Jona Lendering

632 Artikelen
15 Waanlinks
322 Reacties
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.

Mussolini

Het Mausoleum van keizer Augustus is een van de indrukwekkendste ruïnes van Rome. Mussolini liet het oude gebouw vrij leggen en er een vierkant plein omheen bouwen. Of het mooi is, laat ik in het midden, maar het is wat het moet zijn: een etalage voor de ruïne.

En een ruimte voor fascistische propaganda. Aan de noordzijde zijn reliëfs aangebracht waarin een parallel wordt getrokken tussen de tijd van Augustus en die van het fascisme. In oktober 1982 stond ik, tijdens het gymnasiumreisje, licht geschokt te kijken naar de moderne inscriptie die er was aangebracht: weliswaar had iemand met cement geprobeerd de tekst weg te werken, maar echt succesvol was hij daarbij niet geweest, zodat de naam “Mussolini” nog duidelijk zichtbaar was.

Mijn docent, meneer Johannesma, had een leuke kwinkslag: was dit niet een mooi symbool voor het naoorlogse Italië, dat zijn fascistische verleden wel had geprobeerd weg te werken, maar daarbij nou niet bepaald het vuur uit de sloffen had gelopen? Ik heb de grap later ook door andere gidsen horen maken, ik heb me er zelf ook wel eens aan bezondigd, en ik ben niet de enige die het jammer vindt dat ergens in de jaren negentig iemand het cement heeft weggehaald. De schoongemaakte inscriptie is een tekst waarvan er in Rome dertien in een dozijn gaan, de half-weggewerkte was uniek en symbolisch, en hoorde daarom eigenlijk – ik schrijf dit zonder ironie – op de monumentenlijst.

Romans over Romeinse keizers

Een kennis van me merkte, naar aanleiding van het overlijden van Gore Vidal, op dat hij weer naar diens keizerbiografie Julian (1964) had gegrepen.

Een geweldig boek! Heel wat beter dan Vidals andere romans over de Oudheid.

Live from Golgotha is, zoals ik al eens betoogde, het boek van een oude man die op een feestje steeds weer dezelfde mop vertelt. Creation (1981) wens ik me helemaal niet te herinneren. Zelden heb ik zo’n gemakzuchtig boek gelezen, zelden ben ik zó in een gewaardeerd auteur teleurgesteld geweest.

Nee, dan Julian! De roman biedt de briefwisseling die de hoogst-beschaafde Libanios en een filosoof voeren over de autobiografie van Romes laatste heidense keizer, een constructie die Vidal in staat stelt drie visies te geven op dezelfde man. Het boek boeit van de eerste tot de laatste bladzijde.

Mijn correspondent voegt een favorietenlijstje toe van romans over Romeinse keizers, waarop ook Yourcenars Mémoires d’Hadrien (1951) en De berg van licht van Couperus (1905) staan. Ook dat zijn mooie boeken. Als u ze nog niet hebt gelezen, moet u dat zeker doen.

Maar literatuur is vooral zo leuk omdat je het erover oneens kunt zijn. Sterker nog, dat is het beste. Dan kun je er namelijk over discussiëren, leer je je smaakcriteria beter formuleren en word je beloond doordat je je volgende roman met meer plezier leest.

Sterk staaltje komkommernieuws

Het is weer komkommertijd. Waarin nieuws dat geen nieuws is toch nieuws wordt.

Blijkbaar is het volgende voldoende om Teletekst te halen: “Het aantal meldingen van fysiek en verbaal geweld in vliegtuigen neemt toe. Vorig jaar werden 1600 incidenten gemeld, bijna tien procent meer dan twee jaar geleden.”

Geweld is niet goed te praten, maar eerlijk gezegd begrijp ik de agressie wel. In het luchtverkeer ontbreekt de rust om ontspannen te reizen. Uniek is dat niet, want het is in treinen natuurlijk niet beter. Maar waar je in de trein nog wel een enkele keer de gelukzaligheid ondervindt van een stille coupé waar je rustig kunt lezen, is die sereniteit er bij het luchtverkeer nooit.

