Gastauteur

2.322 Artikelen
3 Waanlinks
25 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Robert Benner (cc)

Ontstaat er een heksenjacht op gelovigen?

OPINIE - Gelovige wetenschappers zijn geen goede wetenschappers, lijkt de heersende tendens te zijn. Dat schrijft Taede Smedes naar aanleiding van de Maastrichtse hoogleraar Van Schayck.

De afgelopen dagen heb ik me verbaasd over alle commotie rondom de Maastrichtse hoogleraar Van Schayck. Plotseling trekt hij zich terug als directeur van het onderzoeksinstituut Caphri, omdat hij wil voorkomen dat dit instituut schade lijdt door de ophef die is ontstaan door zijn beweringen dat hij een wonderbaarlijke beengroei heeft zien plaatsvinden.

De claims van Van Schayck zijn natuurlijk op zichzelf genomen al wonderbaarlijk. Iemand die beweert dat hij 25 jaar geleden een wonder heeft meegemaakt, dat daar fysiek bewijs van is (röntgenfoto’s), maar die vervolgens niet in staat is om dat bewijsmateriaal te overleggen, ja, dat is twijfelachtig. Dat het hier bovendien gaat om een hoogleraar in geneeskunde is des te eigenaardiger, omdat je toch verwacht dat juist zo iemand bewijsmateriaal van een wonderbaarlijke genezing zou koesteren als ware het de Heilige Graal zelf. Maar goed, vervolgens begint zo’n verhaal in onze geseculariseerde samenleving een eigen leven te leiden, en binnen enkele weken is blijkbaar de druk zo hoog opgelopen, dat diezelfde hoogleraar zich genoodzaakt ziet om zijn functie als directeur van een onderzoeksinstituut neer te leggen.

Foto: Patrick Rasenberg (cc)

Turks tuig houdt ons spiegel voor

OPINIE - Even geleden alweer verschenen er een paar Turkse jongens op de tv die het wel best vonden dat Hitler al die joden had omgebracht. Ooit kwam de dag dat diens werk zou worden afgemaakt, en daar verheugden ze zich nu al op. ’t Was voor menig kijker even slikken, zegt Bart Voorzanger.

Over deze zaak valt veel te zeggen. De context die die jongens zelf schetsten maakte duidelijk wat ze bedoelden. Voor hen is ‘jood’ synoniem met Israël, en Israël is – niet geheel onbegrijpelijk – in de ogen van veel moslimjongeren dé grote boosdoener in het Midden-Oosten. ’t Is maar zeer de vraag of ze beseffen dat joden in Nederland, en elders buiten Israël, mensen zijn die níet naar Israël emigreerden, sommigen zelfs omdat ook zij hun bedenkingen bij het zionistische project hebben. Dikke kans dat ze die joden zien als immigranten: Israëli’s die naar Nederland kwamen om hun economische positie te verbeteren, zoals hun eigen ouders of grootouders uit Turkije kwamen omdat hier werk voor ze was.

’t Is verleidelijk deze jongens weg te plakken achter het etiketje ‘antisemitisme’, maar het is zeer de vraag of dat iets verheldert. Met gruwelsprookjes over babybloed in matzebeslag, de moord op een heiland of een internationale samenzwering die naar wereldheerschappij streeft, heeft hun ‘antisemitisme’ weinig te maken. En voor zover ze al geloven in een internationaal complot zitten ze de werkelijkheid redelijk dicht op de hielen: zonder westerse steun had Israël zijn schrikbewind niet lang volgehouden. De fout die ze maken is dat ze joden en Israëli’s over één kam scheren, en die fout maken ze omdat ze te weinig weten. Daarover zo meer.

Foto: Marco Raaphorst (cc)

Kleine scholen niet opheffen om onderwijskwaliteit te verbeteren

ANALYSE - Scholen met minder dan 100 leerlingen moeten opgeheven worden, vindt de Onderwijsraad in zijn advies Grenzen aan kleine scholen. Als het gaat om de verbetering van de onderwijskwaliteit slaat dat advies de plank mis, stelt onderwijsdeskundige Sjerp van der Ploeg.

