lijstjes van de registrerende instanties er in grote lijnen ongeveer hetzelfde uit. Bij de ADV’s zijn dit in de periode 2015-2022 bijvoorbeeld de meest voorkomende discriminatiegronden: Herkomst (varierend van 30% tot 49% van het totaal aantal meldingen) Handicap/ chronische ziekte (9%-15% van het totaal aantal meldingen) Geslacht (5%-12%) Godsdienst (4%-13%). Leeftijd (3%-12%) Seksuele gerichtheid (3%-9%) Discriminatie van moslims (2%-5%, als subgrond van discriminatie op grond van godsdienst) Nationaliteit 1%-4% Antisemitisme (1%-3%) Transgenders (1%-3%, als subgrond van discriminatie op grond van geslacht, sinds 2018) De absolute cijfers van de meldingen van deze en andere vormen van discriminatie bij ADV’s vindt u in het overzicht hieronder: Bij de politie staan seksuele gerichtheid (32%) en antisemitisme (8%) op nummer 2 en 3. Het gaat in beide gevallen relatief vaak om scheldpartijen. Bij antisemitisme gaat het in een groot deel van de gevallen om incidenten waarbij personen met een publieke taak (vooral politieagenten, maar ook boa’s en hulpverleners) worden uitgemaakt voor ‘jood’ in combinatie met een scheldwoord. Ongeveer een kwart van de antisemitische incidenten gericht tegen een (vermeend) joods persoon. 2.  Aantal meldingen van discriminatie is sinds 2015 licht gestegen Zoals in het figuur hieronder te zien is, daalde het totaal aantal meldingen bij de politie (blauwe lijn) na 2015, maar is er sinds 2018 sprake van een lichte stijging en was het aantal meldingen in 2022 net iets hoger dan in 2015. Het aantal meldingen bij de ADV’s (groene lijn) was jaren stabiel en nam in 2020 dankzij een bulkmelding tijdelijk enorm toe: er kwamen dat jaar ruim 4000 meldingen binnen over 1 incident (het liedje ‘voorkomen is beter dan Chinezen’). Wordt die bulkmelding niet meegeteld dan ligt de piek in 2020 aanmerkelijk lager. Sinds 2020 nam het aantal meldingen iets af, maar is het nog altijd hoger dan in de jaren 2015-2019. Het aantal verzoeken om een oordeel bij het College voor de Rechten van de Mens (grijze lijn) steeg van 420 in 2015 naar ruim boven de 600 in de afgelopen drie jaar. Het enige meldpunt waar sprake is van een forse afname van het aantal meldingen is het meldpunt internetdiscriminatie MiND. 3.  Meldpunt internetdiscriminatie (MiND) wordt amper gevonden Nadat bekend was geworden dat Mitchell Esajas (The Black Archives, New Urban Collective, Kick Out Zwarte Piet) eind april een lintje had gekregen vanwege zijn jarenlange inzet voor een samenleving waarin iedereen gelijkwaardig wordt behandeld, werd hij, niet voor het eerst, bedolven onder racistische reacties.  Het moet bijzonder intimiderend zijn voor hem en zijn naasten. En het trieste is dat we er inmiddels aan gewend zijn geraakt. Je hoeft niet lang op het internet of sociale media rond te hangen om om dagelijks honderden seksistische, homofobe, antisemitische, islamofobe, transfobe etc. haatbagger tegen te komen. Uit het eerder aangehaalde SCP-onderzoek naar ervaren discriminatie bleek bijvoorbeeld dat ongeveer 10% van de Turkse, 13% van de Marokkaanse, 9% van de Surinaamse en 8% van de Antilliaanse Nederlanders in de voorbije twaalf maanden online discriminatie had meegemaakt. Uit een analyse van de Utrechtse Data School bleek dat van de 2 miljoen Nederlandstalige berichten over joden er 200.000 als antisemitisch (volgens de IHRA-werkdefinitie) herkend werden. Uit onderzoek van dezelfde Data School en De Groene Amsterdammer bleek dat tien procent van alle tweets gericht aan vrouwelijke politici bevat haat of agressie bevatte. Van alle tweets die gericht waren aan het GroenLinks Kamerlid Kauthar Bouchallikht bevatte dertig procent een vorm van hatespeech, “meestal een giftige mix van