Arbeidsmigratie is onvoldoende voor balans tussen beroepsbevolking en zorgvraag

Zelfs bij hoge arbeidsmigratie zal de beroepsbevolking tot 2050 minder sterk groeien dan de vraag naar langdurige zorg. Het NIDI adviseert het nieuwe kabinet daarom te investeren in onderwijs, participatie en een preventief gezondheidsbeleid. Meer gezonde, goed geschoolde mensen die met z’n allen meer werken remmen de groeiende zorgvraag af. De vergrijzing leidt tot een toenemende druk van de zorgvraag op de beroepsbevolking blijkt uit het recente rapport ‘Bevolking 2050 in beeld: opleiding, arbeid, zorg en wonen’ van het NIDI en het CBS. Omdat de hoge geboorteaantallen van na de oorlog en de daling van het aantal geboorten vanaf de jaren zeventig een belangrijke oorzaak zijn van de huidige vergrijzing, wordt vaak geredeneerd dat een stijging van het kindertal een remedie is tegen de gevolgen van vergrijzing. Een hoger kindertal leidt echter pas over tientallen jaren tot een substantiële toename van de beroepsbevolking. De eerstkomende decennia leidt een hoger kindertal vooral tot een toename van de arbeidsvraag – voor kinderopvang en onderwijs. Hoge arbeidsmigratie leidt wel op korte termijn tot een toename van de beroepsbevolking. Zij kan bijdragen aan het vervullen van vacatures van nu. Diverse sectoren, zoals land- en tuinbouw en distributiecentra zijn in belangrijke mate afhankelijk van arbeidsmigranten. Op de lange termijn is dit echter niet voldoende. Door de sterke groei van het aantal 80-plussers zal de zorgvraag (vooral de vraag naar langdurige zorg) ook bij hoge arbeidsmigratie sterker toenemen dan de omvang van de beroepsbevolking. Deze spanning kan worden verminderd door de stijging van de zorgvraag af te remmen en de groei van de beroepsbevolking te stimuleren. Dit vereist investeringen in onderwijs, preventie en participatie. Zorgen voor een goed geschoolde bevolking Het mes van investeren in onderwijs snijdt aan twee kanten: het bevordert de arbeidsdeelname en het houdt mensen langer gezond. Een goed geschoolde bevolking is overigens niet hetzelfde als een hoogopgeleide bevolking. Goede scholing is ook van belang voor mensen met een middelbaar en een laag opleidingsniveau. Dit vraagt om meer waardering van het beroepsonderwijs. Teneinde de onderwijsprestaties van kinderen met een migratieachtergrond en daarmee hun kansen op de arbeidsmarkt te bevorderen zijn structurele investeringen in het onderwijs nodig om kansenongelijkheid te verkleinen en voortijdig schoolverlaten terug te dringen. Goede scholing is niet alleen een verantwoordelijkheid van onderwijsinstellingen, leven lang ontwikkelen is essentieel om de inzetbaarheid van oudere werkenden bij een stijgende pensioenleeftijd te vergroten. Preventief gezondheidsbeleid is cruciaal voor minder chronisch zieken Verbetering van de gezondheidszorg heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de stijging van de levensverwachting. Maar niet alle extra levensjaren worden in goede gezondheid doorgebracht. Steeds meer dodelijke ziekten zijn chronische aandoeningen geworden. Veel chronische ziekten kunnen worden voorkomen door een gezonde leefstijl en betere leef- en werkomstandigheden. Daarom is preventiebeleid cruciaal. Vooral bij mensen met een lage sociaaleconomische status valt veel vooruitgang te boeken. Hierbij gaat het niet alleen om voldoende beweging en gezonde voeding. Problemen zoals schulden, werkloosheid, laaggeletterdheid, slechte huisvesting en stress hebben grote invloed op de gezondheid. Meer groepen moeten kunnen participeren Het aandeel van de bevolking in de werkzame leeftijden loopt terug. Dit maakt het des te belangrijker dat iedereen meedoet. De AOW-leeftijd stijgt als de levensverwachting toeneemt. Maar daarmee is nog niet gezegd dat de arbeidsdeelname van ouderen in hetzelfde tempo zal toenemen als de stijging van de AOW-leeftijd. Daarvoor is nodig dat de gezondheid van oudere werknemers het toelaat langer te werken, dat werkomstandigheden zo nodig worden aangepast, dat oudere werknemers zich blijven ontwikkelen (omdat banen voor het leven verdwijnen) en dat de kansen van oudere werkenden niet negatief worden beïnvloed door leeftijdsdiscriminatie. Arbeidsmigranten voldoen aan de arbeidsvraag van nu. Ze kunnen op korte termijn in vacatures voorzien, maar hun inzetbaarheid op de langere termijn is niet vanzelfsprekend. Om- en bijscholing zijn cruciaal om duurzame inzetbaarheid van de arbeidsmigranten die blijven te verzekeren. Asielmigranten intensief begeleiden naar werk De arbeidsdeelname onder asielmigranten, die overigens maar een minderheid van de bevolking met een migratieachtergrond vormen, is relatief laag. Bij hen spelen vaak psychische problemen en trauma’s door oorlogservaringen of ontberingen. Bovendien duren toelatingsprocedures vaak nog lang, worden elders behaalde kwalificaties niet eenvoudig erkend en is het combineren van het leren van de taal, het volgen van een opleiding en entree op de arbeidsmarkt niet altijd goed op elkaar afgestemd. Een hogere arbeidsparticipatie kan worden bevorderd door in te zetten op intensieve begeleiding met aandacht voor solliciteren en een snelle aansluiting op de arbeidsmarkt. Meer vrouwen moeten meer uren gaan werken Nu nog werken minder vrouwen dan mannen en veel vrouwen werken minder uren. Naar verwachting zullen deze verschillen door de sterkere stijging van het opleidingsniveau van vrouwen dan van mannen kleiner worden. Als meer vrouwen gaan werken én vrouwen meer uren betaald gaan werken, stijgt het aandeel van de beroepsbevolking gemeten in de bevolking. Beschikbaarheid en kosten van kinderopvang, maar ook de rolverdeling tussen mannen en vrouwen in het huishouden zijn hierbij belangrijk. Een toename van het aantal betaalde werkuren van vrouwen kan ook leiden tot nieuwe arbeidsvraag, denk bijvoorbeeld aan meer kinderopvang, meer vraag naar hulp in de huishouding en meer vraag naar formele zorg als het aanbod van mantelzorg terugloopt. De keus is aan het nieuwe kabinet Het migratiedebat gaat vaak over vluchtelingen en moslims, maar een groot deel van de migranten bestaat uit arbeids- en studiemigranten en hun gezinsleden. Met arbeidsmigratie groeit de beroepsbevolking, maar niet voldoende om de beroepsbevolking even sterk te laten toenemen als de groei van de zorgvraag. Daarvoor is het nodig dat de arbeidsparticipatie wordt verhoogd en de groei van de zorgvraag wordt afgeremd. Hoe lager de arbeidsmigratie, des te sterkere groei is nodig van de arbeidsparticipatie en beperking van de zorgvraag. Het is aan de politiek om te kiezen welke mix van migratie, participatie en preventie optimaal is. Dit artikel verscheen eerder bij Sociale Vraagstukken. Joop de Beer is themagroepleider Ageing & Longevity bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Referenties NIDI, CBS (2021). Eindrapport Verkenning Bevolking 2050. Bevolking 2050 in beeld: opleiding, arbeid, zorg en wonen.

