Jona Lendering

637 Artikelen
15 Waanlinks
322 Reacties
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.

Homo in de provincie

Ik verzorg wel eens lessen op middelbare scholen. Rijk word je daar niet van, maar het is ontzettend leuk om voor een groep jonge mensen te mogen spreken. Soms heb ik het over het dagelijks leven in het oude Rome, een andere keer is het de beurt van Herodotos, en Alexander de Grote is ook een populair onderwerp.

Ik sprak over de Macedonische wereldveroveraar in het kleine provinciestadje R., en terloops kwam ook zijn beste vriend Hefaistion ter sprake. Na afloop beantwoordde ik nog wat vragen, met als laatste een jongen van een jaar of zeventien, die wachtte tot iedereen was vertrokken en toen vroeg of hij nu goed had begrepen dat Alexander en Hefaistion een homoseksuele verhouding hadden gehad. Ik antwoordde dat de bronnen het nergens expliciet vermelden, maar dat het veelal wordt aangenomen omdat het in de Griekse wereld vrij normaal was als jonge mannen relaties hadden met andere mannen.

De jongen was merkbaar blij met het antwoord, en de lezer zal inmiddels wel hebben vermoed waarom. Ik had met hem te doen. Ga er maar aan staan, wonen in een provinciestadje met een enorme sociale controle, en ontdekken dat je verliefd kunt zijn op iemand van je eigen geslacht. Niet dat in het provinciestadje potenrammen een probleem is. Dat is meer iets voor de grote stad, met etnische minderheden. Ik weet bovendien heel zeker dat de medewerkers van de school professioneel met dit soort kwesties omgaan. Maar over de klasgenoten ben ik minder zeker.

Loog Caesar over zijn Gallische overwinning?

Vanmorgen, vrijdag 1 juni, maakte het Gallo-Romeins Museum bekend dat de plaats is gevonden waar Julius Caesar in de zomer van 57 v.Chr. de Aduatuci belegerde en onderwierp. Het gaat om het antieke heuvelfort ten zuiden van het stadje Thuin, even ten westen van Charleroi. Dit is het leukste archeologische nieuws uit de Benelux in jaren.

Het verhaal van de overwinning zelf is vrij simpel. In 58 had Caesar zijn  eerste overwinningen geboekt en vastgesteld dat Gallië in feite onverdedigd was. Het jaar erop onderwierp hij het noorden van wat nu Frankrijk heet en versloeg hij, bij het huidige Saulzoir, de Nerviërs, die Caesar in zijnOorlog in Gallië presenteert als de grootste woestelingen ter wereld. Vervolgens verkenden de Romeinen het gebied dat wij België noemen. De Aduatuci waren het eerste slachtoffer. U kunt het verhaal hierlezen, met foto’s van Huy aan de Maas, een van de plaatsen die tot vandaag golden als mogelijke locatie van de gevechten. Maar het is dus Thuin.

Is de identificatie nu heel erg belangrijk? Op zichzelf niet. Kennis over het verre verleden is altijd minder relevant dan kennis van het recentere verleden. Dat twee millennia geleden de grondslagen van onze cultuur zouden zijn gelegd, of dat we het heden beter zouden begrijpen door het te vergelijken met de Oudheid, zijn de officiële ficties waarmee academici en museummedewerkers de financiering van hun bezigheden garanderen, maar dat neemt niet weg dat deze aannames al een eeuw geleden door de sociale wetenschappen zijn geproblematiseerd. Voor u en mij, die geen staatsruifeniers zijn, ligt dat anders: wij kunnen gewoon genieten van het verleden, van de puzzel, zoals we ook kunnen genieten van een concert, een computerspel of een bergwandeling. Waarom zou het verleden relevant moeten zijn als het gewoon leuk is?

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Onverschillige cultuur

Van een mooi kunstwerk krijg je een beter humeur. Omgekeerd helpt iets lelijks je stemming naar de gallemiezen. Jarenlang ben ik elke dag chagrijnig geworden als ik door de Amsterdamse Van Baerlestraat fietste, tot ik me realiseerde dat het kwam door de aanblik van de negentiende-eeuwse façade van het Stedelijk Museum. Sindsdien neem ik een andere route.

