Artikel 90 Grondwet: Grondwettelijke plicht tot actie in het Israëlisch-Palestijnse conflict

door Otto Spijkers Artikel 90 van onze Grondwet (Gw) bepaalt dat “de regering de ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert.” In deze bijdrage ga ik in op de betekenis en relevantie van deze constitutionele opdracht, in het bijzonder voor de verantwoordelijkheid van de Nederlandse regering om het respect voor de internationale rechtsorde te bevorderen binnen de context van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Ik begin met een bespreking van de strekking van dit wetsartikel en kijk daarna hoe het in het huidige maatschappelijke en politieke debat wordt aangehaald. Zie over ditzelfde onderwerp trouwens ook het recent verschenen artikel van Leonard Besselink. Artikel 90 Grondwet Artikel 90 Gw is een opvallende bepaling. Tussen 1953 en 1983 was het, formeel gezien, de Koning die de taak had om de ontwikkeling van de internationale rechtsorde te bevorderen. Sinds de grondwetsherziening van 1983 ligt deze verantwoordelijkheid bij de regering. Nederland is bovendien het enige land ter wereld dat zijn regering via de Grondwet zo expliciet verplicht tot het bevorderen van de internationale rechtsorde. Maar wat betekent dat eigenlijk in de praktijk? Wat houdt die bevordering precies in, en hoe wordt van de regering verwacht dat zij daaraan invulling geeft? Doordat artikel 90 vrij algemeen is geformuleerd, leent het zich niet goed voor directe werking of als basis voor een beroep bij de rechter. Dit blijkt onder meer uit het arrest van de Hoge Raad van 6 februari 2004 in de zaak van de Vereniging van Juristen voor de Vrede (VJV) e.a. tegen de Staat der Nederlanden. In die zaak verzochten de eisers de rechter om de Staat te verbieden nog langer medewerking te verlenen aan militair geweld door (bondgenoten van) de Verenigde Staten (VS) tegen personen die in verband werden gebracht met de aanslagen van 11 september 2001. Volgens de eisers was dergelijk handelen niet alleen in strijd met het VN-Handvest, maar ook met artikel 90 Gw, omdat het geweld volgens hen onverenigbaar was met dwingende normen van het internationaal recht (jus cogens). De Hoge Raad oordeelde echter dat hij zich niet over deze inhoudelijke kwestie kon uitspreken. Over artikel 90 zei de Raad het volgende: “Weliswaar behelst [artikel 90 Gw] een instructie aan de regering de internationale rechtsorde te bevorderen, maar noch dit noch enig ander artikel bepaalt op welke wijze hieraan uitvoering moet worden gegeven. In dit verband merkt de Hoge Raad op dat de onderhavige vorderingen van VJV c.s. betrekking hebben op vragen betreffende het beleid van de Staat op het gebied van buitenlandse politiek en defensie, welk beleid in sterke mate zal afhangen van politieke afwegingen in verband met de omstandigheden van het geval. Het is, ook waar het het geweldverbod betreft, niet aan de burgerlijke rechter om deze politieke afwegingen te maken en op verlangen van een burger de Staat (de regering) bepaalde handelingen ter uitvoering van politieke besluitvorming op het gebied van buitenlands beleid of defensie te verbieden of hem te gelasten op dit gebied een bepaalde gedragslijn te volgen” (para. 3.4). Frans Langemeijer, destijds advocaat-generaal bij de Hoge Raad, ging in zijn conclusie van 14 november 2003 al uitgebreid in op de wetsgeschiedenis en betekenis van 90 Gw (paras. 3.7-11). Hij kwam tot dezelfde conclusie als de Hoge Raad. In zijn analyse citeerde hij ook uit de Memorie van Antwoord van 6 december 1979. Bij de grondwetswijziging was de regering voornemens het artikel volledig te schrappen, maar kwam daarop terug na bezwaren hiertegen van de PvdA, het CDA, de VVD en het GPV (meer over de opmerkelijke wetsgeschiedenis). In deze memorie werd uiteengezet waarom de regering van gedachten veranderd was. Minister-president Dries van Agt (CDA), de minister van Binnenlandse Zaken Hans Wiegel (VVD), en de minister van Buitenlandse Zaken Chris van der Klaauw (VVD) wilden allereerst verduidelijken dat “het begrip ‘internationale rechtsorde’ dient te worden verstaan in de ruime zin van een internationaal bestel gebaseerd op universeel geldende rechtsnormen”. Dit werd door hen nader uitgelegd, en deze uitleg is zo mooi idealistisch en kosmopolitisch, dat ik die graag volledig citeer: “Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft de Regering bij herhaling uitdrukking gegeven aan de overtuiging, dat een internationaal stelsel van geheel soevereine staten niet meer past bij de vraagstukken waarmee de huidige wereld zich geconfronteerd ziet en dat het