OPINIE - De Nederlandse overheid wil criminele asielzoekers uitzetten, maar is vooral bezig ze te discrimineren, betoogt Jurriën Hamer op Bij Nader Inzien.
PvdA en VVD maken bij voorkeur ruzie over asielzoekers. Het kinderpardon, de strafbaarstelling van illegaliteit, bed, bad en brood – het is een klein wonder dat Rutte II nog in het zadel zit. Toch zijn de coalitiepartners op één punt heel eensgezind: criminele migranten moeten zo snel mogelijk worden uitgezet.
Die houding is begrijpelijk. De overheid en duizenden solidaire vrijwilligers hebben geen opvang gebouwd en slaapzakken uitgedeeld om geconfronteerd te worden met intimidaties, vechtpartijen en aanrandingen. Juist zij die geven om hun medemens hebben weinig geduld met onverlaten die het goede werk bederven en het imago van fatsoenlijke vluchtelingen kapot maken.
Maar helaas maakt alle terechte verontwaardiging ook blind. Het gaat namelijk niet om geschonden gastvrijheid, maar om het rechtvaardig bestrijden van criminaliteit.
Het lot van criminele vluchtelingen
In het najaar verscherpte Staatssecretaris Dijkhoff de regels: als je asielzoeker bent en veroordeeld wordt voor een zwaarder delict, zoals verkrachting, inbraak met recidive of een ramkraak, dient je verblijfsaanvraag afgekeurd of je verblijfsvergunning ingetrokken te worden. Daarmee lijkt de kous netjes af.