Simplisme leidt niet tot beter onderwijs

Een gastbijdrage van Hartger Wassink, universitair docent bij het Ruud de Moor Centrum van de Open Universiteit. Deze bijdrage is een aangepaste versie van een bijdrage in het NRC van zaterdag 23 april. Op zijn eigen site schrijft hij over onderwijs en management. De avond dat de NRC kopte dat het voortgezet onderwijs in de gevarenzone zat, zat ik met een groep schoolleiders in een restaurant. De kop van het artikel en ook de aantijgingen die verderop in het stuk gedaan werden, vielen niet goed. De onvrede over het artikel ging verder dan alleen de onaangename ervaring om publiekelijk aan de schandpaal genageld te worden wegens vermeende slechte prestaties. Het is vooral het aanhoudende simplisme in de discussie over het onderwijs dat de schoolleiders stoorde, en de vaststelling dat de inspectie hier kennelijk aan mee meent te moeten doen. In het artikel wordt Annette Roeters, hoofdinspecteur van het onderwijs, geïnterviewd naar aanleiding van de meest recente rapportage over de resultaten van het voortgezet onderwijs. Zij doet voorkomen alsof de problemen in het voortgezet onderwijs groot zijn, maar dat de oplossing niet zo ver weg is, als de scholen maar iets beter op hun resultaten zouden letten. Daarmee verengt ze het debat over ‘goed onderwijs’ tot de smalst denkbare opvatting van kwaliteit van het onderwijs: de hoogte van de scores van Nederlandse leerlingen op taal en rekenen.

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

“1 miljoen doden door kernramp Tsjernobyl”

Vandaag is het vijfentwintig jaar geleden dat de kernreactor in Tsjernobyl explodeerde. In de week na de explosie moest ik als brugpieper van mijn moeder in een regenpak naar school fietsen, ook al regende het nauwelijks. Misschien zou het helpen tegen de straling die vanachter het IJzeren Gordijn op ons neerdaalde? Los van het feit of een regenpak afdoende beschermd tegen radioactief iodium en cesium was bij nader inzien voorzichtigheid geen overdreven reactie.

Vijfentwintig jaar na de kernramp is er nog steeds geen overeenstemming over het aantal slachtoffers van de kernramp maakte. Maar het RIVM concludeerde onlangs dat er ook in Nederland doden zijn gevallen door de straling van Tsjernobyl. Dit sluit aan bij aanzwellende geluiden dat het effect van lage hoeveelheden straling wel degelijk ernstig kunnen zijn. Dit jaar verscheen er een rapport op basis van uitgebreid wetenschappelijk onderzoek waarin geconcludeerd wordt dat tussen 1986 en 2004 in totaal 985.000 doden zijn gevallen als gevolg van de kernramp Tsjernobyl. Het is het eerste onderzoek naar de kernramp dat lokale gezondheidsdata uit Oekraïne, Wit-Rusland en de regio systematisch analyseert. De onderzoekers ontdekten dat niet alleen kanker, maar ook hart- en hersenproblemen als gevolg van de kernramp veelvuldig voorkwamen. Chernobyl: Consequences of the Catastrophe for People and the Environment (.pdf) gepubliceerd door de New York Academy of Sciences, wordt echter genegeerd door de Wereldgezondheidsorganisatie. Waarschijnlijk omdat dit VN-orgaan een agreement (WHA 12-40) heeft met een andere VN instantie: het Internationaal Atoomagentschap. Deze instantie houdt vast aan 4.000 doden wereldwijd. Maar het rapport dat spreekt van bijna 1 miljoen doden blijft staan en is daarmee nog niet weerlegt.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Verslag conferentie kabinetsformatie

Deze bijdrage hebben we overgenomen van Publiekrecht en Politiek.

