Exclusieve weekendreportage: Happy Hour

Zo, dat ziet er gezellig uitGisterenavond beloofde aanvankelijk een vrijdagavond zoals elke andere te worden. Aan mijn lippen stond een glas sherry, in mijn schoot lag Jan Renkema’s Schrijfwijzer en uit de speakers klonk Boudewijn de Groot, die iets over een president zong. Enfin, u als Sargasso-lezer hoef ik natuurlijk niets uit te leggen, ik ging weer een avond vol vrolijk vermaak tegemoet.

Plots moest ik echter denken aan het rumoer dat afgelopen week is ontstaan nadat Ab Klink had gepleit voor het afschaffen van happy hour. En toen dacht ik bij mezelf: Paddy jongen, je kan hier nou wel gaan zitten, niets mis mee natuurlijk, absoluut niet, integendeel zelfs, maar je kan ook de hort op, op onderzoek uit, op REPORTAGE. Je bent verdorie toch een burgerjournalist?! Nou dan! De lezers hebben recht om te weten wat zich afspeelt in ‘s lands kroegen en discotheken, of het er echt zo erg is met het alcoholgebruik van de jeugd, kortom: hoe het er in de praktijk aan toegaat!

Ik gaf mijzelf volmondig gelijk en besloot dat het inderdaad tijd was voor actie. Voor de vorm sloeg ik nog even met mijn vuist op tafel en toen ook dat goed voelde, wist ik het zeker: happy hour, hier ik kom!

Ik wierp mijn corduroy colbertje in een hoek, trok woest mijn coltrui uit en verving deze door een kek shirtje. Gulzig waste ik de Old Spice van mijn nek en polsen, en spoot wild met een fles DKNY in het rond. Een hand met wax ging door mijn haar, een Biostabiel vleide zich rond mijn hals, ik spande mijn biceps en wierp nog een laatste blik in de spiegel. U begrijpt, ik zag er goed uit. Verdomd goed.

De lezer heeft het recht om te weten wat de jeugd drinkt!

Opgewekt toog ik richting het Rembrandtplein, te A. Het duizelde mij bijkans van de goede moed en joie de vivre. Amsterdam, vrijdagavond, dat belooft wat, zongen Lange Frans en Baas B reeds in een van hun vermaarde hits. Wie had gedacht dat ze ooit nog eens gelijk zouden krijgen.

Na een zorgvuldige inventarisatie van het aanbod aan horeca op en rond het Rembrandtplein, besloot ik mijn reportage te vervolgen in een bardancing genaamd Barry’s Tropical Skihut. Mijn entree daar werd gevolgd door de argusogen van een uitsmijter, maar ik riep vrolijk dat ik bezig was aan een artikel voor Sargasso, Dutch Bloggies-winnaar editie 2006, en toen was het goed. En u kunt het geloven of niet, beste lezer, maar ik had binnen nog geen bootschoen aan de grond gezet, of er klonk een luide bel. Dit kon natuurlijk maar één ding betekenen: het was happy hour!

Het ging er verdomd wild aan toe in Barry's

Het publiek in Barry’s Tropical Skihut was jong, bezweet en over drank deed het niet moeilijk. Ik zag jongens en meisjes niet ouder dan vijftien met evenzoveel glazen bier en breezers op en rond de dansvloer. Ik zag korte rokjes, strakke shirtjes en iemand die op DJ Jean leek met een meisje van twaalf op schoot. Ik zag kortom, dat het goed was. En niet alleen dat: ik vond het er heerlijk. Eerlijk.

Aan de bar stonden twee ogenschijnlijk minderjarige meisjes. Ik besloot dat ik eerst maar eens nonchalant met hen moest aanpappen voordat ik overging tot keiharde onderzoeksjournalistiek. Ik bestelde een biertje en kreeg er twee. Het was tenslotte happy hour.

‘Zo dames, welk lot denken jullie dat de skihut als fenomeen is beschoren nu ook de wintersportbranche in toenemende mate te lijden heeft onder het al dan niet door de mens veroorzaakte broeikaseffect?’

