Closing Time | I’ll Follow Your Trail
Sean Rowe is kennelijk niet alleen een vermaard zanger, gitarist en liedjesschrijver, maar hij heeft ook een serie over voedsel dat je in het wild aantreft: Can I Eat This?
Het overbekende Stonehenge is in de loop der tijd een multi-purpose-monument geworden. Het werd rond 2.300 v.Chr. gebouwd (datering van 2008), maar ondanks veel wetenschappelijk onderzoek is het oorspronkelijke doel ervan nog altijd niet zeker, hoewel recente vondsten in Saksen-Anhalt in Duitsland, waar soortgelijke bouwsels van hout werden gevonden bij Pömmelte en Goseck, de observatoriumtheorie lijken te ondersteunen. Stonehenge is ook een voorbeeld om te tonen dat zulke megalithische bouwwerken niet in één keer werd gebouwd. Ze werden later niet alleen vergroot maar ook uitgebreid waarbij het doel van het complex zo nodig werd aangepast. Er zijn nog steeds dwaallichten die beweren dat Stonehenge door druïden werd gebouwd. Dat dit allang is ontkracht, betekent niet dat de druïden er geen gebruik van hebben gemaakt, hetgeen ook aangetoond is. Heden ten dage wordt minstens één maal per jaar Stonehenge in bezit genomen door neo-paganisten. Als druïden verkleed vieren ze hun zonnewendefeest. Begonnen als een bouwsel van mensen uit de Bronstijd, vond eeuwenlang een soort stapeling van gebruiksmogelijkheden plaats.
Sean Rowe is kennelijk niet alleen een vermaard zanger, gitarist en liedjesschrijver, maar hij heeft ook een serie over voedsel dat je in het wild aantreft: Can I Eat This?
Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

t/m 29 aug. Galerie Fons Welters, Amsterdam, The Shooting at Watou – Folkert de Jong, Watou 2006
Sargasso’s kunstgalerie geeft ruimte aan kunstbloggers. Elke tweede zondag van de maand verbinden M&M een door Maria Willems gemaakte foto aan een gedicht van Michiel van Hunenstijn.
Het is die vrouw die je blik ontwijkt,
die je niet aankijkt. Het is de vrouw
die in zichzelf praat, hardop, hele
verhalen, dialogen. Het is de man
met dat rare loopje en met dat
samenraapsel van kleren. Het is
dat meisje dat gebaren maakt,
iets in haar omgeving bezweert.
Het is die man die ’s nachts, maar
ook overdag schreeuwend over
straat gaat. Het is de jongen die
de muren van zijn kamer rood
schildert. Het is de vrouw met haar
bonte volgepakte karretje die niemand
vertrouwt. Het is de man die altijd met
een plastic capuchon over zijn hoofd
gebogen door de stad loopt. Het is
die dikke man die altijd met die vlag,
met dat embleem zwaait. Die vrouw
met dat slechte gebit, die zo naar rook
stinkt en hele verhalen heeft. Het is
dat meisje dat dacht dat ze een uiltje
was en ook nog een vlinder. Het was
die jongen die net wat te veel en te vaak
gebruikt had: geen tand meer in zijn mond.
Het is die man die met dat bord om zijn
nek bij de kerk staat, dat hij schuldig
was aan alles. Het is die man met dat
mes, die heb je ook, oppassen. Het is
die man met zijn slechte gezondheid,
baan kwijt, vrouw kwijt, huis kwijt,
geld kwijt – alles. Het is die man die
denkt dat hij machten heeft. Het is die
jonge man die stemmen hoort en gaat
met dat graatmagere meisje dat trilt.
Het is die vrouw die, ondanks medicatie,
alle remmen van de fantasie losgooit.
Het is die man die denkt dat iedereen,
dus ook jij, het op hem gemunt heeft.
Het is die man die niks zegt en kleurrijke
kunstwerken maakt met veel tekst.
Het is die vrouw die altijd hetzelfde rondje
loopt, op dezelfde tijd. En dan altijd
dezelfde muren en palen aanraakt.