daarom gewenst is dit stelsel om te bouwen tot een nieuwe wereldorde waarin nationale belangen zo nodig ondergeschikt gemaakt kunnen worden aan meer omvattende belangen. De tegen de achtergrond van déze overtuiging (die in ons land in brede kring wordt gedeeld) in 1953 in de Grondwet opgenomen bepaling inzake bevordering van de ontwikkeling der internationale rechtsorde doet dan ook in de eerste plaats uitkomen, dat in het Nederlandse constitutionele bestel de nationale soevereiniteit niet als een absolute norm wordt beschouwd. Tegelijkertijd omvat het streven naar een op universeel geldende rechtsnormen gebaseerd internationaal bestel ook naar onze mening het bevorderen van universele verwezenlijking van de rechten van de mens, en wel in de breedste zin van het woord, dat wil zeggen zowel de burgerrechten en politieke rechten als de economische, sociale en culturele rechten. Uit dien hoofde kan ook de bevordering van het welzijn der wereldbevolking hieronder worden begrepen. Wij menen derhalve dat door handhaving van de hier bedoelde bepaling tevens tot uitdrukking wordt gebracht dat mondiale solidariteit, als vermeld door de leden van de PvdA-fractie, een blijvend doel van het regeringsbeleid is.” Dit geeft een goede indicatie van hetgeen met artikel 90 Gw werd beoogd. In de huidige tijd vind je zelden meer mensen met zo een toekomstgerichte, internationale blik die geloven in gedeelde menselijke waarden en de kracht van wereldwijde samenwerking. Maar artikel 90 staat gelukkig nog steeds in onze Grondwet, en ook de huidige regering moet dus blijven investeren in de ontwikkeling van de internationale rechtsorde. Dat zien we ook wel terug in meer recente beleidsdocumenten. Daaruit blijkt dat volgens de huidige regering een goed ontwikkelde internationale rechtsorde goed functionerende internationale instellingen vereist – zoals het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof, en internationale organisaties met een breed draagvlak – zoals de Verenigde Naties. Ook vereist het “naleving en waar nodig aanvulling van de internationale wet- en regelgeving en voortdurende inzet tegen straffeloosheid voor de meest grove mensenrechtenschendingen en het voorkomen van deze schendingen”. Hier moet de Nederlandse regering zich dus voortdurend voor inzetten. Artikel 90 Grondwet en het Israëlisch-Palestijnse conflict De laatste tijd wordt artikel 90 Gw veelvuldig aangehaald in het debat over de verantwoordelijkheid van Nederland om het internationaal recht te respecteren en te bevorderen in de context van de gebeurtenissen in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever. Zo riepen oud-ministers Jan Pronk, Jozias van Aartsen, Bernard Bot en Laurens-Jan Brinkhorst het kabinet in een brandbrief van 26 maart 2025 op om alles op alles te zetten om de oorlog in Gaza – die zij, mijns inziens terecht, als genocide bestempelden – te stoppen (meer informatie over het gebruik van de term ‘genocide’). Volgens hen was het passieve optreden van het kabinet-Schoof niet alleen moreel laakbaar, maar ook in strijd met artikel 90 Gw, het Genocideverdrag en uitspraken van het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof. De verwijzingen naar artikel 90 Gw blijven echter niet beperkt tot opiniestukken en open brieven in de landelijke dagbladen. In het vervolg van deze bijdrage richt ik mij op verwijzingen naar dit grondwetsartikel in een aantal formele en institutionele contexten: Kamermoties, een invloedrijk briefadvies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV), de publieke uitingen van groep “Ambtenaren en de Grondwet”, en de nog lopende rechtszaak over de uit- en doorvoer van onderdelen van het F-35-gevechtsvliegtuig vanuit Nederland naar Israël. Kamermoties over 90 Grondwet Twee Kamermoties verwezen naar artikel 90 Gw. De eerste werd op 18 januari 2024 ingediend door Kati Piri (GroenLinks-PvdA), Jan Paternotte (D66), Sarah Dobbe (SP), Laurens Dassen (Volt), Stephan van Baarle (DENK) en Christine Teunissen (PvdD). Die motie luidde als volgt: “constaterende dat de Nederlandse regering het bevorderen van de internationale rechtsorde in de Grondwet heeft staan; verzoekt het kabinet om, wanneer het Internationaal Gerechtshof voorlopige voorzieningen treft in de rechtszaak Zuid-Afrika versus Israël, deze bindende juridische uitspraak te respecteren en de naleving door direct betrokken partijen actief te bevorderen” Deze motie kreeg 47 van de 150 stemmen, en werd dus verworpen. Alleen de links-progressieve partijen - GroenLinks-PvdA, D66, SP, DENK, PvdD en Volt – stemden voor. De eerste zin van de motie verwees duidelijk