Kunst op Zondag | Geraakt en ontroerd

Gaat u er even voor zitten, dit wordt de langste Kunst op Zondag van 2018.

Kan ook een kunstenaar zelf, al dan niet tot tranen toe, geraakt worden door eigen werk? Die vraag kwam bij me op bij het zien van de documentaire Bill Viola: The road to St. Paul’s. Daarin wordt de video-kunstenaar gevolgd bij de realisatie van de video-installaties ‘Martyrs’ (2014) en ‘Mary’ (2016) in de St. Paul’s kathedraal in Londen, een proces dat ruim elf jaren duurde.

Tot tweemaal toe komt er in de documentaire een moment voorbij waarbij Bill Viola zichtbaar ontroerd raakt als hij zijn werk ziet (via uitzending gemist: op 33 – 34 min bij het bekijken van ‘Martyrs’ en op 45 min bij het zien van ‘Mary’).

Dat je als publiek overrompeld en geraakt kan worden door een kunstwerk kan ik goed begrijpen. Vorig jaar schreven we hier al welke kunstwerken tranentrekkers bleken. Maar een kunstenaar die van eigen werk ontroerd raakt, terwijl hij/zij precies, tot op elk detail, weet hoe en waarom het is gemaakt? Daar wil ik meer van weten. Dus kunstenaars aangeschreven en gevraagd:

Ben je wel eens (tot tranen toe) ontroerd geraakt door eigen werk? Zo ja, welk werk was dat en waarom?


De resultaten zijn zeker niet representatief voor alle Nederlandse kunstenaars. We zijn al blij dat 18 procent van de 120 aangeschreven kunstenaars hebben gereageerd. Drie gaven aan geen tijd te hebben om verder mee te werken. Van de overige kunstenaars zei 63 procent niet (tot tranen toe) ontroerd te raken van eigen werk. De andere 37 procent was, om uiteenlopende redenen, wel eens geraakt door eigen werk.

Een selectie uit de antwoorden.

Rob Møhlmann: “Ikzelf heb geen tot tranen toe bewogen ontroering met eigen werk. Maar ik kan mezelf wel ontroerd voorstellen als bijvoorbeeld mijn Cantoserie waaraan ik gedurende 11 jaar gewerkt hebt, opeens van een ‘ter toe doende’ instelling de egards zou krijgen in een grootse presentatie. Maar ik zou dan niet geroerd zijn door het kunstwerk, maar – in retrospectief -door de afgelegde weg naar het kunstwerk toe.”

Rob Møhlmann – V.l.n.r. Canto 7 Blik naar buiten – Canto 121 doolhof 6 –  Canto 64 sst… (allen 40 x 30 cm, olieverf op doek).
© Rob Møhlmann Canto-serie 1982 - 1993


Harry Haarsma
: “Beeldende kunst, zeker ook mijn eigen werk,  het ontroert me niet. Het verbaast me wel iedere keer hoe de transformatie van idee naar een zelfstandig beeld plaats vindt. Dat vind ik wonderlijk. Misschien is het zo dat slechts de stem van de ander kan ontroeren: omdat je die ontvangt…  omdat het een geschenk is.”


Ted Noten
: “20 jaar geleden meteen verkocht op een tentoonstelling en daarna 18 jaar niet gezien. Totdat ik in Chicago bij de eigenaar op visite was haar weer zag en moest huilen.
Dit werk was mijn eerste “echte” werk daar waar alles samenkwam-concept, verbeelding ervan,  materiaal en mijn handen die geleid werden door al mijn muzes en dankbaarheid naar de muis toe.”

Ted Noten – turbo princess, 1998. 7.5x15x2.5cm Materials: Mouse, pearl necklace cast in acrylic, whitened silver, steel wire.
© Ted Noten turbo princess, 1996. muis, parelketting in acrylaat gegoten


Alet Pilon
: “Ik ben nog steeds ontroerd bij mijn verbeelding van mijzelf en mijn tweelingbroer in onze doopjurkjes. Mijn broer en ik zijn uit elkaar gegroeid. Een paar jaar geleden gaf mijn moeder mij onze doopjurkjes. De trotse moeder met haar tweeling op het schilderijtje op de achtergrond, de naakte waarheid verbeeldt op de voorgrond; twee ‘gewonde’ babies, ingewikkeld, tegen elkaar aan op het zachte kussen van de jeugd met een noodkreet in vuurrode tekst geborduurd over de hoofdjes heen: ‘TALK TO ME’!
Ik zou niets liever willen dan een gewoon menselijk contact met hem.”

