Waarom geen progressieve belasting op consumptie?
De zoektocht van VVD, CDA en PVV naar de ‘9 tot 16’ miljard aan bezuinigingen is begonnen. Een peiling onder de achterban wijst op ‘mogelijkheden’ op het terrein van ontwikkelingshulp, hypotheekrente en de basisbeurs. De oppositie staat helaas weer buitenspel, ondanks dat ze het kabinet aan meerderheden heeft geholpen. Terecht is dan ook de oproep dat een partij als de PvdA gewoon een plek in het Catshuis moet afdwingen – maar dan moet de PvdA wel met goede voorstellen komen. Niet willen bezuinigen is geen optie. Hogere toptarieven zijn ook problematisch (alleen al omdat het waarschijnlijk niets oplevert). In een (zeldzame) poging om eens met de sociaal-democraten mee te denken, de vraag: waarom heffen we geen progressieve belasting op consumptie? Het is om zo veel redenen zo logisch.
Het progressief belasten van consumptie wordt al decennia bepleit door de Amerikaanse econoom Robert H. Frank. Zijn redenering is zo simpel: wie rijk is consumeert veel statusgoederen, goederen die hun waarde vooral aan hun exclusiviteit en de daaraan gekoppelde sociale status ontlenen. Die goederen kun je gerust belasten, omdat dat de sociale rangorde in tact laat. Die ene villa op die ene toplocatie gaat immers nog steeds naar dezelfde persoon, en dezelfde mensen zullen de grootste jachten, racewagens en schilderijen hebben, en de grootste feestjes geven.