Glazige blikken vanboven hun breezers.

‘Eh, ik refereer hiermee natuurlijk aan het voorpagina-artikel dat de NRC afgelopen week bracht. Dat kan u beiden niet ontgaan zijn. Kom nou, dames.’

Effect: -1

Mijn sociale instinct schreeuwde dat ik drastische maatregelen moest nemen om deze vrouwen nog tot een gesprek te verleiden. Ik kwam echter niet veel verder dan met geknepen stem iets over peakoil te piepen, en toen was het duidelijk: deze kans was verkeken.

Journalistiek is een bitter hard vak, zoveel was mij inmiddels duidelijk, maar ik gaf de moed niet op. In een hoek trof ik twee stevige knapen, die naar later bleek door het leven gaan onder de namen Leeroy en Clarence. Bij hen had ik meer succes. Aanvankelijk verliep het gesprek wat stroef. Hun stemmen kwamen maar moeilijk boven de harde muziek uit. Gek genoeg leken hun woorden er zelfs door vervormd te worden. Ik verstond dingen als:

‘Ewa bakra, faka? We gaan zo met de click een banga topen. Kom je scannen?’

Ik had inmiddels negen bier op dus vond het allang best. Na verloop van tijd begon ik de heren ook steeds beter te begrijpen. Leeroy vertelde mij honderduit over hoe happy hour voor hem een baken van kortstondig geluk is. Dat hij uiteraard meer drinkt in die uren, maar dat ie ook zo’n verdomde cynicus is. Dat als het ware de gifbeker bij hem altijd halfvol is, begrijpt u. Hij kan die weltschmerz maar moeilijk dragen, dus dan grijpt ie naar de drank. Happy hour scheelt dan mooi wel flink in de kosten.

Ik knikte dat het me een lieve lust was en ondertussen schreef ik gretig mee. Ja, ik was natuurlijk niet zonder opschrijfblok van huis gegaan. Kom nou.

Het publiek bestond uit een mooie mix van blank, zwart en minderjarig

Het moet tegen twaalven zijn geweest toen zich om Leeroy en Clarence een groep van een stuk of tien al even stevige jongens had verzameld. Waarschijnlijk hadden de meesten van hen een dubbel paspoort, maar dat kon me op dat moment weinig schelen. Nu nog niet trouwens. Er was ook één meisje bij. Jong nog. Heel jong. Melanie, heette ze. Met z’n allen lieten we Barry’s voor wat het was en pakten de metro naar Zuid-Oost. Zachtjes neuriede ik dat nummer van Lange Frans en Baas B.

Kijk, laten we elkaar geen mietje noemen, beste lezer. U weet net zo goed als ik wat er gebeurde toen we in Zuid-Oost de woning van een van die gasten binnengingen. Melanie had trek in een breezer en de twaalf gasten hadden trek in Melanie. Zo gezegd zo gedaan, en met behulp van een dosis oud-Hollandse handelsgeest stonden binnen de kortste keren de transactievoorwaarden keurig op papier. Er klonk een luide bel. Dit kon natuurlijk maar één ding betekenen: de eerste ploegendienst was begonnen.

Er werd ouderwets geploegd

Eerlijk gezegd begon het mij toen allemaal een beetje te duizelen. Keiharde porno is in het echt toch heel wat confronterender dan thuis op je dvd-speler. Ik kon die carrousel van gezwollen vlees en moderne mores dan ook maar moeilijk verdragen. Bovendien had ik dorst gekregen.

In de keuken vond ik rust en een goed gevulde ijskast. Er waren enkel breezers voorradig, dus de keuze was snel gemaakt. Ik had echter nog geen twee slokken genomen toen achter mij de zware tenor van Leeroy klonk:

‘Zeg ouwe, wat wordt dat eigenlijk voor stukkie, dat stukkie dat je hierover gaat schrijven.’

