De Arabische wereld tot 1970

Het is bijna 3000 kilometer van Aden naar Aleppo en ruim 5000 van Casablanca naar Kirkuk. Daar tussen liggen zeeën, steppen, bergen, woestijnen en rivieren. Er is rijk en arm, schatrijk en straatarm. Je hebt soennitische en sjiitische moslims, diverse soorten christenen, sefardische joden, druzen. De havensteden kijken naar de buitenwereld, andere mensen wonen op het platteland; op sommige plekken spreek je alleen gelijkgestemden, andere woonplaatsen zijn heterogeen. De Arabische wereld is heel gevarieerd. En dat was de enige kanttekening die ik heb bij het mooie boek van historicus Roel Meijer, Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld. Het is wat lastig te zien wat in een zó gevarieerd gebied het verbindende element is dat de gezamenlijke behandeling rechtvaardigt. Meijer erkent het probleem: hij begint zijn boek met het verdelen van de Arabische wereld in drie deelgebieden, namelijk de Maghreb, het Arabische Schiereiland en het Midden-Oosten. Maar wat er méér is dan de standaardtaal en een Ottomaans verleden dat deze gebieden verbindt, heb ik, om eerlijk te zijn, niet ontdekt. Dat gezegd zijnde: wauw, wát een goed boek! In 335 bladzijden en vijftig pagina’s nawerk praat Meijer je bij over de geschiedenis van (als ik het goed heb geteld) achttien landen waarvan afgelopen week alleen Tunesië en Irak de Nederlandse kranten niet haalden.noot De Arabische landen zijn voortdurend in het nieuws, en doorgaans om niet al te prettige redenen; als u de achtergronden bij de actualiteit wil begrijpen, is Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld verplichte literatuur. Elite en middenklasse Meijers verhaal spitst zich toe op de relatie tussen burger en overheid: het steeds wijzigende sociaal contract. Hij onderscheidt negen fases. De eerste daarvan was het traditionele islamitische sociale contract, zoals dat heeft bestaan in het Ottomaanse Rijk, waarin God een verbond had met de moslims, waarin regels bestonden voor de relaties tussen moslims onderling, en ook afspraken waren voor de relaties met niet-moslims. De negentiende-eeuwse hervormingen veranderden dat, en niet iedereen was daarmee gelukkig, al ontstond wel een klasse van schatrijke grootgrondbezitters die ervan profiteerde. Na de Eerste Wereldoorlog trokken westerse mogendheden de grenzen tussen de diverse Arabischsprekende landen. Het opleggen van een statische orde, zo anders dan het flexibele Ottomaanse systeem, was vanzelfsprekend een uiting van Europese macht en een onderdrukking van het Arabisch-eigene, maar Meijer wijst er terecht op dat de koloniale periode niet zomaar valt te typeren als een Europese overheersing. Ze valt beter te begrijpen als een pact tussen de westerse koloniale mogendheden en de Arabische elites. Dit hoofdstuk was in feite centrum-periferie-theorie voor arabisten. Wat je ook over de koloniale tijd mag denken, er kwam modern onderwijs en de arbeiders konden zich organiseren. Er ontstond een middenklasse, die na de Tweede Wereldoorlog en de Dekolonisatie een nieuw sociaal contract voorstond en fundamentele hervormingen eiste: gelijke rechten, democratische vertegenwoordiging, antisektarisme en een eerlijker verdeling van de welvaart. Hoewel dit sociale contract nergens werkelijk succes heeft gehad, zijn de idealen sindsdien aanwezig gebleven. Dictatuur De middenklasse was echter niet sterk genoeg en de stichting van de staat Israël verkleinde de speelruimte voor de politici in de nieuwe, seculiere republieken. Doorgaans was er een staatsgreep die een dictator aan de macht bracht, waarop een uitruil volgde: in ruil voor meer welvaart, gezondheidszorg, onderwijs en werkgelegenheid zag de