Wat willen partijen doen aan ongelijkheid? Deel 3: vermogen en wonen

Het thema ongelijkheid kon in de afgelopen jaren op veel belangstelling rekenen. In aanloop naar de verkiezingen kijk ik wat partijen beloven te doen aan het verminderen van ongelijkheid. Deel 3: vermogen en wonen.

In deel 3 van de serie kijk naar de vermogensongelijkheid en neem ik twee gerelateerde maatregelen mee die met wonen te maken hebben (zie deel 1 voor verantwoording). In het vorige deel schreef ik dat de inkomensongelijkheid niet zo spectaculair is (gestegen), maar voor vermogen ligt dat anders. De WRR laat zien dat de vermogensongelijkheid veel meer toenam en groter is dan de inkomensongelijkheid. De rijkste 10 procent Nederlanders bezit zo’n 60 procent van het vermogen, terwijl de helft van de Nederlanders geen vermogen heeft en de armste 10 procent zelfs een negatief vermogen (een schuld dus). De rijkste Nederlanders hebben naast het eigen huis nu meer vermogen dan ooit. Zie bijvoorbeeld ook deze grafieken over de impact van de crisis op het vermogen van de rijkste 10 procent versus de rest.

De (toenemende) vermogensongelijkheid wordt mogelijk nog onderschat omdat de gegevens die het CBS verzamelt onvolledig zijn. Anderen claimen dat de vermogensongelijkheid wordt overschat omdat de pensioenen niet worden meegerekend, hoewel betwist kan worden dat pensioenen echt vermogen zijn.

Vermogen versus arbeid

Volgens Piketty heeft de groei in vermogensongelijkheid te maken met de verhouding tussen de groei van kapitaal en de economische groei: ‘De geschiedenis leert dat toenemende ongelijkheid, naast opleidings- en inkomensfactoren, op de lange termijn vooral afhankelijk is van de mate waarin het rendement op kapitaal (r) de groeivoet van de economie (g) overschrijdt.’ In de wat simpelere woorden van Rutger Bregman: ‘je kon lange tijd beter rentenieren dan werken voor je geld. En de wereld waarin dat het geval was lijkt terug te keren.’

Piketty vertelde de Tweede Kamer dan ook dat het een kwestie van ‘gezond verstand’ is om arbeid minder te belasten en vermogen juist meer’ – in lijn met advies van het IMF. Ook de WRR adviseert onder meer: hogere belastingen op vermogen en een lagere loonbelasting voor mensen met een klein inkomen. Een onderzoek van SOMO zou de verschuiving van arbeid naar het vermogen van bedrijven kunnen rechtvaardigen: tussen 2002 en 2012 is de belastingdruk voor arbeid toegenomen, voor consumptie vrijwel gelijk gebleven, en voor bedrijven afgenomen. Zonder al te veel in te gaan op de details – er zijn immers verschillende manieren om dit door te voeren – noem ik hier de partijen die expliciet zeggen dat zij de belastingdruk willen verschuiven van arbeid naar vermogen.

CU wil dat ‘de belastingen op arbeid omlaag gaan en die op consumptie, vervuilend gedrag en kapitaal evenwichtiger worden’.

D66: ‘De inkomsten uit kapitaal en vermogen vertegenwoordigen een groeiend aandeel van de welvaart. En het aandeel van de inkomsten uit arbeid wordt kleiner. […] D66 vindt dit een ongewenste trend. […] Daarom zorgen we met lagere lasten op arbeid dat inkomsten uit arbeid niet zwaarder belast worden dan inkomsten uit vermogen’.

DENK: ‘De grondslag in ons belastingsysteem moet in mindere mate liggen op inkomsten uit arbeid en in meerdere mate op energiegebruik, het verbruik van grondstoffen en vermogensrendement, zodat de lasten voor de gewone man en vrouw kunnen dalen.’

GL wil ‘de trend naar meer ongelijkheid keren. We laten arbeid weer van kapitaal winnen.’