Ik wilde hem uitleggen dat ik van zins was de Sargasso-lezer een inkijk te geven in de wereld van vandaag, menselijk en warm, doch oprecht en doorwrocht. Leeroy gaf mij echter geen kans te antwoorden:

Het valt me op dat je Melanie wel heel erg als een lijdend voorwerp naar voren laat komen in je stukkie Als iemand die niet voor zichzelf kan denken en geen eigen wil heeft. Ik vind dat je daarmee eigenlijk een behoorlijk vrouwonvriendelijk perspectief inneemt, weet je dat. Ik vraag me zelfs een beetje af of je überhaupt wel van vrouwen houdt. Trouwens, die breezers zijn hier niet gratis hoor.‘

Ik wilde zeggen dat hij misschien een punt had, maar dat ik toch zeker ook mezelf als een lijdend voorwerp had opgevoerd in dit alles, en dat hij zich over mijn geaardheid al helemaal geen zorgen hoefde te maken, behoudens die puberale twijfels rond mijn zestiende, maar die waren eigenlijk meer existentieel dan seksueel van aard. Leeroy bleek echter uitgepraat. En ik ook, want hij had mijn arm op mijn rug gedraaid, mijn broek ter hoogte van mijn enkels geschoven en zijn gulp opengeritst.

Kijk, laten we elkaar geen mietje noemen, beste lezer. U weet net zo goed als ik wat er toen gebeurde. Wat ik voelde laat zich nog het beste beschrijven als een grote lul die een kleine anus binnengaat. En dat voelde niet goed. Dat voelde helemaal niet goed. En het duurde lang. Het duurde heel lang. Melanie had zelfs tijd om drie keer een nieuwe breezer te halen voordat Leeroy brullend mijn helletocht beëindigde.

Hij nodigde mij nog uit om gezeten aan de keukentafel onder het genot van een crackpijpje de zin van het leven te bespreken, maar ik bedankte voor de eer. Ik kon even niet meer aan zitten denken en ook van het leven had ik onder andere mijn buik vol. Nee, dit happy hour had lang genoeg geduurd. Het was mooi geweest. Met een afgemeten groet nam ik afscheid.

Terugblikkend heeft deze ervaring me sterker gemaakt. Maar naar die inkijk in de wereld van vandaag, menselijk en warm, doch oprecht en doorwrocht, kunt u lekker fluiten. Voortaan ga ik weer gewoon slaafs de actualiteit volgen. Burgerjournalistiek laat ik over aan de professionals. En happy hour? Laat ik het zo zeggen, voorlopig zal Renkema’s Schrijfwijzer tenminste door een iemand weer uitputtend gelezen worden op vrijdagavond. Echt wel.

  1. 2

    Ge-ni-aal.
    Heb wel zo mijn twijfels in hoeverre dit waarheidsgetrouw is. Zeker met een flinke slok op is het zeer wel mogelijk dat herinneringen niet geheel corresponderen met de werkelijkheid.

  2. 5

    Mooie reportage inderdaad, al verbaast het me, dat je niet als eerste over Melanie heen kroop voordat het je begon te duizelen, maar misschien leert men door schande en schade.

    Prachtig trouwens hoe je een vulgaire volzin als ‘laten we elkaar geen mietje noemen’ aldus tot literaire leegte weet op te werken.

  3. 6

    Een uitstekend stukje onderzoeksjournalistiek in (uit?) het veld!
    Alleen, als ik jou was had ik tot vlak voor de volgende Dutch Bloggies gewacht. Misschien is Van der Poel dan helemaal geen jurylid meer, heb je alles voor niets doorstaan.
    Of heb je Leeroy’s telefoonnummer nog… ;-)

  4. 9

    “Wat ik voelde laat zich nog het beste beschrijven als…”

    Prachtige opmaat voor een dito (omfloerste) metafoor.

    Ik hoop dat er budget is om Paddy vaker op ontdekkingsjournalistiekpad te sturen.