Closing Time | Tombe La Neige

Hagel in mei heb ik wel gezien, verleden week was dat. Het roffelde ineens tegen de ramen. Blijft toch een sensatie zo’n fenomeen, dat je grasveldje ineens groen/wit is. Sneeuw heb ik nog niet gezien. Wel zag ik de bloesems van de bomen door de lucht wervelen toen het zo waaide. Het wordt dan zo’n plakkerige kledderdrab op de stoep, niets sierlijks meer aan, toch net als echte sneeuw. Waar wou ik ook alweer heen, o ja, naar Adamo die Tombe La Neige zingt. Over echte sneeuw die valt. Een witte wereld terwijl zijn hart zwart is (het zal een keer niet over een vrouw gaan die er niet is). En dan doet Adamo parlando. En hij praat over kou en gemis, wanhoop en eenzaamheid. En de sneeuw die maar blijft vallen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Charles Roffey (cc)

De bevrijding die dat niet was

Net als André van Duin ga ik voor Dodenherdenking liever naar het Homomonument dan naar het monument op de Dam. Toen Van Duin afgelopen dinsdag wel op de Dam aanwezig was, en daar een ontroerende speech hield, sprak hij met liefde over het Homomonument. ‘Dat wij in Nederland sinds 1987, als eerste in de wereld, zo’n monument hebben, tekent onze vrijheid: de vrijheid dat iedereen hier zichzelf mag zijn, zonder dat iemand anders daar wat van zegt.’