Vliegstress wordt door alles in de hand gewerkt. De veiligheidsmaatregelen op de meeste luchthavens zijn te ver doorgeschoten. De stress wordt verhoogd doordat er voortdurend mededelingen en omroepen klinken.  En je zit als haringen in een ton. Eenmaal opgestegen… enfin, iedereen die wel eens heeft gevlogen kent het lijstje ergernissen. Ondertussen doen de mensen op bijvoorbeeld Schiphol hun werk helemaal zo gek nog niet. Maar de vliegstress is om gek van te worden, en dat de stoppen dan doorslaan bij deze of gene, is voorspelbaar.

Goddelijke komedies

Hoe een verhaal over een hemelbezoek van religie op religie lijkt overgenomen.

Ik beken dat er hele weken, ja hele maanden voorbij gaan zonder dat ik denk aan het kleine antieke geschrift dat bekendstaat als de Openbaring van Paulus. Sterker nog, tot gisteren had ik niet gehoord van deze gnostische tekst, die in 1945 is gevonden in het Egyptische Nag Hammadi. En dat was jammer.

Maar we beginnen niet met een obscure tekst uit de Egyptische woestijn, maar met een heel wat bekender stuk literatuur: de Goddelijke komedie van Dante. In dit tussen 1308 en 1321 gepubliceerde gedicht vertelt de ik-figuur hoe hij een visioen heeft waarin hij afdaalt in de hel en vervolgens via de louteringsberg opstijgt naar de hemel. Onderweg ontmoet hij allerlei mensen, die vertellen waarom zij worden gestraft of beloond. Tegelijkertijd wordt de filosofie van Thomas van Aquino uitgelegd. In de hel en op de louteringsberg heeft Dante als gids de Romeinse dichter Vergilius, en er is wel aangenomen dat de Florentijnse auteur op het idee van zijn werk is gekomen door lezing van de Aeneis, waarin de held afdaalt in de Onderwereld.

De overeenkomst is echter heel incompleet. Vergilius’ personage daalt af in de onderwereld, terwijl Dante niet slechts de hel bezoekt, maar ook de louteringsberg en de hemel. De Spaanse oriëntalist Miguel Asín Palacios heeft gewezen op een veel logischer model voor Dante’s gedicht: het rond 1260 geschreven Libro della scala van zijn leermeester Brunetto Latini, waarvan weer vaststaat dat het is geïnspireerd door uitgebreide islamitische legendevorming rond Mohammeds nachtreis, de mi’raj. De klassieke versie van dat verhaal is te vinden bij Ibn Ishaq, en kunt u nalezen in de Nederlandse vertaling van Wim Raven. Kort en goed komt het erop neer dat de profeet op een wit rijdier, Buraq, ten hemel vaart en dat hij daar uitleg krijgt over het hiernamaals.

Bello de kat

Iedere wetenschapper masseert data weg. Maar hoe hard moet je masseren?

Stel, u doet onderzoek naar katten. Van twintig proefdieren meet u hoogte en breedte. De afmetingen van negentien katten blijken redelijk dicht bij elkaar te liggen, alleen één ervan, Bello genaamd, blijkt bijna eens zo hoog en breed. U bekijkt hun ogen en ziet dat ze allemaal groen of geel zijn, behalve de bruine kijkers van, alweer, Bello. U meet hoe ze spinnen, en alweer blijkt Bello sterk van de andere katten af te wijken. Er komt een punt waarop u concludeert dat u Bello beter buiten de statistieken kunt houden.

In de wetenschap komt dit vaak voor. Bello’s kunnen het gevolg zijn van ruis in de apparatuur, maar kunnen zich ook voordoen als de onderzoekscategorieën niet scherp zijn. U tekent bijvoorbeeld een sterrenkaart en noteert van alle sterren coördinaten, maar u merkt dat, terwijl alle sterren voortdurend op dezelfde plaats staan, andere van plaats veranderen. Op uw sterrenkaart laat u ze achterwege. Misschien noemt u deze dwalende bello’s met een mooi Grieks woord ‘planeten’. Als u mensen bestudeert, kan een bello erop wijzen dat ze op u reageren. De klachtenlijn van Schiphol constateerde ooit dat sommige mensen tientallen keren per dag klaagden, en die werden voortaan buiten de statistieken gelaten omdat er geen informatie aan kon worden ontleend over de ontwikkeling van de overlast.

Tijd voor grote schoonmaak in de wetenschap

Laten we de laatste affaire rondom wetenschapsfraude gebruiken voor een fundamentele discussie over kennisvergaring.

