Mohammed Benzakour

7 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Julie (cc)

Hoe oma om zeep wordt geholpen

COLUMN - Oma staat voor nostalgie. Daar wordt al grondig op ingespeeld door de commercie, maar Verhagen Fastfood maakt het wel heel bont.

Wat is dat toch met oma? Terwijl ze kostenefficiënt weggestopt wordt in speciale tehuizen aan de periferie van de stad, maakt de horeca en levensmiddelenbranche goede sier met haar. U kent ze wel: oma-recepten.

Aldi adverteert al langer met ‘Grootmoeders gehaktballen’. Jumbo legt ‘Oma’s stoofpot’ in de schappen en Albert Heijn is titelhouder met ‘Oma’s appeltaart’, ‘Oma’s haringsalade’, ‘Oma’s jachtschotel’, ‘Kruidkoek van oma Lubje’, ‘Oma’s soep’, ‘Oma’s opbakaardappeltjes’. Deze grootgrutter deinst er zelfs niet voor terug de blik over de grenzen te werpen: ‘Oma’s Amerikaanse cheesecake’.

Niet alleen bij supermarkten, ook pannenkoekhuizen, poffertjestenten en zelfs snackbars hebben grootmoeke ontdekt. ‘Grootmoeders stroop’ is schering en inslag terwijl bij Cafetaria Schoonoord ‘Kom binnen en ervaar de smaaksensatie uit grootmoeders tijd! op de gevel prijkt. En was het u dezer dagen al opgevallen hoeveel knus verlichte gebakkramen in krulletters Oma’s Oliebollen aanprezen?

Oma is hot. Onbegrijpelijk is het niet. In onzekere tijden, waarin de stadsmens steeds sterker onderhevig lijkt aan gevoelens van ontheemding en nostalgie, is oma een baken van rust en huiselijkheid. De economische crisis helpt een handje mee. In tijden van recessie en schaarste, blijkens een recent historisch onderzoek van Anneke Geyzen, grijpen gezinnen graag terug op voedsel van vroeger. Dat wil zeggen: voedsel van eenvoudige snit. Want oma is niet bepaald van de afdeling haute cuisine; oma is geen chef-kok die met een pincet een Taggiasche olijf plant in een gekonfijte kalfslende in Orecchiete pasta met truffelroom. Wars van alle globalisering en multiculturalisme zet oma liever een pan stomende opperdoezers op tafel, voor de prak in karnemelksaus  met Zeeuwse spek. Ouderwetse Hollandse kost, lekker en eerlijk.

Foto: Mr. T in DC (cc)

De smartphone en de teloorgang van de blik

COLUMN - Waar de boerkadraagster haar toevlucht neemt tot een andere tijd, vlucht de smartphoner in een andere ruimte – met dit extra verschil: smartphoners zijn blind, doofstom en in onnoemlijk grotere getale. Een klaagzang.

Toen ik vorige maand een lange wandeling maakte door de Belgische Ardennen, passeerde ik op een goed moment een Hollands echtpaar. Beleefd groetten we elkaar. Vijftien meter achter ze aan hobbelden twee jonge meisjes, diep weggedoken in hun pings en whatsapps. Toen ze mij passeerden keken ze niet op, hoorden mij niet, liepen door alsof ik een geest was. Ik keek hen na tot ver achter de heuvels, tot ze uit m’n blikveld verdwenen. Niet eenmaal week hun gezicht af van de machine, laat staan dat ze hun ogen de kost gaven, terwijl de natuur zich geweldig uitsloofde; coniferen en vliegenzwammen waartussen de nevel als een bruidsjurk hing, achter de horizon een goudoranje gloed; al dit moois ontging hen schielijk. Wat hebben ze bij thuiskomst te vertellen? Welke herinneringen bewaren ze aan de Ardennen?

Het hoge woord moet er uit: de blik dreigt uit te sterven. Het genoegen van het alledaagse aanschouwen, de waarneming, het oogcontact, is rap aan het uitdoven. Vanaf Adam en Eva was dit een goede gewoonte die met plezier werd uitgeoefend. Maar sinds de uitvinding van de Samsung Galaxy en de iPhone is het voor iemand die hecht aan de vriendelijke groet, de knipoog, de hoofdknik, of zelfs maar de sluikse oogopslag, niet langer aangenaam door stad en land te wandelen. De oneindige reeks ‘ontmoetingen’ met op schermpjes starende schimmen creëert in het straatbeeld een mist die even unheimische gevoelens oproept als de confrontatie met boerka’s. Was ook daar niet de grootste ergernis de onzichtbare blik?

