Klimaatalarmisme
In Parijs probeert men met veel compromissen een klimaatakkoord te sluiten omdat men schoorvoetend gelooft dat het misschien een beetje opwarmt. In Nederland doet men nog een poging zoveel mogelijk twijfel te zaaien over die opwarming. Maar het andere uiterste blijft onderbelicht. Want het is taboe echt alarm te slaan in deze.
De onderhandelingen in Parijs hebben voor het weekend een conceptversie voor een akkoord opgeleverd. Maar daar staat nog een hoop niet in vast en het is onduidelijk of er echt krachtige afspraken gemaakt kunnen worden. Parijs lijkt net als Kopenhagen een paar jaar geleden op een teleurstelling uit te draaien. De urgentie wordt kennelijk niet echt ervaren.
In Nederland wordt intussen een bijna afgesproken barrage van twijfelberichten voor de Nederlanders geplaatst. Media geven ruimschoots podium aan artikelen en opiniestukken in een vreemde reflex om “balans” in het debat te brengen.
Uiteraard is er een heel kleine kans dat het met die opwarming niet zo hard zal gaan als 97% van de klimaatwetenschappers nu denken. Maar als je aan die kleine kans zoveel ruimte biedt, moet je dat ook doen voor die andere kleine kans. Namelijk de kans dat het veel ernstiger, heel veel ernstiger uitpakt dan we nu te horen krijgen.
Maar daar zit een taboe op. Want wat het grootste deel van de wetenschap nu al als de te verwachten opwarming ziet, met alle gevolgen erbij, krijgt al het label “klimaatalarmisme”.