Het eerste argument dat de Onderwijsraad aandraagt voor het verhogen van de opheffingsnorm, is de bedreiging van de onderwijskwaliteit. Scholen met minder dan 100 leerlingen blijken volgens de Inspectie vaker ‘zwak’ of ‘zeer zwak’ dan scholen met meer dan 100 leerlingen. Deze uitkomst gaat vervolgens een geheel eigen leven leiden.

De Onderwijsraad schrijft: ‘De leerlingen op kleine scholen lopen meer risico op onderwijs van onvoldoende kwaliteit.’ Dat is waar,  maar de Onderwijsraad vergeet te melden dat -omdat het om kleine scholen gaat- in absolute termen maar weinig leerlingen risico lopen. Van een zwakke grote school hebben meer leerlingen last dan van een zwakke kleine school om de doodeenvoudige reden dat er op grote scholen meer leerlingen zitten. Daarom zal het steken van tijd en energie in het opkrikken van de zeer zwakke grotere scholen meer opleveren dan het sluiten van kleine basisscholen.

Bovendien doet het advies van de Onderwijsraad geen recht aan de overgrote meerderheid van kleine scholen die wel goed presteert, om nog maar te zwijgen van de drie basisscholen met minder dan 100 leerlingen aan wie OCW onlangs het predicaat ‘Excellente School’ heeft uitgereikt.

Foto: Frits de Jong (cc)

Flinke daling aantal gratieverzoeken

ANALYSE - Het aantal gratieverleningen in Nederland daalt sinds 2005 behoorlijk. Ook worden er steeds minder verzoeken voor gratieverlening ingediend. Dat blijkt uit een analyse van Koen Nederhof.

In 2005 werd er nog 798 keer gratie verleend, in 2012 nog maar 449 keer. Tegelijk daalde ook het aantal aanvragen van bijna 4000 naar 1608 in dezelfde periode. Die daling wordt veroorzaakt door een wijziging van de Gratiewet in 2003. Daarbij is een aantal maatregelen genomen die het minder gemakkelijk maken om een gratieverzoek in te dienen.

Zo wordt er geen gratie meer verleend voor boetes onder 340 euro, moet een gratieverzoek worden ingediend op een daarvoor bestemd formulier en moet de gratieverzoeker bewijsstukken aanleveren van de omstandigheden die hij in zijn verzoek aanvoert. Bovendien was het voor die tijd zo dat de straf werd opgeschort als een gratieverzoek liep; dat is sindsdien niet meer zo, tenzij de straf nog niet is ingegaan.

Een andere belangrijke reden voor de daling van het aantal gratieverleningenis dat sinds 2003 een straf – bij wijze van voorwaardelijke gratie – op voorhand kan worden vervangen door een werkstraf. De veroordeelde mag wel een werkstraf uitvoeren, maar pas als die is volbracht, krijgt hij direct een onvoorwaardelijke gratie. Het aantal voorwaardelijke gratieverleningenis daarom sinds 2001 erg sterk afgenomen – ruim 1500 in dat jaar tegen 155 in 2011. Voorwaardelijke gratie is overigens nog wel mogelijk in de zin dat (een deel van de) straf wordt kwijtgescholden en de veroordeelde dan bijvoorbeeld een schadevergoeding betaalt.

Foto: FaceMePLS (cc)

Wetenschapsverdraaiing: Slenteren niet beter voor de gezondheid

ANALYSE - De Universiteit Maastricht haalde afgelopen week het nieuws met hun persbericht getiteld ‘Slenteren beter voor de gezondheid dan sporten.’ Een bizarre conclusie vindt Esther Bakker, universitair docent gezondheidspsychologie, als je het originele artikel leest.