Een Sikh of een Sjeik

Als ik zaterdagochtend het AD doorblader, denk ik altijd: was ik maar een middeleeuwer. Ik las eens dat de informatie die de zaterdageditie van het AD bevat, gelijk staat aan de informatie die een middeleeuwer gedurende zijn hele leven verwerft.

Dag in dag uit voer ik strijd tegen de papierlawine die zich m’n huiskamer binnenboort. Met man en macht tracht ik de parelen uit de mestvaalt te vissen. Soms lukt dat.

Eppie van der Molen is zo’n pareltje. Een Fries die al vijftien jaar een jongensdroom koesterde: het haantje op de toren van zijn dorpskerk aanraken. Onlangs, op een vroege, frisse zondagochtend, was het zo ver. Eppie dronk zich een stuk in de kraag, beklom met blote handen de toren, omhelsde met tranen in de ogen het haantje en nam ‘m mee naar benee. Maar benee werden Eppie en het haantje opgewacht door een grijnzende agent. Maar dat kon Eppie niet deren, zijn droom was bewaarheid!

Eppie, ik houd van je.

Een ander glimmend pareltje gaat over het ‘t kleine, dappere Aziatische koninkrijkje Bhutan, dat een verbod uitvaardigde op het houden van kippen in kooien. Kippen moeten voortaan vrij en blij over het veld hollen. Wie ze toch in een kooi stopt, krijgt een gepeperde dwangsom. Gewoon, omdat het inperken van de kippenvrijheid onverenigbaar is met de boeddhistische filosofie. De mens pakt immers al de eieren af.

Huhn Passion

Sommige dieren hebben alles tegen. Een ervan is de kip. Moeders mooiste is ie al niet. Plomp lijfje, eng nerveus kopje, behangen met potsierlijke kammetjes en lelletjes, spiedend door naakte, wenkbrauwloze ogen die nooit enig gevoel of gedachte verraden.

Maar god, wat is de kip toch fundamenteel voor ons bestaan. Malse poten, dijen, borst, krokante vleugeltjes, z’n levertjes met ui zijn hemels. Geen dier dat zo spontaan doet watertanden als de druipende kip aan het spit. Niet voor niets drijft op z’n lijfje een daverend multinationaal firma: KFC. Miljoenen monden voedt het arme diertje, iedere dag. En wat te denken van die wonderdrol genaamd ei. Elke dag perst de kippenkont een mooi rond glad juweeltje. Een natuurkundig raadsel: kwetsbaar overdwars maar niet te breken in de lengte. Het ei is een universum. Diep van binnen zindert een zon van vloeibaar geel. Daaromheen het magma als een hemelgewelf van eiwit. Grondstof voor vrijwel al wat goed en smakelijk is; poffertjes, ijs, pannenkoeken, brood, koekjes, toetjes, noedels, foe yong hai, eindeloos is de lijst.

Zelfs is het diertje inzet als bezuinigingsmaatregel in de economische crisis. Sinds kort krijgt in het Franse dorpje Pince elk huishouden twee kippen om het groente-, fruit- en tuinafval op te peuzelen. Deze vuilniskippen ‘verminderen zo de afvalberg, zijn leerzaam voor kinderen en ze helpen de gezinnen geld te besparen, gezien de stijgende ei-prijzen’, zei burgemeester Lydie Pasteau. Het is waar, een kip kan jaarlijks 150 kilo vuil wegwerken en 200 eieren leggen.
Zo considerabel is dus de kip. Maar wat is zijn provisie? Een handje maïs, verder niets. Slechts kommer en kwel. De kip staat onderaan de pikorde van ons vee, het leidt ‘n gruwelijk bestaan in de bio-industrie, altijd de lul als er geruimd moet worden.

Platwormen

Een nieuwe column van Mohammed Benzakour. Die is ook in VolZin verschenen.

Schaduwrijke tuinen met bomen vol zoete vruchten. Rivieren met wijn. Wijn waaraan je je eindeloos kunt laven zonder dronken te worden. Rondvliegende gebraden duiven gevuld met pistache. Dorst bestaat niet. Honger bestaat niet. Evenmin uitscheiding. Doezelen op zijdezachte sofa’s. Elke dag nieuwe kleren. Elke dag stralend weer. Elke nacht omringd door beeldschone maagden en parelachtige jongelingen.

