Soepelere bijstand brengt meer gezondheid, participatie en vertrouwen

Het strenge bijstandsregime leidt niet tot meer uitstroom naar werk. Soepelere regels doen dat evenmin, maar zorgen wel voor meer gezondheid, participatie en politiek vertrouwen, blijkt uit promotieonderzoek van János Betkó. Vooral voor de meest kwetsbaren. Tussen 2017 en 2020 werd in Nijmegen een bijstandsexperiment gehouden. Ik verdedigde er recent mijn proefschrift over. In dit gerandomiseerde experiment werden bijstandsgerechtigden gevolgd in zowel het reguliere regime van de Participatiewet als in twee alternatieve, wat ruimhartigere regimes. Deze alternatieven waren meer onvoorwaardelijk van aard en gaven deelnemers meer ruimte, door het verregaand versoepelen van de re-integratieregels en de mogelijkheid meer bij te verdienen naast de uitkering. Dergelijke experimenten vonden ook plaats in vijf andere gemeenten.[1] De resultaten ervan zijn in meerdere rapporten en artikelen beschreven, onder andere op Sociale Vraagstukken. Belangrijke conclusie uit alle experimenten was dat er qua uitstroom uit de uitkering naar werk weinig verschil is tussen de reguliere en de experimentele aanpakken. De huidige aanpak, met alle dwang, verplichtingen en boetes, blijkt het in dat opzicht dus niet beter te doen dan een meer onvoorwaardelijke aanpak, gebaseerd op meer vertrouwen in en autonomie voor mensen in de bijstand. Alternatieve regimes voor subgroepen beter Voor mijn onderzoek keek ik, mede op verzoek van de lokale Nijmeegse politiek, naar zaken die vaak minder aandacht krijgen dan uitstroom, namelijk de ‘brede baten’, zoals vertrouwen, gezondheid en participatie. De uitkomsten sluiten aan bij de hierboven genoemde landelijke analyses over uitstroom naar werk. Wanneer we de uitkomsten van de experimentele bijstandsvormen vergelijken met die van de Participatiewet zien we bij de ‘brede baten’ eveneens weinig significante verschillen. Dit is in zichzelf een belangrijke bevinding: vanuit het oogpunt van effectiviteit zijn alle strengheid, dwang en boetes die de Participatiewet kenmerken dus onnodig. Daarnaast is onderzocht of er subgroepen zijn die het beter of slechter doen in de alternatieve regimes. Het antwoord is ja. Onder de deelnemers met bepaalde persoonskenmerken vond ik inderdaad positieve, statistisch significante effecten van het soepelere bijstandsbeleid. Bij hen leidt een meer op vertrouwen gebaseerde aanpak tot een betere gezondheid en meer participatie (onder andere vrijwilligerswerk en mantelzorg). Zo bleek onder andere dat deelnemers met een relatief zwakke mentale gezondheid meer gingen participeren. Deelnemers met weinig zelfvertrouwen boekten meer gezondheidswinst. Deelnemers met een migratieachtergrond waren beter af op het gebied van zowel gezondheid als participatie. Er is sprake van een duidelijk patroon. Het gaat in grote meerderheid om kwetsbare groepen die meer baat hebben van de experimentele vorm van bijstand.[2] Met andere woorden: het reguliere sociale vangnet – de bijstand – lijkt het slechtst te werken voor de meest kwetsbaren. Al jaren bekend Dat is nogal wat, want het sociaal beleid is er natuurlijk in eerste instantie voor kwetsbaren, maar tegelijkertijd is er de vraag: hoe schokkend is dit onderzoeksresultaat? We weten toch al jaren dat ons sociale stelsel niet functioneert voor een deel van de mensen die ervan afhankelijk zijn? En dat het stelsel vooral faalt voor juist die mensen die het vangnet het hardste nodig hebben? Het Sociaal en Cultureel Planbureau stelde in 2019 al vast dat de Participatiewet geen succes was en te veel uitging van mensen die niet willen werken maar wel kunnen, terwijl in de praktijk eerder het omgekeerde het geval is. De WRR wees er in 2017 op dat we te veel verwachten van mensen, met name kwetsbare mensen, op het gebied van zelfredzaamheid, en dat de overheid daar een realistischer verwachting over zou moeten koesteren. Bestuurskundige Roel in ’t Veld nam de schuldenproblematiek onder de loep, en hekelde de ‘anonieme wreedheid’ van het systeem, waar met name de mensen met de minste competenties slachtoffer van zijn. Zeer recent onderzoek uit Amsterdam door hoogleraar actief burgerschap Monique Kremer toont aan dat het de verzorgingsstaat zelf is die een bron van stress is geworden. Mensen met relatief weinig opleiding en digitale vaardigheden moeten complexe handelingen verrichten om van die verzorgingsstaat gebruik te kunnen maken en dat levert