Progressieve samenwerking?
Recent riep de nieuwe olijke Brabantse SP voorman op tot progressieve samenwerking. Best gek, want zo progressief is de SP niet en vooral de PvdA was het afgelopen decennium constant de kwaaie pier. Best logisch, als het bijna verkiezingen is, de nieuwe politiek leider zich nog moet profileren en de SP in de peilingen meer dan gehalveerd is. Welke partijen zijn wel progressief? Ik denk dat we er in Nederland 3 hebben. Oprichter van D66 Hans van Mierlo schudde het ingedommelde Nederland in 1966 goed wakker. Het was tijd voor een pragmatische aanpak van problemen. De vastgeroeste dogmatische aanpak door confessionelen, socialisten en liberalen was wat hem betreft voltooid verleden tijd. De aanpak van de democraat in hart en nieren leek nieuw, maar was in feite even oud als de weg naar Rome. Ook in modernere tijden is de pragmatische aanpak populair gebleven. John Stuart Mill bedacht de term ‘utilitaranism’ al halverwege de 19e eeuw. Nu, 44 jaar na het ontstaan van D66, hebben de PvdA en GroenLinks hun ideologische veren definitief afgeschud en de politieke nalatenschap van Hans van Mierlo overgenomen.
Nederland kent 3 toekomstgerichte, progressieve en positieve partijen. Politieke partijen die opkomen voor iedereen én een andere, betere samenleving willen. De omschrijving lijkt in eerste instantie misschien op iedere politieke partij van toepassing, maar dat is schijn. Zo zijn de confessionele partijen niet pragmatisch, maar dogmatisch. Anderen komen vooral op voor een beperkt deel van de bevolking of sluiten bepaalde religieuze groepen uit. D66, PvdA en GroenLinks zijn werkelijk progressief, pragmatisch én toekomstgericht. De op het eerste gezicht oppervlakkige leuzen van die 3 partijen bevestigen dit. ‘Anders, Ja’, ’Iedereen telt mee’ en ‘Zin in de toekomst’ spreken voor zich.
De verschillen tussen de 3 progressieve partijen zijn marginaal. Als je een Engelsman, Duitser of Amerikaan de onderlinge verschillen moet uitleggen heb je daar een zware dobber aan. De PVDA legt de nadruk op ‘iedereen’, GroenLinks op ‘betere (lees: groenere)’ en D66 op ‘toekomst (lees: onderwijs)’. Samengevoegd klinkt dat als: ‘Iedereen een betere toekomst.’ Al klinkt iedere politieke slogan per definitie hol, de overeenkomsten tussen de drie partijen zijn duidelijk. Een pragmatieke politiek kan veel problemen effectief bestrijden. Laten we de actuele thema’s als ‘veiligheid’ en ‘klimaat’ eens nader bekijken. Eerst veiligheid. Een pragmatische aanpak bekijkt de omvang van het probleem en de effectiviteit van mogelijke maatregelen. Eerst de feiten. De criminaliteit daalt al jaren en gevangenissen stromen leeg. Repressie werkt niet of nauwelijks om misdaad te voorkomen. Zijn er oplossingen?
In de bajes weten ze al jaren wat wél helpt: ze noemen het daar de 3 w’s. De 3 w’s hebben niets met internet te maken, noch met een nieuw Volendamse muziekgroepje, maar staan voor Werk, Woning, Wijf. Niet erg poëtisch geformuleerd, maar dat is bajesjargon zelden. Het punt is duidelijk: als je wat wilt doen aan criminaliteit, dan zul je moeten investeren in onderwijs, werk en woningen. Met de laatste ‘w’, de partnerkeuze van de burger, moet de overheid zich maar niet bemoeien. Overigens is een pragmatische aanpak geen wondermiddel. Pragmatische politiek beantwoordt niet de vraag wat een rechtvaardige straf is. Straf voorkomt misschien geen misdaad, maar straf wordt ook uitgedeeld als vergelding van de misdaad en genoegdoening voor het slachtoffer. Een ‘rechtvaardige strafmaat’ is dan ook niet met pragmatische blik te bepalen.
Duurzaamheid is een ander hot item. Duurzaamheid leent zich perfect voor een pragmatische aanpak. Niet eindeloos soebatten over hoeveel centimeter de zee nu wel of niet stijgt, maar de effectiviteit van maatregelen bepalen en dan actie ondernemen. Iedereen wil immers schone lucht en niemand wil een fortuin spenderen aan oprakende fossiele brandstoffen. Elektrisch autorijden is nog niet schoon en woningen isoleren is wel effectief? Duidelijk: ophouden met ouwehoeren en aan de slag. Dát is pragmatisch, positief én toekomstgericht. Zoals gezegd: een utilitaristische politiek is niet zaligmakend. Economisch beleid is vaak een kwestie van het maken van moeilijke politieke keuzes. Geld is schaars en kan maar één keer worden uitgegeven, wie wat betaalt -of juist ontvangt- is en blijft daardoor vooral een politieke keuze.
Komt er ooit één progressief blok? Ik zie het niet gebeuren. Jammer, want het zou een probaat tegengif zijn tegen alle benauwende, bekrompen en beklemmende krachten die ons land overspoelen.