Dat wil niet zeggen dat lelijke kunstwerken totaal geen functie hebben. Een medewerker van de Vaticaanse Musea vertelde me ooit dat ze over Giuliano Vangi’s “Over de drempel” weliswaar bijna dagelijks klachten kregen, maar dat ze het toch maar in de ontvangstruimte laten staan omdat mensen dan niet blijven hangen. Ze lopen door, het eigenlijke museum in. Zo had ik het nog niet bekeken, al erken ik dat ik Vangi’s beeld liever überhaupt niet had bekeken.

Amersfoort

Ik vermoed dat het kunstwerk dat bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed het interieur ontsiert, een soortgelijke functie heeft. Het moet zijn bedoeld om de medewerkers weg te jagen, naar hun werkplekken. Maar dat is nog niet eens het ergste.

Het is de godvergeten platvloersheid. De liggende man verbeeldt het verleden, de staande man het heden en het kind de toekomst, en het geheel moet weergeven hoe de RCE het erfgoed van de ene naar de andere generatie doorgeeft. Tja. Maak eens een kunstwerk over de wijze waarop geschiedenis, als geïnterpreteerde tijd, ons denken inperkt en onze visie structureert, zou ik zeggen, dat is nog niet tienduizend keer vertoond.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Een Middeleeuws Venndiagram

Oudheidkundige vakgebieden

DATA - Het tekenen van Venndiagrammen is brugklasstof. Simpel samengevat: je tekent kringen die staan voor verzamelingen. Zo kun je makkelijk visualiseren waar de overlap zit. Het voorbeeld rechts toont historici, classici en archeologen; je kunt zien dat een oudhistoricus zowel een classicus als een historicus is, dat een klassiek archeoloog zich beweegt op snijvlak van archeologie en klassieke talen, dat een oudheidkundige alle drie wil doen en dat er betrekkelijk weinig samenwerking is tussen historici en archeologen (al is de archeologie van de Tweede Wereldoorlog groeiende). Je kunt zulke schema’s zou complex maken als je zelf wil. Als je de prehistorici toevoegt, zou je een overlap met de archeologie hebben en je zou de overlap met de klassiek archeologen aanduiden als “mediterraan archeologen”. Enzovoort.

Deze manier om verzamelingen voor te stellen is rond 1880 bedacht door de Britse wiskundige John Venn, die echter nooit heeft beweerd dat hij kwam met iets werkelijk nieuws. Het is dan ook een heel natuurlijke manier om deelverzamelingen te conceptualiseren. Ik stel me voor dat boeren zo wel eens schetsje maakten van de twintig schapen van de ene boer, de dertig van de andere, en de vijf lammetjes waarop ze allebei aanspraak konden maken.

Was will das weib?

Geïnteresseerd als ik ben in het vrouwelijk geslacht (uit zuiver wetenschappelijke motieven, vanzelfsprekend) schafte ik mij deze week de Viva aan, dat de resultaten beloofde van het Grote Relatieonderzoek. Veel wijzer werd ik er niet van. Ik begrijp althans niet waarom de redactie het samenvat als “stiekem blijken we hartstikke conservatief”.

De geënquêteerde Viva-vrouwen zijn gemiddeld negenentwintig. Als ik de gemiddeld-negenentwintigjaren in mijn kennissenkring in één zin zou moeten typeren, dan denk ik dat ze over het algemeen nogal nuchter zijn. Sommigen zijn hoog opgeleid, anderen niet; de een neigt naar romantiek en de ander is stoer; de ene is avontuurlijk en de ander zit liever thuis; de waarde die ze hechten aan hun baan varieert; er zitten wat meer lesbiennes tussen dan het Viva-gemiddelde, maar dat is niet ongebruikelijk in Amsterdam; en behalve leuke vrouwen zijn er ook een paar zeurpieten. Ze zijn dus nogal verschillend en ook de mate van nuchterheid varieert, maar ze is wel degelijk een vrij opvallende trek, die ook buitenlandse vrienden steeds weer opvalt.