naar artikel 90 Gw, terwijl de tweede zin vooruitliep op de voorlopige voorziening die het Internationaal Gerechtshof op 26 januari 2024 oplegde. De Nederlandse regering reageerde pas op 12 februari 2024 op deze voorziening, na aandringen vanuit de Kamer, met een voorzichtig geformuleerde verklaring waarin stond dat “Nederland de uitspraak respecteert en de partijen oproept de uitspraak na te leven.” Hoe die oproep precies werd vormgegeven, bleef echter onduidelijk. Op 19 juli 2024 volgde een advies van het Internationaal Gerechtshof over de juridische gevolgen van het Israëlische beleid in de bezette Palestijnse gebieden. Het duurde dit keer aanzienlijk langer voordat de regering reageerde. Pas op 10 september 2024 stuurde minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp (NSC) een brief aan de Kamer, waarin hij aangaf dat het advies bevestigde dat bepaalde bestaande Nederlandse maatregelen gerechtvaardigd waren. Het kabinet zou, zo stelde hij, “in de komende periode nader [analyseren] of aanleiding bestaat het huidige beleidskader aan te passen op basis van het advies van het Hof.” Daarna bleef het stil. Van een krachtige beleidsreactie was opnieuw geen sprake. Pas op 9 december 2024 kwam het kabinet met een echte, inhoudelijke reactie (daarover straks meer). Om die reden diende Van Baarle op 10 oktober 2024 een tweede motie in: “constaterende dat gezaghebbende adviezen van het Internationaal Gerechtshof het geldend internationaal recht uiteenzetten ten aanzien van de situatie op de Westelijke Jordaanoever; verzoekt de regering om in lijn met artikel 90 van de Grondwet het geldend internationaal recht te bevorderen en onverkort na te leven door, naast het voortzetten van de huidige inspanningen, internationaal draagvlak te zoeken voor aanvullende inspanningen om schendingen van het internationaal recht op de Westelijke Jordaanoever te beëindigen” Deze motie werd wél aangenomen, met 103 van de 150 stemmen. Alleen de rechtse en christelijke partijen – PVV, ChristenUnie, FvD, SGP en JA21 – stemden tegen. Toch leidde ook deze aangenomen motie niet tot een wezenlijke herziening van het Nederlandse beleid. In beide moties werd de Nederlandse regering opgeroepen om zich in te spannen om respect voor en naleving van uitspraken van het Internationaal Gerechtshof te bevorderen, een verplichting die gebaseerd is op artikel 90 Gw. Adviesraad Internationale Vraagstukken over artikel 90 Grondwet Op 23 oktober 2024 bracht de AIV een briefadvies uit aan minister Veldkamp, getiteld Naar een nieuwe koers voor Nederland in het Israëlisch-Palestijnse conflict. In dat advies werd verwezen naar de constitutionele verplichting om respect voor de internationale rechtsorde te bevorderen: “Nederland heeft in de loop van de geschiedenis een reputatie opgebouwd waar het gaat om internationaal-juridische vraagstukken. Als gastland van het Internationaal Gerechtshof en van het Internationaal Strafhof wordt ook van Nederland een actieve rol verwacht bij het bevorderen en naleven van het internationaal recht. Deze rol is ook vastgelegd in onze Grondwet, met als achterliggende rationale dat het hier ook om een direct Nederlands belang gaat” (p. 15). In die laatste zin klinkt een duidelijke verwijzing door naar artikel 90 Gw. De AIV benadrukte in dezelfde brief bovendien het belang van consistentie bij het bevorderen van de internationale rechtsorde: “De AIV benadrukt het risico van het hanteren van een dubbele moraal en ‘dubbele standaarden’ bij het bevorderen van respect voor mensenrechten en de naleving van internationaal recht in het algemeen. Het inconsistent inroepen en toepassen van regels van internationaal recht draagt sterk bij aan de ondermijning en politisering van dat recht en doet afbreuk aan het overkoepelende idee dat het internationaal recht voor alle staten gelijkelijk geldt en wordt toegepast. Het afgelopen jaar is inconsistentie in het inroepen en het toepassen van het internationaal recht door Europa en Europese staten herhaaldelijk internationaal-politiek aan de orde gesteld, inclusief door de Secretaris-Generaal van de VN, António Guterres. De inspanningen die Nederland en Europa bijvoorbeeld leveren om accountability-mechanismen te creëren in de oorlog in Oekraïne, blijven achterwege bij het Israëlisch-Palestijnse conflict. De onevenwichtige handhaving voedt anti-Europeanisme en anti-Amerikanisme in veel landen van het mondiale Zuiden” (p. 19). Wat betekent dit nu concreet voor de rol van Nederland in het Israëlisch-Palestijnse conflict? De AIV kwam met een heldere aanbeveling aan de regering: “Pleit zowel in binnen- als