Diederik Stapel, Roos Vonk, Don Poldermans. In het buitenland Karl-Theodor zu Guttenberg, Philippe Gugler en Raphael en Norman Golb. De lijst opzichtig falende wetenschappers begint verontrustend lang te worden en het ergste aan de affaire rond de Rotterdamse hoogleraar Dirk Smeesters is haar godvergeten voorspelbaarheid.

Ik ben niet de enige die de indruk heeft dat er iets mis is met de wetenschap. Er zijn al onderzoekers die proberen deze indruk te onderbouwen met harde cijfers. Er wordt bijvoorbeeld vaak verwezen naar het onderzoek van Daniele Fanelli, die op tafel kreeg dat onderzoekers vaker rommelen met gegevens dan goed is. In Nederland constateerden Bakker en Wicherts dat psychologen moeite hadden met statistiek. Ik heb zelf een boek gepubliceerd over de problemen in de oudheidkundige disciplines. Het valt te verwachten dat er ook in de toekomst pijnlijke onthullingen zullen zijn.

Die voorspelbaarheid is al erg genoeg. Wat we nu vooral moeten vermijden, is dat het toch al slinkende vertrouwen nog verder vermindert doordat de bestuurders van de wetenschappelijke instellingen de problemen blijven bagatelliseren.

Dat doen ze immers al maanden. KNAW-president Robbert Dijkgraaf zei op 9 september dat de Stapel-affaire niet-representatief was. Hij legde uit hoe wetenschap behoorde te zijn en nam gemakshalve aan dat ze ook werkelijk zo is, hoewel dat nu juist ter discussie staat. De voorzitter van de VSNU, Sijbolt Noorda, verklaarde op 2 december dat het aanzien van de Nederlandse universiteiten niet was geschaad. Ook de directeur van NWO, Jos Engelen, meende dat het wel meeviel. Getuige de discussie die volgde in de wetenschapsbijlage van hetHandelsblad, laat niet iedereen zich nog door alle geruststellende woorden overtuigen.

Wees trots op oudheidkunde

Het Rijksmuseum van Oudheden moet bezuinigen. Een makkelijke keus om ‘musea vol opgegraven potten en pannen’ op de korrel te nemen. Maar het is ronduit kwalijk dat veel oudheidkundigen het belang van hun vak niet weten uit te dragen. Oudheidkunde heeft wel degelijk nut. Ook nu.

De invloedrijkste van alle in Nederland werkzame geleerden was J.J. Scaliger. Aan het einde van de zestiende eeuw onderzocht hij de chronologie van de Oudheid, constateerde dat het tijdverloop in de Bijbel incorrect was en problematiseerde daarmee de letterlijke uitleg van de Bijbel. Zo begon de Verlichting. Andere oudheidkundigen stonden aan de wieg van Darwins evolutietheorie, of boden een empirische basis voor de vooruitgangsgedachte, of droegen – minder prettig – bij aan de ideeën die de twee wereldoorlogen onvermijdelijk maakten. Ziedaar het belang van de oudheidkunde.

Het is niet erg als u nooit heeft gehoord van Scaliger. Oudheidkundigen leggen hun vak namelijk slecht uit. Goede publieksboeken zijn zeldzaam, classici maken onzinnige vergelijkingen, oudhistorici negeren het internet, archeologen overdrijven. De jaarlijkse Week van de Klassieken wordt steeds gewijd aan helden, mythologie of een andere trivialiteit. Plaatje, praatje, quizje. Niemand vertelt ondertussen hoe de oudheidkunde de moderne samenleving heeft helpen vormen.

Wie de eigen trivialiteit cultiveert, heeft geen vijanden meer nodig. Dan schep je zelf de omstandigheden waarin een staatssecretaris van cultuur de archeologie gelijkstelt aan “musea vol opgegraven potten en pannen”. Hij is niet de enige die onvoldoende is geïnformeerd. Ook wetenschappers begrijpen de oudheidkunde slecht: dat je de Bijbel niet letterlijk mag nemen, wordt bijvoorbeeld elke kerst opnieuw genegeerd als astronomen spreken over de ster van Bethlehem.

Homo in de provincie

Ik verzorg wel eens lessen op middelbare scholen. Rijk word je daar niet van, maar het is ontzettend leuk om voor een groep jonge mensen te mogen spreken. Soms heb ik het over het dagelijks leven in het oude Rome, een andere keer is het de beurt van Herodotos, en Alexander de Grote is ook een populair onderwerp.

