Zomerserie | Die Graue Stadt am Meer

Sargasso duikt deze zomer in de letteren en bezoekt kleine literaire musea in Nederland en daarbuiten. Vandaag een bijdrage van G. Drios over Das Stormhaus in Husum. Dichter en schrijver Theodor Storm is de met afstand bekendste telg van de stad Husum, een klein plaatsje in het noorden van Duitsland, nog voorbij Hamburg, direct aan de waddenzee, waar het weer meestal niet zo mooi is en waar verder weinig te beleven valt. Elke bewoner van Husum kan dat beamen. Theodor Storm werd er in 1817 geboren, heeft er zijn jeugd doorgebracht en heeft er ook daarna lange tijd geleefd. Zijn bekendste gedich Die Stadt, ook vaak Die graue Stadt am Meer genoemd, gaat over Husum, over een grijze, donkere en mistige stad, waar je alleen het eentonige geruis van de zee kunt horen en heel soms het geschreeuw van voorbijtrekkende ganzen, maar waar hij toch, of juist daarom van houdt: … Doch hängt mein ganzes Herz an dir, Du graue Stadt am Meer; Der Jugend Zauber für und für Ruht lächelnd doch auf dir, auf dir, Du graue Stadt am Meer.

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De zomer van Hans van Duijn, deel 3

Met dank aan GeenStijl wordt 2011 de zomer van Hans van Duijn. Wie is Hans van Duijn? Die vraag fascineerde me. De man noemt zichzelf ‘Twitterextremist’ en is boos. Zoals het een ware patriot betaamt, heeft hij inmiddels de hoop uitgesproken dat Tofik Dibi met zijn ‘linkse vriendjes’ wordt afgeknald. Wat beweegt zo’n figuur om zoiets op te schrijven? En waar eindigt zijn haatretoriek en ontstaat een blinde woede, met gevaarlijke gevolgen van dien?

Tot en met 15 augustus zal ik hier elke dag een (fictief) relaas tikken over het leven van Hans van Duijn. Vandaag deel 3.

Met een door Page keukenpapier omzwachtelde rechterhand tikt Hans op laag tempo een kwade blogtekst over linkse schuinsmarcheerders, multicultifanaten en klimaatalarmisten. De bezigheid kost ruim een uur. Met zijn vrije linkerhand kneedt hij in de jeansstof ter hoogte van zijn kruis. De opwinding van opstand tegen de politieke correctheid, benoemt Hans het af en toe liederlijk. Een rechtse revolte als libidoversterkend middel. Provocerend geil.

Hans’ moeder heeft het huis verlaten voor een bezoek aan de Keurslager in het winkelcentrum. Over een kleine drie uur wordt Hans weer verwacht in de unit van datatypisten op het industrieterrein, twee kilometer verderop. Één viaduct over, langs de busbaan, stukje over een klinkerweg en dan ben je er al. Zijn leidinggevende heet Anwar en is een Marokkaanse jongen in een aftershavewalm. Hij gebruikt termen als ‘vriend’ en ‘ouwe’, iets dat Hans voortdurend tegen de borst stuit. Anwar werkt er nog maar een paar weken. Hij schept steeds op dat hij in september begint bij een ‘voorraadhoudend groothandelsbedrijf met maar liefst 15.000 non-food artikelen’. Stakker. Lepelt de vacaturetekst op tegen iedereen die het wel of niet horen wilt.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De zomer van Hans van Duijn, deel 2

Met dank aan GeenStijl wordt 2011 de zomer van Hans van Duijn. Wie is Hans van Duijn? Die vraag fascineerde me. De man noemt zichzelf ‘Twitterextremist’ en is boos. Zoals het een ware patriot betaamt, heeft hij inmiddels de hoop uitgesproken dat Tofik Dibi met zijn ‘linkse vriendjes’ wordt afgeknald. Wat beweegt zo’n figuur om zoiets op te schrijven? En waar eindigt zijn haatretoriek en ontstaat een blinde woede, met gevaarlijke gevolgen van dien?

