Jona Lendering

632 Artikelen
15 Waanlinks
322 Reacties
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.
Foto: Jon Iraundegi (cc)

The Ramones

OPINIE - Vier disfunctionele, ruziënde muzikanten die eigenlijk ook geen instrument leken te kunnen bespelen. Een zanger met een dwangstoornis, een gewelddadige psychopaat als gitarist, een junkie als bassist en een drummer die maar wat op de trommels sloeg omdat niemand anders het deed. Bepaald geen mannen die meisjesharten deden breken: alleen de bassist zag er redelijk uit, de drie anderen waren zo lelijk als de nacht. Kortom, The RamonesJoey, Johnny, Dee Dee en Tommy.

Je hoeft op Youtube maar één concert te zien om iets te voelen van de elektriciteit die in de lucht moet hebben gehangen als ze optraden. Kijk maar hier. Het begint schreeuwerig, het eindigt schreeuwerig en daar tussendoor worden in zesentwintig minuten en achttien seconden veertien nummers er doorheen geragd. Op topsnelheid. Het is, vanaf het moment waarop Dee Dee het 1-2-3-4 afvuurt, tot de laatste maten, één brok energie. Ik kan er nog aan toevoegen dat het, toen de tweede drummer, Marky, werd vervangen voor Richie Ramone, nog sneller ging. Pas op hun allerlaatste elpee, toen de heren op weg waren naar de vijftig, ging het tempo iets omlaag.

Muziek zonder veel franje: wie muzikaal zijn punt niet kan maken met drie akkoorden en in twee-en-halve minuut, overtuigt immers ook niet als hij meer tijd gebruikt. Over de teksten hoeven we het evenmin lang te hebben. Die zijn onbeduidend. Ook de muzikanten zelf kenden weinig franje: gehuld in een spijkerbroek en een t-shirt. In de jaren zeventig, toen glamrock en disco populair waren, was de eenvoud van The Ramones verfrissend.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Erdoğan over Amerika

COLUMN - Moslims hebben Amerika ontdekt, aldus de Turkse president Recep Erdoğan. Het gebeurde in 1178 en het bewijs, opgeduikeld door ene Youssef Mroueh, is dat Columbus in zijn logboek zou vermelden dat hij op maandag 21 oktober 1492 een moskee zag op een heuvel aan de kust van Cuba.

De claim klopt niet en dan bedoel ik niet dat 21 oktober in dat jaar viel op een zondag. En ik bedoel evenmin dat Columbus’ schepen op dat moment niet bij Cuba waren. Het probleem is dat het logboek, dat in 1991 in het Nederlands is vertaald door Hans Werner, domweg niet is te gebruiken voor dit type informatie.

Maar eerst: welke passage hebben Mroueh en Erdoğan op het oog? Het gaat om een beschrijving die we aantreffen in het logboek van maandag 29 oktober 1492, waarin we lezen we dat er

mooie bergen zijn die aan de Peña de los Enamorados doen denken. Eén daarvan heeft op de top een kleiner bergje dat oprijst als een sierlijke moskee.

Niks moskee dus, een bergtop die eruitzag als een moskee. Mrouehs claim is op niets gebaseerd en de president van Turkije bewijst met deze wartaal zijn land geen dienst.

Foto: pintxomoruno (cc)

Ontheemd

COLUMN - Lang geleden, in de jaren zeventig, was er een Postbus 51-spotje waarin was te zien hoe iemand met een onmiskenbaar Hollands uiterlijk wandelde door een onmiskenbaar Hollandse stad, waar alle opschriften, zoals die op het bordje van een bushalte, waren vervangen door teksten in het Arabisch of Turks. “Dat kun je niet lezen hè,” zei de voice-over dan, waarna de boodschap volgde dat Nederlanders een beetje geduld moesten hebben met wat destijds wel “gastarbeiders” zullen zijn genoemd.

Ik weet wat u nu denkt. U denkt: “Zo’n spotje zou nu niet meer kunnen,” of “Jammer dat de overheid de daad niet bij het woord voegde door taalcursussen aan te bieden.” Maar daarover wil ik het nu niet hebben. Het gaat me erom dat de makers meenden dat ze de kijker het beste een gevoel konden geven van ontheemdheid, door ze te confronteren met onleesbare opschriften.