islam-haat en seksisme, op het hoogtepunt kwam er een dag lang elke drie minuten haat binnen,” schreven Karlijn Saris en Coen van de Ven in De Groene. Je zou verwachten dat het nationale meldpunt internetdiscriminatie (MiND) verzuipt in het werk. Maar dat valt reuze mee. Of tegen. In 2022 ontving het meldpunt 247 meldingen over 223 unieke incidenten. Dat is 0,6 incident per dag. Sinds 2001 wordt het aantal meldingen van internetdiscriminatie in Nederland geregistreerd. Het aantal meldingen is nooit erg hoog geweest, maar nimmer was het aantal incidenten zo laag als in 2022. Vanaf 2001 kon melding van internetdiscriminatie worden gedaan bij het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI) dat was opgezet door de stichting Magenta. In 2012 werd de subsidie aan het MDI door het kabinet stopgezet en werd het Meldpunt internetdiscriminatie (MiND) opgericht op initiatief van het ministerie van Veiligheid en Justitie en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. MiND werd ondergebracht bij de Stichting NL Confidential waar ook bijvoorbeeld Meld Misdaad Anoniem onder valt. Omdat het MDI na het stopzetten van de subsidie met hulp van donateurs nog even doorging, waren er van 2013 tot 2016 twee meldpunten internetdiscriminatie. Het nieuwe meldpunt MiND werd echter amper gevonden en haalde nooit het aantal meldingen van het sinds 2012 ongesubsidieerde MDI. Tien jaar na de oprichting lijkt MiND inmiddels onzichtbaarder dan ooit. Ik weet niet zeker waarom MiND zo slecht gevonden wordt. Uit het eerder genoemde SCP-onderzoek naar ervaren discriminatie bleek dat MiND onbekender was dan de andere meldpunten. De naam was destijds in ieder geval niet erg handig gekozen: er was immers ook al een maatschappelijke organisatie Mind die zich inzet voor een betere psychische gezondheid in Nederland. Er is, voor zover ik weet, door de overheid niet heel veel bekendheid gegeven aan dit meldpunt en het meldpunt heeft zich zelf ook niet heel erg ingespannen om digitaal zichtbaar te zijn. Wanneer je, na 10 jaar (op 15 mei 2023)  nog maar 632 volgers op twitter hebt, 812 volgers op Facebook en 141 volgers op Instagram, dan kun je moeilijk van grote profileringsdrang worden beschuldigd. In 2015 schreef ik al eens een artikel in het Parool over het onvindbare MiND. Toen concludeerde ik dat het kabinet moest kiezen: of stoppen met MiND of er voor te kiezen om er – onder duidelijke voorwaarden – flink in te investeren. Die conclusie is acht jaar later nog steeds actueel. Wat op internet gebeurt, heeft impact op de verhoudingen tussen bevolkingsgroepen, op het veiligheidsgevoel van burgers en op hun grondrechten. De overheid heeft de verantwoordelijkheid dit veiligheidsgevoel en deze grondrechten serieus te nemen en zou daadkrachtiger stelling moeten nemen tegen alle vormen van discriminatie, uitsluiting en haat op het internet. Daarmee stelt ze een norm. Dat zal er niet voor zorgen dat hatespeech verdwijnt, maar het is oneindig veel beter dan het te negeren. De Engelsen zouden zeggen: make up your mind! -0-0-0: Het rapport Discriminatiecijfers in 2022. Ewoud Butter, afgestudeerd als politicoloog, werkt voornamelijk als zelfstandig onderzoeker en soms als journalist/redacteur, adviseur of (interim)manager. Daarnaast schrijft hij toneelstukken. Hij onderzoekt en schrijft over mensenrechten, participatie, emancipatie, discriminatie & inclusie, de energietransitie, radicalisering en extremisme. Republiek Allochtonië werd in 2005 gestart door Ewout Butter en doet verslag van de langlopende discussies die in Nederland wordt gevoerd voeren over migratie, participatie, inclusie en discriminatie en racisme. Het accent ligt op achtergronden, feiten, portretten en onderzoek.