De geschiedenis was wranger dan dat. Het Homomonument kwam tot stand omdat homo-organisaties jarenlang bij de officiële Dodenherdenking werden geweerd. Meelopen in het formele defilé mochten ze niet, laat staan een krans leggen. Hun aanwezigheid werd gezien als provocatie jegens andere oorlogsslachtoffers en -getroffenen.

Ook in boeken over de Tweede Wereldoorlog was amper aandacht voor de homovervolging. Erger: nog lang werd gedacht dat homoseksuelen – en zij die daarvoor versleten werden – eigenlijk een plaats in een Duits kamp verdienden. De geallieerden zouden in 1948 nog bevestigd hebben dat criminelen, moordenaars en homoseksuelen in hun ogen met recht in het kamp hebben gezeten; in 1953 herhaalde de Duitse overheid dat rijtje (en voegde daar de zigeuners nog aan toe).

Toen de homobeweging opkwam, vanaf eind jaren zestig, waren de meer activistisch ingestelde homo’s het zat: ze vroegen niet braaf toestemming om mee te mogen doen, ze deden het gewoon. Twee van hen speldden zichzelf roze driehoekjes op, die voor de homo’s waren wat de gele ster voor de Joden was, en togen naar de Dam. Maar toen zij hun krans met roze linten wilden neerleggen, werden ze gearresteerd. De krans werd vernield. Dat was op 4 mei 1970.

Foto: The People Speak! (cc)

Vergezichten in COVID

ACHTERGROND, ANALYSE - De antivaxer als egoistische aso – of is het net andersom?

In mijn omgeving voltrekt zich een polarisatie: een aanzienlijk deel ontpopt zich als die-hard antivaxer, terwijl de net wat talrijkere rest daar fanatiek tegenin gaat. Ikzelf zit – met een achtergrond in wetenschap – uiteraard in dat laatste kamp. Echter, een recentelijk inzicht deed mijn standpunt schuiven – al ben ik er nog niet achter in welke mate.

Kansberekeningen

Bij de keuze al dan niet vaccineren tegen covid maken veel mensen als eerste een egoistische afweging: wat zijn mijn eigen persoonlijke risico’s en kansen. Het grote probleem daarbij is natuurlijk dat veel mensen de kennis ontbreekt om de grootte van de kansen te weten, en als ze die grootte al weten, ze vaak niet in staat zijn om dat enige betekenis te geven. Daarom wil ik dit verhaal beginnen met het inschatten van die kansen. Het blijft natuurlijk nattevingerwerk, maar mijn kansberekening zal de orde van grootte van de kansen redelijk benaderen.

In een ideale wereld waarin iedereen zich gewoon laat vaccineren tegen een bepaalde infectieziekte, is de meest rationele keuze uiteraard om je niet te laten vaccineren. Immers, hoe klein ook, bij elk vaccin is er een kans op bijwerkingen en die kans vermijd je door je niet te laten vaccineren. Omdat iedere andere persoon wel gevaccineerd is, loop je daardoor ook geen risico op de negatieve effecten van niet vaccineren, namelijk het oplopen van de ziekte in kwestie. Dit staat of valt natuurlijk met de inschatting dat de vaccinatiegraad onder de bevolking voldoende is. Deze strategie is weliswaar rationeel op individueel niveau, maar niet op groepsniveau. Bovendien is het ronduit egoistisch: je bent een free-rider op het systeem, en laat anderen de kastanjes uit het vuur halen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Closing Time | Tous les garçons et les filles

In de Closing Time van gisteren werd al naar haar verwezen: Françoise Hardy. En Tous les garçons et les filles is natuurlijk een enorme nostalgische kneiter, een romantische klassieker van jewelste. De chanson heeft na bijna 60 jaar nog niets van zijn aantrekkelijkheid verloren. Een lief zoet wiegend weemoedig stemmend zomers walsje. Ik zit hier als vanzelf zachtjes meedeinend achter het toetsenbord. En ja we worden ouder, we laten de jeugd achter ons, we worden sterfelijk. En Françoise Hardy is nu ziek. Klik je nu een artikel over haar aan, dan is het eerste dat je leest: kanker en euthanasie. Dat is wel een erg bruut slotakkoord.