Het is niet mijn ervaring. Ik loop wel eens ontheemd door Iran of Israël of Turkije of Libanon – wie het voorgaande pedant vindt klinken moet maar een andere formulering bedenken – en de opschriften vormen geen probleem. Zoals op Schiphol alles in het Nederlands en Engels is aangegeven, zo zijn in het Midden-Oosten alle belangrijke teksten tweetalig.

Je weet daarentegen wél dat je een vreemdeling bent als je in een hotel de diensten van een bellboy krijgt opgedrongen, als er een schaal met fruit op je kamer staat en als er naast de toiletpot een waterslang hangt.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Sint-Maarten

COLUMN - Dat niet alle christelijke heiligen bescheiden personen waren, wordt geïllustreerd door Martinus van Tours ofwel Sint-Maarten: hij nam een secretaris in dienst om zijn heiligenleven schrijven. Je zou je ergeren aan Sulpicius SeverusLeven van de heilige Martinus als de tekst niet zo interessant was. Martinus was namelijk bepaald geen kwezel.

Hij begon zijn loopbaan bij de Romeinse cavalerie en was achttien toen hij zich in 335 bekeerde tot het christendom. Dat gebeurde, zo lezen we, nadat hij bij de stadspoort van Amiens een naakte man had zien zitten, die door iedereen werd genegeerd. Het was hartje winter.

Martinus begreep dat de bedelaar, nu de anderen hem geen barmhartigheid betoonden, voor hem was bestemd. … Daarom greep hij het zwaard waarmee hij was uitgerust, verdeelde er zijn mantel mee in twee stukken en gaf één ervan aan de arme; het andere trok hij zelf weer aan. Intussen begonnen enkele omstanders te lachen, omdat hij er met de afgesneden mantel als een mismaakte uitzag. Maar velen ook, die gezonder van geest waren, zuchtten diep, omdat zij niet iets dergelijks gedaan hadden. Want juist zij, die rijker waren, hadden de arme kunnen kleden zonder zelf naakt te hoeven worden.

Foto: Judy van der Velden (cc)

Fiets in de trein

COLUMN - Ik moest zaterdag mijn fiets meenemen in de trein en moest daarom een extra kaartje kopen. De reiziger voor me was een toerist en de verkoopmachine stond nog ingesteld op het Engels toen ik mijn fietskaartje kocht. “Single use”, zei de machine.

Toevallig ben ik een Nederlander en begrijp ik wat het woord “Dagkaart” op mijn kaartje betekent. “Single use” is daarvan een misleidende weergave. Het suggereert immers dat je, als je terugreist, opnieuw een kaartje moet kopen. (Navraag bij enkele Engelse vrienden leerde dat ze het zo interpreteerden.) “One day only” of zoiets zou duidelijker zijn.

Het is dat de op deze manier behaalde winsten aan de lage kant moeten zijn, maar anders zou ik denken aan straatroverij. Na eerdere ervaringen met het doortrapte taalgebruik van de NS ben ik er althans moeilijk van te overtuigen dat dit alleen maar een dommigheidje is.

Closing Time | Rastak

Iran is een groot land waar, naast de Perzen, allerlei etnische minderheden leven: Turkmenen, Arabieren, Koerden en diverse stammen, die voor een deel hun aloude nomadische levenswijze bewaren. Er zijn verschillende folkloristische bands die zich laten inspireren door de tribale muziek, zoals Rastak. Het lied gaat over de regen en is gezongen in de taal van de Loeren, een groep die woont in het Zagrosgebergte.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Ashura

COLUMN - In Libanon wordt de politiek gedomineerd door enkele rijke families, die zich profileren als leiders van religieuze groepen. Dat laatste is noodzakelijk omdat de kiesdistricten zijn toegewezen aan bepaalde confessies. Het gevolg is dat religieuze symbolen meer dan in Nederland prominent in de openbare ruimte aanwezig zijn.

Dezer dagen herdenken de sjiitische moslims dat in 680 n.Chr. een kleinzoon van de profeet Mohammed, Huseyn, om het leven kwam in de Slag bij Kerbala. De betekenis van deze veldslag is dat de macht in de islamitische wereld kwam te liggen bij kaliefen uit de familie der Umayyaden. Hieruit ontstond de soennitische islam. Het lastig toegankelijke Libanongebergte, dat al eeuwenlang een toevluchtsoord vormt voor vrijwel elke religieuze minderheid in het Midden-Oosten, was een van de gebieden waar de afstammelingen van Huseyn, de sjiieten, op steun konden blijven rekenen.