Ongekend onrecht

Vandaag werd  het eindverslag van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag overhandigd aan Kamervoorzitter Khadija Arib. Met conclusies die normaal gesproken een kabinet de kop zouden kosten.

De grondbeginselen van de rechtsstaat zijn geschonden. De informatievoorziening vanuit de Rijksoverheid was op allerlei fronten onvoldoende is, en in meerdere gevallen ingegeven door gewenste juridische of politieke uitkomsten.

De manier waarop het ministerie van Sociale Zaken zijn verantwoordelijkheid voor het beleid heeft ingevuld, was ver onder de maat. Het ministerie van Financiën voerde de kinderopvangtoeslag uit met een ‘alles-of-niets-benadering’, waarin ouders ten onrechte gebrandmerkt werden als fraudeurs.

Foto: FREEPAL (cc)

Palestijnse kinderen onder de 5 hebben 6x meer kans op overlijden dan Israelische kinderen

VERSLAG - De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) heeft op 9 oktober 2019 haar rapport over de situatie in 2018 in de Palestijnse gebieden gepubliceerd. Zoals te verwachten was is dat rapport erg treurigmakend. Hierbij enkele highlights.

Daarvan is de meest in het oog lopende de constatering dat kinderen beneden 1 jaar ruim zes keer zoveel kans hebben om te sterven in het eerste levensjaar als dezelfde leeftijdsgroep in Israel. Onder de vijf jaar is het verschil overigens hetzelfde, ook die kinderen sterven zes keer vaker. In het algemeen is de levensverwachting in de bezette gebieden (Gaza, de Westoever en Oost-Jeruzalem) meer dan 8,5 jaar korter dan voor Israelische staatsburgers.

De rest van het rapport beschrijft de omstandigheden die tot deze cijfers leiden.

Daarbij gaat het halverwege het jaar 2019 om ongeveer 5 miljoen Palestijnen in de bezette gebieden, van wie 3 miljoen op de Westoever en ongeveer 2 miljoen in Gaza, plus nog eens ongeveer 300.000 Palestijnen in Oost-Jeruzalem. (Israel heeft overigens sinds 1967 ruim 14.000 van de Oost-Jeruzalemmers hun recht op inwonerschap ontnomen. Met kinderen erbij is dat aantal nu ongeveer 86.000).

Meer dan 2,2 miljoen mensen in het bezette gebied (1,4 miljoen in Gaza en 800.000 op de Westoever) zijn geregistreerd als vluchteling. (Buiten Palestina zijn er nog 3,2 miljoen vluchtelingen). De Palestijnse bevolking is grotendeel heel jong: 40% is jonger dan 14 jaar.

Foto: Flats! (cc)

Gevaarlijke generalisaties over informeel islamitisch onderwijs leiden tot omgekeerde bewijslast

ACHTERGROND - door Roemer van Oordt

De AIVD heeft in haar jaarrapport over 2018 nogal wat oog voor ‘dreiging van een door financiële steun van buitenaf ondersteunde intolerante religieuze ideologie die op gespannen voet staat met onze democratische rechtsorde, maar zich (nog) binnen de juridische kaders beweegt’. Het onderzoek van de dienst concentreert zich nadrukkelijk op ‘aanjagers in het salafistisch spectrum’; de nieuwe, versluierende benaming van de veiligheidsdiensten voor politieke salafisten.

Veel aandacht is er in dit onderzoek voor veronderstelde mistanden in het informeel islamitisch onderwijs. De dienst trekt daarbij – net als eerder de NCTV – een opvallend grote broek aan, die zowel veel (re)acties als weerstand oproept en in de praktijk juist zal leiden tot onbegrip, polarisatie en een onterechte omgekeerde bewijslast bij talloze goed functionerende initiatieven.

Radicale invloed binnen het onderwijs

De AIVD constateert dat ‘radicaalislamitische aanjagers zich sterk weten te positioneren binnen het aanbod van het onderwijs voor jonge moslims’, zoals naschoolse lessen in Arabisch en de islam. De dienst stelt dat ‘ook voor leerlingen met een gematigde achtergrond dergelijke onderwijsprogramma’s aantrekkelijk zijn’. Dit komt volgens de AIVD mede doordat voor hen vaak weinig of geen goede alternatieven voor naschools islamitisch onderwijs beschikbaar zijn. Waar de dienst deze opmerkelijke en vergaande conclusie op baseert blijft onduidelijk. Het is nogal een klap in het gezicht van de inspanningen die er – vaak (semi)vrijwillig –  met hart en ziel door moskeeën en andere (islamitische) organisaties de afgelopen decennia in deze vorm van onderwijs zijn gestoken.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Michael Gubi (cc)

Rechtstaat onverdedigd

COLUMN - Politici als Trump en Orbán combineren kritiek op multiculturalisme met een aanval op de rechtstaat. Sommige commentaren bejubelen de kritiek op multiculturalisme; andere putten zich uit in afkeuring. In beide gevallen raakt verdediging van de rechtstaat op de achtergrond.