Ik sprak over de Macedonische wereldveroveraar in het kleine provinciestadje R., en terloops kwam ook zijn beste vriend Hefaistion ter sprake. Na afloop beantwoordde ik nog wat vragen, met als laatste een jongen van een jaar of zeventien, die wachtte tot iedereen was vertrokken en toen vroeg of hij nu goed had begrepen dat Alexander en Hefaistion een homoseksuele verhouding hadden gehad. Ik antwoordde dat de bronnen het nergens expliciet vermelden, maar dat het veelal wordt aangenomen omdat het in de Griekse wereld vrij normaal was als jonge mannen relaties hadden met andere mannen.

De jongen was merkbaar blij met het antwoord, en de lezer zal inmiddels wel hebben vermoed waarom. Ik had met hem te doen. Ga er maar aan staan, wonen in een provinciestadje met een enorme sociale controle, en ontdekken dat je verliefd kunt zijn op iemand van je eigen geslacht. Niet dat in het provinciestadje potenrammen een probleem is. Dat is meer iets voor de grote stad, met etnische minderheden. Ik weet bovendien heel zeker dat de medewerkers van de school professioneel met dit soort kwesties omgaan. Maar over de klasgenoten ben ik minder zeker.

Loog Caesar over zijn Gallische overwinning?

Vanmorgen, vrijdag 1 juni, maakte het Gallo-Romeins Museum bekend dat de plaats is gevonden waar Julius Caesar in de zomer van 57 v.Chr. de Aduatuci belegerde en onderwierp. Het gaat om het antieke heuvelfort ten zuiden van het stadje Thuin, even ten westen van Charleroi. Dit is het leukste archeologische nieuws uit de Benelux in jaren.

Het verhaal van de overwinning zelf is vrij simpel. In 58 had Caesar zijn  eerste overwinningen geboekt en vastgesteld dat Gallië in feite onverdedigd was. Het jaar erop onderwierp hij het noorden van wat nu Frankrijk heet en versloeg hij, bij het huidige Saulzoir, de Nerviërs, die Caesar in zijnOorlog in Gallië presenteert als de grootste woestelingen ter wereld. Vervolgens verkenden de Romeinen het gebied dat wij België noemen. De Aduatuci waren het eerste slachtoffer. U kunt het verhaal hierlezen, met foto’s van Huy aan de Maas, een van de plaatsen die tot vandaag golden als mogelijke locatie van de gevechten. Maar het is dus Thuin.

Is de identificatie nu heel erg belangrijk? Op zichzelf niet. Kennis over het verre verleden is altijd minder relevant dan kennis van het recentere verleden. Dat twee millennia geleden de grondslagen van onze cultuur zouden zijn gelegd, of dat we het heden beter zouden begrijpen door het te vergelijken met de Oudheid, zijn de officiële ficties waarmee academici en museummedewerkers de financiering van hun bezigheden garanderen, maar dat neemt niet weg dat deze aannames al een eeuw geleden door de sociale wetenschappen zijn geproblematiseerd. Voor u en mij, die geen staatsruifeniers zijn, ligt dat anders: wij kunnen gewoon genieten van het verleden, van de puzzel, zoals we ook kunnen genieten van een concert, een computerspel of een bergwandeling. Waarom zou het verleden relevant moeten zijn als het gewoon leuk is?

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Onverschillige cultuur

Van een mooi kunstwerk krijg je een beter humeur. Omgekeerd helpt iets lelijks je stemming naar de gallemiezen. Jarenlang ben ik elke dag chagrijnig geworden als ik door de Amsterdamse Van Baerlestraat fietste, tot ik me realiseerde dat het kwam door de aanblik van de negentiende-eeuwse façade van het Stedelijk Museum. Sindsdien neem ik een andere route.

Dat wil niet zeggen dat lelijke kunstwerken totaal geen functie hebben. Een medewerker van de Vaticaanse Musea vertelde me ooit dat ze over Giuliano Vangi’s “Over de drempel” weliswaar bijna dagelijks klachten kregen, maar dat ze het toch maar in de ontvangstruimte laten staan omdat mensen dan niet blijven hangen. Ze lopen door, het eigenlijke museum in. Zo had ik het nog niet bekeken, al erken ik dat ik Vangi’s beeld liever überhaupt niet had bekeken.