Als je nu in een sjiitische stad, dorp of stadswijk komt, kun je je niet aan Ashura onttrekken. In het restaurant in Baalbek serveerde de in het zwart geklede uitbater ons, hoewel we voor limonade waren binnenkomen, ook wat eten. In Tyrus hoorden we hoe de rouwklachten vanuit drie minaretten tegelijk werden gereciteerd.

Overal hangen zwarte vlaggen en posters, waarop de sjiitische politici, bijvoorbeeld Nabih Berri van de Amal-beweging of Hassan Nasrallah van de Hezbollah, zijn te zien met afbeeldingen van de gebeurtenissen in Kerbala. Omdat de toeristen dit jaar wegblijven, zijn de opschriften momenteel vooral in het Arabisch, maar twee jaar geleden, kort voordat de Liberale Internationale vergaderde in Beiroet, werd de boodschap ook uitgelegd in het Engels.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

KORT | Unifilmonument

tyre_unifil_monument1
 
Vlakbij het hotel waar ik gisternacht sliep, staat dit monumentje, met daarop de namen van de mensen die om het leven zijn gekomen bij hun werkzaamheden voor UNIFIL, de VN-strijdmacht die de rust aan de grens tussen Israël en Libanon moet garanderen.

Alleen 209 namen. Geen strijdbare opschriften die van alles roepen. De namen zijn genoeg om de betekenis te laten inzinken. De rest is franje.

Foto: Stephan Rebernik (cc)

Gebroken arm

COLUMN - Van het Libanese stadje Anjar naar het volgende stadje, Zahle, zal alles bij elkaar zo’n tien kilometer zijn. Wie de weg afrijdt, ziet overal de tentenkampen waar Syrische vluchtelingen worden opgevangen. Dat is sowieso geen vrolijke aanblik, maar het treft je zeker als je ziet dat een van die kampen grenst aan een vuilnisbelt. Het officiële vluchtelingenaantal bedraagt 1,8 miljoen. (Ter vergelijking: er wonen in Libanon vier miljoen Libanezen en officieel 400.000 Palestijnse vluchtelingen.)

De autoriteiten doen wat ze kunnen. Er zijn allerlei hulporganisaties actief, maar de problemen zijn groter dan menselijkerwijs valt te overzien. Over oplossen heb ik het dan nog niet. Ik weet dat Saoedi-Arabië eens tenten stuurde, die vervolgens slecht bestand bleken tegen de slagregens die hier in de winter kunnen vallen. Er wordt onderwijs gegeven aan de kinderen en er was een donatie van schoolboeken, maar de leerkrachten hadden er weinig aan omdat een deel van de kinderen ongeletterd was. U leest er hier meer over, een artikel dat ik u echt wil aanraden.

In het restaurantje waar we gisteren dineerden, raakten we aan de praat met iemand die werkt voor een hulporganisatie. Hij vertelde hoe een kind een arm had gebroken en naar het ziekenhuis moest. De operatie kostte $850.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Abraham zien

COLUMN - Als u dit leest, ben ik in Libanon. Ik word deze week namelijk vijftig en diende derhalve te beletten dat olijkerds een pop van een oude man voor mijn huis zouden neerzetten om ook de buurt te laten weten dat ik Abraham zie. Wég van huis dus, desnoods naar Beiroet, wat in elk geval het voordeel heeft dat er restaurants zijn die het beste combineren dat Arabische, Ottomaanse en Franse koks ooit hebben bedacht. Als je dan toch vijftig word, doe het dan op een plek waar je lekker kunt eten. En – niet onbelangrijk – waar aardige vrienden wonen.

Uiteraard presenteerde ik in de vorige alinea de redenen voor mijn vakantie in omgekeerde volgorde. Angst voor lolbroekerij was het minst belangrijk, lekker eten is iets belangrijker terwijl mijn vrienden even belangrijk zijn als de behoefte aan rust. Ik heb deze zomer het boek namelijk afgerond waar ik op deze plaats wel eens over heb geschreven, en ik kan u verzekeren: het schrijven van boeken is knap vermoeiend.