Tot en met 15 augustus zal ik hier elke dag een (fictief) relaas tikken over het leven van Hans van Duijn. Vandaag deel 2.

Hans eet de broodjes met gebraden gehakt zittend op het bed in zijn verhitte zolderkamer. De kruimels zoemt hij weg met een kruimeldief. Door de lamellen heen ziet hij donkere wolken samenpakken boven de Zuidhollandse woonwijk. Linkse clown Tofik Dibi gaat aan de haal met zijn tweet. GeenStijl en HP/De Tijd hebben zijn bericht over het ‘afknallen’ geplaatst. Hmm, iets meer dan 40 ‘followers’, dat moet toch beter kunnen. Hij zet het bord met kruimels op het bureau en tikt nog wat reacties op zure en verontwaardigde twitteraars.

In de spiegel bekijkt Hans zijn gezicht. De spiegel had jarenlang in zijn vaders speciaalzaak voor sportvisserij gehangen. Het is een spiegel van de Heineken Brouwerij, zo een met authentieke tekeningen van het aloude brouwproces, vol houten tonnen en ferme mannen met spierballen en snorren. Hans’ eigen gezicht is met de jaren getekend door de littekens van de acne. Zijn gebit vertoont een zachtgele gloed van vele kopjes koffie van het postsorteerbedrijf. De stofzuiger van zijn moeder blijft op de achtergrond maar door het huis jengelen. Hoe lang was ze nu al niet bezig? Hans kijkt nog eens in de spiegel. Nu iets dichterbij. Ik ben dan misschien niet knap, redeneert hij, maar ik ben niet gek.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Straat en school

Iliass El Hadioui, Hoe de straat de school binnendringt, uitg. Van Gennep, juli 2011, prijs €14,95, 144 blz., ISBN 9 78 94 61 64 04 44

Veel mensen vinden de grootstedelijke straatcultuur charmant. Kenmerken als kleding en taal worden vaak geïmiteerd, en niet alleen door jongeren. Een beetje flirten met de straatcultuur is ook bij volwassenen bon ton.

Uit dit prima boek van de socioloog Iliass el Hadioui valt te leren, wat die straatcultuur werkelijk inhoudt: die is echt niet alleen maar leuk. Voor jongeren die in deze cultuur zijn opgegroeid en niet hebben geleerd om zich in andere kringen te bewegen (El Hadioui noemt dat primaire socialisatie), is de straatcultuur een prettige maar tegelijk genadeloze wereld. De straatjongere is aan deze wereld gebonden doordat ze gemakkelijk en snel plezier biedt en vooral door een zeer sterk besef van erbij te horen: de straat is een thuishaven. Maar de prijs is hoog.

Om niet te worden uitgestoten uit de enige groep waar hij zich thuis voelt, moet een jongen met zo’n primaire socialisatie zich zien te voegen binnen een informele maar strenge hiërarchie. Toont hij niet het “respect” dat de sterkere of slimmere binnen de groep van hem eist, dan wordt hij met dreigementen maar ook met daadwerkelijk geweld op zijn plaats gezet. Op zijn beurt is hij voortdurend op zijn hoede, of hij zelf wel “gerespecteerd” wordt en of het geen tijd wordt om eens een mes te laten zien.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De dood begrijpen

The story of a group of Kermit-like puppets who find their creator lying on his bench and have to eventually come to understand his death. Written, directed and animated by Oury Atlan, Thibaut Berland and Damien Ferrie. Music by Sielberman Ochestra, Ornadel and the Starlight Symphony Mills and Mark Nelson.

Overtime from ouryatlan on Vimeo.