Amersfoort

Ik vermoed dat het kunstwerk dat bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed het interieur ontsiert, een soortgelijke functie heeft. Het moet zijn bedoeld om de medewerkers weg te jagen, naar hun werkplekken. Maar dat is nog niet eens het ergste.

Het is de godvergeten platvloersheid. De liggende man verbeeldt het verleden, de staande man het heden en het kind de toekomst, en het geheel moet weergeven hoe de RCE het erfgoed van de ene naar de andere generatie doorgeeft. Tja. Maak eens een kunstwerk over de wijze waarop geschiedenis, als geïnterpreteerde tijd, ons denken inperkt en onze visie structureert, zou ik zeggen, dat is nog niet tienduizend keer vertoond.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Een Middeleeuws Venndiagram

Oudheidkundige vakgebieden

DATA - Het tekenen van Venndiagrammen is brugklasstof. Simpel samengevat: je tekent kringen die staan voor verzamelingen. Zo kun je makkelijk visualiseren waar de overlap zit. Het voorbeeld rechts toont historici, classici en archeologen; je kunt zien dat een oudhistoricus zowel een classicus als een historicus is, dat een klassiek archeoloog zich beweegt op snijvlak van archeologie en klassieke talen, dat een oudheidkundige alle drie wil doen en dat er betrekkelijk weinig samenwerking is tussen historici en archeologen (al is de archeologie van de Tweede Wereldoorlog groeiende). Je kunt zulke schema’s zou complex maken als je zelf wil. Als je de prehistorici toevoegt, zou je een overlap met de archeologie hebben en je zou de overlap met de klassiek archeologen aanduiden als “mediterraan archeologen”. Enzovoort.

Deze manier om verzamelingen voor te stellen is rond 1880 bedacht door de Britse wiskundige John Venn, die echter nooit heeft beweerd dat hij kwam met iets werkelijk nieuws. Het is dan ook een heel natuurlijke manier om deelverzamelingen te conceptualiseren. Ik stel me voor dat boeren zo wel eens schetsje maakten van de twintig schapen van de ene boer, de dertig van de andere, en de vijf lammetjes waarop ze allebei aanspraak konden maken.

Was will das weib?

Geïnteresseerd als ik ben in het vrouwelijk geslacht (uit zuiver wetenschappelijke motieven, vanzelfsprekend) schafte ik mij deze week de Viva aan, dat de resultaten beloofde van het Grote Relatieonderzoek. Veel wijzer werd ik er niet van. Ik begrijp althans niet waarom de redactie het samenvat als “stiekem blijken we hartstikke conservatief”.

De geënquêteerde Viva-vrouwen zijn gemiddeld negenentwintig. Als ik de gemiddeld-negenentwintigjaren in mijn kennissenkring in één zin zou moeten typeren, dan denk ik dat ze over het algemeen nogal nuchter zijn. Sommigen zijn hoog opgeleid, anderen niet; de een neigt naar romantiek en de ander is stoer; de ene is avontuurlijk en de ander zit liever thuis; de waarde die ze hechten aan hun baan varieert; er zitten wat meer lesbiennes tussen dan het Viva-gemiddelde, maar dat is niet ongebruikelijk in Amsterdam; en behalve leuke vrouwen zijn er ook een paar zeurpieten. Ze zijn dus nogal verschillend en ook de mate van nuchterheid varieert, maar ze is wel degelijk een vrij opvallende trek, die ook buitenlandse vrienden steeds weer opvalt.

Zijn de mij bekende vrouwen “hartstikke conservatief”? Zelf zou ik het niet zo formuleren. Laat ik zeggen dat ze te nuchter zijn om in hun passie iets onomkeerbaars te doen. Natuurlijk dromen ze van een gepassioneerde liefde, natuurlijk hebben ze seksuele fantasieën en natuurlijk zijn er vrouwen die het niet laten bij fantasie. Maar iedereen voelt op z’n klompen aan dat die fantasieën in de meeste gevallen precies dat zijn: fantasieën. Zeker, die Mediterrane jongen is onweerstaanbaar en ik heb twee dozijn archeologische vriendinnen die wel eens tegen een leuke Italiaan of Griek zijn aangelopen. Met één uitzondering hebben ze daarna gekozen voor een oer-Hollandse man.

Vorige Volgende