Afgelopen woensdag belegde de Staten-Generaal een miniconferentie over kabinetsformaties in de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer. Er was nogal wat staatsrechtelijk kaliber uitgerukt, waardoor het aardig werd om de interactie met de actieve politici te bestuderen. Het ging meteen al mis toen Mariette Hamer de termijn waarin de Kiesraad de verkiezingsuitslag officieel vaststelt en de oude kamer de geloofsbrieven van de nieuwe kamer onderzoekt, ‘de acht dagen’, aanwees als een grote veroorzaker van de problemen. ‘Als formalisme opgetuigde politieke onwil,’ haalde prof. Van den Berg meteen uit. Hamer trok zich verschrikt terug achter haar ‘worsteling’ met het probleem. Verbeet ondernam nog een reddingspoging door te vertellen over de onmogelijkheid om daags na de verkiezing fatsoenlijk met een kamerfractie te spreken, maar daarmee werd volgens mij juist een heel ander nut van de acht dagen bewezen. Van een geheel andere orde was Senator Arjan Vliegenthart. Hij combineerde scherpe politieke stellingname met inhoudelijke kennis, en schudde waar nodig ook nog even Kuypers ontbinding van de Eerste Kamer uit de mouw. Eigenlijk had hij naast Kox in de Staatsrecht Senator Stemwijzer voor de SP moeten zitten.

Tijdens de conferentie stonden twee verhoudingen centraal: Tweede Kamer vs. koning en Eerste Kamer vs. de rest. In beide gevallen lagen de belangrijkste elementen van het probleem vrij snel op tafel.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Minder

Het kabinet Rutte is er nu ruim een half jaar. Een minderheidskabinet met gedoogsteun. En eigenlijk is het feit dat het juist nu een minderheidskabinet sprekend voor de trend waar we met de regeringen de laatste jaren al in zitten. Van alles wat minder.
Dit kabinet, maar eigenlijk alle kabinetten vanaf Lubbers, hebben als centraal thema Minder. Minder overheid, minder regels, minder Europa, minder immigratie, minder geld, minder onderwijs, minder sociale zekerheid, minder solidariteit, minder natuur, minder cultuur, minder pensioenen, minder dekking van ziektekosten, minder defensie, minder gedogen, minder rechten, minder privacy, etc….

Het is alsof we in de strijd met de zee (globalisering) alleen maar land teruggeven in plaats van dijken bouwen en polders droog leggen.

Het ontbreekt in dit land aan een visie op “meer”. Wat willen we nu meer doen om over 50 jaar nog een welvarend land te zijn met maximaal welzijn. En dan doel ik niet op de visie die neerkomt op “meer van hetzelfde” (NL transportland bv).
Meer aanzien in de wereld, meer Nobelprijzen, meer bedrijven die zich graag hier vestigen, meer buitenlandse bobo’s die op bezoek komen om te kijken hoe we het nou doen, meer mensen die op vakantie trots zeggen “ik kom uit Nederland”, meer plezier en voldoening in ons dagelijkse werk, meer creativiteit, meer vrijheid, meer betrokkenheid, meer uitdaging in het onderwijs, meer energieonafhankelijkheid, meer halen uit innovatie, etc….

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Meer spookrijders gezocht

Het is een aparte rechtszaak die vandaag in Rotterdam dient. Het Riagg staat tegenover de gemeente om alsnog 3,5 ton subsidie op te eisen. De zaak gaat echter niet over geld, maar over uw gezin.

Het Riagg Rotterdam weigert al jaren een meldcode te ondertekenen die de ggz-instelling verplicht om vermoedens van mishandeling te melden, ondermeer in de lokale Verwijsindex Risicojongeren. De gemeente Rotterdam is al jaren van het zero tolerance beleid en dat betekent blijkbaar ook dat wie niet meewerkt, dat maar moet voelen. Het Riagg wordt 3,5 ton subsidie onthouden totdat directeur Jos Lamé zijn handtekening zet.

De rechter zal zich hier vandaag over buigen. Juridisch is de zaak niet zo spannend en ook financieel zal het Riagg deze machtsstrijd wel overleven. De symbolische waarde is echter groot.

De hulpverleners van het Riagg begrijpen best dat een goede signalering en informatievoorziening belangrijk zijn in het helpen van kinderen en gezinnen in nood, maar er zijn grenzen. Directeur Lamé: ,,De Riagg verzet zich tegen de toenemende grensvervaging in het overheidsbeleid waarin de zorg ondergeschikt wordt gemaakt aan het veiligheidsbeleid. Zij vindt het belangrijk voor haar klanten dat het wettelijk recht op bescherming persoonsgegevens wordt nageleefd. Verder vindt zij het belangrijk dat er een strikte scheiding is tussen onafhankelijk professioneel handelen en de politieke of publieke opinie van het moment. Zelfs het minste vermoeden dat de inhoud van de diagnostiek op enige manier onder druk zou staan van chantage, door het al of niet toekennen van subsidie, moet voorkomen worden. Hulp aan personen of interventies in gezinnen moeten volstrekt los staan van sturing op grond van partij politieke of individuele politieke belangen.”

