Jona Lendering

632 Artikelen
15 Waanlinks
322 Reacties
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.

Prostitutie kun je niet halveren

Toen het schooltje waarvoor ik werk net was opgericht, gaven we onze cursussen in een leegstaand huis aan de Oudezijds Voorburgwal. Het lag aan de rand van De Wallen, het befaamde/beruchte gebied waar in Amsterdam de prostitutie  plaatsvindt. We ondervonden daarvan weinig last, al wist ik nooit goed waar ik moest kijken als ik ’s morgens werd begroet door een schaars geklede buurvrouw die de stoep stond te schrobben.

Schrobben, dat was ook mijn eerste bezigheid, want meestal had er die nacht een junk in het portiek geplast. En als het de junks niet waren die overlast veroorzaakten, dan waren het wel de toeristen, waarvan sommige al om elf uur in de ochtend in kennelijke staat verkeerden. Het was dermate storend dat ik de verleiding mijn emmer met zeepsop over zo’n dronkenlap leeg te gooien, bij één gelegenheid niet heb weerstaan. Van de prostituees had ik weinig last – sterker nog, ik ondervond er nooit overlast van – maar ze trokken een hoop publiek aan dat ik liever zag gaan dan komen. Ik begrijp dus uitstekend wat de Alkmaarse bewonersvereniging beweegt die, zo lees ik, zich sterkt maakt voor het sluiten van het plaatselijke prostitutiegebied.

De gemeente Alkmaar erkent de klachten, maar wil niet verder gaan dan het halveren van het aantal werkplekken en wil de prostitutie “laten samengaan met andere bedrijvigheid en woonfuncties”. Ik weet niet wie gebruik willen gaan maken van voornoemde woonfuncties, en ik weet eigenlijk ook niet hoe minder ramen leidt tot minder overlast, want het is niet de prostitutie zélf die leidt tot overlast. Maar het eigenlijke probleem zit dieper. Door het aantal ramen te halveren (of zelfs tot nul terug te brengen) verschuif je de ellende van de omwonenden naar de prostituees.

Europees federalisme

Ik ben vermoedelijk de laatste Europese federalist in Nederland. Dat je een bepaalde visie als enige hebt is soms wat vervelend, maar het aardige is dat je in discussies met chauvinisten vroeg of laat altijd gelijk krijgt.

De door hen verdedigde nationale staten zijn namelijk slechts toevallig tot stand gekomen constructies zonder veel historische of bestuurlijke legitimiteit. Je kunt je emotioneel identificeren met je woonplaats of je geboortestreek; cultureel gezien ben je een Europeaan; het niveau daartussen is echter nogal artificieel. In feite is Nederland pas als eenheid ontstaan in de halve eeuw na pakweg 1780. Weinig historische legitimiteit.

Bestuurlijk is er ook weinig legitimiteit. De nationale staten zijn ondingen. Om bestaansrecht te hebben, moet er iets zijn dat op nationaal niveau moet worden geregeld. Maar wat kan dat zijn? Sinds Indië is verloren, is het in elk geval niet langer de economie, die we alleen draaiend kunnen houden door Europees samen te werken. En dat is de afgelopen ruime halve eeuw dan ook steeds gebeurd.

De problemen die we nu ondervinden met de Europese economie, komen deels voort uit de zelfoverschatting van onze bestuurders, en deels uit onwil macht over te dragen naar Europa. Los daarvan is Europa de ideale smoes waarmee nationale politici de aandacht kunnen afleiden van eigen falen. Dat u binnenkort hard wordt geraakt in uw portemonnee, heeft niets te maken met een 3%-norm die Europa stelt, maar alles met falend Nederlands beleid. Minister van Financiën Bos zag de problemen en verzocht zijn ambtenaren alle denkbare bezuinigingen te verzinnen; daarna maakte het gekonkel van Verhagen, die – om nooit bevredigend uitgelegde redenen – wilde blijven in Afghanistan, voortzetting van het beleid onmogelijk; tijdens de formatie wilden de rechtse partijen tot elke prijs vasthouden aan de hypotheekrenteaftrek en koos Rutte ervoor samen te werken met een instabiele partij. Het probleem ligt bij Verhagen en Rutte, en niet bij Europa, ook al proberen falende politici u andere dingen op de mouw te spelden.