Foto: PRI's The World (cc)

Daar opgewekt

ANALYSE - In 2014 schreef ik een stuk over de wereldwijde slag om de onderkant van de energiemarkt. Een slag die nog steeds gestreden wordt tussen de leveranciers van fossiele energie en de leveranciers van duurzame energie. In de tussenliggende jaren is er veel gebeurd en heeft de prijsdaling van windenergie, zonne-energie en energie-opslag wereldwijd doorgezet.

Ontwikkeling kolencentrales wereldwijd

De pijplijn aan kolencentrales krimpt wereldwijd en de productie van kolenstroom is sinds 2014 stabiel, ook al groeit het wereldwijde vermogen aan kolencentrales nog steeds. Dat betekent dat per kolencentrale minder stroom wordt geproduceerd, waardoor de gemiddelde capaciteitsfactor daalt en er dus ook minder geld wordt verdiend met kolencentrales.

Het totaal vermogen aan kolencentrales dat is aangekondigd, waar vergunning voor is aangevraagd of verleend en dat in aanbouw is sinds 2014 fors gedaald. De druk op investeerders (banken, pensioenfondsen, vermogensbeheerders) en verzekeraars om zich terug te trekken uit de financiering van kolencentrales groeit ook nog steeds.

Tegenover de krimp in kolenvermogen in aanbouw staat een stijging in het vermogen dat gecancelled is en gesloten. Het schiet nog niet echt op met sluitingen, maar het feit dat het vermogen van afgeblazen kolencentrales sinds 2014 stijgt is een mooie eerste stap. Een paar jaar geleden was de verwachting dat met name Zuid- en Zuidoost-Azië nog een forse groei zouden doormaken. Inmiddels hebben de regeringen van Bangladesh, de Filipijnen, Vietnam en Indonesië plannen aangekondigd om 62 GW aan geplande kolencentrales te schrappen. Daarmee daalt de pijplijn aan kolenvermogen met 80% sinds 2015, aldus Global Energy Monitor in Boom & Bust 2021. Ook Carbon Brief schetste halverwege 2020 geen rooskleurig beeld voor de kolensector. Uit een analyse van Ember blijkt dat de neergang van kolenstroom in de landen van de G20 in 2020 door heeft gezet, terwijl wind- en zonne-energie sterk groeien.

Foto: Fieldlab test museumweek 2021 © foto Wilma Lankhorst.

€1 miljard voor tijdelijke wet testbewijzen

COLUMN - Afgelopen vrijdag heeft de demissionaire ministerraad vergaderd over een wetsvoorstel van Minister Hugo de Jonge over het wijzigen van de Wet publieke gezondheid (Wpg) om testbewijzen voor toegang in te kunnen zetten. Het gaat om een tijdelijke wet “om de samenleving verder te openen zodat we weer naar sportwedstrijden, muziekfestivals, musea of naar de horeca kunnen.” De verwachting is dat komende dinsdag (11 mei 2021) de knoop wordt doorgehakt. In de wandelgangen staan de lichten al op licht groen.

Stop dit voorstel

Deze tijdelijke wet lijkt me om meerdere redenen geen goed plan. De € 1 miljard die De Jonge heeft begroot, kan effectiever worden ingezet voor het steunen van sport, culturele instellingen en de horeca. Mijn hoofd duizelt al sinds dit nieuws afgelopen vrijdag in de nieuwsprogramma’s aan bod kwam. Onder andere directeur Charles de Mooij van het Noordbrabants Museum in Den Bosch gaf aan dat dit voorstel wat hem betreft geen goed plan is.