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De onzin van het CBS

Westerse allochtonen?

Als je statistiek bedrijft, ontkom je niet aan grove generalisaties en vreemde paraplubegrippen – dat begrijpt op een enkel PVV-kamerlid na een kind. Maar wat het CBS doet met allochtonen, gaat alle begrip te boven.

Allochtonen – mensen van wie tenminste één ouder in het buitenland is geboren, aldus het CBS (wij zwaaien even naar het voltallige Koninklijk Huis) – worden onderverdeeld in westerse en niet-westerse allochtonen. Wat meteen opvalt, is dat mensen uit het grootste moslimland ter wereld, Indonesië, westerse allochtonen zijn. Want, zegt het CBS, het gaat vooral om mensen die in het voormalig Nederlands-Indië zijn geboren.

Maar mensen die in onze voormalige kolonie Suriname zijn geboren, zijn niet-westerse allochtonen en mensen die van de Antillen komen en dus rijksgenoten zijn, zijn eveneens niet-westers. Vanwaar die voorkeur voor Indonesiërs? Dat heeft te maken met hun sociaal-economische en sociaal-culturele positie. Plat gezegd: een centenkwestie, net als voor Japanners. Chinezen daarentegen, een ondernemend volk dat niet snel bij de Sociale Dienst aanklopt en al minstens zestig jaar de natie voedt met emmers nasi goreng, zijn weer niet-westers. Sambal bij?

Wat levert dat nu op, die onderverdeling in westerse en niet-westerse allochtonen? Een Chinese restauranthouder en een Marokkaanse imam: één pot nat. Een Poolse vrachtwagenchauffeur en een Japans directielid: één pot nat. Een Molukse ex-treinkaper en een Franse hoogleraar: één pot nat. Ik ben geen statisticus maar het lijkt me lastig zinvolle gegevens te extraheren uit dit soort indelingen. Het wordt me ook niet heel erg duidelijk waar ze voor dienen.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Dat omgeving Tristan niet ingreep, verbaast niet

In de nasleep van het drama van Alphen wordt de vraag gesteld hoe het kan dat de radicalisering van Tristan van der V. niet eerder door zijn omgeving opgepakt werd. Daniël Wigboldus, hoogleraar Sociale Psychologie aan de Radboud Universiteit, is echter niet verbaasd.

’De Amerikaanse sociaalpsychologen John Darley en Bibb Latané hebben eind jaren zestig, begin jaren zeventig onderzoek gedaan naar de vraag wanneer mensen andere mensen helpen en wanneer niet. Ze hebben bijvoorbeeld een experiment gedaan waarbij iemand in een kamer een vragenlijst moest invullen en er rook onder de deur door kwam. Die persoon ging natuurlijk kijken wat er aan de hand was. Wanneer ze echter drie mensen in die kamer een lijst lieten invullen en die andere twee deden alsof er niks aan de hand was, dan bleef ook de persoon waar het om ging in de meeste gevallen zitten. Darley en Latané zochten verder uit hoe dat nou komt en hebben vastgesteld dat er vijf fasen zijn die een toeschouwer van een gebeurtenis doormaakt voordat hij of zij in actie komt.

Het gaat er ten eerste natuurlijk om of de persoon de gebeurtenis ziet. Stel: iemand krijgt op straat een hartaanval, dan kan het goed zijn dat veel voorbijgangers dat helemaal niet waarnemen. Maar stel dat je het ziet, dan komt de tweede vraag. Hoe interpreteer je wat je ziet? Krijgt de man die op straat ligt echt een hartaanval of is het een dronkenlap? Hier speelt de zogeheten ‘pluralistic ignorance’ een belangrijke rol. Wanneer je brand ziet en je hoort mensen schreeuwen, dan is het helder, daar is hulp nodig. Maar bij iemand als Tristan van der V. kan het goed zijn dat interpretatie veel lastiger was. Deed die jongen een beetje raar, er zijn zoveel jongens die vreemd doen en games spelen, of was hij echt gevaarlijk? Als mensen daar onzeker over zijn, gaan ze op anderen letten. Wat doen de anderen? Maar als iedereen onzeker is, doet niemand dus iets, omdat niemand een ander iets ziet doen. Dat is ‘pluralistic ignorance’.

Vorige Volgende