Jona Lendering

632 Artikelen
15 Waanlinks
322 Reacties
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.

Wees voorzichtig met nieuw prostitutiebeleid

ANALYSE - Het huidige prostitutiebeleid rammelt aan alle kanten, maar een eenvoudige oplossing ligt niet voor het oprapen, daarvoor zijn er teveel onzekerheden.

Ik kan me niet voorstellen dat een jonge vrouw uit pakweg de Filippijnen op een ochtend opstaat met het idee “Weet je wat? Ik verhuis naar Amsterdam, ik ga daar werken op De Wallen! Seks met dronken toeristen, dat is zeg maar echt mijn ding!” Doordat ik me dit zo slecht kan voorstellen, ben ik er vrij zeker van dat menige vrouw niet voor haar plezier achter de ramen staat. Ik ben er nog zekerder van dat er vrouwenhandel bestaat, want ik heb ooit een Aziatische vrouw gekend die door een bende aan het werk was gezet. Ik ken meer voorbeelden.

Ik ben er echter óók zeker van dat er vrouwen zijn die bewust voor prostitutie kiezen. In een Duitse hotellobby heb ik wel eens gesproken met zo iemand, tot ze het gesprek afbrak omdat een bloedmooie man binnen kwam lopen in wie ze een potentiële klant zag. Ze had me niet veel verteld, maar het was me voldoende duidelijk dat ze haar werk bepaald niet met tegenzin deed. Ook hiervan ken ik meer voorbeelden.

Onvrijwillig of vrijwillig, het kan allebei, en ik denk daarom dat het niet waar is wat ChristenUnie-Kamerlid Gert-Jan Segers in De Volkskrant schrijft, dat prostitutie zonder meer gelijkstaat aan slavernij. Niet dat ik het geheel oneens met hem ben, niet dat ik zijn zorgen niet deel, niet dat ik geen respect heb voor zijn verontwaardiging. Integendeel. Internationale vrouwenhandel bestáát, ook Nederlandse meisjes kunnen in handen vallen van loverboys en onvrijwillige seks heet – om het beest bij zijn naam te noemen – inderdaad verkrachting.

Wat de onderwijsminister kan leren van Karel de Grote

COLUMN - De minister van Onderwijs kan het nodige van Karel de Grote leren.

Het is natuurlijk best leuk de machtigste man in West-Europa te zijn, maar je wil natuurlijk ook iets nalaten, zodat mensen zich jou herinneren. Karel de Grote koos voor een onderwijshervorming. Rond 795 dicteerde hij de circulaire die bekend is komen staan alsDe brief over het cultiveren der letteren. Wie de tekst wil nalezen, kan terecht in de reeks middeleeuwse bronnen die bekendstaatMonumenta Germaniae Historica, en wel in het eerste deel met Capitularia Regum Francorum. Daarin is het nummer 29.

Het is tekst met twee stemmen. Enerzijds zien we hoe de klerken zich inspanden om het mooi te formuleren, anderzijds horen we de spreektaalwoorden van de grote koning, die de zorg voor het onderwijs legt bij de bisdommen en abdijen. Hier is een deel van de tekst:

Degenen die God willen behagen door goed te leven, moeten niet nalaten Hem ook te behagen door goed te spreken. Er staat immers geschreven: ‘Op grond van je woorden zul je worden vrijgesproken, op grond van je woorden zul je worden veroordeeld.’ [Mt 12.37] Weliswaar is het belangrijker goed te handelen dan te weten wat goed is, maar het weten gaat wel vooraf aan het handelen. … Als alle mensen onwaarheden moeten vermijden, hoeveel te meer geldt dat dan voor hen die zijn uitverkoren de waarheid te dienen!

De afgelopen jaren heeft een aantal kloosters meermalen brieven aan ons gericht, waarin duidelijk werd gemaakt wat de broeders in hun heilige en vrome gebeden vroegen ten behoeve van ons. Wij hebben echter gemerkt dat in de meeste van deze brieven de bedoeling goed, maar het taalgebruik onverzorgd was, omdat hun ongeschoolde taal, door de verwaarlozing van hun ontwikkeling naar buiten toe, niet foutloos kon uitdrukken wat hun vrome toewijding hun van binnen ingaf.