Zijn de mij bekende vrouwen “hartstikke conservatief”? Zelf zou ik het niet zo formuleren. Laat ik zeggen dat ze te nuchter zijn om in hun passie iets onomkeerbaars te doen. Natuurlijk dromen ze van een gepassioneerde liefde, natuurlijk hebben ze seksuele fantasieën en natuurlijk zijn er vrouwen die het niet laten bij fantasie. Maar iedereen voelt op z’n klompen aan dat die fantasieën in de meeste gevallen precies dat zijn: fantasieën. Zeker, die Mediterrane jongen is onweerstaanbaar en ik heb twee dozijn archeologische vriendinnen die wel eens tegen een leuke Italiaan of Griek zijn aangelopen. Met één uitzondering hebben ze daarna gekozen voor een oer-Hollandse man.

Prostitutie kun je niet halveren

Toen het schooltje waarvoor ik werk net was opgericht, gaven we onze cursussen in een leegstaand huis aan de Oudezijds Voorburgwal. Het lag aan de rand van De Wallen, het befaamde/beruchte gebied waar in Amsterdam de prostitutie  plaatsvindt. We ondervonden daarvan weinig last, al wist ik nooit goed waar ik moest kijken als ik ’s morgens werd begroet door een schaars geklede buurvrouw die de stoep stond te schrobben.

Schrobben, dat was ook mijn eerste bezigheid, want meestal had er die nacht een junk in het portiek geplast. En als het de junks niet waren die overlast veroorzaakten, dan waren het wel de toeristen, waarvan sommige al om elf uur in de ochtend in kennelijke staat verkeerden. Het was dermate storend dat ik de verleiding mijn emmer met zeepsop over zo’n dronkenlap leeg te gooien, bij één gelegenheid niet heb weerstaan. Van de prostituees had ik weinig last – sterker nog, ik ondervond er nooit overlast van – maar ze trokken een hoop publiek aan dat ik liever zag gaan dan komen. Ik begrijp dus uitstekend wat de Alkmaarse bewonersvereniging beweegt die, zo lees ik, zich sterkt maakt voor het sluiten van het plaatselijke prostitutiegebied.

De gemeente Alkmaar erkent de klachten, maar wil niet verder gaan dan het halveren van het aantal werkplekken en wil de prostitutie “laten samengaan met andere bedrijvigheid en woonfuncties”. Ik weet niet wie gebruik willen gaan maken van voornoemde woonfuncties, en ik weet eigenlijk ook niet hoe minder ramen leidt tot minder overlast, want het is niet de prostitutie zélf die leidt tot overlast. Maar het eigenlijke probleem zit dieper. Door het aantal ramen te halveren (of zelfs tot nul terug te brengen) verschuif je de ellende van de omwonenden naar de prostituees.

Europees federalisme

Ik ben vermoedelijk de laatste Europese federalist in Nederland. Dat je een bepaalde visie als enige hebt is soms wat vervelend, maar het aardige is dat je in discussies met chauvinisten vroeg of laat altijd gelijk krijgt.

De door hen verdedigde nationale staten zijn namelijk slechts toevallig tot stand gekomen constructies zonder veel historische of bestuurlijke legitimiteit. Je kunt je emotioneel identificeren met je woonplaats of je geboortestreek; cultureel gezien ben je een Europeaan; het niveau daartussen is echter nogal artificieel. In feite is Nederland pas als eenheid ontstaan in de halve eeuw na pakweg 1780. Weinig historische legitimiteit.

Bestuurlijk is er ook weinig legitimiteit. De nationale staten zijn ondingen. Om bestaansrecht te hebben, moet er iets zijn dat op nationaal niveau moet worden geregeld. Maar wat kan dat zijn? Sinds Indië is verloren, is het in elk geval niet langer de economie, die we alleen draaiend kunnen houden door Europees samen te werken. En dat is de afgelopen ruime halve eeuw dan ook steeds gebeurd.