Het boek heet Israël verdeeld en gaat over de wereld waarin het christendom en het rabbijnse jodendom zijn ontstaan. Zeg maar de jaren 180 v.Chr. – 70 n.Chr.: de periode waarin de offercultus in de tempel nog het hart van het jodendom vormde. ‘Rabbi’ was nog geen formele titel en de canon van de Bijbel lag nog niet vast.

Foto: Internet Archive Book Images (cc)

Elementaire deeltjes

OPINIE - De samenleving draait beter op de kruipolie van betrouwbare informatie. Dus betalen we wetenschappers om ons die informatie te leveren en dus doen zij onderzoek om de informatie zo betrouwbaar mogelijk te doen zijn. Het is de bedoeling dat de betrouwbaarst-denkbare informatie zo terechtkomt bij zoveel mogelijk mensen.

Dat lukt dus niet. De betrouwbaarste informatie ligt op betaalsites en wordt ons onthouden. Tegelijk worden allerlei auteursrechtvrije boeken gedigitaliseerd en online gebracht, zodat er op het internet steeds meer verouderde informatie ligt. De gevolgen zijn ernaar en de lezers van mijn stukken kennen mijn standaardvoorbeelden: de terugkeer van ideologisch-getinte interpretaties van de Cyruscilinder, het negentiende-eeuwse idee van de “god van de gaten”, fysiognomie of het idee dat Jezus een mythisch figuur is. De publieke kennis van de geesteswetenschappen heeft de afgelopen vijftien jaar zware averij opgelopen.

U merkt, ik heb het over het internet. Dat is ook logisch, want al een jaar of zes is dat het voornaamste medium voor mensen – mensen in de westerse wereld om precies te zijn – op zoek naar wetenschappelijke informatie. Je zou dus verwachten dat er stevig wordt ingezet op de ontwikkeling van goede websites. Niet alleen zijn die bereikbaarder, maar ze hebben bovendien het voordeel dat je informatie kunt aanbieden op het basisniveau (uitleg van de feiten), dat je sceptici de methode kunt uitleggen en dat je een back-office kunt inrichten om met e-mail degenen te woord te staan die ook na uitleg van de methode wetenschappelijke inzichten niet willen overnemen. Een ander bijkomend voordeel is dat je informatie kunt actualiseren.

Foto: Colin Campbell (cc)

Tolkien, Hulspas en Holman

Voor mijn eindexamen las ik The Lord of the Rings van Tolkien. En nog een bulk andere boeken, maar daar heb ik het nu niet over. Een leuke herinnering is dat mijn docent en ik na afloop van het examengesprek nog even koffie dronken en spraken over, jawel, literatuur. In het Nederlands en niet in mijn moeizame Engels, maar het was een gelijkwaardig gesprek waarin mijn leraar serieus informeerde naar mijn literaire oordeel.

Ik herinner me niet wat ik toen heb gezegd over Tolkien, maar weet wel dat mijn docent uitlegde dat de Germaanse achtergrond van de verhalen hem weinig deed, en dat we zoekend concludeerden dat een liefde voor Tolkien eigenlijk een heel subjectieve zaak was. Je deelt zijn “Germaanse gevoel” of niet. Ik ben dat gevoel kwijtgeraakt, maar ik vond het leuk dat ik later in Oxford in café The Eagle and Child bleek te zitten aan de tafel waar Tolkien elke week was neergestreken met C.S. Lewis en enkele andere literatoren. Ik kan begrijpen waarom er mensen zijn die een soort Tolkien-religie hebben, zoals de media vorige week berichtten.

Of beter: begrijpen kan ik het niet, zoals ik ook niet begrijp wat het is om boeddhist of mormoon te zijn. Of minister-president trouwens, of striptekenaar of gamelanspeler. Maar ik kan me er wel iets bij voorstellen dat mensen iets diepers zien in Tolkiens vertellingen. Zeker The Silmarillion hééft iets. Godsdienstwetenschapper Markus Davidsen is gepromoveerd op de tolkienisten en dat leidde vorige week tot een bescheiden mediahype. Veruit het dodelijkste commentaar kwam van Marcel Hulspas:

Vorige Volgende