Hoezo: “Van wie is de onderklasse?”
Volgende maand vindt in Amsterdam een debat plaats tussen VVD-leider Rutte en PvdA-fractievoorzitter Hamer, met als titel: “Van wie is de onderklasse?”. Bij het lezen van NRC Handelsblad ben ik herhaaldelijk ‘geconfronteerd’ met een advertentie voor dit debat. ‘Geconfronteerd’ is het juiste woord, want de titel van dit debat roept bij mij nogal wat ergenis op. Waarom? Daar zijn meerdere redenen voor: ten eerste het gebruik van het woord ‘onderklasse’, ten tweede de veronderstelling dat die ‘onderklasse’ van iemand – een politieke partij – zou kunnen zijn; een soort bezit is, en tot slot de pretenties van beide politici dat zij op deze ‘onderklasse’ een ‘claim’ op zouden kunnen leggen. Is dit alles nog van deze tijd? Voor mij maken beide politici vooral duidelijk dat hun politieke ideologieën grotendeels achterhaald zijn, en dat zij nog steeds geen adequaat antwoord hebben kunnen formuleren op een aantal fundamentele veranderingen in onze maatschappij.
Het woord ‘klasse’ veronderstelt namelijk een zekere hiërarchie en impliceert ook een zeker waardeoordeel. Niet zo gepast en nogal hooghartig, vooral als dan ook nog het ‘bezit’ van deze groep mensen wordt geclaimd. Beide partijen laten hier hun paternalisme en betweterigheid zien, in plaats van de autonomie van het individu centraal te stellen. Democratie veronderstelt juist dat mensen prima in staat zijn mee te denken en mee te stemmen over hun eigen toekomst. De titel van het debat maakt ook duidelijk dat beide partijen nog niet klaar zijn met hun fundamentele zoektocht naar een nieuwe identiteit. Dat belooft nog veel gezwalk en populisme.
De Nederlandse regering is als slappe thee, getrokken van ongekookt water. Smakeloos en met zichtbare flarden partijpolitieke spelletjes. In deze crisis worden wij kennelijk verondersteld de thee maar zo slap te drinken als hij wordt opgediend. Het theewater is niet gekookt maar mijn bloed kookt al weken.
Mijn aanleiding voor dit stukje was een afgewezen motie over het verhuiscircus tussen Brussel en Straatsburg. Stom dat dit afgewezen werd. Maar na enige tijd moest ik constateren dat er eigenlijk een heel ander probleem relevant was.