buitenland voor het naleven van de internationaalrechtelijke verplichtingen die voortvloeien uit onder andere de recente Advisory Opinion van het Internationaal Gerechtshof (19 juli 2024) en onderken dat het naleven en beschermen van het internationaal recht ook van geopolitiek belang is. […] Onderschrijf dat Nederland wat betreft het naleven van het internationaal recht een speciale positie heeft, gezien de rol als gastland van het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof en gezien de bepaling als vastgelegd in de Nederlandse Grondwet dat de regering de internationale rechtsorde dient te bevorderen” (p. 27). Op 9 december 2024 stuurde minister Veldkamp de kabinetsreactie op het briefadvies van de AIV naar de Tweede Kamer. Daarin stelde hij onder meer: “Op grond van artikel 90 van de Grondwet bevordert het kabinet de ontwikkeling van de internationale rechtsorde. Alle staten moeten zich houden aan het internationaal recht, en Nederland roept hiertoe dan ook consequent op, waaronder in multilaterale fora zoals de VN.” In dezelfde brief ging het kabinet ook nader in op de juridische gevolgen voor Nederland van het advies van het Internationaal Gerechtshof van 19 juli 2024. Daarover concludeerde de minister dat “het kabinet het huidige nationale beleid nadrukkelijk zal blijven uitvoeren naar aanleiding van het IGH-advies” en dat het “in Europees verband de gesprekken zal voortzetten over juridische implicaties en eventuele aanvullende maatregelen op Europees niveau.” Op basis van artikel 90 Gw is de Nederlandse regering verplicht andere staten aan te sporen hun verantwoordelijkheid binnen de internationale rechtsorde na te komen. Wat de Nederlandse regering tot nu toe heeft gedaan, is volstrekt onvoldoende. Het is hoog tijd dat zij eindelijk haar grondwettelijke plicht serieus neemt en daadkrachtig optreedt om de internationale rechtsorde écht te waarborgen. Luísa Netto en ik hebben dit nader uiteengezet in een blogpost op Verfassungsblog (Engelstalig) en in een bijdrage op Nederland Rechtsstaat (Nederlandstalig). Ambtenaren over 90 Grondwet Een groep ambtenaren heeft zich verenigd onder de naam “Ambtenaren en de Grondwet” en gebruikt artikel 90 Gw als fundament voor hun activisme. Dat blijkt onder meer uit hun LinkedIn-pagina, waar het volgende te lezen is: “Wij zijn een groep Nederlandse ambtenaren die zich grote zorgen maken over het aanhoudende Israëlische offensief in Gaza – dat door het Internationaal Gerechtshof als plausibele genocide is bestempeld – en het Nederlandse beleid hierover. […] Als ambtenaren begrijpen wij het belang van het internationaal recht. Wij hebben een eed afgelegd aan de Grondwet, inclusief artikel 90 Gw, waarin staat dat de regering de internationale rechtsorde bevordert. Het is aan de politiek om het beleid te bepalen. Maar de politiek moet zich daarbij wel houden aan onze Grondwet en internationale verdragsverplichtingen. Het is aan overheidsfunctionarissen om politici erop te wijzen wanneer beleid (mogelijk) in strijd is met het internationaal recht. En die taak – die plicht – nemen wij zeer serieus. Wij verwachten van onze regering dat zij zich onvermoeibaar inzet voor een consistente naleving van het internationaal recht.” Deze groep organiseert nu al gedurende meer dan 16 maanden wekelijks sit-ins bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, telkens op donderdag om 12.00 uur. Zelf sprak ik op 25 juli 2024 bij een van deze sit-ins, en leverde ik een bijdrage aan het Herdenkingsprotest op 10 oktober 2024. De acties gaan nog steeds wekelijks door – omdat het, helaas, nog steeds nodig is om de regering eraan te herinneren dat zij een grondwettelijke plicht heeft: het consistent en proactief bevorderen van respect voor de internationale rechtsorde. Dat wil zeggen: een internationale orde gebaseerd op universeel geldende rechtsnormen en gedragen door mondiale instellingen als het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof. Rechter over 90 Grondwet De belangrijkste rechtszaak in dit verband is die van Oxfam Novib, Vredesbeweging PAX Nederland en The Rights Forum tegen de Staat. De kernvraag in deze procedure is of de Nederlandse rechter de Staat kan verplichten in te grijpen in de vergunningverlening voor de uit- en doorvoer van onderdelen van het F-35-gevechtsvliegtuig vanuit Nederland naar Israël, gelet op het duidelijke risico dat deze onderdelen bijdragen aan ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht. Over deze zaak schreef ik eerder een tweedelige blogpost op Opinio Juris. Op 12 februari 2024 oordeelde het Gerechtshof Den Haag al dat de