Van die dingen | De jengel

COLUMN - Ik heb begrip voor moeders met huilende kinderen in supermarkten. Echt waar. Ik heb er zelf twee, ik weet hoe het kan zijn. Boodschappen moeten gebeuren en je kunt je kind moeilijk thuislaten, dus allee, als er dan eens een potje gekrijst wordt, vind ik daar eigenlijk niets van. Ligt er zo’n hoopje ellende met de vuisten op de grond te meppen, dan stap ik daar gewoon overheen en let er niet al te veel op. Wat moet, dat moet.

Anders was het gisteren in mijn warenhuis. Mijn warenhuis is mijn uitje, daar kan ik geen jankende kinderen bij gebruiken. Ik ga naar deze winkel toe als ik printerpapier nodig heb, of bodylotion, een nagellakje of drie onderbroeken voor een tientje. Ik vind het er leuk. Maar gisteren niet. Gisteren was er een moeder op haar dooie gemak aan het winkelen naar tasjes, oorbellen, bikini´s, kortom gefrut en achter haar sleepte zich een jengelende, gillende en totaal hysterische peuter voort. Het gejank was niet te harden. Ik heb haar nog aangekeken met een blik waarin ik de volgende mededeling probeerde te leggen: “Ga naar huis met je kind! Ga alleen shoppen, doe dit je peuter niet aan, mee naar de supermarkt is al erg genoeg voor iedereen. Ga naar huis!” Het kwam niet binnen.

Ze shopte lekker verder met de hopeloze jengel aan haar benen. Het kind was zo goed als uitgeput. Die zou de hele middag tukken, dat zag je zo. Het snot zat in zijn haren, op zijn jas, aan haar broekspijpen en aan allerlei warenhuisspullen. Hij duwde zijn gezicht overal in en de glimmende streep snot trok een heel spoor door de winkel. Je kon precies zien waar ze geweest waren. Ik heb de roltrap naar boven gepakt. Daar was het stil. Maar na vijf minuten hoorde ik de jengel dichterbij komen. Ik kreeg er een versnelde hartslag van. De jengel kwam ook naar boven! De jengel stond op de roltrap! Moeders was inmiddels ook nog lekker aan het bellen. Ik keek in paniek om me heen. Iedereen keek in paniek om zich heen. Een grote leegloop volgde. Dat printerpapier haal ik wel ergens anders. Daar waar ze een stikker op de deur hebben met een huilende peuter met winkelende moeder in het midden, een grote rode ronde cirkel er omheen en een nog dikkere rode streep erdoor.

  1. 1

    Moraal van het verhaal: jengelende kinderen in de supermarkt zijn ok want dat zijn noodzakelijke boodschappen, jengelende kinderen in het warenhuis zijn niet ok want dat is voor de rust van moeders. Duidelijk.

  2. 3

    Stikker is iets heel anders dan een sticker. Ik zie liever een sticker op de verlosafdelingen van de zienkenhuizen: Egoisten niet toegestaan.

  3. 4

    Ok, er zijn dus blijkbaar mensen die het _leuk_ vinden om naar een warenhuis te gaan?

    Ik pleeg zo min mogelijk bezoekjes, en als het dan echt nodig is, koop ik precies wat nodig is en ben direct weer vertrokken.

  4. 5

    Het ergste zijn die kleinekindjeswinkelwagentjes waar de arme zielen al op jonge leeftijd moeten leren hoe mooi het is om boodschappen te doen en dat zonder enig winkelwagenverkeersinzicht.