Huis-aan-huis-verspreiding
COLUMN - Plots schrik ik wakker; dat geluid was van de deurbel. Het was aan het begin van de avond, en ik was even ingedommeld op de bank. Ik was moe, omdat ik in de voorgaande nacht wakker was geworden en niet meer kon slapen. Het gebeurt de laatste jaren wel vaker dat mijn hoofd niet meer tot rust komt. Omdat ik mij zorgen maak, bijvoorbeeld over mensen die via social media worden geprofileerd en gemanipuleerd. Of omdat ik bedenk dat ik de onbetrouwbare elastiekjes van de mondkapjes nog vast moet nieten, voor mijn bezoek aan de tandarts. Of ik denk na over mijn broer, voor wie een oogoperatie is uitgesteld vanwege de coronacrisis. Vanmiddag spraken we elkaar nog, op gepaste afstand, in de voortuin. Hij komt het hele jaar al niet meer bij anderen in huis omdat een coronabesmetting voor hem grote risico’s met zich meebrengt.
Beduusd doe ik de voordeur open. Voor mijn neus staat de krantenbezorger, die mij het huis-aan-huisblad in de handen duwt en een beetje ongemakkelijk gelukkige feestdagen begint te wensen. De rest van de boodschap interpreteer ik niet zo goed omdat mijn hersenen onderwijl een analyse beginnen te maken van de besmettingsgevaren bij deze vorm van gegevensoverdracht. Zo’n woord als ‘feestdagen’, is dat een geschikte formule voor het overdragen van een coronavirus?