stress op. Dus ja, het is goed dat in een Nijmeegs experiment empirisch is aangetoond dat juist de meest kwetsbaren baat hebben bij een meer onvoorwaardelijk en op vertrouwen gebaseerd beleid – en dat is ook echt een nuttige toevoeging aan de bestaande kennis. Maar tegelijkertijd is deze uitkomst voor weinigen bekend met het onderwerp een verrassing, vermoed ik. Politiek aan zet Als je een sociaal stelsel hebt dat bedoeld is om de kwetsbare mensen te ondersteunen, maar de praktijk is dat het anoniem, ingewikkeld, bureaucratisch en wantrouwend is en soms zelfs door deskundigen als ‘wreed’ wordt getypeerd, dan is er het nodige te doen voor de landelijke politiek. Dat is des te urgenter, omdat het vertrouwen in de politiek met rasse schreden terugloopt, en zich op een dieptepunt bevindt. In een interview vertelt politicoloog Tom van der Meer dat politiek vertrouwen geen doel op zich moet zijn van ‘Den Haag’, maar dat vertrouwen moet volgen uit een betrouwbare overheid zijn, die de grote vraagstukken van deze tijd effectief aanpakt. Meer wortel werkt Het effect van het experiment op het politiek vertrouwen van deelnemers is zoals gezegd ook onderzocht. En warempel: het vertrouwen in de (lokale) politiek blijkt dus daadwerkelijk te kunnen stijgen als mensen beleid ervaren dat meer is gebaseerd op autonomie en onvoorwaardelijkheid, een wederkerige relatie, wat meer ‘wortel’ en wat minder ‘stok’. Sterker nog: voor een deel van de deelnemers was het juist het op een meer fatsoenlijke manier benaderd worden die ervoor zorgde dat het vertrouwen steeg. Eén van de grote problemen van deze tijd is de crisis in bestaanszekerheid – de stress en ellende waar mensen in armoede mee te maken hebben en het huidige systeem dat soms eerder bron van ellende en stress is dan oplossing. Er zijn genoeg aangrijpingspunten waar Den Haag mee aan de slag kan. Meer uitgaan van vertrouwen en minder van wantrouwen. Normen voor uitkeringen die hoog genoeg zijn om van te leven, zonder een beroep te hoeven doen op tal van kleine potjes en losse regelingen. Op die manier de administratieve last en bureaucratie drastisch terugdringen. Meer persoonlijk contact met de burger. En zo de stress en onzekerheid bestrijden van mensen die hiervan afhankelijk zijn. De bijstandsexperimenten laten zien dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn van een meer onvoorwaardelijke aanpak. Mijn Nijmeegse vervolgonderzoek toont dat het aannemelijk is dat er bovendien positieve effecten zijn op het gebied van gezondheid, participatie en politiek vertrouwen. Zoals gezegd zijn de problemen en de voorgestelde oplossingen allemaal geen nieuws. Wel is er nóg een stukje wetenschappelijke onderbouwing dat we die kant op moeten – en liefst met enige spoed, om het leed van mensen in kwetsbare posities niet nodeloos voort te laten duren. Dit artikel verscheen eerder bij Sociale Vraagstukken. János Betkó was ambtelijk projectleider van het Nijmeegse bijstandsexperiment. Hij is nu coördinator bestaanszekerheid bij de gemeente Nijmegen en werkt als universitair docent bij de afdeling bestuurskunde van de RU. Lees hier zijn proefschrift 'Effects of welfare policies based on autonomy and unconditionality: A social experiment with social assistance recipients'.  Noten [1] Dit waren Deventer, Groningen, Nijmegen, Tilburg, Utrecht en Wageningen. Daarnaast waren er enkele gemeenten (waaronder Amsterdam en Apeldoorn) die een soortgelijk experiment uitvoerden, maar zonder toestemming van het ministerie van SZW en daarom in een iets aangepaste vorm. Ik beperk me hier tot de zes eerstgenoemde gemeenten, omdat deze veel met elkaar gemeen hebben en in verschillende artikelen waar ik naar verwijs samen worden geanalyseerd. [2] Wat deze bevinding nog veelzeggender maakt, is dat de mensen die zich op hebben gegeven voor dit (op vrijwillige deelname gebaseerde) experiment met name behoren tot de gemiddeld genomen minder kwetsbare groepen: denk aan relatief hoog opgeleid, zonder migratieachtergrond en minder gebukt gaand onder stress. Wanneer we dan één (kwetsbare groepen hebben meer baat) optellen bij één (deze groepen deden minder mee) leidt dat tot de conclusie dat de gevonden effecten hoogstwaarschijnlijk artificieel klein zijn door de selectie-bias. Het is aannemelijk dat wanneer het experimenteel geteste beleid uitgerold zou worden over de totale populatie (nog) veel betere resultaten gehaald worden op het gebied van gezondheid en participatie.