De onderzoekers uit Maastricht vroegen achttien studenten gedurende vier dagen drie verschillende bewegingsregimes te volgen. In het eerste regime kregen studenten de opdracht elke dag veertien uur zittend door te brengen; in het tweede regime brachten studenten dertien uur per dag zittend door, en sportten zij één uur; in het derde regime werd zes uur zittijd verruild voor vier uur lopen en twee uur staan. Uit het onderzoek bleek dat deelnemers na het derde regime gunstigere bloedwaarden hadden ten opzichte van de andere regimes.

Wat zegt dit nu? In ieder geval niet dat slenteren beter is voor de gezondheid dan sporten. Wel dat langdurig zitten niet goed is voor onze gezondheid, en dat het vervangen van zit-uren door actieve uren ten goede komt aan bepaalde waarden in ons bloed. Kortom: dagelijks een uurtje sporten compenseert de negatieve effecten van een zittende levensstijl niet, meer uren niet zittend doorbrengen zou beter zijn.

Deze conclusie trekken de onderzoekers zelf gelukkig ook in hun onderzoek. Echter, de manier waarop dit onderzoek naar buiten is gebracht is pure wetenschapsverdraaiing die bovendien nog schadelijk kan zijn voor de volksgezondheid ook. Hoeveel mensen zullen door dit bericht concluderen dat ze het als niet-sporter best wel aardig doen? Een dergelijk bericht doet veel schade aan de enorme investering die er al jaren wordt gedaan om mensen meer aan het bewegen te krijgen, ten gunste van hun gezondheid.

Foto: Michaeldavid54 (cc)

Atheïsten blijken godvrezender dan gedacht

ACHTERGROND - Zeg atheïst, durft u god uit te dagen? Taede Smedes vertelt over een verrassend onderzoek.

In zijn boek Het Godsinstinct beweert de atheïstische psycholoog Jesse Bering dat bij de meeste atheïsten hun overtuiging slechts skin-deep gaat. Hun atheïsme is een dun velletje, en als je daar even met je nagel overheen krast, zie je al gauw dat daaronder heel veel bijgeloof schuilgaat. Echt atheïsme, aldus Bering, is niets minder dan een radicaal nihilisme, en dat kunnen de meeste atheïsten gewoon niet aan.

Allemaal onzin!, zo reageren de meeste atheïsten. God is een fictie, net als Sinterklaas of de Kerstman, wat Bering zegt is allemaal onzin! (Ik heb deze reacties in real life meegemaakt bij lezingen.) Berings bewering lijkt dan ook een slag in de lucht.

Berings statement heeft echter empirische verificatie gekregen. Want een aantal recente experimenten hebben laten zien dat atheïsten heel wat godvrezender blijken te zijn dan ze zelf denken…

Stel dat je een aantal atheïsten samen met een aantal gelovigen in een laboratorium zet, allerlei elektroden op hun huid plakt, en ze vervolgens een vel papier hardop laat voorlezen. De tekst die ze voorlezen is een oproep aan God, die wordt uitgedaagd om, als Hij bestaat, allerlei erge dingen bij familieleden en dergelijke te laten gebeuren. Zo moeten de volgende statements worden voorgelezen: ‘Ik daag God uit om mijn leven ondraaglijk te maken. Ik daag God uit om mijn ouders op gruwelijke wijze te vermoorden. Ik daag God uit om mijn vriendin te laten verkrachten. Ik daag God uit om me te laten sterven aan kanker’, etcetera.

Foto: Sebastiaan ter Burg (cc)

Waarom heeft de rechter het zo druk gekregen?

ANALYSE - Is de werkdruk van rechters echt zo hoog geworden? En welke rol speelt beheersorganisatie Raad voor de Rechtspraak? Docent staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen Mentko Nap licht toe.