levering van F-35-onderdelen vanuit Nederland aan Israël moest worden gestaakt. Samen met Johanna Trittenbach en Jessica Dorsey schreef ik over dit arrest een annotatie. De Staat stelde cassatie in, en de zaak ligt momenteel voor bij de Hoge Raad. Op 6 september 2024 vonden de mondelinge pleidooien plaats. Samen met Niké Wentholt en Alma Mustafić schreef ik een kort verslag daarvan. Op 29 november 2024 bracht advocaat-generaal Paul Vlas zijn conclusie uit. In zijn analyse verwijst Vlas naar de eerder besproken uitspraak van de Hoge Raad van 6 februari 2004 in de zaak van de Vereniging van Juristen voor de Vrede tegen de Staat. Op basis van een argumentum e contrario concludeert hij dat het handelen van de Staat, zelfs op het gebied van buitenlandse politiek en defensie, wél door de rechter kan worden getoetst aan rechtsnormen, mits deze normen concreet aangeven op welke wijze de Staat invulling moet geven aan zijn bevoegdheid (para. 4.15). Artikel 90 Gw, waarnaar verwezen wordt, is daarvoor op zichzelf niet voldoende, maar kan wel een ondersteunende rol spelen. De uitspraak van de Hoge Raad wordt binnenkort verwacht. Het zou zeer te verwelkomen zijn als de hoogste rechter artikel 90 Gw expliciet in zijn overwegingen zou betrekken. Conclusie Artikel 90 Gw is geen loze formulering, maar heeft in de praktijk wezenlijke betekenis. Het verplicht de Nederlandse regering ertoe om het internationaal recht te bevorderen, en de instituties die dat recht dragen – zoals het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof – te ondersteunen, en dit actief en consistent te doen. Juist wanneer andere staten, waar Nederland enige invloed op kan uitoefenen, zich niet aan deze regels houden en daarmee de verdere ontwikkeling van de internationale rechtsorde ondermijnen, is deze grondwettelijke opdracht van cruciaal belang. Het is te verwachten – en helaas ook te vrezen – dat het belang en de relevantie van deze grondwettelijke bepaling in de toekomst alleen maar zullen toenemen. Daarmee zal ook de verplichting die eruit voortvloeit zwaarder op Nederland komen te rusten. Een recent voorbeeld is de aanval van Israël en de Verenigde Staten op Iran, die begon op 13 juni 2025. Naar aanleiding daarvan dienden Dobbe, Teunissen en Van Baarle op 19 juni 2025 de volgende motie in: “constaterende dat Israël op 13 juni een oorlog tegen Iran is begonnen; constaterende dat deze aanval in strijd is met artikel 2, lid 4 van het Handvest van de Verenigde Naties; overwegende dat het internationaal recht altijd de leidraad voor het Nederlandse buitenlandbeleid moet zijn; spreekt uit dat het internationaal recht, waaronder het Handvest van de Verenigde Naties, het enige kompas voor het Nederlandse buitenlandbeleid dient te zijn; verzoekt de regering hiernaar te handelen en grondwetsartikel 90 op te volgen” De motie haalde het bij lange na niet. Slechts 38 Kamerleden stemden voor. Alleen GroenLinks-PvdA, SP, DENK, PvdD en Volt steunden het voorstel. Opvallend was dat zelfs D66 tegenstemde. Dat is ronduit zorgwekkend – en moeilijk te begrijpen. Vrijwel alle deskundigen zijn het er immers over eens dat de aanval van Israël en de VS op Iran onrechtmatig was. Toch koos NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte ervoor om de Amerikaanse president Donald Trump te feliciteren en te bedanken voor dit “daadkrachtige optreden in Iran”, dat hij omschreef als “werkelijk buitengewoon en iets wat niemand anders durfde te doen.” Toen Rutte vervolgens werd gevraagd of hij de aanval in strijd achtte met het internationaal recht, antwoordde hij ontkennend. Er is dus nog veel werk aan de winkel. De plicht uit artikel 90 Gw is helder – het is nu aan de politiek om die serieus te nemen. Dit artikel verscheen eerder in de Hofvijver van 30 juni 2025, een maandelijkse uitgave van het Montesquieu Instituut. Otto Spijkers is universitair docent internationaal en Europees recht aan het Leiden University College (LUC), Faculteit Governance and Global Affairs van de Universiteit Leiden. Voordat hij bij het LUC kwam, was Otto hoogleraar internationaal recht aan het China Institute of Boundary and Ocean Studies van Wuhan University en het Research Institute of Environmental Law van deze universiteit. Voordat hij naar Wuhan ging, werkte hij bij het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law en het Netherlands Institute for the Law of the Sea van de Universiteit Utrecht. Hij schreef zijn proefschrift, getiteld The United Nations, the Evolution of Global Values and International Law, aan het Grotius Centre for International Legal Studies van de Universiteit Leiden.