PvdA: De lastendruk op bedrijven en werknemers is de afgelopen decennia steeds schever geworden. Wij willen daarom een deel van wat we met zijn allen verdienen, verschuiven van werknemerslasten naar werkgeverslasten. De belasting op kapitaal zal verhoogd worden en de belasting op arbeid verlaagd’.

PvdD: ‘Arbeid blijft duur door hoge belastingen, terwijl het in overvloed beschikbaar is. […] We moeten geen belasting op arbeid heffen, maar op het gebruik van grondstoffen, met name op de niet-duurzame grondstoffen.’ Niets over zwaarder belasten van vermogens.

Nieuwe Wegen hint naar de ‘kloof tussen wat grote ondernemingen aan belasting betalen en wat kleine zelfstandigen en particulieren betalen’, maar wordt niet concreet.

50PLUS, CDA, FvD, OndernemersPartij, PVV, SGP, SP, VNL en VVD zeggen er niets expliciet over.

Progressieve vermogensbelasting

Verder stelt Piketty een (wereldwijde) progressieve belastingheffing op het individuele netto vermogen voor: ‘Zij die het speelveld betreden en vermogen beginnen te vergaren, betalen weinig, terwijl degenen die al miljarden bezitten zwaar worden belast.’ Deze analyse laat bijvoorbeeld de ontwikkeling van het vermogen van Nederlandse miljonairs zien: in 2013 was dat 25 maal zo groot als het vermogen van de volledige onderste helft van de huishoudens, terwijl dat in 2011 nog 14 maal zo groot was. Volgens de onderzoeker heeft dat te maken met de ‘sterk regressieve’ vermogensrendementheffing. Ik kijk hier welke partijen pleiten voor een progressieve vermogensbelasting.

Overigens is met ingang van 2017 de manier waarop het rendement wordt berekend al gewijzigd: uitgangspunt is nu dat meer rendement wordt behaald naarmate iemand meer vermogen heeft. Voorheen werd belasting geheven over een fictief rendement van 4% voor alle vermogens, nu zijn er drie schijven (gemiddeld 2,9%, 4,6% en 5,4%). Ongewijzigd is dat over dit rendement 30% belasting wordt geheven. Bijna alle partijen zeggen dat ze over het werkelijk behaalde rendement belasting willen heffen, dus we kunnen ervan uitgaan dat ze met een progressieve belasting bedoelen dat ze iets willen doen aan die 30%.

DENK wil dat de belasting op vermogensrendement ‘progressief’ wordt en maakt het vrij concreet: vermogens tussen 25.000 en 50.000 euro moeten 5% minder worden belast en vermogens boven de 1.000.000 euro 10% meer.

Ook D66, GL en PvdA willen een progressief stelsel, maar de voorstellen blijven algemeen. D66 wil ‘de fiscale behandeling van vermogen moderniseren en meer progressief inrichten, zonder de totale belastingdruk te verhogen’. ‘Kleine spaarders’ moeten meer worden ontzien en ‘van vermogenden [wordt] juist iets extra gevraagd’. GroenLinks wil een ‘Piketty-belasting’: ‘een progressieve belasting op vermogen op basis van reëel rendement. Wie veel vermogen heeft gaat meer betalen; mensen met enkel wat spaargeld betalen minder.’ PvdA wil dat ‘kleine ‘spaarders minder gaan betalen, ‘zeer vermogenden’ meer.

PvdA en SP richten zich specifiek op miljonairs. PvdA verhoogt voor vermogens boven de 1 miljoen het tarief in box 3 van 30 naar 40%. SP wil een ‘miljonairsbelasting’ invoeren: ‘door de vermogens eerlijker te belasten, is de gewone spaarder beter af. De opbrengsten hieruit kunnen worden besteed aan het verlagen van de lasten voor mensen met een middeninkomen en lager inkomen’.

SGP wil dat het heffingsvrij vermogen wordt verhoogd.

VNL en VVD willen juist een lagere vermogensrendementsheffing; VNL specificeert: van 30 naar 25%.

50PLUS, CDA, CU, FvD, Nieuwe Wegen, OndernemersPartij, PvdD en PVV zeggen er niets over.