De problemen die we nu ondervinden met de Europese economie, komen deels voort uit de zelfoverschatting van onze bestuurders, en deels uit onwil macht over te dragen naar Europa. Los daarvan is Europa de ideale smoes waarmee nationale politici de aandacht kunnen afleiden van eigen falen. Dat u binnenkort hard wordt geraakt in uw portemonnee, heeft niets te maken met een 3%-norm die Europa stelt, maar alles met falend Nederlands beleid. Minister van Financiën Bos zag de problemen en verzocht zijn ambtenaren alle denkbare bezuinigingen te verzinnen; daarna maakte het gekonkel van Verhagen, die – om nooit bevredigend uitgelegde redenen – wilde blijven in Afghanistan, voortzetting van het beleid onmogelijk; tijdens de formatie wilden de rechtse partijen tot elke prijs vasthouden aan de hypotheekrenteaftrek en koos Rutte ervoor samen te werken met een instabiele partij. Het probleem ligt bij Verhagen en Rutte, en niet bij Europa, ook al proberen falende politici u andere dingen op de mouw te spelden.

Les extrêmes se touchent

In dit stukje speel ik leentjebuur bij enkele andere bloggers, die alle hetzelfde punt maken. De eerste is Peter Breedveld, die in deze blogpost op zijn website Frontaal Naakt vertelt over de hoeveelheden modder die hij over zich heen krijgt gegooid omdat hij een relatie heeft met een moslima. Eén van de reacties was dat men zich afvroeg hoe hij, een ongelovige Nederlander, een relatie kon hebben met een Marokkaanse moslima, aangezien een moslima niet met een niet-moslim zou mogen trouwen. Dus óf Breedvelds geliefde zou een afvallige zijn, óf Breedveld zou moslim zijn geworden.

Breedveld bestrijdt deze argumentatie. Hij en zijn vriendin kunnen hun eigen heerlijke gang gaan, zijn moslim-vriendin is niet verstoten en hij is door haar familie aanvaard. En juist dit, schrijft hij, is wat hem de niet aflatende stroom beledigingen oplevert. Immers, door gewoon van elkaar te houden, ontkracht hij het wereldbeeld van ‘s Neêrlands islamofoben. Breedveld en zijn vriendin leveren het empirisch bewijs dat een gemengd huwelijk mogelijk is en dat de islamofobe sjabloons te simpel zijn.

Het is krek zo. De vraag is: van wie is religie? En dan is het erg grappig dat zowel moslimfundamentalisten als moslimhaters het erover eens zijn dat de islam een verzameling regels is, terwijl de rest der mensheid een heel andere werkelijkheid heeft. Anders gezegd, er botsen twee visies, waarbij de mensen van de praktijk staan tegenover degenen die de nadruk leggen op de theorie. In dit laatste blijken de grootste voor- en tegenstanders van de islam elkaar uitstekend te kunnen vinden.

De eerste bommen op Rotterdam

Het is vandaag tweeënzeventig jaar geleden dat de Duitse luchtmacht Rotterdam bombardeerde. De Duitsers waren de Maas al overgestoken en daarmee was hun voornaamste strategische doel in feite al behaald. Ook de Nederlandse verdediging op de Grebbeberg was bezweken, hoewel de Nederlandse soldaten hadden gevochten als leeuwen – de 420 doden zijn daarvan de getuigen. De Nederlandse weerstand was groter gebleken dan de Duitsers hadden verwacht, en dus werd gekozen voor het drastische middel van een bombardement op een burgerdoel.

De bommen die op 14 mei op Rotterdam vielen, waren echter niet de eerste. Een ooggetuigenverslag van de aanval op 10 mei leest u hier. Het is geschreven door mijn vriend Jaap Velt (1934-2004). Ik heb het hem nooit gevraagd, maar ik vermoed dat hij zijn hele leven elke dag aan de gebeurtenis heeft moeten denken

Foto: Provinciaal Historisch Cuseum Zuid-Holland

Reisleiders

Momenteel leid ik een groep door het noordwesten van Turkije. Ik weet beslist niet alles en ben daarom blij dat ik het samen met een Turkse collega kan doen. En ook samen weten we niet alles. Soms moeten we nog iets opzoeken, zoals de herkomst van de diplomatieke uitdrukking “de verheven porte”. Eigenlijk vind ik dat nog het leukste van mijn bezigheden.