bevolking af van politieke rechten. Het is dezelfde uitruil van civiele rechten tegen welvaart die eerder in de twintigste eeuw had plaatsgevonden in de Sovjet-Unie en Duitsland. Democratie was dan een façade. Extra werkgelegenheid betekende in de Arabische wereld overigens vaak uitbreiding van de bureaucratie. “In feite zijn de enige burgers in de nieuwe staten de ambtenaren,” zoals Meijer het samenvat. Een baantje bij de overheid, met alle privileges en bescherming van dien, was de droom van elke Arabier. Ik herinner me een Egyptische beambte die lang op een feest bleef en op de vraag of hij niet eens naar bed moest, serieus antwoordde dat hij wel zou slapen op kantoor. De dictaturen verloren de controle toen in de jaren zeventig de globalisering inzette. De bureaucratieën bleken inert; maatschappelijke organisaties vulden de gaten die de overheid liet vallen; de informele economie groeide; de veiligheidsdiensten werden repressief. De overheden waren gedwongen tot liberalisering en moesten ambtenaren ontslaan, waardoor de onvrede groeide, waarop de overheden antwoordden met deelpacten met aparte sociale groepen. Steeds meer mensen vielen buiten de boot. Hier had ik wel een vergelijking met Iran en Turkije willen zien, of Henk Beckers Generaties en hun kansen, dat zo aardig beschrijft hoe de overheid in Nederland een deelpact sloot met de generatie die was geboren tussen 1945 en 1960. Na de dictatuur Niet alle Arabische landen zijn republieken: Marokko, Jordanië, Saoedi-Arabië en de Golfstaten zijn monarchieën. Het sociaal contract in deze landen is met één woord te typeren: paternalisme. Koningen kunnen flexibeler opereren en zeker in de rijke Golfstaten hebben de overheden de mogelijkheid het klassieke sociale contract in stand te houden. Toen de Arabische Lente in 2011 aanbrak, kon die worden geabsorbeerd. Voor de republieken lag dat anders. Als reactie op het falen van de autoritaire stelsels ontstond hier een nieuw islamitisch sociaal contract. Dit islamisme was geen terugkeer naar het oude pact, maar was gericht op het overnemen van het in de twintigste eeuw gegroeide staatsapparaat. Daarbij onderscheidt Meijer een maximalistisch programma en een liberaler, minimalistisch programma. Intrigerend is zijn observatie dat islamistische bewegingen zich ervan bewust waren dat ze de façadedemocratieën alleen konden omzetten in een beter systeem met westerse hulp. Het Arabische heden De Arabische Lente begon in het voorjaar van 2011. De slagzinnen waren zó algemeen dat seculiere en islamistische partijen zich erin konden vinden: vrijheid, brood, rechtvaardigheid. En de overheid moest gewoon d’r werk eens gaan doen. Feitelijk greep men terug op de democratische ambities van na de Dekolonisatie. Meijer beschrijft het als een proces van zeven fasen, die bijna elk land doorliep, zij het niet in hetzelfde tempo: mobilisatie en eenheid, de eerste reactie van het regime, de verdeeldheid van het regime, de verdeeldheid van de sociale beweging, verkiezingen, stagnatie en repressie. Zelfs Tunesië, dat de democratische transitienoot heeft weten te maken, is inmiddels terug bij af. Meijers verklaring voor het falen van het nieuwe Arabische sociale contract is dat er teveel mensen waren (ambtenaren, soldaten, medewerkers van de veiligheidsdiensten…) die belang hadden bij het voortbestaan van de oude orde. De democraten hadden ook maar weinig competente leiders. Secularisten en islamisten konden bovendien samenwerken tot een bepaald punt, maar raakten daarna verdeeld. Gelukkig vormt deze mislukking niet het laatste woord. Meijer ontwaart een Tweede Arabische Lente in 2019, waarbij de opstandelingen hebben geleerd van de fouten van de