Les extrêmes se touchent

In dit stukje speel ik leentjebuur bij enkele andere bloggers, die alle hetzelfde punt maken. De eerste is Peter Breedveld, die in deze blogpost op zijn website Frontaal Naakt vertelt over de hoeveelheden modder die hij over zich heen krijgt gegooid omdat hij een relatie heeft met een moslima. Eén van de reacties was dat men zich afvroeg hoe hij, een ongelovige Nederlander, een relatie kon hebben met een Marokkaanse moslima, aangezien een moslima niet met een niet-moslim zou mogen trouwen. Dus óf Breedvelds geliefde zou een afvallige zijn, óf Breedveld zou moslim zijn geworden.

Breedveld bestrijdt deze argumentatie. Hij en zijn vriendin kunnen hun eigen heerlijke gang gaan, zijn moslim-vriendin is niet verstoten en hij is door haar familie aanvaard. En juist dit, schrijft hij, is wat hem de niet aflatende stroom beledigingen oplevert. Immers, door gewoon van elkaar te houden, ontkracht hij het wereldbeeld van ‘s Neêrlands islamofoben. Breedveld en zijn vriendin leveren het empirisch bewijs dat een gemengd huwelijk mogelijk is en dat de islamofobe sjabloons te simpel zijn.

Het is krek zo. De vraag is: van wie is religie? En dan is het erg grappig dat zowel moslimfundamentalisten als moslimhaters het erover eens zijn dat de islam een verzameling regels is, terwijl de rest der mensheid een heel andere werkelijkheid heeft. Anders gezegd, er botsen twee visies, waarbij de mensen van de praktijk staan tegenover degenen die de nadruk leggen op de theorie. In dit laatste blijken de grootste voor- en tegenstanders van de islam elkaar uitstekend te kunnen vinden.

De eerste bommen op Rotterdam

Het is vandaag tweeënzeventig jaar geleden dat de Duitse luchtmacht Rotterdam bombardeerde. De Duitsers waren de Maas al overgestoken en daarmee was hun voornaamste strategische doel in feite al behaald. Ook de Nederlandse verdediging op de Grebbeberg was bezweken, hoewel de Nederlandse soldaten hadden gevochten als leeuwen – de 420 doden zijn daarvan de getuigen. De Nederlandse weerstand was groter gebleken dan de Duitsers hadden verwacht, en dus werd gekozen voor het drastische middel van een bombardement op een burgerdoel.

De bommen die op 14 mei op Rotterdam vielen, waren echter niet de eerste. Een ooggetuigenverslag van de aanval op 10 mei leest u hier. Het is geschreven door mijn vriend Jaap Velt (1934-2004). Ik heb het hem nooit gevraagd, maar ik vermoed dat hij zijn hele leven elke dag aan de gebeurtenis heeft moeten denken

Foto: Provinciaal Historisch Cuseum Zuid-Holland

Reisleiders

Momenteel leid ik een groep door het noordwesten van Turkije. Ik weet beslist niet alles en ben daarom blij dat ik het samen met een Turkse collega kan doen. En ook samen weten we niet alles. Soms moeten we nog iets opzoeken, zoals de herkomst van de diplomatieke uitdrukking “de verheven porte”. Eigenlijk vind ik dat nog het leukste van mijn bezigheden.

Sommige reisleiders hebben meer zelfvertrouwen. Ik zag vandaag een collega een groep leiden door het fenomenale archeologische museum (een van de allerbeste archeologische musea ter wereld). Bij elk beeld, bij elk voorwerp wist hij iets te vertellen, en het duurde even voor ik ontdekte hoe hij zoveel kon weten: hij werkte met een microfoon die was verbonden met oortelefoontjes, en kon zo even voor de groep uitlopen en de bordjes lezen.

