Alledaags racisme

Foto: foto: Antiracisme wikipedia (fr)
Serie:

OPINIE - Europese politici worden opgeroepen in verkiezingstijd attent te zijn op vooroordelen en discriminatie. Veel burgers zwijgen als ze er op straat mee geconfronteerd worden, maar voelen zich daar wel ongemakkelijk bij.

Met uitzondering van de Europese Volkspartij (EPP) ondertekenden de grootste Europese politieke partijen vorige week een manifest dat oproept tot het afzien van discriminatie en haatzaaien in de komende verkiezingscampagne. De partijen beloven zich te onthouden van uitingen die vooroordelen in de hand werken en als het om minderheden gaat inclusive language te gebruiken. De verklaring was opgesteld door anti-discriminatie organisaties die hebben aangekondigd de politici de komende tijd op dit punt aan hun woord te houden. De EPP, de partij waar het CDA bij is aangesloten, maar ook de Hongaarse Fidesz, verklaarde dat ze de doeleinden van de organisaties volledig onderschrijven maar om ’technische’ redenen toch niet konden ondertekenen, want dat doen ze nooit als het om externe organisaties gaat.

Tot zover de politiek.

In Finland stelde een krant op straat de vraag aan autochtonen of ze wel eens tegengas geven als ze in hun omgeving geconfronteerd worden met racisme. Veel Finnen geven toe te zwijgen, al hebben ze daar later wel spijt van. Bij alle commotie in de media over haatzaaiende politici, en over de opmars van partijen die de doelen van de anti-discriminatie-organisaties beslist niet zullen onderschrijven, lijkt me dit iets om over na te denken.

De confrontatie met verbale racistische uitingen in het openbaar werkt kennelijk intimiderend. Er is moed voor nodig om op straat mensen aan te spreken die anderen beledigen om hun huidskleur of afkomst, zo blijkt uit de reacties van de Finnen die de krant ondervroeg. Wie de moed wel heeft wordt zelf ook uitgescholden. Het gaat niet zelden om agressieve types en het is nog maar de vraag of je steun krijgt van anderen als je wordt aangevallen. Toch zou je het moeten doen, vindt een van de ondervraagden die het wel aandurfde een racist in het openbaar te corrigeren:

stepping in is an important act not only for the person on the receiving end of the discrimination, but also for the good of society as a whole

En daar heeft zij een punt. Als alledaags racisme op straat of op de werkvloer niet wordt gecorrigeerd, hoe komen we dan van racistische politici af die zich overal in Europa roeren en daarmee stemmen werven? Tegengas van hun collega’s in het parlement of in verkiezingsdebatten is tot nu toe weinig effectief gebleken.

De Finse presidentskandidaat voor de Groenen, Pekka Haavisto, stapte twee jaar geleden in plaats van in debat te gaan met zijn extreem-rechtse tegenkandidaat voor de Ware Finnen, een café binnen waar diens aanhangers verbleven. Onder het oog van de televisiecamera’s ging hij direct met hen in discussie, vertelde hij onlangs op een campagnebijeenkomst van de Europese Groene Partij. Hij oogstte niet alleen lof bij zijn aanhangers maar ook respect bij de Ware Finnen die hem na afloop met applaus beloonden.

Een voorval in Zweden deze week. Een traditioneel geklede Roma-dame die door de regering was uitgenodigd haar commentaar te geven op een rapport inzake de discriminatie van deze bevolkingsgroep werd geweigerd in de ontbijtzaal van het viersterren Sheraton hotel waar zij was ondergebracht. Ze had meteen een mooi verhaal voor haar gastheer, de minister van Integratie, die verklaarde de inzet van het Sheraton voor zijn gasten te heroverwegen.  Het zou natuurlijk nog mooier zijn geweest als ze had kunnen vertellen over de protesten van andere gasten en personeelsleden.

Zweden heeft het net als veel landen moeilijk met de integratie van minderheden. Het land kan het zich wel permitteren buurlanden de maat te nemen als het gaat om opvang van aantallen vluchtelingen, zoals de minister van Migratie deze week deed. Maar de incidenten met kleine groepjes fascisten houden aan. Een van de slachtoffers bij het laatste incident was een 25-jarige voetbalsupporter die tegen homofobie ageerde. De premier veroordeelde het geweld krachtig. De minister voor Democratie stelde voor een nationale coördinator te benoemen die de problemen met de nazi’s moet aanpakken. Zo ligt de bal weer op het bord van de politiek. Gaat de rest van de bevolking toekijken?

In de “toeschouwersdemocratie” zal racisme nooit verdwijnen. Integendeel. Het blijft een meer dan aantrekkelijke speelbal voor politici van links en rechts om kijkers en kiezers te trekken. Wie wint, wie verliest? Wie is het slimst, wie is het meest gehaaid? In dat klimaat wint degene die choqueert doorgaans van degene die zijn geweten laat spreken. Maar de Finse spijtbetuigers laten zien dat het geweten ook nog steeds werkt. Het manifest van de Europese anti-racisme organisaties is natuurlijk van belang in verkiezingstijd. Van politici mag je verwachten dat zij het goede voorbeeld geven. Een beroep op het aanpakken van racisme van onderop zou echter op de lange duur wel eens effectiever kunnen blijken.