Eerste Arabische Lente: ze wantrouwen het leger, ze schrijven niet voortijdig verkiezingen uit en zijn zich bewust van het gevaar van verdeeldheid. De tegenkrachten die ik noemde in de vorige alinea zijn er echter nog altijd, en helaas was er ook Covid-19. Milities Het laatste hoofdstuk van Meijers boek is het meest grimmig, en u raadt al waarover het gaat. Er zijn autoritaire staten zoals Algerije en Egypte; er zijn flexibele maar repressieve monarchieën; en er zijn conservatieve landen waar de overheid alleen een pact heeft met een klein deel van de ingezetenen. Hier functioneert de overheid nog. Elders, in wat Meijer de periferie noemt, nemen milities de macht over. Die milities zijn vaak sektarisch van aard, zoals de sjiitische Hezbollah in Libanon en de soennitische Islamitische Staat in Irak en Syrië. Andere verdedigen een regio, zoals in Libië, Koerdistan of Soedan. Ze halen hun inkomsten uit olie (Libië), smokkel en afpersing (Al Qaeda), of de verkoop van eten aan de onderdrukte bevolking (Hamas). Om draagvlak te behouden, moet tussen de militie en de bevolking op een of andere manier een nieuw sociaal contract ontstaan. Hier is Hezbollah het beste voorbeeld: de beweging steunt op een gemarginaliseerde sjiitische bevolking, heeft een duidelijke ideologie, biedt de eigen leden bestaanszekerheid en is bereid tot samenwerking met andere groepen, zowel binnen Libanon als internationaal (“Axis of Resistance”). Door staatstaken als de medische zorg, onderwijs en nutsbedrijven over te nemen, wordt zo’n militie een alternatief voor de staat. Dat klinkt heel aardig, maar zulke strijdgroepen bestaan bij de gratie van de permanente staat van oorlog. In landen waar milities de macht overnemen, is grote sterfte onder de burgerbevolking en vluchten degenen die geen lid zijn van de militie. Als ze de kans al krijgen. Aanrader U merkt dat ik me heb beperkt tot een samenvatting van Meijers boek, maar ik heb er ook een oordeel over: dit is een aanrader. Mijn eigen ervaring in de Arabische wereld is dat ik er minder van begrijp naarmate ik er meer over lees en ik meer mensen spreek. Voor mij is het als met een foto waarop je inzoomt: je ziet steeds meer interessante details maar herkent het totaalplaatje niet langer. Het boek van Meijer biedt weer wat hoofdlijnen. Natuurlijk ontbreken perspectieven. Zou een Irakees dit boek hebben geschreven, dan zou de nadruk wat meer hebben gelegen op de familiebanden tussen de diverse leiders, zoals de fascinerende As-Sadrs. Elk boek vertegenwoordigt de keuzes van de auteur, en de keuzes van Meijer zijn verhelderend. Hij toont dat dezelfde processen plaatsvinden in de drie door hem onderscheiden regio’s, en dat de daar al bestaande sociale, religieuze en geografische verschillen verklaren waarom de uitkomsten steeds anders zijn. Er zijn in de ogenschijnlijk verwarde geschiedenis wel degelijk patronen aan te wijzen. Meijer ordent. Ik denk dat ik daarin de docent van de Radbouduniversiteit herken, want Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld is heel goed gestructureerd, en wel volgens het beproefde didactische principe dat je eerst vertelt wat je gaat vertellen, dat je het vervolgens vertelt en dat je tot slot, bij Meijer aan het einde van elk hoofdstuk, nog eens vertelt wat je hebt verteld. Als hij van een bepaald verschijnsel enkele aspecten wil noemen, geeft hij eerst aan hoeveel dat er zijn en nummert hij ze ook. Het boek eindigt met een overzichtelijke bibliografie. De opbouw is daardoor wat schools,  maar ik las zelden zo’n helder boek over zo’n complex, zo’n actueel en zo’n interessant thema. [Full disclosure: Roel Meijer was een van de meelezers bij mijn boek over Libanon.]