Het is niet zonder gevaar. Zelf heb ik nog eergisteren van een mozaïek dat volgens mij Alexios II voorstelde gezegd dat het Alexios I was, omdat ik dat op het bordje las. Toen iemand vroeg of dit de Alexios was voor wie Anna Komnene de Alexiade schreef, heb ik het dus bevestigd. In mijn hotel controleerde ik het toch nog even: het was wel degelijk Alexios II.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

4 mei 2009

Amsterdam, Kinkerstraat, het verkeerslicht voor de Nassaukade. Het is 4 mei 2009, het is acht uur. Voetgangers en fietsers staan op de trottoirs stil. Een wat oudere dame zet de motor van haar kleine blauwe auto af. Misschien niet op de handigste plaats: voor een stoplicht.

Als het op groen springt, blijft ze stil staan. Dat is niet naar de zin van de chauffeur van de zwarte auto achter haar: de stilte wordt verstoord met luid getoeter. Het licht wordt rood, het licht wordt opnieuw groen, wederom getoeter. Een man uit de zwarte auto gooit zijn portier open en beent op het dametje af.

Wat hij haar toevoegt, valt van de plaats waar ik sta niet te horen, maar zijn driftige gebaren verraden dat hij boos is. De vrouw in de blauwe auto lijkt te gebaren dat ze met rust wil worden gelaten. Juist op het moment dat ik denk dat de man zijn geduld zal verliezen en ik ooggetuige zal zijn van de mishandeling van een bejaarde, begint ergens het Wilhelmus te spelen, springt het licht op groen en trekt de bestuurster van de blauwe auto op.

Kwakgeschiedenis: het Griekse erfgoed

De wetenschappelijke methode, onze vrijheid, de experimentele wetenschap, de democratie, rationaliteit, wiskunde, wijsbegeerte… het wordt allemaal maar toegeschreven aan de oude Grieken en het is bijna allemaal niet waar.

Over het algemeen gaat de drogredenering als volgt: wij hebben X, de Grieken hadden ook X, dus wij hebben het van de Grieken. Dat X ook bij andere volken kan zijn voorgekomen wordt vaak genegeerd (wiskunde is hier een voorbeeld), zoals men ook vaak over het hoofd ziet dat X vergeten kan zijn geraakt en herleefd kan zijn, zonder dat er een direct verband is (democratie).

Verder is maar de vraag of de Grieken X wel echt op hun culturele repertoire hadden, want misschien is ons voorbeeld van een Griekse X wel niet-representatief. De experimenten van Archimedes zijn bijvoorbeeld nogal uitzonderlijk en kunnen niet worden beschouwd als bewijs dat de Grieken de experimentele wetenschap hebben uitgevonden. Dat onze natuurwetten weinig gemeen hebben met de wet van Archimedes, zal ik dan nog buiten beschouwing laten. Kortom, veel veronderstelde ontleningen zijn gebaseerd op drogredeneringen.

Sprekend over drogredeneringen. Dáár hebben de Grieken nu wél als eersten over nagedacht, en veel van wat Aristoteles erover zei is nog steeds actueel. Vandaar dat ik graag verwijs naar deze infographic, waarop ze handig worden uitgelegd.

De behoefte aan moralisme

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei komt op het idee een jongen van vijftien een gedicht te laten voordragen bij de Dodenherdenking, waarin hij erop wijst dat zijn oudoom, als SS-er, een foute en onomkeerbare keuze heeft gemaakt. Ook die oudoom mocht niet worden vergeten. Misschien was het kortzichtig van het genoemde comité om dit gedicht te laten voordragen, want het vervolg was voorspelbaar. Er klonken protesten van het CIDI en het Auschwitzcomité, die vinden dat de Dodenherdenking eigenlijk een slachtofferherdenking moet zijn. Het resultaat is bekend: het gedicht werd teruggenomen.