Foto: Maria Willems (cc)

“Helaas kloppen de gegevens”

COLUMN - “Helaas kloppen de loongegevens met het formele recht op KOT [kinderopvangtoeslag]. … op basis van de huidige feiten kan ik denk ik niet anders dan wederom de voorscho…”. En dan houdt het op. In ieder geval in het screenshot dat rondgaat op het internet, waarin de geWOBte correspondentie van een ambtenaar van de belastingdienst is te zien. Bezwaarfunctionaris / boetespecialist in kwestie lijkt enorm teleurgesteld dat een burger kinderopvangtoeslag moet worden toegekend, omdat zijn/haar gegevens (“helaas”!) kloppen.

Eh… nog een keer? Een ambtenaar, in dienst bij een overheidsinstelling die mede tot doel heeft het uitkeren van geld aan burgers baalt dat er geld uitgekeerd moet worden aan een burger. Als aan de hand van één voorbeeld een totaal verziekte cultuur binnen een deel van de belastingdienst geïllustreerd zou moeten worden, dan is dit een goede kanshebber. De absolute onwil van een overheidsdienaar om de burger te geven waar die recht op heeft. Nou ja, na de bekende ‘afpakjesdag’ – want dat nog schrijnender voorbeeld combineert het weerhouden van waar burgers recht op hebben met een welhaast sadistisch genoegen in dat weerhouden. “Haha, lekker geld afpakken, vooral bij die mensen met rare exotische namen. Kostelijk! Jij nog een koffie, Piet?”

Foto: Number 10 (cc)

Kabinet pappen-en-nathouden IV

COLUMN - Mijn vertrouwen in de politiek is de afgelopen anderhalf jaar grondig aan gort gegaan. Al die nalatigheid, al het gelieg en gedraai, al dat vooruitschuiven en gedraal – het komt me de neus uit. In Groningen weten de mensen met kapotte huizen nog steeds niet waar ze aan toe zijn, veel gedupeerden van het kindertoeslagenschandaal moeten nog altijd soebatten om erkenning en compensatie – en soms zelfs om hun kinderen terug te krijgen, die door Jeugdzorg uit huis zijn gehaald.

Inzake de coronacrisis ligt het volgens het kabinet altijd aan anderen. Rutte geeft nog steeds niet toe dat het kabinet heeft gestuurd op groepsimmuniteit, ook al liggen er via WOB-verzoeken inmiddels stukken op tafel waaruit blijkt dat dit streven wel degelijk leidend is geweest. De teller van de ‘oversterfte’ tijdens de pandemie – de hoeveelheid mensen die meer dan in een vergelijkbare periode zijn overleden – stond begin november op 25.000 mensen. Dat komt neer op 10 procent meer doden dan ‘normaal’. In Duitsland is die oversterfte slechts 3 procent, in Denemarken zelfs 2.

Ik ben niet de enige die is afgeknapt. Het deel van de bevolking dat nog vertrouwen heeft in de corona-aanpak van het kabinet is volgens een onderzoek van het RIVM gedaald tot 16 procent: de meeste mensen staan harder ingrijpen voor.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Quote du Jour | Democratie werkt zo lang men erin gelooft

Daan Heerma van Voss schrijft in de NRC over zijn afnemend vertrouwen in de politiek. Dat begon volgens hem bij de bruiloft van Grapperhaus  die zich bij die gelegenheid niet aan de coronaregels hield. Daarop volgde een Kamerdebat.

Was Grapperhaus nog geloofwaardig, was de vraag. Premier Rutte zei van wel. Rutte vond dat zijn collega nog geloofwaardig was, en dus was hij het ook. De premier deed daarmee een poging eigenhandig de regels van het sociale contract [tussen burgers en volksvertegenwoordigers] te herschrijven. Want waar politici de macht hebben om wetten te bedenken en beleid te voeren, hebben ze níet de macht om te bepalen of ze geloofwaardig zijn. Dat oordeel is aan de burger.