Het is die jongen die met zijn kermis-verlichte
fiets rondjes rijdt door de nacht. Het is
diezelfde jongen die met zijn muziekfiets
rondjes rijdt. Het is, het zijn, ik ben.
RECENSIE -
Op 22 april 1870 beleefde Bachs Mattheus Passie zijn Nederlandse première, in Rotterdam. Een inhaalslag. De beroemde ‘herontdekking’ van het werk door Felix Mendelssohn was ruim veertig jaar verleden tijd, maar dat werd nu goedgemaakt.
De fine fleur van het Nederlandse muziekleven was aanwezig. De Amsterdamse première van de Passie was vier jaar later en is vooral de geschiedenis in gegaan omdat (aldus het verhaal) een deel van het publiek nog tijdens het slotkoor (‘Wir setzen uns…’) opstond en de uitgang opzocht. Waarop dirigent Johannes Verhulst zich omdraaide en verontwaardigd riep: ‘Mensen, wat doen jullie nou, nou lopen jullie weg bij het mooiste koor dat ooit geschreven is!’
Waar gebeurd? Het zou kunnen, schrijft Jeroen van Gessel.
Maar dan vertrok het publiek waarschijnlijk niet uit verveling maar om de laatste tram of trein nog te kunnen halen: ‘Zelfs een hartstochtelijk muziekliefhebber als Van Santen Kolff schrijft regelmatig dat hij de voorstelling voortijdig verliet.’ Een ander, Fredrik van de Poll, verliet om dezelfde reden vroegtijdig een uitvoering van Lohengrin. Muziek was mooi, maar thuiskomen was mooier.
Bovenstaande anekdote wordt vaak gebruikt om aan te tonen dat de negentiende-eeuwse Nederlander (of Amsterdammer) een cultuurbarbaar was en dat het muziekleven in Nederland daarom zo weinig voorstelde. Van Gessel toont in zijn ‘Muziek beleven in het negentiende-eeuwse Nederland’ in elk geval aan dat een al te vurige passie voor muziek niet op prijs werd gesteld. Musiceren was een goede zaak, maar dagelijks naar de opera gaan of al te veel praten over deze of gene componist of knappe sopraan – dat deden ze maar in Londen, Parijs of Wenen. Niet hier. Men (de betere burgerstand en alles daarboven) ging regelmatig naar een concert of operavoorstelling maar dat was dan op de eerste plaats een sociale activiteit. Het ging om zien en gezien worden. Wat er op de lessenaars stond, kwam op de tweede plaats.
Dat kan! Sargasso is een collectief van bloggers en we verwelkomen graag nieuw blogtalent. We plaatsen ook regelmatig gastbijdragen. Lees hier meer over bloggen voor Sargasso of over het inzenden van een gastbijdrage.
Chaka Khan? Die discokoningin van I’m Every Woman? Ja, die!
Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.
In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.
Limonademuziek, zou mijn ex dit noemen. Maar limonade kan zo nu en dan best lekker zijn.
OPINIE - Robert Glasper is een jazzmuzikant met een lange staat van dienst, die met tal van groten heeft gewerkt.
Het was natuurlijk Sineád O’ Connor die het nummer in 1990 wereldberoemd maakte, maar het werd midden jaren tachtig geschreven door Prince, en uitgebracht door The Family, waar Prince de nummers voor schreef en produceerde.
In bovenstaande versie heeft het veel weg van een kerklied. Wel toepasselijk op den zondag.
Tanerélle Stephens is een 26-jarige Amerikaanse alternatieve R&B-zangeres. Chill as f*ck.
O, en voordat u over haar borsten begint… u bent niet origineel.
Mike Glebow is een Russische singer-songwriter met z’n eigen rockband, die hier een lang niet onaardige cover van Laura Pergolizzi neerzet.
Duma is een duo uit Nairobi. Het eerste album komt pas in augustus uit, maar in metalkringen is men er nu al wild van. Zie hierboven. Luidruchtig en verontrustend.
Het is niet helemaal mijn genre, en ik kan u er niets over vertellen wat niet op Wikipedia staat, maar hé, het is wel een lekker nummer, dat “Space Invaders – Are Smoking Grass”. Niet dan?