“Er bestaat een totaal verkeerd beeld van Orbán. Hij wordt gestigmatiseerd. Weggezet als de duivel, de bad guy, het zwarte schaap.” Vorige week nam voormalig staatssecretaris Dzsingisz Gabor (CDA) het in NRC Handelsblad op voor de Hongaarse premier Viktor Orbán. Een rapport van het Europese Parlement over de politieke situatie in Hongarije deed Gabor af als “een fantastisch links circus.”

Dit ondanks alle bewijs dat de rechtstaat in Hongarije onder vuur ligt.

Het rapport heeft felle kritiek op onder andere het functioneren van het constitutionele stelsel, de onafhankelijkheid van de rechtspraak en de bestrijding van corruptie en belangenverstrengeling. Het is moeilijk om zulke kritiek als “links” te zien. En Orbán zelf tooit zijn land met de geuzennaam “onliberale democratie.”

Gabor, gretig geciteerd door Volkskrant-columnist Martin Sommer op 20 april, hecht weinig belang aan de rechtstaat. Pas als het land een dictatuur zou worden “waar de mensenrechten niet in acht worden genomen, waar journalisten voor de rechter worden gesleept” dan “moeten we ons bedenken: willen we daar zaken mee doen?” Vraagteken. Dus Gabor ziet zelfs dan nog ruimte om zaken te doen.

Foto: Gemeente Destelbergen (cc)

Concurrentie tussen scholen: zo werkt uitsluiting

COLUMN - In haar jongste rapport stelt de onderwijsinspectie de kansenongelijkheid van leerlingen aan de orde. Het is een probleem dat al lang bestaat, maar het is niet eenvoudig om er een verklaring voor te geven. Misschien ligt de oorzaak bij de prestatiedruk van de scholen zelf, suggereert Rineke van Daalen in haar column  op Sociale Vraagstukken.

Nieuws over het onderwijs draagt vaak paniek en verontwaardiging in zich. We schieten tekort, onze kinderen doen het niet goed genoeg, onze scholen kunnen beter, onze leerkrachten moeten professioneler; als we niet opletten, gaan we achter lopen bij andere landen. ‘Dyslexie is het gevolg van slecht onderwijs’, zo krijgen we te horen en eventjes is dat het onderwerp van de dag. ‘Wat te doen als het schooladvies van kinderen lager is dan hun Cito-score?’ Steeds zijn het korte periodes van bezorgdheid die heel snel weer wegebben. Maar de angst achter te blijven in de ratrace blijft bestaan. Deze angst heeft zich diep genesteld in ons allen en het is nauwelijks mogelijk om je daaraan te onttrekken.

Het nieuwste zorgenkind is afkomstig uit De Staat van het Onderwijs 2015/2016, het verslag dat de onderwijsinspectie al twee eeuwen lang jaarlijks uitbrengt. Het is een rapport van 200 pagina’s, dat een breed beeld geeft van het onderwijs in Nederland. Wat daarvan in het nieuws komt is heel selectief. Dit jaar is het ‘Te veel talent blijft onbenut.’ Op 12 april besteedde NRC Handelsblad er de voorpagina aan: ‘Keuze van school kan bepalen of kind naar vmbo of vwo gaat’; en de voorpagina van De Volkskrant van 13 april had als kop: ‘Ouders onder zware druk bij schoolkeuze’. Op zich is dit geen nieuws.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Anti-Europa rapport PVV belazert de boel opzichtig

Maar dat doet-ie anders nooit!