Meer bij The Presurfer.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De zomer van Hans van Duijn, deel 1

Met dank aan GeenStijl wordt 2011 de zomer van Hans van Duijn. Wie is Hans van Duijn? Die vraag fascineerde me. De man noemt zichzelf ‘Twitterextremist’ en is boos. Zoals het een ware patriot betaamt, heeft hij inmiddels de hoop uitgesproken dat Tofik Dibi met zijn ‘linkse vriendjes’ wordt afgeknald. Wat beweegt zo’n figuur om zoiets op te schrijven? En waar eindigt zijn haatretoriek en ontstaat een blinde woede, met gevaarlijke gevolgen van dien?

Tot en met 15 augustus zal ik hier elke dag een (fictief) relaas tikken over het leven van Hans van Duijn. Vandaag deel 1.

Ontmoet Hans van Duijn, parttime datatypist bij een postsorteerbedrijf in Zuid-Holland. Hans begon ooit aan een academische studie, maar werd door zijn studiegenoten helaas buitenspel gezet als de freak, de outcast, de hulpeloze dwaler. Hoe hard Hans zijn best ook deed in de collegebanken, de studenten snapten zijn zenuwachtig lachje, bril met lichtblauwe glazen en vlassig baardje al niet, laat staan zijn uitspraken die grensden aan het psychotische.

Wanneer Hans niet werkt, mag hij graag achter zijn laptop zoeken op Marktplaats naar auto-onderdelen, materiaal voor hengelsport of een polyester zeil voor nautische doeleinden. Al vijf keer deed hij een bod op een unit van vijf katrollen. Waar hij ze voor nodig zou hebben, wist hij nog niet. Het ging erom dat het een voordeeltje was. Zijn vader joeg ook op voordelen. De beste man was al in 2003 overleden. Hij runde een speciaalzaak voor de sportvisserij. Op jonge leeftijd mocht Hans in de winkel helpen. Gefascineerd was hij vooral door vishaken. Scherpe haken door een vissenlip steken, daar ging een bijna erotiserende werking van uit.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Zomerserie | De gelukkige onderwijzer

Sargasso duikt deze zomer in de letteren en bezoekt kleine literaire musea in Nederland en daarbuiten. Vandaag de aftrap: het Theo Thijssenmuseum in De Jordaan.

Op de stoep van het museum heb ik nog hoop. Op de ramen staat de belangrijkste zin uit Kees de jongen:

‘De zwembadpas was voor Kees een geluk voor het leven’

Eenmaal binnen zie ik in één oogopslag dat dit geen echt schrijversmuseum kan zijn. De vrijwilligster aan de balie legt uit dat het geboortehuis van Theo Thijssen ook dienst doet als buurtmuseum. Momenteel is er een expositie gaande over de buurtwinkels in de Jordaan. De herinneringen aan de schrijver zijn opgeruimd of aan de kant geschoven om ruimte te maken voor de winkelspulletjes die door de buurtbewoners van zolder zijn gehaald.

Eerlijk waar: hoe bescheiden ook, het is een interessante tentoonstelling, die de ontwikkeling van de kleine middenstand vanaf de tijd van Theo Thijsen (1879-1943) uitbeeldt. Je krijgt een indruk van hoe de buurt er in de tijd van schrijver uitzag en functioneerde. Zijn vader was schoenmaker en zijn moeder had later een kruidenierswinkel. In die tijd was het bittere armoede in de Jordaan, de zorgeloze gezelligheid van Tante Leen en haar Johnny moest nog komen. Liefhebbers van Kees de Jongen, maar ook fans van de televisieserie ‘t Vrije Schaap kunnen met deze tijdelijke expositie een leuk halfuurtje beleven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Kies het lelijkste gebouw

Virtual Tourist is a site where people can share travel advice and experiences. They announced their 3rd Annual World’s Ugliest Buildings List.

Beauty may be in the eye of the beholder, but then again, so is ugliness and the members of travel website Virtual Tourist have some very strong opinions about buildings that fall into the latter category. With this in mind the site has announced its 3rd Annual List of the World’s Top 10 Ugliest Buildings.

Meer bij The Presurfer.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Corstius versus Huijbrechts

Een bijdrage van Max Molovich, overgenomen van Nurks Magazine.