Alet Pilon – Talk to me, 2012. 100 x 70 x 70 cm. plastik poppen, katoenen verband, 2 doopjurkjes uit 1949, voile lap, geborduurd, katoenen kussen, houten tafeltje.
© Alet Pilon Talk to me, 2012


L.A. Raeven
: “Heel veel mensen krijgen een brok in keel van ‘Love knows many faces’ (video-extract), maar zelf hebben we daar zolang aan ge-edit, dat we er vrij droog onder blijven, maar als ik dan mensen geëmotioneerd zie, moet ik toch even slikken.
Zelf heb ik het meer, bij ‘white Love’ (vidoe-extract), dat is zo een triest verhaal waar veel tweelingen herkenning inzien. Maar dat komt ook vooral omdat het net voor mijn rugverzakking is gefilmd, waardoor  ik 9 cm kleiner ben geworden….o.a. door die leefwijze en laag hormoongehalte…….En daar moet ik nog geregeld om huilen als ik zie hoeveel langer ik was….maar dat is dus persoonlijk.”


Couzijn van Leeuwen
: “De sensatie van de ontroering heb ik het sterkst waargenomen als een werk uit het atelier verhuist naar een nieuwe plek, dat kan een particuliere collectie zijn of een museum of een kunstbeurs o.i.d. Nietsvermoedend binnenwandelen en opeens oog in oog komen te staan met iets wat op een bepaald moment het middelpunt van je belangstelling was. Maar nu losgetrokken uit de beschermende muren van het atelier. Als vervolgens blijkt dat je daar opnieuw naar toe gezogen wordt en opnieuw ogen tekort komt kan dat een groot gevoel van geluk, verbazing en ontroering teweeg brengen en dat is prachtig om mee te maken.”

Couzijn van Leeuwen – A very dry aquarium on a table, 2016. 190 x 90 x 40 cm, upcycled polystyreen.
© Couzijn van Leeuwen A very dry aquarium on a table.


Guido Geelen
: “Tot tranen toe ben ik nooit door eigen werk ontroerd. Wel aan de grond genageld en tegelijk opgetild door de kracht van een beeld van me. Dit gebeurde na jaren in opslag te zijn geweest toen ik het beeld ‘zonder titel, 1987’ opstelde voor een solo-tentoonstelling ‘Vuurwerk’  in het Stedelijk Museum Amsterdam in 2000.”

Guido Geelen – zonder titel, 1987, 138 x 120 x 148 cm, gebakken klei.
© Guido Geelen - zonder titel 1987


Isabella Werkhoven
: “Het komt me op de een of andere manier nogal narcistisch voor, ontroerd raken door je eigen werk. Dat heb ik volgens mij ook nog nooit gehad, of het moet toevallig iets zijn geweest dat me aan een bepaalde fase in m’n leven doet denken. Maar dat heeft dan eigenlijk weinig met het werk zelf te maken.”


Teun Hocks
: “Ik ben echt nog nooit  ontroerd geraakt door eigen werk en zeker niet tot tranen toe. Wel  enthousiast, soms opgelucht of blij verrast dat het werk gelukt was en in de buurt kwam van wat ik hoopte dat het zou worden.”


Yvon Trossèl
: “Ik ben nog nooit tot tranen toe ontroerd geraakt. Maar soms wel alsof een licht in je hart valt. Een geluksmoment dus….je vind iets (want op zoek was je!) En om eerlijk te zijn…zonder dat kickgevoel, zou ik nooit al die moeite doen.”

Yvon Trossèl – Donderstenen, glasobjecten, ± 20 cm.
© Yvon Trossèl - Donderstenen


Olga Wiese
: “Helaas nooit.  In tegendeel, ik zie alleen maar punten ter verbetering. Daar wordt je niet vrolijk van.”


Wieke Terpstra
: “Ontroering is een raar ding…onbestuurbaar.
Onlangs ontdekte ik dat ik het formaat staal waar ik mee werk, hetzelfde formaat heeft als de standaardmaat die Meccano hanteerde (jeugdsentiment die aan mijn vader doet denken). Ik werkte aan een huis met etages en ik zou er een lift in kunnen maken! Na twee dagen met mislukte experimenten, vond ik de oplossing: Met het rode (!) wieltje en ook het oude rode touwtje uit de Meccanokist, Toen het werkte was ik zó opgewonden. Blij dat het lukte, verdrietig dat mijn vader het niet kan zien en vrolijk om het onhandige gepiep dat de lift maakt.

Mensen kunnen zoveel, technisch is er zoveel mogelijk, we zijn verwend en vinden het gewoon. Maar als je zelf iets maakt, besef je echt hoe bijzonder en hoe knap het is. Dan sta je anders in de wereld. Ook die emotie voelde ik toen mijn ‘Huis met lift’ af was, grote bewondering en ontzag voor de makers van onze wereld!”