De rechtspraak stond de afgelopen maanden op een andere wijze dan gebruikelijk in de belangstelling. De directe aanleiding lijkt het manifest (pdf) dat enkele Leeuwardense raadsheren (rechters in een gerechtshof) rondstuurden onder collega’s. Het manifest klaagde over de toegenomen werkdruk, en over de gevolgen daarvan voor de kwaliteit van de rechtspraak. Honderden collega-rechters gaven te kennen zich in de klachten te herkennen. De meeste rechters deden dat anoniem. De president van de Hoge Raad durfde ook publiekelijk zijn zorgen over dit thema uit te spreken.

Dat de werkdruk voor rechters toeneemt, is als zodanig geen nieuws. Wie de moeite neemt de jaarverslagen van de Raad voor de Rechtspraak (de beheersorganisatie voor de meeste rechters in Nederland) er op na te slaan, ziet al gauw dat er sprake is van een stijgende lijn in het aantal zaken dat bij de rechter binnenkomt. In het afzonderlijk gepubliceerde jaarverslag (pdf) van de Hoge Raad over 2011 luidde de procureur-generaal bij die raad, de heer Fokkens, ook al de noodklok. Hij voorzag dat er op termijn een parlementaire enquête naar de rechtspraak gehouden zou worden die zou concluderen dat de financiering van de rechtspraak achterbleef bij het torenhoge ambitieniveau.

Foto: savenije (cc)

Jelle Brandt Corstius startte slechts moderne briefkaartenactie

OPINIE - Ik word steeds chagrijniger van de discussie rond de opgestapte topman van de SNS-bank Sjoerd van Keulen en de vermeende hetze opgezet door Jelle Brandt Corstius, zegt reageerder Bas Schuiling.

Het is goed om de zaak rustig te bekijken. Wat is er aan de hand? Een bankdirecteur die een fatale inschatting heeft gemaakt en daarbij de derde bank onder staatstoezicht brengt, maar toch een grote bonus krijgt voor prestaties. Tegenover een journalist die niet als schreeuwlelijk bekend staat, maar juist een moreel beroep deed op de beste man om van die bonus af te zien. Het duurde niet lang voordat de term ‘hetze’ werd gebezigd door ‘experts’ en de rest van het leger nationale beeld-opvulling.

Opvallend is dat de meeste commentatoren van de leeftijd ‘mijn ouders’ zijn. Niets tegen deze generatie, maar zij zijn niet opgegroeid met het fenomeen mondiale communicatie met een lage drempel. Vroeger tikte je een boze brief, plakte een postzegel en stuurde die naar de krant en met wat geluk kwam je korte commentaar in de inzonden postrubriek.
Die tijden zijn niet meer. Elke hele en halve zool kan nu zijn mening op internet plempen. En iedereen kan daar snel bij. Twitter lijkt op een openbaar plein waar je zelf bepaalt naar wie je luistert. Wat niet wil zeggen dat je dan maar iemand met de dood moet bedreigen – dan wordt je door de politie afgevoerd.
Foto: Alix Guillard (cc)

Nederlanders hebben vaker hypotheek dan andere Europeanen

DATA - Bijna zes op de tien Nederlanders wonen in een woning waar een hypotheek op loopt. Een derde woont in een huurhuis via de vrije markt. Dat blijkt uit cijfers van Eurostat, de databank van de Europese Unie.

In bijna geen enkel Europees land woont zo’n groot percentage mensen in een woning met een hypotheek; alleen in IJsland, Noorwegen en Zweden ligt het percentage hoger. Tegelijk woont maar 8 procent van de Nederlanders in een woning die geheel van hun is en waar dus geen lening op staat. Ter vergelijking: in Roemenië is dat liefst 97 procent van de bevolking.

Volgens professor Peter Schotman, hoogleraar Empirical Finance aan de Universiteit van Maastricht, is het niet verwonderlijk dat er zoveel mensen in een huis met een hypotheek wonen. ‘Op bijna alle huizen die de afgelopen dertig jaar zijn gekocht, is een hypotheek afgesloten in verband met de hypotheekrenteaftrek. Zelfs al heb je het geld, dan is het belastingvoordeel toch vaak zo aantrekkelijk dat mensen een hypotheek afsluiten.’