Hoe belangrijk is timing, vroeg Jelle Brandt Corstius ergens tegen het einde van de eerste Zomergasten van 2011 aan Marc-Marie Huijbrechts. In zijn laatste show schijnt Marc-Marie zijn publiek een klein kwartier lang steeds harder aan het lachen te krijgen door enkel de naam ‘Herman van Veen’ te herhalen. Marc-Marie Huijbrechts wist het niet. Hij dacht er niet bij na. Het ging erom dat je de zaal aanvoelt. Dat je de zaal in een bepaalde sfeer krijgt, op zo’n manier dat de zaal één persoon wordt en dat je vervolgens aanvoelt hoe je met die ene persoon moet spreken.

Jelle Brandt Corstius heeft de timing van een autistische boer wiens koeien op het punt staan te kalveren. De man is in staat om op de meest gevoelige momenten de meest lompe opmerkingen te maken. Om een voorbeeld te geven: Marc-Marie Huijbrechts was zo vriendelijk om op een eerlijke manier over de periode te praten dat hij een pruik droeg. Hij vertelde hoe ingewikkeld het lag. Dat hij een enigszins androgyn zelfbeeld had, toen kaal werd, maar er nog niet aan toe was om zich echt een man te voelen en dus een pruik begon te dragen. Een pruik die, niet onbelangrijk, zeer fraai gemaakt was (hij was overigens op het idee gebracht om een pruik te dragen door een advertentie in de Autokampioen). Marc-Marie vertelde dat het in het begin goed werkte, maar dat het steeds meer ging wringen. ‘En toen gooide je die cavia van je hoofd’, zei Jelle Brandt Corstius. Marc-Marie vatte die opmerking niet verkeerd op en maakte zijn verhaal af, maar ik vond het weinig tactisch. Jelle Brandt Corstius is het soort man dat waarschijnlijk op wekelijkse basis wel een keer ‘wat heb ik nou weer gezegd?’, moet zeggen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Grinnikend naast mijn kist

In april 2011 is de in Amerika wonende Nederlandse dichter Leo Vroman zesennegentig geworden. Ongeveer een week geleden kwam zijn gedichtenbundel ‘Daar’ uit. Het is, schrijft hij in zijn voorwoord, een soort dagboek van wat er in zijn poëtische brein de afgelopen twee jaar is gebeurd. Het dagboek van een heel oude man: dat heeft, zou je kunnen denken,  het gevaar in zich van gezeur. Dat geldt niet voor dit boek. Vroman is daarvoor te speels, te geestig, te diep en bovenal: te integer als dichter.  Het lijkt er meer op, dat juist de ouderdom hem de kracht geeft om zo licht en humoristisch te zijn.

Hij heeft het intussen over dingen die niet zo snel met zich laten spotten. Dat zijn in dit boek vooral de dood en de liefde. Die twee zijn voor Vroman nauw verbonden, omdat zijn leeftijd hem dwingt geleidelijk afscheid te nemen van alles waarvan hij houdt. Des te intenser neemt hij waar en heeft hij lief. In een elegant puntdicht zegt hij dat zo:

LEVEN EN DOOD


Ik vind de dood niet even
groot als het leven
maar leven met de dood
wel tweemaal zo groot.

Met de uitspraak dat de dood niet even groot is als het leven kun je twee kanten uit. Je kunt er het besluit op baseren om goed te blijven letten op wat je ziet, zegt en doet, nu je er toevallig toch bent en niet dood bent. Dat geeft de opmerking dat leven met de dood (speels opgemeten) tweemaal zo groot is, nog meer kracht. Je kunt er ook uit opmaken dat het leven sterker is dan de dood in die zin, dat de dood niet het absolute einde van alle werelden is. Veel gedichten in dit boek geven fantasieën over het sterven en wat er daarna gebeurt, vaak met drastische humor. Een voorbeeld:

Vorige Volgende