Romans over Romeinse keizers

Een kennis van me merkte, naar aanleiding van het overlijden van Gore Vidal, op dat hij weer naar diens keizerbiografie Julian (1964) had gegrepen.

Een geweldig boek! Heel wat beter dan Vidals andere romans over de Oudheid.

Live from Golgotha is, zoals ik al eens betoogde, het boek van een oude man die op een feestje steeds weer dezelfde mop vertelt. Creation (1981) wens ik me helemaal niet te herinneren. Zelden heb ik zo’n gemakzuchtig boek gelezen, zelden ben ik zó in een gewaardeerd auteur teleurgesteld geweest.

Nee, dan Julian! De roman biedt de briefwisseling die de hoogst-beschaafde Libanios en een filosoof voeren over de autobiografie van Romes laatste heidense keizer, een constructie die Vidal in staat stelt drie visies te geven op dezelfde man. Het boek boeit van de eerste tot de laatste bladzijde.

Mijn correspondent voegt een favorietenlijstje toe van romans over Romeinse keizers, waarop ook Yourcenars Mémoires d’Hadrien (1951) en De berg van licht van Couperus (1905) staan. Ook dat zijn mooie boeken. Als u ze nog niet hebt gelezen, moet u dat zeker doen.

Maar literatuur is vooral zo leuk omdat je het erover oneens kunt zijn. Sterker nog, dat is het beste. Dan kun je er namelijk over discussiëren, leer je je smaakcriteria beter formuleren en word je beloond doordat je je volgende roman met meer plezier leest.

En zo gebeurt ook vandaag. Ik zou nooit Robert Graves’ twee Claudiusboeken (I Claudius uit 1934 en Claudius the god uit het jaar erna) als goede romans over Romeinse keizers hebben genoemd. Maar waarom ben ik het oneens met mijn correspondent, met wie ik het anders zo vaak eens ben?

Laat ik proberen het onder woorden te brengen. Van een historische roman verwacht ik in de eerste plaats dat het een roman is, met een sterke plot, een overtuigende karakterontwikkeling en liefst ook een boodschap die niet al te tijdgebonden is. Historische accuratesse is meegenomen, maar minder noodzakelijk dan het voorgaande. Zolang historische vergissingen niet zó in het oog springen dat de lezer erdoor wordt afgeleid, heb ik geen bezwaar.

Graves’ romans zijn precies het tegengestelde: het zijn opsommingen van gebeurtenissen aan het keizerlijk hof, corrupt als het was. Toen gebeurde er dit, daarna gebeurde dat, en vervolgens gebeurde er nog iets. De verbanden tussen de gebeurtenissen ontbreken. Ze zijn niet geselecteerd om een plot te construeren, Graves heeft ze alleen gekozen omdat dit is wat er in de toevallig overgeleverde bronnen staat.

Dit zijn niet de romans van een grootmeester die ons een verhaal aanbiedt met een kop en een staart, maar de schrijfsels van iemand die zich afhankelijk heeft gemaakt van de bronnen. Het klopt historisch allemaal wel ongeveer, maar dat is precies de zwakte: de auteur is zó bezig informatie op te lepelen die in de bronnen staat, dat hij heeft vergeten dat hij ook nog een goed verhaal moet vertellen. Er is geen creativiteit.

Karakterontwikkeling is er ook al niet. De Claudius van het eerste boek is de Claudius van het tweede: een ietwat buitenissige, originele geest met anachronistisch moderne ideeën. Zelfs Don Quichot heeft meer karakterontwikkeling. En tijdgebonden is het zeker. Graves’ commentaar op het British Empire en de huwelijksschandalen rond kroonprins Edward missen intussen actualiteit.

Om niet helemaal negatief te zijn: Graves overtuigt wél op de momenten dat hij zijn bronnen loslaat en weer een verhaal vertelt. I Claudius heeft aan het begin, als Drusus en Germanicus de hoofdpersonen zijn, verschillende passages over de verschrikkingen van de Germaanse Oorlogen. Daar spelen Graves’ eigen herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog mee, en dan is het boek indrukwekkend. Maar als Germanicus eenmaal is overleden, zakt I Claudius als een plumpudding in elkaar.

Welk boek zou ik zelf aanraden? Over de Mémoires d’Hadrien, De berg van licht en Julian bestaat geen twijfel: topboeken. Maar verder toch eerder De nadagen van Pilatus van Simon Vestdijk. Niet helemaal een keizerroman, maar Caligula is voldoende aanwezig om hem mee te laten tellen. De roman is ongeveer even oud als Graves’ Claudiusboeken, maar is onverminderd actueel. Maar daarover heb ik het al eens gehad.

Reacties (5)

#1 Krekel

De groten van alle tijden (reeks): Caesar
Geïllustreerde Pers Amsterdam

Zeker een aanrader. Niet te veel tekst, mooie plaatjes.

  • Volgende discussie
#2 Jabir

De Claudius romans werden toch op vrij fantasieloze wijze gebaseerd op Suetonius, die Graves ook vertaalde? Hoe dan ook, zijn “white Goddess” is stukken interessanter.

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#3 Kalief

Ghi, romeinenromans …

Graves heeft ze alleen gekozen omdat dit is wat er in de toevallig overgeleverde bronnen staat

Wat was eigenlijk het doel van die bronnen? Was dat lesstof, geschreven in opdracht, memoires, commercieel vermaak? Als die bronnen al geromantiseerd waren hoe geloofwaardig ben je dan als je die oplepelt als feitenmateriaal voor een eigen roman? Verzin dan liever je eigen feiten.

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#3.1 Jabir - Reactie op #3

Suetonius wordt toch wel als een behoorlijk betrouwbare bron gezien. Dat was niet bepaald een propagandist, als je bedenkt dat hij de eerste was die schreef over de epileptische aanvallen van Julius Caesar

#4 Eurocraat

Totaal niet eens met de beoordeling van Creation. Julian is, samen met Lincoln, weliswaar Vidals meesterwerk, maar ik vind Creation zeker een van zijn betere boeken (en daarmee een van de betere romans ooit geschreven).

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie