1. 1

    Interessant stuk, maar als je ‘m helemaal doorleest ontdek je dat de unabomber helemaal geen gelijk had.

    (beter gezegd: z’n constatering dat technologie bepaalde vrijheden inperkt is correct, en ook dat het ons afhankelijk maakt van technologie, maar het alternatief is minstens net zo erg — terug naar het stenen tijdperk.

    Wat is erger: in een verwarmd callcenter pegels moeten verdienen door mensen te ‘cold-callen’, of de hele dag hongerig door de bossen rondsjokken op zoek naar eten (en ondertussen bang zijn dat je vrouw en kinderen beroofd & verkracht wordt door anderen?)

  2. 2

    “…de hele dag hongerig door de bossen rondsjokken op zoek naar eten (en ondertussen bang zijn dat je vrouw en kinderen beroofd & verkracht wordt door anderen?)”

    Nou ja, het houdt de inschatting van risico’s het wel wat overzichtelijker, als je het vergelijkt met de staatsgeleide slachtpartijen van de afgelopen eeuw, mogelijk gemaakt dankzij industriele logica & praktijk (maar dat niet alleen natuurlijk).

    Ter orientatie:
    http://www.primitivism.com/zerzan.htm

  3. 3

    Ja, die gekke Ted had best wel ergens een puntje, hier, lees dit b.v. maar eens: Hersenscan moet gekken en ander gespuis bij sollicitatie eruit filteren. Van de gekken natuurlijk: ”of iemand psychopaat is of autistisch, iédereen verbergt wel iets.”…

    Krijgt er dan nog wel iemand werk?
    Voor Ted komt die scan te laat, hoewel, geen werk en in een hutje in een bos…

    Hoe kunnen we “er” dus aan ontsnappen?

    Allemáál ondergronds in hutjes!

  4. 5

    Het is een zeer interessant artikel, tot de schrijver ervan begint over hoe Kaczynski het nu veel beter heeft (meer comfort !) in z’n gevangeniscel …
    Dan zie je hoe de geest ‘bezoedeld’ word door ‘het systeem’ van denken.

    Dichter bij huis, ging ik soms een sauna bezoeken in een groot kraakpand. Het was daar heeeél rommelig, op bepaalde plaatsen zelfs vuil. Er was geen stromend water of elektriciteit. En de mensen leefde er een aardig stuk buiten wat wij ‘de maatschappij’ noemen.

    Iedere keer weer als ik daar kwam, overviel mij een onwaarschijnlijke sfeer van rust, vrijheid, die ik nergens anders meer ben tegengekomen.