Closing Time | Soul Sacrifice

Carlos Santana en band maakten nogal indruk op Woodstock. Als u denkt: die gasten lijken wel high, dan heeft u gelijk. Volgens Santana stond hij compleet te trippen nadat hij een papiertje met LSD had gekregen van Jerry Garcia, gitarist voor de Grateful Dead. 

Santana verkeerde in de veronderstelling dat het nog een halve dag zou duren voordat hij op moest treden, en dat hij dus nog tijd zat had om uit z’n trip te geraken. Vervolgens kreeg hij te horen dat hij op moest.

Foto: Public domain - De zogenaamde “Sulla” (Glyptothek, München)

De ambtstermijn van een dictator

Aan het begin van de vierde eeuw v.Chr. begon Rome een regionale grootmacht te worden. Het beslissende moment was de inname van de Etruskische stad Veii in 393/392 v.Chr. ofwel 396 volgens de onjuiste traditionele chronologie. De gebeurtenis kreeg in de Romeinse geschiedschrijving legendarische trekken: de belegering zou à la Trojaanse Oorlog tien jaar hebben geduurd en pas succes hebben gehad nadat de Romeinse generaal Marcus Furius Camillus het ritueel had voltrokken dat bekendstaat als evocatio.

En zo werd Rome een machtige stad. Gevaarlijk machtig, naar de zin van de alleenheerser van SyracuseDionysios I. Daarom verzocht hij de Gallische huurlingen die hij in die tijd in dienst nam, om even langs Rome te gaan, als ze toch op weg waren naar het zuiden. Op 18 juli 387 versloegen zij een Romeins leger en daarna sloegen ze het beleg op voor het Capitool. De Romeinen kochten de belegeraars af en we vinden de Galliërs vervolgens in de “teen” van Italië. Dionysios stuurde later nog eens een vloot, die overigens weinig te plunderen vond.

Camillus dictator

We zijn er zeker van dat de Romeinen in deze crisis een dictator aanstelden, een tijdelijke magistraat met absolute bevoegdheden, verheven boven elke andere vorm van gezag. Dat was de zojuist genoemde Marcus Furius Camillus. (Ik heb het altijd een interessante man gevonden. Ter voorbereiding van mijn gymnasiumexamen vertaalde ik het zesde boek van Titus Livius; ik heb als puber een roman over hem geschreven; ik heb meegewerkt aan de latere Nederlandse Liviusvertaling.) Camillus’ optreden is met legenden omgeven, maar dát hij dictator was, is boven elke twijfel verheven. Livius schrijft over de wederopbouw:

Foto: Bjorn Snelders on Unsplash

De ‘No True Scotsman’-fallacy

Nu ik erover blog, heb ik spijt dat ik destijds geen aantekeningen heb gemaakt en de bron heb genoteerd. U zult mij dus op mijn groene – volgens mijn oude paspoort – ogen moeten vertrouwen.

Het verhaal gaat over een monnik in de middeleeuwen die er maar niet in slaagde een goede reden te bedenken voor de verplichting van een christelijke man om zijn vrouw lief te hebben. De vrouw was immers een irrationeel wezen, dat niet alleen zelf geneigd was tot zondigheid, maar ook mannen ertoe verleidde te zondigen. Was het niet Eva die haar man Adam alzo in het verderf had gestort, en daarmee de gehele mensheid?

Tot op een gezegende dag de Geest vaardig werd over deze monnik en de beste man zich realiseerde dat Christus zelf ons geboden had onze vijanden lief te hebben. Probleem opgelost.

Alles in de redenering van deze monnik is van christelijke oorsprong, maar toch zal niemand er moeite mee hebben als de inhoud van ’s mans gedachten wordt beoordeeld als onchristelijk. De gedachtegang is niet christelijk en ook weer wel, het ligt er een beetje aan van welke kant af je het bekijkt. Preciezer: wat je bedoelt met het woord ‘christelijk’.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Closing Time | Wichita Lineman

Wij kennen Michael Peter Balzary natuurlijk allemaal als manische bassist van de Red Hot Chili Peppers, maar afgelopen jaren werkte hij aan een jazz-album, Honora, vernoemd naar zijn overgrootmoeder.

Daarop speelt Flea niet alleen basgitaar, maar ook trompet en op dit nummer zelfs de flumpet, een kruising tussen een trompet en een vleugelhoorn. Dat instrument werd in 1989 ontworpen voor jazztrompettist Art Farmer.