Belastingontwijking

‘We’ve got the best tax evasion system God ever created’. Het zwaarder belasten van vermogen is niet mogelijk zonder belastingparadijzen aan te pakken. Immers, anders brengen vermogenden hun kapitaal gewoon naar elders. Verder helpt Nederland mee aan belastingontwijking van buitenlandse bedrijven waardoor ook andere landen – waaronder ontwikkelingslanden – inkomsten mislopen.

Zembla onthulde vorige week weer hoe Nederland belastingontwijking faciliteert. De Groene Amsterdammer deed in dezelfde week verslag van de belastingafspraken die de Belastingdienst maakt met Nederlandse en buitenlandse bedrijven. Uit onderzoek van SOMO blijkt dat de effectieve belastingdruk voor 151 grote Nederlandse bedrijven in 2005-2014 lager is dan het belastingtarief (21,5 procent voor beursgenoteerde bedrijven, 17,9 voor niet-beursgenoteerde bedrijven, versus 25 procent). De overheid liep daardoor jaarlijks 3 miljard euro mis aan belastinginkomsten.

MVO Platform zocht uit hoe de verschillende partijen maatschappelijk verantwoord ondernemen willen bevorderen, en beoordeelde onder andere plannen ter bestrijding van belastingontwijking en belastingontduiking. Op dit punt verwijs ik dus graag naar dit onderdeel van de MVO Kieswijzer. De PvdD en GL doen diverse concrete en vergaande voorstellen en scoren het best (3 uit 3 sterren), gevolgd door CU, D66, PvdA en SP die enkel voorstellen doen (2 sterren). CDA en SGP krijgen de beoordeling ‘neutraal of onduidelijk’ (1 ster), terwijl PVV, VVD en 50PLUS respectievelijk geen, geen heldere voorstellen en geen concrete voorstellen doen (0 sterren).

Ik voeg de vijf nieuwe partijen eraan toe. DENK wil belastingontwijking bij multinationals aanpakken maar maakt niet concreet hoe. Nieuwe Wegen gaat in op de schadelijke rol van Nederland als belastingparadijs voor burgers en ontwikkelingslanden en wil dat Nederland ‘afstand neemt’ van internationale belastingconstructies’ en dat ‘belastingafspraken met (vooral grote) ondernemingen openbaar’ worden.

FvD stipt het probleem van belastingontduiking aan (‘iedereen moet zich aan de wet houden’) maar doet geen voorstellen om het aan te pakken. OndernemersPartij en VNL zwijgen over het onderwerp.

Hypotheekrenteaftrek

Landenvergelijkend onderzoek laat zien dat ‘overheden met hun woningmarktbeleid veel invloed hebben op vermogensongelijkheid’ en dat stimulering van het eigenwoningbezit – in Nederland via de hypotheekrenteaftrek – bijdraagt aan toenemende ongelijkheid in woonvermogen. In 2015 adviseerde het IMF met oog op ongelijkheid de hypotheekrenteaftrek te beperken.

De totale hypotheekrenteaftrek voor woningen bedroeg in 2014 31,8 miljard euro en het totale belastingvoordeel was 14,2 miljard euro. Ter vergelijking: in 2013 was de overheid 10,4 miljard kwijt aan alle toeslagen samen, waarvan 2,4 miljard aan huurtoeslag. Niet alle woningbezitters zijn rijk natuurlijk, maar ook onder woningeigenaren maakt de hypotheekrenteaftrek de ongelijkheid groter: hogere inkomens profiteren er het meest van. Wat willen partijen ermee, nadat in 2012 al is besloten de aftrek te beperken?

Het lijkt erop dat geen enkele partij de hypotheekrente in zijn geheel wil afschaffen. Wel willen CU, D66, DENK, PvdA en SP de aftrek beperken. Een half miljoen is het magische getal. CU: ‘De hypotheekschuld die in aanmerking komt voor renteaftrek wordt gemaximeerd’ en ‘geleidelijk verlaagd tot € 750.000 de komende kabinetsperiode en op termijn naar € 500.000.’ DENK wil een maximum hypotheekschuld van €500.000 bij de hypotheekrenteaftrek en het aftrekpercentage afbouwen met 2% per jaar tot 40%. PvdA wil de inperking van de hypotheekrenteaftrek handhaven, maar ‘de aanpassing van de vierde belastingschijf’ schrappen. Het maximale bedrag waarover hypotheekrente kan worden afgetrokken wordt afgetopt op €500.000 per huishouden. SP kondigt aan dat voor hypotheken tot 350.000 euro niets verandert maar daarboven de aftrek geleidelijk wordt beperkt.