2021 Noordbrabants Museum Den Bosch © foto Wilma Lankhorst

Noordbrabants Museum Den Bosch © foto Wilma Lankhorst.

Ik heb zelf meegedaan aan de Fieldlab-test tijdens de nationale museumweek (18-25 april jl.). Voor de verplichte test moest ik twee maal een half uur rijden om de dag er na een museum te bezoeken. Deze inspanning is prima voor een test, maar dat ga ik niet doen in de toekomst. Ondanks het feit dat ik voor mijn werk afhankelijk ben van bezoeken aan musea, ben ik niet bereid om me steeds te laten testen en hiervoor ook nog eens extra te moeten betalen.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: cool revolution (cc)

Ons raciaal contract

PODCAST - Hoe gaan we verder na Black Lives Matter? Gloria Wekker gaf afgelopen maart een lezing voor antidiscriminatiebureau Radar die nu als podcast te luisteren is.

Wekker begint met een paar lichtpuntjes rondom racisme in Nederland, zoals de zetel van BIJ1 in de Tweede Kamer, het feit dat er vorig jaar niet alleen zwarte mensen naar de BLM-demonstratie kwamen maar ook witte mensen, en de onderzoeken naar de rol van Amsterdam, Rotterdam en binnenkort ook Utrecht in de slavernij. Dat je ook niet meer hoeft uit te leggen waarom je onderzoek doet naar racisme, zoals Wekker zelf lange tijd ondervond, is ook vooruitgang te noemen.

Maar het racismeprobleem is natuurlijk verre van opgelost. Om dit te illustreren analyseert Wekker het NPO-debat van afgelopen juni over racisme als voorbeeld van hoe het dus niet moet. Het ging al mis bij de keuze voor de centrale stelling: ‘Het huidige racismedebat drijft Nederland uit elkaar.’ Het was dus geen debat over racisme maar een debat over het racismedebat. Dat is het eerste punt van negen punten van Wekkers analyse. Ook als je denkt dat alles wel over dat debat gezegd is, is het verhelderend om met Wekker terug te blikken. Zij ziet het debat als graadmeter voor het huidige ‘raciaal contract’, een concept van filosoof Charles W. Mills dat duidt op de manier waarop witte mensen omgaan met niet-witte mensen.

Foto: Maria Willems (eigen foto - met toestemming)

Kunst op zondag | Ik ben er zo eentje

Ik ben er zo eentje die in prozateksten natuurbeschrijvingen overslaat

Ik ben er zo eentje die in prozateksten natuurbeschrijvingen overslaat. Stuit ik op zo’n passage, dan laat ik mijn blik over de bladzijde naar beneden gaan, tot de plek waar ik weer het begin van een dialoog of een actie vermoed. Voor mij hoeft dat niet zo, zo’n lyrische beschrijving van zo’n stuk groen tussendoor. In het echte leven zal het allemaal best indrukwekkend, ontroerend, majestueus, pril, dartel, schattig, ruig, ontzagwekkend, ongelooflijk, romantisch en prachtig zijn, maar voor mij hoeft dat niet op papier: die branding, die horizon, die duikvlucht van de valk, die herfstkreet van die havik, het bidden van de buizerd, die dauwdruppels in een spinnenweb, die rokende vulkaan, dat verborgen vennetje, die regenboog, die tekening op de vleugels van die vlinder, die tere bloemblaadjes, die pluim alleen, dat met vliegen overdekte karkas van dat konijn, die ruisende populieren, dat kronkelende dijkje, die zonsopgang in de stille polder, die kikker in je handpalm, die zingende merel ’s avonds, die zingende merel ’s ochtends, zo’n slootkant vol met bloemen, zo’n plotse ontmoeting met een roedel herten in het bos, zo’n hagedis die op een muurtje een zonnebad neemt, zo’n onbetreden besneeuwd pad, zo’n wandeling op het strand bij windkracht acht, zo’n nestje kale blinde vogels, dat eindeloze geluid van die cicaden, die trillende hete lucht boven de lavendelvelden, de kringen van regendruppels in de vijver, de roep van de grutto, grutto, grutto, herfstbladeren die knisperen onder je voeten, boomgaarden vol met appels, het geklater van de waterval, de bloesem altijd in elk voorjaar, de maansverduistering, de vis die uit het water springt, een hommel die van bloem tot bloem vliegt, een storm die bomen knakt, een fossiel gevonden in het zand, een vers geploegde akker, een net gemaaid weiland of koeien die langzaam opgenomen worden door de optrekkende mist – nee, dat hoeft voor mij allemaal niet zo.