Het relletje bewijst, om te beginnen, dat we nog steeds onze schouders niet ophalen over de gebeurtenissen, zelfs al liggen ze inmiddels zo’n zeventig jaar achter ons. Het is ook goed dat niemand de jonge dichter ook maar iets kwalijk neemt – de discussie gaat niet over hem of zijn gevoelens, die door alle partijen worden gerespecteerd. Dat is eigenlijk allemaal goed nieuws.

Wat me verder opvalt, is dat, zo gauw het CIDI en het Auschwitzcomité hun verontwaardiging hadden geuit, de discussie verliep volgens het door hen gebruikte sjabloon: een tegenstelling tussen daders en slachtoffers. Nu zijn er uiteraard groepen die uitsluitend daders waren en groepen die uitsluitend slachtoffers waren. Maar in de realiteit waren de grenzen niet zo scherp. Althans, dat heb ik gelezen; ik heb het immers niet meegemaakt.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De vijfde zuil

Wie een moslim vraagt wat zijn of haar geloof inhoudt, zal al snel vernemen dat het draait om vijf dingen, de ‘vijf zuilen’ van het de islam. De eerste daarvan is het inzicht dat er maar één God is en dat Mohammed Diens profeet is. Deze geloofsbelijdenis zul je in het Midden-Oosten enkele keren per dag horen, want ze vormt ook de oproep tot het gebed. Dat gebed vormt de tweede zuil, en zoals bekend wenden de geloven zich daarbij naar Mekka en maken ze verschillende buigingen. De derde zuil is de vastenmaand ramadan, tijdens welke een moslim zich gedurende de dag moet onthouden van drinken en eten. Ten vierde is er de plicht aalmoezen te geven.

De overgrote meerderheid van de gelovigen zal zich hiertoe beperken en ieder geeft er op zijn eigen wijze vorm aan. Ik heb eens een reis door oostelijk Turkije gemaakt met een chauffeur die bleef vasten (hoewel reizigers dispensatie hebben voor de ramadan en ondanks het feit dat hij vijfentwintig man in zijn bus had), maar ik heb ook meer seculiere mensen ontmoet die weinig deden aan de vasten. Mijn buurjongen krijgt elke dag SMSjes die hem in staat stellen zich tot op de minuut te houden aan de gebedstijden, terwijl een goede vriend in Teheran meteen na het opstaan al zijn gebeden opzegt. Zoveel hoofden, zoveel zinnen.

De kop uit het zand?

Een tijdje geleden kwam een geleerde uit Delft in het nieuws, omdat hij meende dat er reden was om aan te nemen dat buitenaardse wezens de aarde wel eens aandeden. De natuurwetten maken dat vrijwel onmogelijk, en geloof in UFO’s geldt om die reden dan ook als pseudowetenschap.

De man sprak over UFO’s in zijn vrije tijd, maar gegeven zijn positie als medewerker van een wetenschappelijke instelling, meende de Delftse universiteit dat het toch beter was een begeleidingscommissie in te stellen (meer). Alleszins redelijk.

Voor een soortgelijk incident gaan we iets terug, toen een Nederlandse oudhistoricus schreef dat de Griekse ingenieur Archimedes met spiegels vijandelijke schepen in brand had gestoken. Als oudheidkundige moet hij hebben geweten dat het niet in de bronnen stond, en als academicus moet hij over voldoende ontwikkeling hebben beschikt om te weten dat dit in strijd was met de natuurwetten. Noch zijn universiteit, noch zijn collega’s zagen in deze verkondiging van pseudowetenschap echter reden een begeleidingscommissie in te stellen.

Het geval was te grotesk om verborgen te blijven. Omdat ik een laagdrempelige website beheer, kreeg ik er vragen over. Ik kan zo snel veertien mailtjes terugvinden van mensen die hun vertrouwen in de wetenschap waren kwijt geraakt.