Foto: JF Martin on Unsplash

Trump dreigt Cuba met regime change

Trump haalt weer de duimschroeven aan voor Cuba. Maatregelen van de regering Biden om de druk op het communistische land te verlichten worden teruggedraaid. Met grote gevolgen voor de toeristenindustrie op het eiland, een van de belangrijkste inkomstenbronnen voor de Cubanen. Eerder al had Trump de beschermde status voor Cubaanse vluchtelingen ingetrokken.

Onder Biden kregen meer dan een half miljoen mensen uit Cuba, Haiti, Nicaragua en Venezuela onder voorwaarden een tijdelijke verblijfsvergunning. De regering-Biden betoogde dat deze regeling zou helpen bij het beteugelen van illegale grensoverschrijdingen aan de zuidelijke grens van de VS en zou zorgen voor een betere controle van degenen die het land binnenkomen. Ook de regeling voor een tijdelijke beschermde status (TPS) wordt beëindigd. TPS werd toegekend aan onderdanen van aangewezen landen die te maken hadden met onveilige omstandigheden, zoals gewapende conflicten of milieurampen. Trumps ‘strengste asielbeleid ooit’ stuurt hen nu weer terug naar armoede, geweld en onderdrukking in de ‘achtertuin van de VS’. 

Trump verklaart zijn nieuwe stappen om Cuba economisch op de knieën te dwingen openlijk als een poging tot regime change.  Hij zet zich in “voor het bevorderen van een vrij en democratisch Cuba, door het langdurige lijden van het Cubaanse volk onder een communistisch regime aan te pakken”. Het ’terroristische regime’ moet ook verdwijnen omdat Cuba “vluchtelingen voor de Amerikaanse justitie” huisvest. Cuba heeft politiek asiel verleend aan de zwarte bevrijdingsactiviste Assata Shakur, die ontsnapte uit het Amerikaanse gevangenissysteem nadat ze een “wrede en ongebruikelijke straf” had ondergaan, zoals de VN-Mensenrechtencommissie het noemde. 

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Quote du Jour | Catastrofale honger

QUOTE - ‘Catastrofale honger’ betekent dat mensen in de laatste fase voor de hongerdood verkeren. Het lichaam richt zich daarbij op het rekken van het leven, dus op de belangrijkste lichaamsfunctie: zuurstofrijk bloed naar de hersenen pompen. Het vet is al weg, daarom worden spieren en zelfs bot verteerd om de benodigde energie te leveren.

Van De Correspondent. Voor die mensen hé-le-maal achter in de zaal die nog niet doorhadden wat er in Gaza aan het gebeuren is en wat Israël aan het doen is, en die nog dingen mompelen over ‘zelfverdediging’. Of enige illusies hebben over de ‘voedselhulp’ die Israël momenteel zelf organiseert nadat ze de internationale voedselhulp plat hebben gelegd.

Foto: ChatGPT Image stempotlood stembiljet

Bescherm onze democratie

COLUMN - door Marcel Canoy

De vijf zekerheden of ‘reddende engelen’ van onze democratie staan onder druk. Tijd voor actie, meent hoogleraar Marcel Canoy, met als ultieme en eenvoudige remedie: een ander vakje rood kleuren in het stemhokje.

Het kan niet vaak genoeg gezegd worden: onze democratie is in gevaar. En we staan er bij te kijken alsof het iets onafwendbaars is, of erger: iets dat we maar moeten accepteren. ‘Meer dan twee miljoen mensen stemden op de PVV’, is een veelgehoord argument. Het kabinet mag dan eindelijk gevallen zijn, het gevaar is niet geweken.

Sociaal contract

Verschillende filosofen hebben democratie geduid. Democratie is een sociaal contract waarbij burgers een deel van hun soevereiniteit vrijwillig opgeven aan de gekozen macht om het algemeen belang te dienen. Pijlers van democratie zijn het respecteren van mensenrechten, het beschermen van minderheden, vrijheid van meningsuiting en het bestaan van tegenmachten voor de heersende klasse.

De waarde van democratie is het gemakkelijkst te begrijpen vanuit het negatieve

De waarde van democratie is het gemakkelijkst te begrijpen vanuit het negatieve. Niet voor niets zei Churchill in 1947 dat democratie het slechtste systeem was om een land te runnen, alleen zijn de alternatieven nog slechter. In dictatoriale systemen worden alle pijlers van democratie onderuit geschoffeld. Het gevolg is minder vrijheid, repressie van minderheden, geen onafhankelijke rechtspraak en het onderdrukken van tegengeluiden. En niet te vergeten: een zwakkere economie.

Foto: Nick Brooks (cc)

Marokkaanse kolonisten in de Sahara

De Franse minister Aurore Bergé bevestigde op bezoek aan Rabat afgelopen maandag het standpunt van haar regering inzake de Westelijke Sahara: ‘Het heden en de toekomst van de Sahara vallen volledig binnen het kader van de Marokkaanse soevereiniteit.‘ Vorig jaar maakte Frankrijk de draai waar in Marokko al langer om werd gevraagd. President Macron gaf zijn steun aan een plan voor regionale autonomie onder Marokkaans bestuur. Tot woede van buurland Algerije, dat de Saharaanse opstandelingen steunt.

Ook het Verenigd Koninkrijk steunt Marokko inzake de zeggenschap over de voormalige Spaanse kolonie in de Sahara. Het VK volgt hiermee andere westerse landen, naast Frankrijk ook Spanje, Duitsland en Nederland. De Britse minister van Buitenlandse Zaken David Lammy ondertekende begin deze maand een overeenkomst om samen met Marokko de nodige infrastructuur te ontwikkelen voor het WK voetbal, dat over vijf jaar samen met Spanje en Portugal door Marokko wordt georganiseerd. Volgens Lammy zou de deal ervoor zorgen dat “Britse bedrijven een grote rol kunnen spelen op het grootste voetbalpodium”. In 2020 hadden de Verenigde Staten zich bij monde van president Trump al akkoord verklaard met de volledige overname van de Westelijke Sahara door Marokko in ruil voor de erkenning van Israël. De Afrikaanse Unie heeft zich altijd achter de onafhankelijkheidsbeweging Polisario en de Saharaanse Arabische Democratische Republiek (SADR) gesteld. Maar Marokko wint nu ook in Afrika medestanders. Ghana heeft onlangs met de SADR gebroken en steunt het Marokkaanse plan voor regionale autonomie. Ook Kenia maakte een verrassende beleidswijziging door een ambassade te openen in Rabat en zijn eerdere steun aan de Saharaanse Republiek in te trekken ten gunste van het Marokkaanse plan. In ruil daarvoor zou Kenia nieuwe investeringen in landbouw en hernieuwbare energie uit Rabat hebben veiliggesteld. In het door Marokko bezette deel van de westelijke Sahara schaarden stamoudsten zich achter de claims van de koninkrijk Marokko. Alleen in Oeganda riep de ‘Beweging voor Solidariteit met het Sahrawi-volk’ de internationale gemeenschap op om het recht op zelfbeschikking en onafhankelijkheid van het Sahrawi-volk te verdedigen.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Kloppende cijfers, lege stembus