In de meeste Europese landen is de hypotheekrenteaftrek juist afgeschaft, al benadrukt Schotman dat hij niet van alle landen de gedetailleerde regels kent en daar dus ook niet diep op in kan gaan. Het verbaast hem echter niet dat zeker in West-Europa Nederland eruit springt.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Nederland is subtopper bij im- en export vlees van paardachtigen

DATA - Er kwam in 2012 bijna 8,1 miljoen kilo vlees van ‘paardachtigen’ Nederland binnen. De export van paardenvlees lag wat lager, maar bedraagt nog altijd 5,33 miljoen kilo. Dat blijkt uit cijfers van de Britse krant The Guardian, die zich baseert uit Eurostat, de database van de Europese Unie.

Eurostat heeft het in de database over vlees van ‘paardachtigen’, zoals paarden, ezels en muildieren. Het overgrote deel van dat vlees dat naar Nederland wordt geëxporteerd, komt uit België: 7,3 miljoen kilo. Ook komt er ruim 400 ton uit Roemenië en bijna 300 ton uit Italië over onze landsgrenzen. Ierland, Duitsland en Frankrijk leverden kleinere hoeveelheden.
Paardenvlees dat juist vanuit Nederland wordt geleverd, kent veel meer bestemmingen binnen de EU. Grootafnemers zijn Frankrijk (2,1 miljoen kilo), België (1,4 miljoen kilo), Italië (973.000 kilo) en Finland (615.000 kilo). Maar ook Oostenrijk, Tsjechië, Denemarken, Duitsland, Luxemburg, Malta, Zweden en Zwitserland importeren paardenvlees uit Nederland.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ligt de productie van paardenvlees in Nederland rond de 1 miljoen kilo. Het CBS houdt niet specifiek bij hoeveel paardenvlees er door Nederlanders wordt geconsumeerd. Samen met de consumptie van geiten- en schapenvlees komt de totale consumptie op 1 tot 1,5 kilo.

Foto: Astrid (cc)

EZ snoert decentrale energie de mond

NIEUWS - De nieuwe plannen van EZ voor een wetswijziging zijn een paard van Troje die werkelijke hervormingen van de energiemarkt nog jaren zullen vertragen. Daarom willen ze waarschijnlijk niet dat er over bericht wordt, schrijft Igor Kluin.

Vorige week maandag presenteerde het ministerie van Economische Zaken (EZ) de plannen rond decentrale energie aan diverse leden van eDecentraal. Het ministerie vroeg iedereen nadrukkelijk om alle informatie binnen die vier muren te houden omdat het anders hun proces zou verstoren. Dat is voor mij reden te meer om het bij deze open op internet te bespreken.

Ik zat mij continu af te vragen waarom EZ nou zo graag wil dat hun plannen niet naar buiten komen. Dit is toch de Nederlandse overheid, niet de Cubaanse? Waarom zou je als overheid zo’n merkwaardige, riskante eis stellen tijdens nota bene een inspraaksessie?

En toen, in een onbekommerd moment van de presentatie, liet EZ terloops vallen dat lokale energie geen factor is bij het behalen van de doelstelling voor 16 procent duurzame energie in 2020. Met andere woorden, de zaal was gevuld met mensen en initiatieven die verder geen impact vertegenwoordigen, volgens EZ.

Kortom, een wetgevingstraject, inspraaksessies, geheimhoudingsverzoek en druk op de ketel, allemaal voor iets dat irrelevant wordt geacht. Noem mij maar naïef, maar ik vind dat opvallend. Het wordt nog opvallender als je bedenkt dat precies op dit moment in de SER aan een groot energieakkoord wordt gewerkt dat wanneer het slaagt, allesbepalend zal zijn voor de energiehervormingen die Nederland tot 2020 zal doorvoeren. Waarom zou je dan nu snel nog even een mini-akkoordje er doorheen proberen te jassen?