Foto: "Karin Spaink" by Guido van Nispen is licensed under CC BY 2.0

In memoriam: Exit Spaink – mijn allerlaatste stukje

Karin Spaink is niet meer. 475 476 stukjes schreef ze voor Sargasso, en talloze meer elders. Medeoprichter van Bits of Freedom, feminist, actief in de gehandicaptenbeweging en bondgenoot van homoseksuelen, biseksuelen en transgenders, niet altijd vrij van controverse, zoals het hoort. We gaan je missen. Hieronder integraal het stuk dat ze op haar eigen site plaatste.

Deze tekst schreef ik in februari en maart van dit jaar; inmiddels is het begin mei. Als alles volgens plan is verlopen, ben ik vanochtend overleden – een dood waarvoor ik zelf heb gekozen, en die ik maandenlang heb besproken en voorbereid.

fragment foto rouwkaart

[fragment rouwkaart; foto: bert Nienhuis, 1993]

Mijn denken over mijn leven en dood is sterk gekleurd door mijn eigen haperende gezondheid. Tussen mijn 19e en mijn 25e kampte ik met anorexia/boulemie; in 1986 begonnen de eerste verschijnselen van multiple sclerose; in 1994 werd een voorstadium van baarmoederhalskanker ontdekt; in 1995 kreeg ik een hersenbloeding. En in 2006 bleek ik borstkanker te hebben.

Eind juli 2012 hoorde mijn hartsvriendin, Christiane Hardy, dat ze alvleesklierkanker had. We trouwden kort daarna. Nog geen zes maanden later stierf ze. (Meer daarover lees je hier). Daarna belandde ik in een diepe depressie, die pas in 2017 begon te wijken. Haar dood sloeg een gat in mijn leven; ik ben daar bijna aan onderdoor gegaan.

Foto: NIOD BeeldbankWO2 bevrijding rijckholt september 1944 copyright ok. Gecheckt 06-11-2022

Na de bevrijding

Veel verzetslieden en oorlogsslachtoffers hebben na de oorlog hun verhalen voor zich gehouden. Of ze gaven slechts summiere informatie. Dat gold ook voor de soldaten die in Indië gevochten hebben. Sommige verhalen zijn nooit verteld. De tweede generatie bleef ook na de dood van de (groot)ouders vaak nog met vragen zitten over wat er in de oorlog precies is gebeurd in hun familie. Voor velen, inmiddels ook met pensioen, was dat een reden om archieven van instanties en de eigen familie te doorzoeken om antwoorden te vinden. Het heeft de afgelopen decennia geleid tot een hausse aan boeken en documentaires over slachtoffers zowel als daders, verzetsmensen en collaborateurs. En daarmee worden elk jaar weer stukjes geschiedenis toegevoegd, vragen beantwoord en nuances en correcties aangebracht.

Uit de stapel die dit jaar verscheen licht ik een boek met de titel ‘Na de Bevrijding’, eigenlijk dus niet over de oorlog zelf maar over de jaren direct daarna. Daarmee gaat het toch ook weer wel over de oorlog. Veel van wat direct na de bevrijding gebeurde stond immers volledig in het teken van de oorlog. Hoe sterk het verlangen ook was om de oorlogsellende snel te vergeten en vooruit te kijken, er moest een zware en voor velen tragische periode verwerkt worden. ‘Na de bevrijding’, het onlangs verschenen boek van een drietal historici verbonden aan de Radboud Universiteit laat zien hoe Nederlanders hun oorlogservaringen in de jaren veertig hebben verwerkt. De auteurs hebben daarvoor een originele aanpak gekozen. De voornaamste bronnen zijn artikelen uit de toen verschenen dagbladen die een beeld geven van de dagelijkse actualiteit en de wijze waarop gewone mensen met alle tekorten en handicaps de draad van hun leven weer proberen op te pakken. Met name regionale en lokale kranten waar er ‘nauwelijks afstand is tussen de journalist en de gewone burgers’ zijn in de ogen van de auteurs een belangrijke bron voor maatschappelijke ervaringen rond de bevrijding. Ze vormen een aanvulling op individuele getuigenissen en wat er in archieven te vinden is over deze periode.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Closing Time | Turn the Page

Multi-instrumentalist en singer-songwriter Bob Seger wordt hier in ere gehouden met deze cover van een liedje uit 1972 over de eenzaamheid en verveling die gepaard gaat met het beroep van rondreizend muzikant.