Dit ongeveer is het Hof van Eden dat moslims wordt voorgespiegeld. Als ze maar hun best doen. Als u het mij vraagt: een regelrechte hel. Je leven lang braadduif nassen in ‘n aangeharkte bloementuin is een taakstraf van groot formaat. Ik wil door sneeuwheuvels ploeteren, dorre woestijnen, schorpioenen vangen, zilverruggen bespieden in jungles, woeste zeeën bevaren. Aan nieuw schoeisel heb ik een grafhekel, het lekkerst zitten afgedragen mocassins. Ik zet het liefst m’n tanden in ‘n zure granny smith en na een diner (geen duiven aub) verkies ik Grand Marnier ver boven wijn. En als ik dan toch stevig aan de fles ga, stel ik enige roes toch zeer op prijs. Erna wil uitgebreid kunnen pissen en poepen. En, misschien verbaast het u, ik ben niet zo dol op maagden. Al die bloederige lakens, getver. De beste seks geniet je met ’n midtwintiger die van toeten en blazen weet.

Nee, dat eeuwige paradijsbestaan is niet erg aan mij besteed. Een dagje, desnoods een weekje, oké, kan aardig zijn, maar eindeloos om m’n oren vliegende braadduiven, non merci, laat ze iemand anders lastig vallen.

God & UFO

Net als alle kinderen was ook ik in 1982 danig door E.T. overrompeld. Avondenlang spookte dat hartbrekende monstertje door m’n hoofd, door m’n dromen, hele nachten tuurde ik door m’n slaapkamerraam omhoog. Ik zag alleen een maan en sterren maar ik wist het zeker: buitenaardse wezens bestaan. Dwaas misschien, maar ik zie het simpel: het universum is oneindig groot, groter dan een mensengeest kan bevatten, waar halen we de bekrompen arrogantie vandaan om te denken dat louter op ons zandkorreltje leven en ontwikkeling bestaat?

Aan de TU Delft werkt een man, Coen Vermeeren. Vermeeren gelooft in UFO’s. Hij beweert ze zelfs gezien te hebben. Vermeeren beschikt over data (en met hem een keur aan gerenommeerde astronomen en fysici) die ondubbelzinnig gewag maken van kosmische verschijnselen en mysteriën die we niet zomaar terzijde kunnen schuiven als ‘broodje aap’. De graancirkels laat ik even rusten.

Maar leidden Vermeerens opmerkingen tot inhoudelijk debat? Geenszins. Hoofdzakelijk hoongelach was wat het ‘UFO-gekkie’ ten deel viel, door collega’s en directie. Basta. Einde verhaal is dat Vermeeren moest vertrekken bij zijn faculteit en bij Studium Generale onder curatele is gesteld. Want, aldus De rectortor magnificus: “Vermeeren begeeft zich op het grensvlak van wetenschap en fictie.”

Foto: Eric Heupel (cc)

Benoeming Pastors: Angstig gekonkel aan de Maas

Marco Pastors heeft afscheid genomen van de politiek. Voor – heel origineel – ‘een nieuwe uitdaging’. Een droombaan: Directeur Nationaal Programma Kwaliteitssprong Zuid. Een lelijke naam, maar goed passend bij een krijtstreepjespak. Ik feliciteer Pastors, en met hem LR.

Ofschoon de politicus (binnenkort: ambtenaar) dit cadeau vooral te danken heeft aan zijn zelfverklaarde vijanden – B&W, incluis PvdA en D66 – is het fijn voor Pastors en LR dat ze op bestuurlijk vlak toch nog een dikke vinger in de Rotterdamse pap mogen meeroeren.

Ik herinner me nog hoe moeilijk Pastors het had als weggestuurde wethouder. Hij kon maar geen baan vinden, want hij leed zo onder z’n ‘imago’. ‘Als je iets kritisch zegt over moslims, wordt het blijkbaar een stuk moeilijker’. Pastors doelde uiteraard niet op de problemen die moslims hebben op de arbeidsmarkt, als gevolg van o.m. zijn eigen islamhetzes, nee, Pastors baalde dat hij zelf moest teren op een wachtgelduitkering. Dat vond hij ‘een grote kwelling’, juist omdat hij als wethouder zo sterk gekant was tegen uitkeringstrekkers die geen baan onder hun niveau accepteerden. Daarop was GroenLinkser Arno Bonte zo aardig geweest om z’n oud-collega een handje te helpen. Bonte deed hem diverse vacatures aan de hand, postkamermedewerker, strandwachter, telefoniste, magazijnmedewerker, tomatenplukker – maar Pastors was nergens voor te porren. Liever teerde Pastors op overheidsgeld dan de handjes te laten wapperen.