
De Filmkrant, de NPS, het NRC en Cultura organiseren gezamenlijk een verkiezing, door het Nederlandse publiek, voor de beste acteur aller tijden. De lezers van GeenCommentaar, kritisch ingesteld als ze zijn, zullen al lang hebben geconcludeerd dat dit soort verkiezing tamelijk onzinnig is. Het gaat hierbij nooit om kwaliteit, het is altijd een soort populariteitswedstrijd. In het geval van filmacteurs is het nog erger, omdat, op de een of andere manier, er altijd een bepaald type acteur boven komt drijven. Dit zijn niet de fotomodellen, de Johnny Depps en George Clooneys van deze wereld, en ook niet de kameleon-achtige acteurs die echt één worden met hun rol, en daarom niet meer als acteur herkenbaar zijn. Het zijn altijd acteurs zoals Robert DeNiro, Al Pacino, en Jack Nicholson, die door hysterisch over-acteren hun tekortkomingen overschreeuwen. ‘Method acting’ wordt dat genoemd.
Om de onzinnigheid van deze verkiezing aan de kaak te stellen wil ik de lezers van GeenCommentaar oproepen tot het uitbrengen van een proteststem. Er was namelijk een acteur die zich nog veel hysterischer wist te gedragen dan al die Amerikaanse sterren, en dat was de Duitser Klaus Kinski. Hij vergroot de karaktereigenschappen van zijn personages altijd tot in het hysterische uit, of het nou gaat om een gewelddadige despoot als de Spaanse conquistador Aguirre in de gelijknamige film, of de ultieme schlemiel annex moordenaar Woyzeck. Hij is er zelfs in geslaagd, in Jesus Christus Erlöser, de figuur van Christus geheel te herdefiniëren. Op papier zijn de zinnen die hij uitspreekt tamelijk zoetsappig, herkenbaar voor iedereen die wel eens een moderne kerkdienst bezoekt, of op zondagmorgen langs de EO zappt. Kinski spreekt deze zinnen echter uit alsof hij de Neurenbergse conventie toespreekt, en maakt daarmee in één keer veel van de gewelddadigheid die uit het Christendom is voortgekomen aanzienlijk voelbaarder.