Daarom zijn wij gaan vrezen dat wellicht hun begrip, zoals het tekortschoot op het gebied van het schrijven, ook en veel meer tekortschoot bij het begrip van de Heilige Schrift. We weten allemaal dat, hoewel dwalingen in woorden gevaarlijk zijn, dwalingen bij de Bijbeluitleg nog veel gevaarlijker zijn. Daarom sporen wij u aan de studie van de letteren niet alleen niet te veronachtzamen, maar ook er nederig en in Godgevallige gezindheid naar te streven ze te gaan beheersen, om zo makkelijker en beter te kunnen doordringen tot de mysteriën van de heilige geschriften.

Het innerlijke uurwerk

RECENSIE - Waarin de auteur, zelf gedreven door een afwijkende biologische klok, zich vastbijt in Het innerlijke uurwerk, een boek over het menselijke ritme.

In de laatste jaren van de vorige eeuw werkte ik in Rijswijk. Dat was nog niet zo gemakkelijk, want ik woon in Amsterdam. Ik moest onzalig vroeg opstaan, kwam moe aan op kantoor, had sloten koffie nodig om de dag door te komen en kreeg weinig werk gedaan. Mijn collega’s waren allemaal stukken efficiënter. Dan volgde de treinrit naar huis, maar als ik daar eenmaal was, blaakte ik ineens van energie, tot ik om twee uur ’s nachts naar bed ging. Om kwart voor zeven ging de wekker weer, waarna de cyclus opnieuw begon. Ik was eeuwig moe. Alleen op zaterdag en zondag, als ik kon uitslapen tot een uur of twaalf, voelde ik me redelijk fit.

Wat ik destijds niet wist, was dat mijn biologische klok later loopt dan die van de ideale kantoormedewerker, die de meeste energie heeft tussen negen en vijf. Ik heb mezelf vaak mijn egoïsme verweten – waarom kon ik voor mijn collega’s niet evenveel energie opbrengen als voor mijn werk ’s avonds? – en gedacht dat ik lui was. Pas een paar jaar geleden ontdekte ik dat mijn Delayed Sleep Phase Syndrome genetisch bepaald is, en dat het niets heeft te maken met egoïsme of gebrek aan wilskracht. Dat zijn moralistische praatjes.

Agressie in de trein

OPINIE - Hoe moeten we omgaan met agressie in de trein? Jona Lendering heeft een idee.

Omdat in Nederland alles vijftig jaar later gebeurt, hebben wij nog Teletekst, en daar lees ik:

NS-directeur Thijssen roept reizigers op in actie te komen als NS-medewerkers slachtoffer worden van geweld. We kunnen het niet alleen, schrijft ze in een open brief op de NS-website. Ze zegt er wel bij dat treinreizigers zichzelf niet in gevaar mogen brengen.

Mag ik een suggestie doen? Stel een telefoonnummer in waarheen overlast kan worden geSMSt, zoals in sommige bioscopen. Daar kun je bij onrust je zaalnummer doorSMSen, waarna het bioscooppersoneel dan naar de zaal toekomt. Zoiets moet ook kunnen met trein- en rijtuignummers, waardoor conducteurs elkaar snel te hulp kunnen komen. De politie weet dan meteen waar in de trein iets is gebeurd en kan gericht handelen. Het systeem kan ook dienen om minder ernstige vormen van overlast in de kiem te smoren, bijvoorbeeld doordat conducteurs tijdens de reis worden geattendeerd op dingen die verkeerd gaan.

In de bioscoop wordt het telefoonnummer getoond voor de voorstelling. Ik heb het idee dat het daardoor vooral preventief werkt: doordat vandalen weten dat ze gevonden kunnen worden, gedragen ze zich beter. Misschien kan de NS het meldnummer op soortgelijke wijze duidelijk in de rijtuigen aangeven.