Om dat antwoord te vinden wil ik het even over de inhoud van het voorstel hebben, omdat dat wellicht duidelijk maakt waarom EZ zo’n haast heeft en niet wil dat we het verder vertellen. Twee dingen zijn daarbij cruciaal en verraden mogelijk de motieven.

Verlaging energiebelasting op zelflevering

EZ stelt voor om de belasting op zelf of samen opgewekte energie iets te verlagen en zo dus gunstiger te behandelen. Daarbij wordt geheel voorbij gegaan aan de nog volop lopende discussie dat je over eigen stroom helemaal geen belasting kunt heffen. Energiebelasting wordt geheven over ‘levering’ en als één partij zowel opwekt als afneemt, dan is er geen sprake van levering. Als je zelf die beroemde tomaten kweekt en vervolgens ook weer op eet, zit er ook geen belasting tussen. Gelukkig maar.
EZ weet dat diverse partijen dit technische argument van ‘geen levering’ aanwenden. Door nu akkoord te gaan met een laag belastingtarief op zelflevering laten we dus een zeer fundamenteel principe los: wat je zelf maakt en zelf gebruikt is gewoon onbelast. Het voorstel van EZ vormt daarmee (als ‘t er door zou komen) zeer belangrijke, schadelijke jurisprudentie voor alle nieuwe energiemodellen die we nog gaan bedenken met z’n allen.  Ik begin die haast al een beetje te snappen.

Geografische begrenzing 

Een ander belangrijk fundamenteel punt dat EZ in haar voorstel introduceert is onderscheid tussen ‘decentrale energie’ en ‘lokale energie’. EZ erkent weliswaar dat al die zogenaamd ‘irrelevante’ lokale initiatieven met elkaar moeten kunnen samenwerken. En dat energie die binnen een coöperatie wordt opgewekt onder gunstige voorwaarden ook weer binnen die coöperatie moet kunnen worden gebruikt. ‘Maar het kan natuurlijk niet zo zijn dat heel Nederland energie met elkaar deelt.’ Daar zitten volgens de ambtenaren van Economische Zaken nu eenmaal grenzen aan.

Maar welke grenzen zijn dat dan? Hoe bepaal je die? EZ vertelde in een deelsessie dat misschien wel tien manieren van grensbepaling de revue gepasseerd zijn. Daarmee is meteen de armoede van de uiteindelijke keuze wel verklaard: postcodes. Dat samenwerken met energie is allemaal wel leuk, maar niet verder dan de volgende postcode. Tja, dat is vragen om ellende. In het eigen voorbeeld dat EZ toonde, was meteen al pijnlijk zichtbaar dat het dan voor kan komen dat je in sommige gevallen wel samen mag werken met iemand dertig kilometer verderop, maar dat iemand tien kilometer verderop buiten de grens valt. Postcodes zijn nu eenmaal gemaakt voor handige postroutes, niet voor energiesamenwerkingen. Het enige argument voor een postcodebegrenzing was volgens EZ het feit dat de Belastingdienst met alle andere afbakeningssystemen administratief  niet overweg kon. Wat een armoe.

De rechtsongelijkheid die hieruit volgt zal diverse rechtszaken tot gevolg hebben. Maar dat is niet het ergste. Veel erger is dat een fantastisch populair initiatief als de Windcentrale hiermee wordt gepasseerd terwijl daar is gebleken dat het een enorme aanjager kan zijn voor de verduurzaming van Nederland. Daarvoor is participatie en investering door burgers cruciaal en de Windcentrale is een bewezen kaskraker. Helaas valt die wel net buiten de volgende postcode, erg jammer.