Sommige reisleiders hebben meer zelfvertrouwen. Ik zag vandaag een collega een groep leiden door het fenomenale archeologische museum (een van de allerbeste archeologische musea ter wereld). Bij elk beeld, bij elk voorwerp wist hij iets te vertellen, en het duurde even voor ik ontdekte hoe hij zoveel kon weten: hij werkte met een microfoon die was verbonden met oortelefoontjes, en kon zo even voor de groep uitlopen en de bordjes lezen.

Het is niet zonder gevaar. Zelf heb ik nog eergisteren van een mozaïek dat volgens mij Alexios II voorstelde gezegd dat het Alexios I was, omdat ik dat op het bordje las. Toen iemand vroeg of dit de Alexios was voor wie Anna Komnene de Alexiade schreef, heb ik het dus bevestigd. In mijn hotel controleerde ik het toch nog even: het was wel degelijk Alexios II.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

4 mei 2009

Amsterdam, Kinkerstraat, het verkeerslicht voor de Nassaukade. Het is 4 mei 2009, het is acht uur. Voetgangers en fietsers staan op de trottoirs stil. Een wat oudere dame zet de motor van haar kleine blauwe auto af. Misschien niet op de handigste plaats: voor een stoplicht.

Als het op groen springt, blijft ze stil staan. Dat is niet naar de zin van de chauffeur van de zwarte auto achter haar: de stilte wordt verstoord met luid getoeter. Het licht wordt rood, het licht wordt opnieuw groen, wederom getoeter. Een man uit de zwarte auto gooit zijn portier open en beent op het dametje af.

Wat hij haar toevoegt, valt van de plaats waar ik sta niet te horen, maar zijn driftige gebaren verraden dat hij boos is. De vrouw in de blauwe auto lijkt te gebaren dat ze met rust wil worden gelaten. Juist op het moment dat ik denk dat de man zijn geduld zal verliezen en ik ooggetuige zal zijn van de mishandeling van een bejaarde, begint ergens het Wilhelmus te spelen, springt het licht op groen en trekt de bestuurster van de blauwe auto op.

Kwakgeschiedenis: het Griekse erfgoed

De wetenschappelijke methode, onze vrijheid, de experimentele wetenschap, de democratie, rationaliteit, wiskunde, wijsbegeerte… het wordt allemaal maar toegeschreven aan de oude Grieken en het is bijna allemaal niet waar.

Over het algemeen gaat de drogredenering als volgt: wij hebben X, de Grieken hadden ook X, dus wij hebben het van de Grieken. Dat X ook bij andere volken kan zijn voorgekomen wordt vaak genegeerd (wiskunde is hier een voorbeeld), zoals men ook vaak over het hoofd ziet dat X vergeten kan zijn geraakt en herleefd kan zijn, zonder dat er een direct verband is (democratie).

Verder is maar de vraag of de Grieken X wel echt op hun culturele repertoire hadden, want misschien is ons voorbeeld van een Griekse X wel niet-representatief. De experimenten van Archimedes zijn bijvoorbeeld nogal uitzonderlijk en kunnen niet worden beschouwd als bewijs dat de Grieken de experimentele wetenschap hebben uitgevonden. Dat onze natuurwetten weinig gemeen hebben met de wet van Archimedes, zal ik dan nog buiten beschouwing laten. Kortom, veel veronderstelde ontleningen zijn gebaseerd op drogredeneringen.

Sprekend over drogredeneringen. Dáár hebben de Grieken nu wél als eersten over nagedacht, en veel van wat Aristoteles erover zei is nog steeds actueel. Vandaar dat ik graag verwijs naar deze infographic, waarop ze handig worden uitgelegd.

Vorige Volgende