Opnieuw wetenschapsfraude?

OPINIE - Er zijn genoeg wetenschappers die het niet altijd even nauw nemen met ethische normen. Maar als het wantrouwen aanhoudt, zal de wetenschap het niet overleven. Daarom is openheid nodig.

Er kan mogelijk een nieuwe naam aan het rijtje Diederik Stapel, Roos Vonk, Don Polderman en Dirk Smeesters worden toegevoegd. Vandaag is een oud-hoogleraar aan de VU, Mart Bax, de volgende onderzoeker die in opspraak komt. Ik citeer NU.nl:

“In het boek Ontspoorde Wetenschap dat vrijdag uitkomt, trekt onderzoeksjournalist Frank van Kolfschooten het bestaan van een klooster in het zuiden van Nederland in twijfel. … ” “Dat je je bronnen anonimiseert is in de antropologie vrij gebruikelijk”, aldus Van Kolfschooten. “Maar collega’s van Bax twijfelden aan het bestaan van dit klooster.”

Ik vind het eerlijk gezegd geruststellend. Als dit de beste teaser is die een auteur naar buiten kan brengen om aandacht voor een boek te genereren, dan valt het in feite mee. Maar er speelt meer. Voor één keer kan de ijsbergmetafoor met recht en reden worden gebruikt: maar een deel van de eigenlijke problemen is publicabel.

Ik weet dat, want ik heb Van Kolfschooten over zijn boek gesproken. Ik kon hem het bewijs geven van onder meer het plagiaat waaraan een vrij bekende Nederlandse onderzoeker zich schuldig had gemaakt. De gedupeerde wilde echter niet dat de zaak naar buiten kwam. Het kon hem zijn baan kosten.

Jezus’ echtgenote: een kwalijke Jezushoax

ANALYSE - Het was dus toch een vervalsing, die antieke papyrussnipper met een vermelding van Jezus’ echtgenote. Het lijkt knullige voetnoot in het dagelijks nieuws, maar de schade is groot.

U herinnert zich hoe een maand geleden alle kranten berichtten dat een antieke tekst was gevonden waarin Jezus sprekend werd opgevoerd en het leek te hebben over “mijn vrouw”. Ik blogde er al over, en als u de details wil kennen, moet u dit stuk van Maarten Muns op Kennislink lezen.

Het blijkt dus een knullige vervalsing, want het bewijs dat de tekst in onze eigen tijd is gefabriceerd is wel heel simpel: het tekstje bevat een schrijfwijze die teruggaat op een zetfout uit een moderne uitgave van het Evangelie van Thomas. De vervalser wist dus niet wat hij overschreef.

Ik ben geen specialist in antieke manuscripten, maar vermoed dat de wetenschappelijke discussie nu snel zal worden gesloten. Er zal nog wel een keer een berichtje komen over het laboratoriumonderzoek, maar het Evangelie van Jezus’ echtgenote zal vermoedelijk vooral worden herinnerd als curiosum, terwijl de uitgebreide media-aandacht zal gelden als de zomerzotheid van 2012. Ondertussen is de schade niet te overzien.

In de eerste plaats voor de betrokken onderzoekster. Ze kreeg de kans oude teksten aan te kopen, afkomstig uit een illegale opgraving. Omdat haar instituut het geld niet had, zocht ze de publiciteit. Weliswaar vertelde ze hoe weinig er feitelijk stond op dat papyrusfragment, maar ze noemde wél dat de tekst veronderstelde dat Jezus een echtgenote had gehad. En daarmee liet ze de boel exploderen.

Ruinenlust

COLUMN - Het is lastig dilemma: wanneer laat je historische gebouwen vergaan in een vlaag van’ ruinenlust’ en wanneer probeer je ze uit alle macht te beschermen?

Nederland, zo lees ik, maakt zich op voor een zuidenwind die Saharazand met zich meebrengt. Dat is goed nieuws voor de ramenwassers, maar ik geloof dat het verder niet veel zal uitmaken. Op Sicilië is dat wel anders. Daar neemt de wind wel vaker poederzand mee, dat vervolgens de monumenten kaal slijpt.