Betrokkenheid

Het gaat niet om lokaal in geografische zin, maar om betrokkenheid. Dichtbij betekent hier dichtbij je hart en ziel. Nabijheid is dus geen postcode maar een emotionele binding. Dat is waarom energiecoöperaties zo krachtig zijn en dat is waarom ze een gigantische bijdrage kunnen leveren aan het halen van de duurzame doelstellingen voor 2020. Alle mensen die een zonnepaneel willen delen op het dak van de school verderop, of die mensen die een stukje van hun eigen windmolen hebben kunnen kopen, al die mensen zijn in één klap part of the solution geworden. Niet alleen die zelf opgewekte kilowattuurtjes tellen daarbij mee, maar vooral ook de bewustwording en commitment aan het energievraagstuk. Energie zit bij die mensen voor in hun hoofd en dat maakt dat ze zuiniger met hun energie omspringen, meer zullen besparen en zelfs een zuinigere auto kopen als het zo ver is. Echt, mensen die zelf opwekken zijn de beste bespaarders. Als je zelf iets maakt, ga je er zuiniger mee om.

Ik vind dat EZ een gigantische vergissing begaat door bottom-up energie als irrelevant te bestempelen. Dan ga je volledig voorbij aan de kracht en energie van de mens.

Maar nog veel kwalijker vind ik de overduidelijke tactiek om snel een ogenschijnlijk sympathiek wetje er doorheen te drukken. Dit vermoeden werd bevestigd toen ik uit de wandelgangen van het SER-akkoord vernam dat EZ daar duidelijk te kennen heeft gegeven dat over dit plan niet onderhandeld gaat worden.

Noem mij een doemdenker, een zeur, een fanaat. Maar als u mij niet gelooft, geloof dan Herman Wijffels. Die twitterde op 5 februari: ‘Is EZ met nieuwe en overhaaste wetgeving decentrale energie aan t frustreren en het SER traject de pas aan het afsnijden? Lijkt er wel op.’

Dit is geen sympathieke eerste stap naar een hervorming van ons energiestelsel. Het is het paard van Troje dat echte energie-hervormingen voor vele jaren zal vertragen. Ik hoop dat het bestuur van eDecentraal daarom kritischer wordt in haar lobbyrol, want de huidige gezellige samenwerking met EZ leidt tot geen enkele verbetering voor haar leden.

Via Energieplus.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Corstens vergeet feiten in bijval voor rechters

OPINIE - President Geert Corstens van de Hoge Raad voegde zich begin februari in het koor van klagende rechters dat in december het inmiddels veelbesproken manifest (pdf) presenteerde, zegt een gastredacteur van Ivoren Toga.

Corstens concentreert zich onmiddellijk op de werkdruk, hoewel het manifest dit pas noemt als laatste van de vier punten.

Het richt zich in de eerste plaats tot/tegen de Raad voor de rechtspraak, met de navolgende grieven:
– Dat men zich door die Raad niet vertegenwoordigd voelt;
– Dat de benoemingsprocedure voor nieuwe gerechtsbestuurders uitermate gebrekkig was;
– Dat de rechtspraak steeds meer lijkt op een ‘opgeschaald’ bedrijf.
Pas in het laatste punt wordt gesteld dat de productiedruk onaanvaardbaar hoog is geworden.

Op de eerste drie punten van het manifest gaat Corstens niet in. Verstandig, want dan zou hij óf de onder vuur liggende Raad voor de rechtspraak te hulp moeten schieten, óf haar moeten desavoueren. Daarom gaat het weer alleen over de relatie tussen de ervaren of gevoelde werkdruk en kwaliteit. Dit leidt tot nogal risicoloos proza.

Het probleem is de Hoge Raad al eerder opgevallen, gelet op de verwijzing van Corstens naar een passage in het jaarverslag van de Raad over 2011, van de procureur-generaal. Die schreef dat er jarenlang te weinig geld is uitgetrokken om de rechter de taken die hem worden toebedeeld naar behoren te laten uitvoeren en sprak van een situatie die nijpender wordt: te hoge werkdruk in combinatie met het gevoel dat je als rechter je werk niet kunt doen zoals je vindt dat je dat zou moeten doen.

Vorige Volgende