Foto: Niklas Morberg (cc)

Papyrus. Een geschiedenis van de wereld in boeken – Irene Vallejo

RECENSIE - door Addie Schulte, redacteur van Boekenstrijd.

Terwijl ik dit boek aan het lezen was, vroeg mijn huisgenoot: ‘Lezen mensen over honderd jaar nog boeken?’ Een paar pagina’s verder kwam ik het antwoord van Irene Vallejo tegen. Het boek wordt volgens haar niet met uitsterven bedreigd, het heeft zich bewezen, heeft al veel overleefd, het boek grenst net als de lepel en de stoel aan de perfectie. Zoiets laat zich niet zo makkelijk vervangen.

Het is een antwoord dat past in een boek dat een lofzang is op het boek en op allen die de boeken toegewijd zijn: de schrijvers, vertalers, bibliothecarissen, kopieïsten, verzamelaars, handelaren en uiteraard de lezers. Op verschillende plekken komt de wonderlijke ervaring van het lezen naar voren, de mogelijkheid om kennis over te dragen, om meegevoerd te worden door wat streepjes op papyrus, perkament, papier of toch een scherm.

Een vertrekpunt van Vallejo is de legendarische bibliotheek van Alexandrië in Egypte. Het streven was daar exemplaren van alle bestaande boeken te verzamelen. Het was vast een idee van Alexander de Grote, de naamgever van deze en vele andere steden, om zo’n bibliotheek op te richten, schrijft Vallejo. Maar over dat streven is niets bekend. Het toont de losse manier waarop Vallejo met de geschiedenis omgaat, gelukkig maakt ze dat hier ook expliciet. Het kost moeite, schrijft ze, ‘het skelet van feiten’ apart te houden van ‘het spierweefsel en het bloed van de verbeelding’.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Floris van Halm (cc)

Geen herstel maar hervorming na deze crisis

Steeds meer politici en belangenverenigingen roepen om een ‘nationaal herstelplan’. Dit suggereert dat de huidige crisis plotseling zaken heeft geschaad die ook gemakkelijk hersteld kunnen worden. Koen Frenken (hoogleraar Innovation Studies aan het Copernicus Institute of Sustainable Development van de Universiteit Utrecht) ziet dat anders: het zijn vooral structurele ongelijkheden die door de coronacrisis groter werden. Om die aan te pakken zijn geen herstelplannen, maar hervormingen nodig.

De eerste ongelijkheid die door de crisis sterk toenam, is de scheefgroei op de arbeidsmarkt tussen vast en flex: een afnemend aandeel van vast heeft een grote mate van zekerheid van werk, inkomen en pensioen, terwijl een toenemend aandeel van flex een onzeker bestaan kent. Deze scheidslijn is niet enkel economisch, maar ook sociaal, omdat flex veel vaker voorkomt onder vrouwen, migranten en laagopgeleiden. Het is duidelijk dat juist in de flex-groep de zekerheid van werk en inkomen sterk is afgenomen tijdens de crisis, en dat de steunmaatregelen voor deze groep niet altijd soelaas bieden.

Door onlineplatformen en vastgoed groeien verschillen

De tweede ongelijkheid betreft het grootbedrijf en kleine ondernemers. Een kleine groep van platformbedrijven (Microsoft, Amazon, Uber) groeide de afgelopen decennia sterk in omvang en winstgevendheid, zonder belasting af te dragen in de landen waar ze actief zijn. Daarmee samenhangend werd een steeds grotere groep van kleine bedrijven en zelfstandigen (in retail, reisbranche, taxi, media, uitgeverij) afhankelijk van deze platformen, met dalende inkomsten (en lonen) van dien. Daarnaast heeft de concentratie van vermogen uit vastgoed bij een klein deel van de bevolking jonge woningzoekenden sterk op afstand gezet en de tweedeling in steden (tussen wijken) en in het land (tussen Randstad en krimpgebieden) versterkt.

Vorige Volgende