ANALYSE - van John Bijl & Michiel van der Eng

Zwembaden dicht, buurthuizen gesloten, sportvelden verzakt. Gemeenten raken stap voor stap het vermogen kwijt om te doen wat burgers van ze verwachten. Toch lijkt niemand zich echt zorgen te maken. De strijd over het gemeentefonds wordt weggezet als gezeur over geld. Maar wie goed kijkt, ziet dat hier niet alleen het lokale voorzieningenniveau, maar ook de democratie zélf op het spel staat.

Al meer dan twintig jaar krijgen gemeenten er taken bij, maar moeten ze het doen met minder geld. Bezuinigingen, doeluitkeringen en decentralisaties stapelen zich op. Toch leidde dit niet tot echte verontwaardiging.

Pas recent werden gemeenten assertiever: de toenmalig voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Jan van Zanen, sloeg bij de minister naar eigen zeggen ‘met de vuist op tafel’. Wethouders financiën demonstreerden op het Malieveld en onlangs dreigde de VNG zelfs met een rechtszaak tegen het Rijk. Het resultaat? Bij de recente Voorjaarsnota krijgen gemeenten er weer vooral eenmalig geld bij; precies genoeg om de rechtszaak af te wenden. Het ravijnjaar is niet gedicht, maar verschoven. En de structurele zorgen blijven.

Wat ooit een zelfstandige bestuurslaag was, is steeds meer een uitvoeringsorgaan van het Rijk geworden. De autonomie die gemeenten formeel hebben, wordt uitgehold door financiële afhankelijkheid en politieke bemoeienis. Het gemeentefonds, ooit bedoeld om gelijkheid en ruimte te garanderen, is verworden tot een sturingsinstrument. Daarmee raakt niet alleen de slagkracht van gemeenten, maar ook hun legitimiteit – en dus die van het héle binnenlands bestuur.

Foto: CALChux (cc)

Het belang van sterke leiders

OPINIE - Wat nu weer? Ben ik extreemrechts geworden? Nou, nee. Maar toch betrap ik me af en toe wel eens op de gedachte dat we een gebrek hebben aan goede leiders. Ik bedoel dan niet dat ze autoritair moeten zijn. Of dat ze stoere taal uit moeten slaan die, als het even kan, vooral gericht is tegen de meest weerlozen in de samenleving. Of daadkracht proberen uit te stralen door sommigen hun basisrechten te ontzeggen. Zo sterk vind ik dat allemaal niet. Ik zou het eerder laf noemen. Al valt niet te ontkennen de provocatieve en demagogische retoriek van dit type leiders zich ook tegen hen kan keren, in de vorm van bedreigingen en geweld.

Dit type leider kan een democratie missen als kiespijn. Maar dat betekent niet dat een democratie helemaal zonder leiders kan. En dat is wel de toestand waarin we zijn beland. Met leiders die niet meer durven te leiden, maar die in plaats daarvan liever volgen. Ze volgen de opiniepeilingen, hun campagnemanagers, de grootste bekken op sociale media en de gevestigde belangen. En natuurlijk dienen ze het allerhoogste: de economie.

Het ligt niet alleen aan politici

Je kan dat niet alleen wijten aan de politici. Want uiteindelijk zijn wij degenen die steeds weer op zulke politici stemmen. We lijken niet meer goed te beseffen dat democratie ooit is bedacht als een systeem waarin het volk zijn leiders kiest. Het overheersende idee lijkt tegenwoordig eerder dat we bij verkiezingen een verlanglijstje in mogen dienen, en dat de politiek vervolgens alles maar moet leveren. Maar veel politici roepen dat ook wel over zichzelf af. Hun gedrag lijkt op dat van een bepaald type sjacheraar: zo iemand die belooft alles te kunnen leveren wat je maar bij hem bestelt. En als dat niet lukt, of als de kwaliteit ondermaats is, heeft hij altijd wel een smoesje. Altijd hetzelfde smoesje eigenlijk: als er iets niet goed is gegaan, is dat de schuld van iemand anders.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: pieter musterd (cc)

Een centrumkabinet op hoofdlijnen: doe wat nodig is!