Wilhelmus

Een storm in een glas water. De burgemeester van Zutphen, zo meldt de krant voor wakker Nederland, heeft bezwaar tegen het zingen van het zesde couplet van het Wilhelmus (dat toch al nauwelijks wordt gezongen) omdat het een religieuze inslag heeft. Ik voor mij vind het wat al te principieel, maar het lijkt me wel een respectabel standpunt.

Jammer, ondertussen, dat er nu over ons volkslied wordt gediscussieerd, want de tekst ervan is gewoon mooi. Het is geen Holland Holland boven alles, het is geen adoratie van de driekleur, het is geen oproep om met onzuiver bloed de akkers te bevloeien, maar een behoorlijk rebelse tekst. Willem de Zwijger beschrijft hoe hij steeds naar eer en geweten heeft gehandeld, dat het wanbeleid van de boven hem gestelde (den Coninck van Hispaengien) hem heeft gedwongen zich te verzetten en dat hij bereid is geweest daarvoor een hoge prijs te betalen – zijn broer Adolf was gesneuveld – omdat hij van mening was dat hij dit verplicht was aan zijn “ondersaten”.

Het is waar: de prins van Oranje beschouwt deze plicht als een religieuze: hij heeft, zoals het in de laatste strofe staat, de koning nooit veracht, maar moet God in gerechtigheid gehoorzamen. Dat laat echter onverlet dat de tekst tevens een profielschets is voor de ideale bestuurder: iemand die zorg draagt voor de gemeenschap en bereid is daarvoor lijf en goed op het spel te zetten. With great power comes great responsibility. Dat is een universeel-humanitaire moraal, die je kunt aantreffen in alle wereldliteratuur van de Ilias tot Spiderman.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Waarom geen aanslag op de belastingdienst?

Geen kerk, maar de accijnstoren in AlkmaarEen kort berichtje van het soort waaraan we gewend zouden moeten raken: een aanslag op een godshuis, één dode. Het is elke keer weer hetzelfde nieuws, alleen de details zijn uitwisselbaar. Dit keer was het een sji’itische moskee in Brussel en de verdachte een soennitische fundamentalist. In januari kregen kerken extra bescherming. Daarvoor was een synagoge in Amersfoort het doelwit. Het verbaast me allang niet meer.

Ik zou er dus aan gewend moeten raken, maar die aanpassing aan de politieke werkelijkheid wil nog niet vlotten. Dat geldt niet alleen voor religieus geweld. Ik ben steeds opnieuw geschokt als ik lees over pedofiliezaken, over het gemak waarmee politici wetenschappelijke inzichten aan hun laars lappen of over het cynisme waarmee onze bestuurders hun persoonlijk belang plaatsen boven het gemeenschapsbelang. (Een blogstukje waarin ik Rutte’s buiging naar de SGP vergeleek met Sarkozy’s opportunistische opmerkingen over Schengen, schoot er dit weekend bij in.) Ik verbaas me niet om wat gebeurt, maar wel over het feit dat het almaar niet went.

Daar wijdde ik een tweet aan. Mijn beste vriend twitterde de vraag terug of ik geschokter was om een aanslag op een godshuis dan als de bom was geworpen naar een belastingkantoor. Goeie vraag. De Occupy-beweging benut een beeldentaal ontleend aan een stripverhaal waarin een parlementsgebouw wordt opgeblazen, en als iemand me zou zeggen dat hij er niet gerust op is dat Occupy zich tot maskerades zal blijven beperken, kan ik alleen erkennen dat hij een respectabel standpunt inneemt.

Toch denk ik dat de overheidsgebouwen veilig zijn. Iedereen moppert op de belastingdienst, maar het gemopper is betrekkelijk goedmoedig, zoals in “Wat heb je tegen ambtenaren? Ze dóen toch niks?” Ik heb ook niet het idee dat de spot met ambtenaren de laatste tijd venijniger is geworden, al zou ik niet weten hoe ik dit kan bewijzen. Kortom, ik zie geen escalatie.

Vorige Volgende