Film: Away We Go met Verona en Burt

Verona en Burt zijn een stel dertigers die leven alsof ze nog steeds studenten zijn. Als blijkt dat Verona zwanger is moeten ze samen over een drempel in het leven. Omdat ze allebei een beroep uitoefenen waarmee ze niet aan een bepaalde plaats gebonden zijn, kunnen ze makkelijk de plek kiezen waar ze hun kind op laten groeien. Ze maken een reisje langs familie en vrienden in Amerika en Canada. Away We Go is niet zozeer een roadmovie als wel een ‘home-testingmovie’ met grapjes en een beetje pijn.
Burt doet de eerste waarneming die op zwangerschap wijst: het geslachtsorgaan van Verona smaakt anders dan anders. Het is de openingscène waarin we kennismaken met een aardig en intelligent stel, dat met elkaar praat en echt naar elkaar luistert. Maar Verona vraagt zich af of ze een stelletje losers zijn. Burt vindt van niet. Waarop Verona wijst op een concreet punt: een raam van bordkarton.
Als ze bij Burts ouders gaan eten, die in de buurt wonen, komen ze voor een onaangename verrassing te staan. De ouders zijn op het eerste gezicht een lief oud stel dat een eigen giechelspraakje heeft ontwikkeld. Maar schijn bedriegt, ze kiezen voor zichzelf: vlak voordat het kleinkind geboren wordt verhuizen voor een paar jaartjes naar België – hadden ze altijd al van gedroomd. En dat Burt en Verona zo lang in hun huis kunnen blijkt er ook al niet in te zitten – verhuurd, aan mensen die geld in het laatje brengen en op tijd weer op zullen rotten, denk ik er dan bij.

De eerste Democratische president van na de Burgeroorlog was Grover Cleveland (1837-1908), een eerlijke en integere proponent van het klassiek liberalisme met een grote afkeer van corruptie en patronage. Als leider van de zogenaamde Bourbon Democraten belichaamde Cleveland het zakenleven. Gedurende zijn eerste ambtstermijn (1885-1889) streed hij voor lagere belastingen maar werd hierin tegengewerkt door de protectionistisch ingestelde Republikeinen in het Congres. Tegenover hen pleitte hij in 1887 dat iedere burger recht had op “het volledige genoegen van alle vruchten van zijn nijverheid en ondernemerschap” en dat de overheid niet meer geld diende op te eisen dan zij nodig had. Echter pas nadat hij voor de tweede keer tot president werd gerkozen (1893) slaagde Cleveland erin belastingverlaging door te drukken. De Senaat amendeerde vervolgens zijn wet echter dusdanig dat het effect ervan grotendeels ongedaan werd gemaakt. De Amerikaanse handel en industrie bleven opgescheept met hoge tariefmuren. 