OPINIE - Wilders heeft het meest radicale kabinet uit de parlementaire geschiedenis laten vallen. Je kunt niet anders stellen dan dat dit een zegen voor ons land is. Hopelijk zijn we na de aanstaande Kamerverkiezingen definitief af van de (xenofobe) symboolpolitiek, het eindeloze geruzie, de profileringsdrang en het kortzichtige beleid dat enkel op electoraal gewin gericht is. Voor zo’n centrumkabinet staat niet iedereen te springen. Vooral VVD’ers – onder aanvoering van Dilan Yesilgöz – lijken het nauwelijks te kunnen verkroppen dat GL-PvdA een potentiële regeringspartner wordt. Ik vind dat hoogst opmerkelijk, schrijft  Bram van Gendt.

GL-PvdA deelt grotendeels de probleemanalyse van de VVD als het gaat om maatschappelijke kwesties, in tegenstelling tot haar voormalige coalitiepartners. Wat resteert is vervolgens de ‘hoe’-vraag: hoe wordt deze problematiek opgelost? De beantwoording daarvan is grotendeels ideologisch bepaald en dat is prima; dat hoort bij een gezonde parlementaire democratie. Hoe anders was dat bij partijen zoals PVV en BBB. Zij ontkennen (deels) bepaalde evidente maatschappelijke problemen en stellen beleidsmaatregelen voor die buiten de rechtsstatelijke kaders vallen. Ik begrijp werkelijk niet wat er mis is – kijkend vanuit het VVD-perspectief – met het vormen van een regulier centrumkabinet mét dat verfoeide GL-PvdA. Immers, tijdens de kabinetten-Paars en Rutte II was dergelijke regeringsvorming de normaalste zaak van de wereld. Het is simpelweg geheel in de traditie van de parlementaire democratie dat centrumlinks en centrumrechts tot vruchtbare politiek-bestuurlijke samenwerking komen.

Foto: Schermafbeelding Arnews Terugkijken debat over val kabinet Schoof

De bom van Wilders – overbodig tienpuntenplan

Terwijl de slachtoffers van de aanslag op kabinet Schoof hun weg tussen de brokstukken proberen te vinden, blikken we nog even terug op de bom die Wilders in de parlementaire democratie dropte: het tienpuntenplan.

Een van onze lezers stelde voor:

Inhoudelijk de tien punten van hem gaan fileren zoals Klaas Dijkhoff vanavond [1] deed met punt 10 in Goedenavond NL. Keer op keer doen zodat het blijft hangen bij de kiezers.

Het was een van de reacties op ons artikel waarin we duidelijk maakten dat Wilders’ eerste twee punten over grenscontroles totaal overbodig zijn, omdat die al in het Hoofdlijnenakkoord en het Regeerprogramma staan én al tot praktische uitvoering hebben geleid.

Voorafgaand aan de woeste ruk waarmee Wilders de stekker eruit trok, liet hij nog nadrukkelijk weten:

(…) Als het merendeel van onze voorstellen uit het tienpunten plan asiel niet worden overgenomen door de coalitie (en dus toegevoegd aan het Hoofdlijnenakkoord) (…) dan stapt de PVV uit deze coalitie

Onder de eerste twee punten had hij de handtekeningen dus al lang binnen. Bedoelde hij dan de overige acht punten? Maar als die ook al in het Hoofdlijnenakkoord en Regeerprogramma staan, wat was dan toch de zin daar nog een keer handtekeningen van je coalitiepartners onder te vragen?

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Roel Wijnants (cc)

Israël is klaar om Iran aan te vallen

Volgens berichten van de New York Times staat Israël op het punt om een oorlog te beginnen tegen Iran. Bezorgdheid over een aanval en de kans op vergeldingsmaatregelen leidden ertoe dat de Verenigde Staten diplomaten uit Irak terugtrokken en het vrijwillige vertrek van familieleden van Amerikaanse militairen uit het Midden-Oosten goedkeurden. Deze stap zou volgens de krant de situatie in het Midden-Oosten verder kunnen verhitten en de pogingen van de regering-Trump om een ​​deal te sluiten over het Iraanse kernenergieprogramma, kunnen dwarsbomen of vertragen. “We kijken toe en maken ons zorgen”, vertelde een hoge diplomaat in de regio. “We denken dat het ernstiger is dan ooit tevoren.”

Trump heeft het bereiken van een deal afgelopen week moeilijker gemaakt door de afkondiging van nieuwe sancties tegen bedrijven en personen in Iran. Esmail Baghaei, woordvoerder van het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken, beschreef de sancties als een flagrante schending van het internationaal recht en een nieuwe poging om Iraniërs hun fundamentele rechten te ontzeggen en hun problemen te vergroten. Een van de getroffen organisaties is de National Iranian Tanker Company. NITC is gesanctioneerd vanwege zijn betrokkenheid bij de export van Iraanse olie, die door de VS als doelwit wordt gezien in het kader van hun ‘maximale druk’-campagne. De VS beweert dat de opbrengsten van de oliehandel worden gebruikt voor de ontwikkeling van kernwapens door Iran. 

Vorige Volgende