Wieke Terpstra – Huis met lift, 2018.


Wiepke Poldervaart
: “De heftigste emotie had ik met een meisje van klei. Tijdens het maken al. Klei moet lang drogen en elke keer keek ik even onder de natte lappen zo mooi. Het leek of het elk moment kon gaan ademen. In de oven is het uit elkaar gespat in 1000 stukjes. Flink slikken dat wel.
Ik heb mezelf eroverheen gezet door te denken; nu kan ik nog ooit mijn mooiste maken.”

Susan van Lieshout: “Nu denk ik dat je als kunstenaar altijd enige beroering voelt bij wat je maakt. Het is de drijfveer om wat in je verstopt zit aan de oppervlakte te brengen.

Soms neemt een kunstwerk zelf je mee op een onverwachtse tocht. Dat gebeurde bij mij bij ‘Bloesem’. In april van dit jaar lag mijn moeder in het ziekenhuis. Ze was ernstig ziek, ik zag het somber in. Voor het ziekenhuis stond een boom in bloesem. En elke dag verzamelden zich meer blaadjes onder de boom.

Op een zaterdagmiddag kwam ik thuis van en had mijn zakken gevuld met de fragiele blaadjes. Tien uur later was het werk klaar. Blij over wat ik gemaakt had ging ik bijna zwevend naar bed.
Toen ik de volgende ochtend beneden kwam, wachtte me een onaangename verrassing. Overnight waren alle tere, lichte blaadjes … bruin gekleurd. In mijn enthousiasme was ik de werkelijke betekenis van de lentebloesem uit het oog verloren: Geniet ervan zolang het kan…”

Susan van Lieshout – uit Bloesemblaadjes studie (Sakura study).
© Susan van Lieshout bloesemblaadjes-studie-XS


Erik Odijk
: “Ja, ik heb dat met mijn films die een verdekt autobiografische inhoud hebben. Bij bepaalde scenes kan ik tot tranens toe (een brok in de keel) worden geroerd omdat het cinema-effect met de muziek zo onmiskenbaar ‘werkt’. In trance geraken bij mijn eigen bewegende tekeningen en de identiteit zoekende protagonisten zien en me daarmee kunnen identificeren heeft op mij een troostend effect… helend zelfs! Ik zie en ervaar dat de inhoud die ik wil vertellen daadwerkelijk voelbaar is tijdens het kijken en luisteren naar de film…”

Erik Odijk – Lilith far out north #1(40 min.)

Jacomijn Steen: “Ik raakte niet geëmotioneerd van een eigen beeld maar werd blij dat anderen boos werden om mijn beeld omdat nu overtuigingen misschien aan het wankelen worden gebracht. Nu gaat het onderwerp over de tong en daar ben ik heel blij mee.”
Het hele achterliggende verhaal lees je hier).

Jacomijn Steen – Israël-Palestina, 2017.
© Jacomijn Steen - Israël-Palestina, 2017


Gerti Bierenbroodspot
: “Er bestaat een groot schilderij van mij dat ik maakte in de grafkelders van de antieke stad Palmyra in Syrie. Toen deze stad onlangs geheel verwoest werd door ISIS heb ik wanhopig gezocht naar dit werk en ik vond het terug, gereproduceerd in het boek Sign of Taurus_de archeologische werelden van Bierenbroodspot (1998).
En ik wilde het opnieuw schilderen met een verandering die mijn verdriet moest symboliseren. Ik heb het nieuwe schilderij gekust en gehuild van vreugde . Palmyra ,wat ben ik blij schilder te zijn en de emotie te kunnen tonen met dit werk in mijn nieuwste CODEX BIERENBROODSPOT (Januari 2019)…”

Gerti Bierenbroodspot – Palmyra.
© Gerti Bierenbroodspot Palmyra

..
Met deze laatste bijdrage sluit ik Kunst op Zondag voor 2018 af. In de hoop dat u, op welke wijze dan ook, geraakt ben door alle kunst die we hebben mogen tonen. Voor 2019 wens ik dat Kunst op Zondag het nodige tegenwicht zal bieden tegen de barbarij.
P.J. Cokema

  1. 2

    Dank, mooie variatie op de interviews die je ooit deed. Mooie antwoorden. Wiepke en Gertie zijn mijn favorieten. En ja, meestal word ik geraakt door KOZ. Soms inhoudelijk, vaak ook door de verzameling zelf en bijna altijd door de variatie die je ons voorschotelt. Al die verschillende dimensies van de kunst! Voor 2019 wens ik je veel inspiratie toe zodat wij weten. Is barbarij overigens niet ‘in the beholder’?