Er kleeft minder glamour aan dat bestaan dan je zou denken. Een carrière van zestig jaar, van 1961 tot 2019. Achttien studioplaten, met een verkoopcijfer van 75 miljoen. En wie kent ‘m nog?

Foto: Mario Gogh on Unsplash

Het monument schoon, het geweten ook

Het Nationaal Monument op de Dam is beklad. Met rode verf, het woord “genocide” erop gesmeerd, en de politieke reflex volgde onmiddellijk en was voorspelbaar: schande, respectloos, onacceptabel. Ondertussen staan schoonmakers al sinds de vroege ochtend te schrobben, om het ding op tijd weer toonbaar te krijgen voor vanavond.

En dat laatste zegt eigenlijk alles.

Want hoe groot de morele verontwaardiging ook wordt opgetuigd, niemand twijfelt serieus aan de afloop: vanavond ligt het monument er weer keurig bij. De kransen worden gelegd, de koning kijkt er plechtig bij, twee minuten stilte, nationale eenheid. De kras op het collectieve geweten net zo efficiënt weggepoetst als de verf op het steen.

Dat maakt de hele ophef ongemakkelijk dubbel. Bekladding wordt veroordeeld als aantasting van herdenking, terwijl diezelfde herdenking zorgvuldig is afgebakend tot een veilig, historisch kader. Het verleden krijgt alle ruimte, het heden wordt liefst buiten beeld gehouden. Zodra iemand die twee aan elkaar probeert te knopen, ontstaat er paniek, omdat het het ritueel verstoort.

De hypocrisie zit daar: herdenken mag er zijn, zolang het niets kost. Zolang het geen vragen oproept over wat er nú gebeurt, of over de rol die Nederland daarin speelt. Dan wordt herdenken een vorm van morele zelfbevestiging, geen moment van nodige reflectie.

Quote du Jour | Oorlog als gebod

In Israël voeren religieuze zionisten een campagne om de ethische code van het leger te onderwerpen aan de halacha, de joodse religieuze wet, schrijft oud-journalist Salomon Bouman in het online magazine De Vrijdagavond. Hij citeert een van de voorstanders, Simcha Rothman, voorzitter van een parlementaire juridische commissie:

Waarom? De huidige code ziet oorlog volgens Rothman als een noodzakelijk kwaad, dat soldaten morele beperkingen oplegt en bang maakt. In het boek ‘Herstel van de spirit’ leggen twee gezaghebbende rabbijnen uit dat een nieuwe ethische code zich moet baseren op de Tenach. ‘Oorlog is een gebod, het is een goddelijke missie, het is onze weg naar Tikkun olam, het repareren van de wereld.’

De nieuwe ethische code, die de oude uit 1994 moet vervangen, zal volgens de rabbijnen iedere soldaat ervan doordringen dat hij de weg van koning David en van de Makkabeeën voortzet en dat hij strijdt in de naam van God en in naam van het Volk van Israël.

In de nog geldende ethische code voor de IDF staat niet dat een oorlog moet worden gewonnen. De initiatiefnemers voor een nieuwe code zijn van mening dat het van het allergrootste belang is het begrip ‘overwinning’ juist als hoogste ideaal in de nieuw te formuleren code op te nemen. Israëls militaire zege is volgens hen een absolute voorwaarde om het instorten van het land te voorkomen.

Quote du Jour | WODC rapporteurs voelen zich niet gehoord

Zowel het vorige kabinet als het huidige negeert de conclusies van een WODC rapport over demonstratievrijheid, constateren medeauteurs mr. dr. B. (Berend) Roorda, mr. N.J.L. (Noor Swart), mr. C.V.J. (Joachim) Bekkering en prof. dr. H.B. (Heinrich) Winter in een beschouwing in De Hofvijver,  de digitale krant van het Montesquieu Instituut.

Het rapport is op 19 december aan de Tweede Kamer aangeboden. Ondanks de conclusie dat ingrijpende wijzigingen van de wetgeving niet nodig zijn komen de de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de minister van Justitie en Veiligheid (J&V) van het kabinet-Schoof met een hele reeks aanpassingen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Vorige Volgende