D66 en GL willen de aftrek beperken – respectievelijk ‘geleidelijk en stapsgewijs’ en ‘versneld’, concreet wordt het niet.

50PLUS ‘tornt niet aan de hypotheekrenteaftrek’, de huidige afspraken blijven bestaan.

CDA, FvD, Nieuwe Wegen, OP, PvdD, PVV, VNL, VVD zeggen er niets over.

Verhuurdersheffing

Veel huurders kregen het in de afgelopen jaren steeds moeilijker. Volgens de Woonbond is de verhuurdersheffing – een belasting voor verhuurders van sociale huurwoningen, ingevoerd in 2013 – de boosdoener. Woningcorporaties hebben de kosten afgewenteld op de huurder: de huren zijn tussen 2012 en 2016 met 15 procent gestegen. Tegelijk zijn woningcorporaties minder gaan investeren in renovatie, onderhoud en nieuwe woningen gedaald. Om te compenseren voor de verhoogde huren moest de overheid bovendien meer huurtoeslag gaan uitkeren.

De verhuurdersheffing is mogelijk niet de enige oorzaak van huurverhoging, maar het mag inmiddels duidelijk zijn dat de verhuurdersheffing een slechte impact heeft op de inkomens van mensen die afhankelijk zijn van de sociale huursector. Deze huurders zijn in 2016 gemiddeld 30 procent van hun netto inkomen aan huur kwijt en het aantal huurders met een te hoge huur is sinds 2012 meer dan verdubbeld. Daarom de vraag: wat willen partijen doen met de verhuurdersheffing?

50PLUS, CU, DENK, Nieuwe Wegen en PvdD willen de heffing schrappen.

GL en SP willen dat de verhuurdersheffing investeringsplicht wordt voor corporaties (over particuliere verhuurders wordt niets gezegd). PvdA wil iets vergelijkbaars: de heffing moet een ‘een instrument voor betaalbaarheid van huren en de realisatie van meer sociale huurwoningen’ worden.

CDA en D66 pleiten voor verlaging van de heffing voor corporaties, respectievelijk ‘op voorwaarde dat’ en ‘zodat’ kan worden geïnvesteerd.

VNL wil de verhuurdersheffing afschaffen voor private verhuurders.

VVD wil de heffing voor corporaties juist verhogen ‘om de verkoop van die duurdere huurwoningen door woningcorporaties te stimuleren’ en corporaties te dwingen ‘terug te gaan naar hun kerntaken en op hun kosten te blijven letten.’ Voor de kleine particuliere verhuurders moet een vrijstelling komen.

FvD, OP, PVV en SGP zeggen er niets over.

Gelijke behandeling

In het vierde en laatste deel kijk ik naar een aantal maatregelen voor gelijke behandeling, waaronder etnisch profileren en discriminatie bij solliciteren.

  1. 1

    In defense of de VVD en hun wooncorporatie-beleid: het is natuurlijk ook zo dat wooncorperaties niet moeten verworden tot verenigingen voor jolige bakfietsers die gezellig scheef willen wonen in het centrum van Amsterdam. Tenminste, dat mag wel, maar dan betalen ze maar lekker zelf voor die insteek. Zonder subsidie dus.

