De Nederlandse staatsschuld | Geen crisis van de ironie
Er is crisis te over dezer dagen, maar van een crisis in de ironie is geen sprake. Neem onze staatsschuld. Verhagen, Rutte en Wilders komen er na zeven weken onderhandelen niet uit. Ondertussen wordt de stemming flink opgeklopt, want als ze er niet uitkomen (nu dus) dan worden we afgestraft. Door Brussel, omdat we de heilige drie procentsnorm niet gaan halen. Maar in ieder geval ook door de financiële markten, want met zo’n snelgroeiende staatsschuld, kunnen we nog wel eens onze AAA-rating verliezen. Beleggers verliezen het vertrouwen in Nederland en vertrouwen is wat de economie draaiende houdt.
Ik heb de cijfers er eens bij gezocht. Inderdaad de staatsschuld is hoog. Maar het gekke is dat de stijging de afgelopen maanden best substantieel is geweest, maar totaal in het niet valt bij de stijging van een paar jaar geleden, een stijging die we nooit meer te boven zijn gekomen. Die stijging vond plaats, u raadt ’t al, in september en oktober 2008, toen Nederland diep in de buidel moest tasten om de financiële sector overeind te houden.
De tranen springen je toch in de ogen bij dit soort grafiekjes (na de doorlees)? Ik weet alleen nog niet of het tranen van het huilen of van het lachen zijn.
Terwijl het CPB het guldenonderzoek van de PVV afkraakt, vragen weinigen zich af wat de euro ons nu eigenlijk kost. Spanje redt het niet. Een eerlijke en relevante vraag is dan ook: wie gaat de redding van Spanje betalen? Voorheen hoorde ik economen van links tot rechts zeggen dat Spanje ‘too big to fail is’. Dat kan wel zo zijn, maar falen doen ze. Dus nogmaals: hoeveel euro’s gaat dat de Nederlandse schatkist kosten? 