Reacties (6)

#1 weerbarst

Finnen, lol

  • Volgende discussie
#2 pedro

Laten we er geen doekjes om winden: de overgrote meerderheid van de mensen moet niks hebben van haatzaaiers of racisten, en het advies is dan ook om inderdaad anderen daar op aan te spreken. Er zijn bijna altijd wel voldoende andere mensen in de buurt, en de meerderheid moet niks hebben van haatzaaiers of racisten, dus kunnen we vaak van te voren al even met elkaar afspreken, dat we op treden. En dat geldt natuurlijk ook voor straatcriminelen en ‘hoer’ sissende etterbakken. En in de politiek is het ook duidelijk. In de vorige eeuw zijn de haatzaaiers en racisten ook alleen maar aan de macht kunnen komen doordat conservatieven en christenen hen de macht gaven, nadat zij zich een irreële angst voor links (en een grote groep “volksvreemde” elementen) aan hadden laten praten. Ik was er altijd van overtuigd, dat we de lessen uit het verleden geleerd hadden. Ik weet zelfs zeker dat we de lessen uit het verleden geleerd hebben. Maar de vraag of we het geleerde ook toe willen blijven passen, dat is een vraag, waar we in deze eeuw mee te maken krijgen.

@1: verkeerde site.

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#3 zmmmmc

Tsjah. Hier wordt het gebracht alsof het zo makkelijk is. Maar is het dat ook? Die situatie in dat hotel, ok, evident. Maar verbale beledigingen op straat, daar wordt het een heel ander verhaal.

Mij zul je niet snel een neger die een andere neger “domme neger” roept zien aanspreken op zijn gedrag, om maar een voorbeeld te noemen. Voor veel mensen, al dan geen goede vrienden van elkaar, is het vrij gangbaar om te communiceren in termen die doorgaans als beledigend worden beschouwd. Ze noemen elkaar “kale”, “rooie” of “brillie”. Betekent het ineens iets heel anders als ze een aziaat “spleetoog” noemen of een moslima “theedoek”? Volgens mij niet. Context is erg belangrijk en afgezien van overduidelijke bedreigingen of racisme in “zakelijke” omgevingen of op de werkvloer, is die context voor een voorbijganger erg moeilijk te bepalen. En dat werkt twee kanten op; denk maar aan Gordon die nog niet zo lang geleden overduidelijk de context in een of ander TV-programma totaal verkeerd inschatte. Ik houd wijselijk mijn mond.

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#4 pedro

@3: Excuses verzinnen om niets te doen is gemakkelijker dan optreden. Op straat kun je overigens meestal heel goed herkennen of een opmerking vriendschappelijk bedoeld is of niet hoor. De toon waarop iets gezegd wordt, de reactie van de aangesprokene, en ga zo maar door.

Maar het belangrijkste om in dit geval te weten, lijkt mij toch wel, dat als je iemand op racisme aanspreekt, die alleen maar vriendschappelijk naar iemand anders is, dat je daar helemaal geen problemen mee kan krijgen. je krijgt dan hooguit te horen: “Maak je niet zo druk ouwe. We staan mekaar alleen maar wat te dollen”.

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#5 Jos van Dijk

@3: Het is zeker niet eenvoudig. We zijn gelukkig verlost van een knellende sociale controle. De vrijheid van meningsuiting is een groot goed en we gunnen iedereen privacy wat ook inhoudt dat je elkaar niet voortdurend lastig valt. Maar overtreed je deze rechten als je tegenover een vooroordeel of een racistische uiting jouw opvatting zet? Soms krijg ik het idee dat de vrijheid van meningsuiting wordt opgevat als een argument om het publieke debat stop te zetten. Terwijl het er om ging dat debat juist te bevorderen. Zo van: iedereen mag toch zeggen wat hij wil, daar hoef je dan toch niets meer over te zeggen. Of: als ik gezegd heb wat ik vind, wil ik van jou helemaal niets meer horen. De opvatting dat vrijheid van meningsuiting betekent dat er tussen mensen geen verschillen van mening meer mogen worden uitgepraat lijkt mij echter niet passen in een democratie. Zwijgen en toekijken evenmin.

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#6 HPax

Voor de zoveelste keer! Vrijheid van meningsuiting (VVM) betekent slechts dat je n.a.v. een publiek geventileerde uitspraak die jij (en anderen) afwijst, er niet de politie bij kunt halen. Onfatsoen is geen crimen, maar heeft daarom nog wel zijn eigen (non-politieke) sanctie.

Op wat oog en oor makkelijk als ´racisme´ herkennen ná, is het meeste van wat met de beschuldiging: racisme! wordt weggezet, bij nader inzien maar moeilijk als zodanig vast te stellen. Neem zo´n monstrum als institutioneel racisme, verder verkapt racisme, en dan nog die verwarring met ethnocentrise.

Hoe moeilijk racisme zich laat betrappen, lezen we in rapport van het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie, o.a. met redactrice Lotje Bahoekoe:

‘Agenten moeten ook speciale training krijgen om discriminatie eerder te herkennen’ en
‘De officier van Justitie zal omdat hij nog wel wat meer te doen heeft lang niet altijd verkapt racisme herkennen.’ Volgens haar is het (daarom) ‘ook een kwestie van prioriteiten stellen.’
Goed idee van haar.

Hieruit maak ik op dat veel ´racisme´ zich niet gemakkelijk bloot geeft, zeker niet in Nederland, en dat verbaast me. Het is zo’n beetje dé misdaad van onze moderne tijd, maar met iemand erop te betrappen, hebben onze agenten en Officiers van Justitie de grootste moeite. En kost het die specialisten dát, wat kunnen zij ons leken dan nog euvel duiden als we te weinig racisme aanbrengen? Of zelfs dat wij ons per ongeluk aan die vage, moeilijk betrapbare misdaad bezondigen?

Het verdient daarom aanbeveling ´racisme´ uit de Staatsstrafsfeer te halen. Het daarin te laten, 1. geeft teveel boemannen lucratieve kansen naïve mensen te chanteren, 2. verpest de vrije discussie, 3. verkwist ons goeie geld.

  • Vorige discussie