Foto: Gerard Stolk (cc)

Overheid verspeelt eigenhandig vertrouwen van burgers

COLUMN - De boeren zijn de overheid gaan wantrouwen, het werd afgelopen week breed uitgemeten. Nog maar 2 procent van de veehouders vertrouwt de overheid, 70 procent heeft geen fiducie meer in de regering of in overheidsinstanties. Ook het CDA, de partij die van oudsher op hun stem kon rekenen, heeft afgedaan: nog 4 procent zou, waren er nu verkiezingen, op die partij stemmen.

Sindsdien vraag ik me af hoe dat bij andere groepen zit. Waarom zou je die vraag naar het vertrouwen per slot van rekening alleen aan boeren stellen, er zijn wel meer bevolkingsgroepen die het zwaar te verduren hebben. Wat te denken van huurhuiszoekers? Betaalbare huurwoningen zijn uiterst schaars, huurcorporaties moeten elk jaar een deel van hun woningbezit verkopen omdat de overheid hen via de verhuurdersheffing leegzuigt. Ondertussen kopen investeerders en huisjesmelkers die panden, gebouwd met publiek geld, massaal op en bieden ze ver boven de oude prijs te huur of te koop aan. Voor hen is het snel geld. Maar wie een huis zoekt, moet lijden – en wachten. Hoe is het met hun vertrouwen in de overheid gesteld?

De zorgsector: van hetzelfde laken een pak. Al jaren is duidelijk dat Nederland te weinig ic-bedden heeft, dat wachtlijsten oplopen, dat de jeugdzorg wankelt en deels ten prooi is gevallen aan investeerders – daar heb je ze weer – en dat de mensen die het werk opknappen, te weinig verdienen, in elk geval niet genoeg voor een huurhuis in een grote stad. En terwijl het kabinet beweert het beslag op de zorgcapaciteit als voornaamste criterium in de coronabestrijding te hanteren, negeert het keer op keer de zorgen van de zorg. De uitval daar is groter dan ooit, en de hoeveelheid mensen die de zorg de rug toekeren, stijgt. Op welke politieke partij willen zij niet meer stemmen?

Foto: LaVladina (cc)

Geheim

COLUMN - Met het in ontvangst nemen van je diploma in de gezondheidszorg teken je een onzichtbaar contract: het contract van geheimbewaarder. Patiënten komen naar jou toe met hun vertrouwelijke informatie, en praten daar vrijelijk over. Ze verwachten dat je je taak serieus neemt en je verdiept in de informatie: graag zien ze dat je je ingelezen hebt in hun dossier met wat er de afgelopen tijd gebeurd is. En terecht.

Wat samenvalt met die verwachting is dat je dit geheim houdt. Je verteld aan niemand dat dit deze patiënt was, met die geboortedatum, die daar woont: niets van dat alles.

Natuurlijk vertel ik thuis verhalen over patiënten aan mijn wederhelft, om mijn dag te bespreken, om mijn hoofd leeg te maken. Heel normaal. Alleen vertel ik daar dan geen details bij die de privacy van de patiënt kunnen schaden.

Genoeg binnenpretjes heb ik al gehad over de jaren heen, gniffelen om een grappige naam of combinatie van voornamen en daarmee initialen: het even opkijken als het een (semi) bekende Nederlander is waar je zorg voor mag dragen. Iedereen is mens, ieder heeft een lijf, die soms wat onderhoud nodig heeft. Wij zijn daarin de onpartijdige hulpverlener die dit mag ondersteunen.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: © Sargasso logo Quack?!

Quack?! Evangeliseren voor wetenschappers

ESSAY - Wetenschappers gaan onderling, als het goed is, methodisch, kritisch en rationeel te werk. Daaraan ontlenen ze vaak de gedachte dat de buitenwacht hun resultaten vanzelfsprekend zouden moeten accepteren. Dus is de communicatie gericht op de presentatie van feiten in plaats van emoties. Dat is geen kracht, maar een zwakte.

In de techno-optimistische decennia na de Tweede Wereldoorlog werden wetenschappers wel eens neergezet als de hogepriesters van het nieuwe tijdperk. Het was een mooie metafoor, die inmiddels meer werkelijkheid is geworden dan men zich realiseert, niet zozeer doordat wetenschappers een prominentere rol in de samenleving hebben gekregen, als wel door het wegkruimelen van de religieuze concurrentie.