Het verlaten van de Europese Unie kan de Nederlandse economie de komende tien jaar tien procent extra groei opleveren. Dat concludeert het bureau Capital Economics dat de gevolgen van het verlaten van de EU in opdracht van de PVV onderzocht. Het rapport wordt vandaag gepresenteerd.

Door het wegvallen van regels en verplichtingen van de EU zou Nederland gemakkelijker handel kunnen drijven met landen buiten de EU. Ook zou Nederland geen geld meer hoeven afdragen aan noodlijdende EU-partners.

[…]

De onderzoekers nemen wel aan dat andere Europese landen net zo veel zaken met Nederland blijven doen als nu het geval is.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Grafiek van Inspectie: een nieuwe klassieker?

In tegenstelling tot wetenschappelijke artikelen, is er voor beleidsrapporten geen eenduidige graadmeter waarmee de impact gemeten kan worden. Als we een samengestelde index maken van “aantal downloads”, “verontwaardigde reacties in de media” en “nieuwe politieke plannen”, dan scoort de Inspectie dit jaar erg hoog met de Staat van het Onderwijs.

Het is op zich al een interessante vraag waarom juist deze bevindingen zoveel teweeg brengen. In het prachtige boek van historicus Simon Schama met de titel “Landschap en Herinnering” betoogde hij dat het landschap een bepalende invloed heeft op de cultuur van een land. De ontdekking van de Grand Canyon en de Giant Trees, overtuigde de Amerikanen dat ze groots en onoverwinnelijk waren. Het kost niet veel moeite om deze redeneertrant door te trekken naar Nederland.

Het vlakke landschap van Nederland duldt geen pieken of dalen en dat geldt ook voor het onderwijslandschap. Dat was een hoogvlakte zonder pieken en dalen, zoals Onderwijsgrafiek #3 liet zien. Met het oog op de internationale positie van Nederland (“top-5”) kwam er daarop meer aandacht voor excellentie, strengere eisen voor rekenvaardigheid, selectie van leerlingen aan de poort in het hoger onderwijs en er werden afspraken gemaakt over het verminderen van instroom in het wo ten gunste van het hbo. Een van de effecten is een enorme toename in “schaduwonderwijs” en toetstraining: een fenomeen dat velen herkennen maar waarvan geen sluitende registratie bestaat.

Foto: bark (cc)

Groei aantal ‘verwarde personen’ is dubbelhartige ggz, zorgverzekeraars en overheid aan te rekenen

OPINIE - Vorige week verscheen Samen doorpakken, het tussenrapport van het ‘Aanjaagteam Verwarde Personen’. Het team, ingesteld door de ministeries van VWS, VenJ en de VNG, werkt aan ’het bevorderen van een sluitende aanpak van ondersteuning en zorg door alle gemeenten voor mensen die verward gedrag vertonen’. Dat is dringend nodig. In vier jaar tijd steeg het aantal ‘verwarde personen’ met 65 procent, van 40.000 in 2011, naar 65.000 in 2015.

Achter ieder van die 65.000 gaan zorg- en meelijwekkende verhalen schuil. Mensen die zichzelf verwaarlozen, hun woning vervuilen, de weg in hun eigen hoofd kwijt zijn, overlast veroorzaken, dreigen zichzelf wat aan te doen en sommige gevallen ook anderen. Waar in de publieke opinie de nadruk ligt op de problemen die ze voor anderen veroorzaken, zijn het bovenal mensen die hulp nodig hebben en die niet tijdig hebben gekregen.

Het tussenrapport van het aanjaagteam is er één in de categorie ’halfvol/halfleeg’. In klare taal wordt onder meer vastgesteld dat de groei van het aantal verwarde personen gerelateerd is aan de ambulantisering van de geestelijke gezondheidszorg. Ofwel, de beweging om mensen met ernstige psychiatrische problemen zo kort mogelijk op te nemen en zo veel mogelijk zelfstandig te laten wonen, draagt substantieel bij aan de stijging van het aantal verwarde personen. Dat is een belangrijke constatering omdat de ggz tot nog toe veel moeite heeft haar medeverantwoordelijkheid voor de trend te erkennen. In het rapport staat onomwonden dat verwarde personen ’mensen zijn met (ernstige) psychiatrische stoornissen in combinatie met andere problematiek’. Over mogelijke andere oorzaken van de stijging rept het aanjaagteam niet.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Volgende