  2. 2

    @1: Huursubsidie vervalt? Okay. maar je kunt niet meer huur gaan vragen aan mensen die blij zijn met een leuk klein appartementje. Ik weet dat je graag jaloers bent, een Nederlandse eigenschap, maar een alleenstaande vrouw of man met inkomen hoeft toch niet verplicht een kast van een huis te kopen als hij het met een flatje af kan? Het verschil regel je met huursubsidie, maar iedereen moet in de woningcorporatie kunnen. Al was het alleen maar om een goede mix in een buurt te hebben. En niet een buurt vol rijken vs een buurt vol asos die als familie bij elkaar blijven wonen door alleen maar huizen te accepteren in dezelfde straat. Waarin je als minder verdiener dus geen keus hebt om tussen deze klootviolen te gaan wonen die het zo uitkienen dat de “familie” in dezelfde straat blijft wonen en bij elkaar waardoor de wachtlijsten maar langer en langer worden voor die buurten.

    Dus ook draagkrachtigen gewoon in de woningcorporatie toestaan. Kom je ook wat verder met buurten opknappen en zowel de aso families als kakkers krijgen dan een schop onder hun reet.

  3. 3

    @1: Huursubsidie bestaat niet meer. Er is wel huurtoeslag, maar die is er juist voor andere scheefwoners: “De huurtoeslag, een inkomensafhankelijke toeslag, is een tegemoetkoming in de huurkosten van de Nederlandse overheid voor huurders die in verhouding tot hun inkomen veel huur betalen.”, die overigens relatief meer in steden als Rotterdam, Heerlen en Leeuwarden (zeg maar plaatsen waar je niet dood gevonden wil worden) te vinden zijn dan in Amsterdam.

  4. 4

    Niet de vermogensbelasting moet omhoog, maar erfenissen moeten worden afgeschaft. Laat het vermogen van overledenen naar de Staat gaan, zodat de Staat iedereen op zijn 18e verjaardag een soort “staatserfenis” kan geven.

  5. 5

    Interessant stuk maar op sommige punten te kort door de bocht:
    De totale hypotheekrenteaftrek voor woningen bedroeg in 2014 31,8 miljard euro en het totale belastingvoordeel was 14,2 miljard euro. Ter vergelijking: in 2013 was de overheid 10,4 miljard kwijt aan alle toeslagen samen, waarvan 2,4 miljard aan huurtoeslag.

    Je moet natuurlijk ook het eigenwoningforfait meenemen in een eerlijke vergelijking, want een belasting op de eigen woning vanuit het rijk:

    Het eigenwoningforfait is een regeling in de Nederlandse Wet inkomstenbelasting 2001. Het eigenwoningforfait is een fictief inkomen dat de bezitter van een eigen woning moet optellen bij zijn inkomen uit werk en woning in box 1 (het woongenot zonder betaling van huur wordt door de regering beschouwd als een soort inkomen in natura[1]). Het belastingvoordeel dat men per saldo heeft van de eigen woning is daardoor kleiner dan het belastingvoordeel van alleen de hypotheekrenteaftrek. Het eigenwoningforfait is vastgesteld op een percentage van de WOZ-waarde.

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Eigenwoningforfait

    Veel huurders kregen het in de afgelopen jaren steeds moeilijker. Volgens de Woonbond is de verhuurdersheffing – een belasting voor verhuurders van sociale huurwoningen, ingevoerd in 2013 – de boosdoener. Woningcorporaties hebben de kosten afgewenteld op de huurder: de huren zijn tussen 2012 en 2016 met 15 procent gestegen. Tegelijk zijn woningcorporaties minder gaan investeren in renovatie, onderhoud en nieuwe woningen gedaald.

    graag een bron van Tom van Doormaal presenteerde hier laatst een onderzoek van twee groninger economen waaruit bleek dat 1. “maar” 25% van de verhuurdersheffing is doorberekend naar de huurder en 2. er geen (statistisch) bewijs is voor verminderde investeringen in onderhoud oid

    Deze huurders zijn in 2016 gemiddeld 30 procent van hun netto inkomen aan huur kwijt en het aantal huurders met een te hoge huur is sinds 2012 meer dan verdubbeld.

    moet je eens naar de vrije sector kijken dan….

  6. 6

    @5

    “Interessant stuk maar op sommige punten te kort door de bocht:
    De totale hypotheekrenteaftrek voor woningen bedroeg in 2014 31,8 miljard euro en het totale belastingvoordeel was 14,2 miljard euro. Ter vergelijking: in 2013 was de overheid 10,4 miljard kwijt aan alle toeslagen samen, waarvan 2,4 miljard aan huurtoeslag.”