De bovenstaande foto maakte ik in Eraclea Minoa, de ruïne van een oude Griekse stad in het zuidwesten van Sicilië. De banken van het theater zijn door de winderosie vrijwel weggevreten, en het theater is daarom geplaatst onder een metalen afdak om verdere schade te voorkomen.

Ik beken dat ik teleurgesteld was. Weliswaar zijn antieke theaters allesbehalve zeldzaam – ik heb in mijn collectie 1101 foto’s van 94 theaters – maar het is toch jammer als je een keer niet naar boven kunt klimmen om het standaardkiekje te nemen van de onder je uitwaaierende tribune. Van die aanblik wil ik kunnen genieten, ook als het straks zal gaan om theater numero vijfennegentig.

Er is hier een spanning tussen enerzijds de wetenschappelijke eis dat een monument wordt geconserveerd en anderzijds wat de Duitsers zo mooi “Ruinenlust” noemen: het romantische genieten van de aanblik van een oude ruïne.

Het doel van cultuursubsidies

OPINIE - Waarin de auteur wel enige sympathie op kon brengen voor Halbe Zijlstra en zijn bezuinigingen op de kunstsector, en pleit voor een betere bedrijfsvoering in kunstinstellingen.

Subsidiëring van de culturele sector brengt risico’s met zich mee. Ik heb al eens verteld dat ik de indruk had dat er voor de podiumkunsten twee gevaren dreigden. Ten eerste worden commerciële producties uit de markt gedrukt (zelfs Joop van den Ende kon het niet bolwerken in een veld waar de meeste gezelschappen hun kosten kunnen doorschuiven). Ten tweede worden de producties zó gemaakt dat ze een goede indruk maken op een subsidiecommissie, en dat wil niet per se zeggen dat u en ik er plezier aan beleven.

Ik heb ook eens gewezen op een incident, een tijdje geleden, dat ik een zaal huurde van een gesubsidieerde culturele instelling, en almaar de nota niet kreeg toegestuurd, zelfs niet nadat ik expliciet en meer dan eens had aangedrongen. Men was domweg niet geïnteresseerd in een gezonde exploitatie.

Nieuw logo

Ik had daarom wel enige sympathie voor de beslissing van Halbe Zijlstra om het mes in de subsidies te zetten. Er is verspilling en ik ben er niet zeker van dat subsidie werkelijk leidt tot een gevarieerd cultureel leven. Een andere vraag is hoe die bezuinigingen moesten vallen. Ik zou zelf hebben gewild dat organisaties die niet streven naar een normale bedrijfsvoering, de meeste subsidie kwijtraken. Dat is echter evident niet gebeurd. Het Rijksmuseum verspilt bijvoorbeeld momenteel een hoop geld aan een nieuw logo. Ik wil, als dit najaar de definitieve bezuinigingen op de musea worden vastgesteld, directeur Wim Pijbes niet horen jeremiëren dat hij nou een Vermeer moet verkopen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Vertraagd slaapritme

Mensen met een verslaagd slaapritme hebben niet te weinig discipline, maar een genetisch veroorzaakte ziekte. 

Het delayed sleep phase syndrome (DSPS), waarover ik al eens eerder blogde, houdt in dat je biologische klok enkele uren achterloopt bij die van andere mensen. Wie ermee kampt en bovendien (zoals de meeste Nederlanders) een kantoorbaan heeft, beweegt zich weinig alert door de ochtendspits, doet zijn werk minder efficiënt dan zijn collega’s, houdt zich op de been met sloten koffie, is ’s avonds ineens vol energie, valt pas om drie uur in slaap en wenst de wekker om zeven uur ’s morgens naar de hel.

Vier uur slaap per nacht is te weinig. Mensen met DSPS halen het meestal in de weekends in, maar vaak zijn ze zondagavond nog altijd niet uitgerust. Dat vergroot de kans op enkele ernstige en minder ernstige kwalen en kwaaltjes.