Wat de wetenschap zich nauwelijks realiseert is dat ze steeds meer daadwerkelijk trekken van een religie heeft gekregen. Dat heeft wél te maken met ontwikkelingen in de wetenschapspraktijk zelf. Albert Einstein was zo’n beetje de laatste representant van de klassieke wetenschapper, de (doorgaans) man die in zijn eentje experimenteerde en/of met een theorie kwam. Sindsdien is vanuit de astronomie en deeltjesfysica een complex wetenschapsmodel uitgerold waarin resultaten groepsinspanningen zijn, gecontroleerd in een internationaal web van peer reviews. Anders gezegd: het wetenschappelijke proces is zo ingewikkeld dat ook wetenschappers zelf soms moeite hebben om bij te blijven. De specialisaties raken steeds verder verkokerd.

Foto: © De Correspondent BV boekomslag Gratis geld voor iedereen 2014 copyright ok. Gecheckt 03-03-2022

Vertrouwen, en eigendunk

COLUMN - Het is toch wat hè? Dat mensen niet te vertrouwen zijn. Ja, natuurlijk, ú wel, beste lezer. En ik ook, zeker! Maar “de mensen”? Of laat staan: “de politiek”? Nee! Natuurlijk niet. Kom zeg.

Ik bedoel, het is net als met auto rijden. Mensen kunnen het gewoon niet. Letten niet op, kunnen niet inparkeren, vergeten hun richting aan te geven, anticiperen niet. Ja, ik wel, uiteraard. En u wellicht ook. Maar gemiddeld genomen is het beroerd.

Het rare is dat wanneer je het mensen vraagt, zo’n 95% beter rijdt dan gemiddeld. En nu ben ik van huis uit een alfa, maar voor mijn onderzoek naar het Nijmeegse bijstandsexperiment heb ik noodgedwongen wat statistiek moeten leren. En nu blijkt opeens: dit kan helemaal niet, dat 95% van de mensen het beter doen dan gemiddeld!

Toch voelen mensen het zo. Je ziet het ook in discussies over de bijstand, of (nog erger!) een basisinkomen. Ja, zelf zouden mensen dat geld natuurlijk verantwoordelijk besteden. Maar de anderen, die verkwisten het. Worden er lui van, stoppen met werken. Vergokken of verzuipen het, of gaan allemaal spullen kopen die ze niet nodig hebben. Of dat allemaal tegelijk.

Recent was daar een mooi voorbeeld van in het nieuws, toen GroenLinks voorstelde om alle jongeren op hun 18e 10.000 euro ‘startkapitaal’ te geven. Wat je daar ook inhoudelijk van moge vinden: op Twitter wist men het wel. “De jongeren” gingen dat geld verbrassen, er luxe vliegreisjes van maken, het zou opgaan aan drugs en alles wat god verboden heeft.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Foto: Bournemouth Borough Council (cc)

Liefde in tijden van corona

COLUMN - door Mieke van Stigt

We zitten met zijn allen in een achtbaan die steeds sneller gaat en we hebben geen idee hoe we hieruit gaan komen, wanneer we hieruit gaan komen, óf we hieruit gaan komen. Daarom is het heel heikel om iets te schrijven over deze tijd. Het kan immers alweer totaal anders zijn als de bits van dit artikel doorgestuurd zijn naar de hoofdredacteur, er kan nog voor ik dit artikel af heb van alles gebeurd zijn, we weten het niet en niemand heeft overzicht. Toch ga ik het proberen.

Want voor sociologen zijn dit behalve zeer angstige tijden (ook sociologen zijn mensen met oude familie en kwetsbare vrienden door chemokuur of chronische aandoening), ook heel interessante tijden. Wat kunnen we leren van deze voor de meesten van ons totaal nieuwe situatie?

Vergrootglas

Wat ik zie is dat veel bestaande dingen uitvergroot worden. Sociale verschillen worden uitvergroot, onderling wantrouwen en haat wordt uitvergroot, maar ook zorg voor elkaar, zorgen om elkaar. Er is hulpvaardigheid voor onbekenden. Er worden allerlei projecten opgezet zoals boodschappendiensten voor ouderen. Mensen geven om elkaar, voor een ander. Er is daarin een enorme creativiteit. Kinderen en kleinkinderen bedenken hoe ze opa en oma elke week iets kunnen sturen, of proberen de oudjes op Skype te krijgen. Met stoepkrijt stond in grote letters ‘gefeliciteerd opa’ op de straat voor een bejaardenflat getekend.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Volgende