    Inderdaad te kort door de bocht.

    1) Er is al beleid ingezet waardoor dit bedrag de komende jaren afneemt (vooral verplicht aflossen), naar structureel 8.5 miljard

    2) Huurtoeslag 2015 was 3.1 miljard

    3) Wat hier mist is de impliciete subsidie van de gereguleerde woningmarkt. Anders gezegd: je huur is, naast gesubsidieerd, ook nog gemaximeerd en dus veel lager dan de marktprijs. Die moet je er ook bij optellen. In 2015 4.2 miljard.

    Bron (pag 7): https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2016/07/06/rapport-werkgroep-woningmarkt/rapport-werkgroep-woningmarkt.pdf

  7. 7

    Dat de VVD en zijn rechtse satellieten bij diverse onderwerpen hierboven ontbreken is natuurlijk niet zo vreemd. De partijen die wel iets over inkomen, vermogen, belasting en huur/hypotheek te zeggen hebben willen iets veranderen. Ze zeggen te streven naar mínder ongelijkheid.

    Wat in aanvulling hierop expliciet gezegd moet worden is dat de VVD streeft naar méér ongelijkheid. Dat is in feite ook een programmapunt, al zul je het in de propaganda niet zo aantreffen. Maar het is er wel als je kijkt naar de praktijk van de afgelopen jaren (en dat gebeurt te weinig nu iedereen zich concentreerrt op verkiezingsbeloftes). Het beleid van Rutte (en daarvoor Zalm) en de instemming daarmee van gelijkgezinde partijen heeft Nederland de afgelopen jaren een grotere sociale ongelijkheid opgeleverd. Met dank ook aan de PvdA en voor een deel ook CDA en D66.

  8. 8

    @1: Idem voor hypotheekrente aftrek.

    Iedereen mag kopen wat hij/zij wil, maar de rente hoeft niet gesubsidieerd te worden door de staat.

  9. 9

    @8: Als we dat verstandige inzicht niet in de afgelopen decennia totaal door hebzucht en politiek gewin hadden laten ondersneeuwen, dan zou iedereen nu een stuk goedkoper wonen en zou niet zo’n gigantisch deel van ons inkomen aan de economie onttrokken worden doordat we het in maandelijkse porties aan banken en verhuurders verschuldigd zijn.

    Er is in Nederland helemaal geen woning’markt’. Zo zijn essentiële productiemiddelen (grond, bestemmingsplannen) exclusief in handen van de Staat; torenhoge prijzen worden burgers door de strot gedouwd, met daar bovenop een stroom publiek geld aan hypocrietrenteaftrek en huurtoeslag richting private zakken; de keuze in betaalbare woningen is extreem klein, in de grote woon-werkkernen staan huurders jarenlang kansloos op een lijst en makelaars spelen achter de schermen kopers tegen elkaar uit; overheden en de bouwsector spannen samen om het monopolie op productie uit te baten; en als door een crisis de burger weer iéts aan invloed dreigt te winnen, spannen overheden en de bouwsector samen om middels leningen aan private bedrijven uit ’s lands schatkist & het creëren kunstmatige schaarste in de nieuwbouw, de prijzen in korte tijd weer op te drijven tot boven het niveau waarop de crisis uitbrak.

    Woonbeleid is er niet voor de burger. Alles is voor Mammon.

    Zeg ik. Met m’n twee ton overwaarde. Waar ik niks aan heb, omdat ik die bij doorverhuizen met mijn gezin naar een iets grotere woning húp weer bij de bank moet inleveren, ik dan aan een nog roekelozer hypotheek vastzit, en de schatkist mij voor het dubbele bedrag mag subsidiëren.

    Wie er ook allemaal beter worden van de gang van zaken op onze woning’markt’, de burger is het niet. Vraag het maar eens aan een jong gezinnetje met drie kinderen, hoe die tegenwoordig financieel af zijn vergeleken met nog maar één generatie geleden.