DSPS heeft een genetische oorzaak en kan niet worden genezen. Zelf slik ik melatonine, wat me lijkt te helpen om een maatschappelijk iets meer aanvaard slaapritme vol te houden. Een paar weken terug boekte ik een kleine triomf die ongetwijfeld op ieders lachspieren werkt maar die voor mij niettemin heel reëel was: afgelopen zaterdag ben ik erin geslaagd een afspraak die ik om elf uur in Utrecht had, na te komen zonder dat ik ter plekke zat te knikkebollen.

In de trein naar huis las ik het paginagrote artikel dat journaliste Niki Korteweg die dag in het Handelsblad publiceerde over de verbanden tussen slapeloosheid en bovengemelde reeks ernstige en minder ernstige kwalen en kwaaltjes. De onderzoekers Lucia Talamini (UvA) en Torbjörn Åkerstedt vertellen dat wie te weinig slaapt, een grotere kans op depressie heeft. Het gaat hier niet slechts om een statistische correlatie, maar om een steeds scherper begrip van de werking van het hersengebied dat amygdala heet.

Een voor mij (140 kilo) heel herkenbaar deel van Kortewegs artikel gaat over het verband tussen slaapgebrek en obesitas. Vermoedelijk is daarover ergens een congres geweest of is er een boek over verschenen, want niet alleen het Handelsblad maar ook SciencePalooza besteedde recent aandacht aan het verband tussen die twee. U leest het daar en ik beveel het u van harte aan.

Het is goed dat er onderzoek is en nog beter dat er aandacht aan wordt besteed. Het belangrijkste probleem rond DSPS is namelijk dat veel mensen het idee hebben dat het slechts een kwestie is van gebrek aan discipline. Mensen worden ’s morgens zo moeilijk wakker, is de gedachte, omdat ze ’s avonds zo laat naar bed gaan. Deze opvatting – die in ons calvinistische land overal is te horen – kan grote gevolgen hebben voor de betrokkenen. Ik heb ooit iemand ontmoet die als beleidsmedewerker niet aan de verwachtingen voldeed, was overgeplaatst naar het archief en van zichzelf was gaan geloven dat hij lui was, eigenlijk niets goed kon en asociaal was: voor zijn collega’s deed hij op het werk immers nooit iets met de inzet waarmee hij ’s avonds zijn eigen dingen kon doen. Het was voor hem een openbaring toen hij van een arts hoorde wat DSPS was en begreep dat hij zichzelf nodeloos veel verwijten had gemaakt.

Dat wil overigens niet zeggen dat mensen met DSPS hun eigen moeilijkheden nooit zelf vergroten. Ik ben lid geworden van een vennootschap en kan sindsdien mijn eigen werktijden indelen, zodat ik ’s avonds werk. Het zijn de enige uren waarop ik efficiënt werken kán, maar ik staar dus vaak naar het licht van een monitor, en dat houdt me natuurlijk wel wakker. Ik was dan ook blij toen ik, nadat ik vanmorgen een tweet aan het SciencePalooza-stuk had gewijd, van een aardige twitteraar de tip kreeg f.lux te installeren, een programma dat het licht van de monitor aanpast. Dank je wel!

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Partij Blanco

Cynisme, cynisme, cynisme. En dan moeten we gaan stemmen?

Een kennisje van me mag dit jaar voor het eerst stemmen. Ze neemt het heel serieus en heeft vorige week een dag lang alle verkiezingsprogramma’s gelezen. Ik ben een beetje jaloers, want ik kan Den Haag steeds minder serieus nemen. Nu roept iedereen wel eens dat we worden geregeerd door gekken, dat politici te dom zijn om een echte baan te vinden of dat we vermakelijkheidsbelasting moeten heffen op de Haagse kermis. Zulke sneren zijn gewoonlijk een hyperbool, maar langzamerhand begin ik het gevoel te krijgen dat er écht iets mis is. Ik twijfel niet aan de integriteit van de Kamerleden, maar wel aan hun capaciteit.

Eerste bezwaar: men doet steeds meer alsof politiek een zero sum game is. Partij A zal tot elke prijs willen voorkomen dat partij B gelijk krijgt, omdat het dan lijkt dat partij A ongelijk heeft. We hebben momenteel een premier die geen positieve redenen kan noemen waarom we zijn partij (waarop ik wel eens heb gestemd) zouden moeten steunen, maar die wel wil verhinderen dat “de socialisten” de verkiezingen winnen. Ik zou zo graag weer politici zien die nadachten over het belang van de samenleving, die konden toegeven dat andere partijen ook wel eens goede ideeën hebben en die niet te beroerd zijn het heilige eigen gelijk op te geven.

Archeologisch non-nieuws

De bestudering van de Oudheid is een zinvolle bezigheid. Oudheidkundigen maakten een eind aan de letterlijke uitleg van de Bijbel en legden zo de grondslag van de Verlichting. Darwins evolutietheorie is geïnspireerd door de wijze waarop classici oude teksten reconstrueren. De krankjorume racistische theorieën van het nationaal-socialisme hadden alles te maken met gemakzuchtige uitleg van antieke etnografische literatuur. Oudheidkundigen dragen bij aan de vorming van onze cultuur en samenleving. Hun vak is belangrijk.

Dat de media aandacht aan de oudheidkunde besteden, is daarom terecht. Het gaat echter zo vaak verkeerd dat ik daar elke week twee of drie keer over kan bloggen. Vandaag is het een Nu.nl-bericht over het oude Egypte en morgen is het weer iets anders.

“Na tien jaar onderzoek heeft de Amerikaanse archeologe Angela Micol mogelijk een opmerkelijke vondst gedaan. Micol denkt twee nieuwe piramides te hebben gevonden in Egypte.”


Dat klinkt aardig, maar wie verder leest ontdekt twee dingen, en je hoeft geen oudheidkundige vooropleiding te hebben om te weten dat het bericht over Micol, althans in deze vorm, niet juist kan zijn.

“Ze ontdekte de bouwwerken via Google Earth. Op twee verschillende locaties in Egypte zijn via het programma ongebruikelijk gevormde vierhoekige ‘bergen’ gevonden die er mogelijk op wijzen dat daar piramides liggen verscholen.”

Het lichaam als staatsbezit

Nederland heeft een erkend onpraktisch en kostbaar systeem voor orgaandonatie, waarin mensen zich moeten laten registreren als donor. Waarom niet andersom? Waarom is niet iedereen automatisch donor, met een registratiesysteem voor de weinigen die er bezwaar tegen hebben? Niet alleen is dat eenvoudiger, er komen zo ook meer organen ter beschikking, waardoor de wachtlijsten korter kunnen.

Dat simpele systeem is wel eens voorgesteld. Ik denk dat het in 1994 is geweest. De kwestie speelde al een tijdje, en CDA-leider Elco Brinkman wilde – nogmaals: als ik het me goed herinner – instemmen met een voorstel om een systeem in te voeren waarin artsen zouden aannemen dat iemand donor was tenzij hij als niet-donor was geregistreerd.

Het was echter verkiezingstijd en de leider van de oppositie, Frits Bolkestein (VVD), had aan een half woord genoeg. Brinkman, zo zei hij, wilde onze lichamen “tot staatsbezit maken”. Onzin natuurlijk, maar hij bereikte ermee dat Brinkman kort voor de verkiezingen zijn standpunt aan de eigen achterban moest uitleggen. Het was één van de redenen waarom de christendemocraten de verkiezingen zó gigantisch verloren dat een paars kabinet de enige oplossing was.

Dat moest nu een wet maken voor de orgaandonatie. De makkelijkste oplossing was, door Bolkesteins tactische zet, niet langer mogelijk. Dus kregen we het huidige systeem. Ik heb wel eens ergens gelezen dat het niet leidde tot meer donoren en dat ziekenhuizen nog altijd beschikken over te weinig organen.

Vorige Volgende