Bye bye Hungary
ANALYSE - De grote overwinning van Orbán zal volgens Henk Hirs nog meer progressieve jongeren doen besluiten hun heil te zoeken in West-Europa
De voorlopige uitslag van de zondag gehouden verkiezingen in Hongarije was vernietigend. Premier Viktor Orbán en zijn Fidesz partij haalden ongeveer 49% van de stemmen, wat hen waarschijnlijk opnieuw een tweederde meerderheid in zetels in het parlement oplevert (133 van de 199 zetels), en dus tot 2022 een vrijwel onbeperkte macht(de definitieve einduitslag komt pas a.s. zaterdag). Alle hoop van de oppositie op een ommekeer, hoe klein dan ook, bleek een illusie.
De uitslag laat zien dat het land nog altijd hopeloos verdeeld is. Op het platteland steunt om wat voor redenen dan ook ongeveer 60% de grote leider en is 40% mordicus tegen. In Boedapest en een enkele grotere provinciestad is het omgekeerd. Maar in het door Orbán uitgedachte kiessysteem dat sinds 2012 van kracht is krijgt de grootste partij – en dat is Fidesz – tal met bonussen en premies en dat vertaalt zich in een enorm zeteloverwicht.
Net als vier jaar geleden was de verdeeldheid van de oppositie dé factor in haar nederlaag. Waar een aantal oppositiepartijen samenwerkten en één kandidaat naar voren schoven, werd vaak gewonnen (een reeks districten in Boedapest en districtszetels in de steden Szeged, Pécs, en Dunaüjváros). Maar overal waar de oppositie verdeeld was, werd Fidesz de grootste partij. De hoop dat de kiezers misschien verstandiger zouden zijn dan de partijleiders en dat zij wel tactisch zouden stemmen op de kandidaat met de meeste kans, bleek tevergeefs. Tekenend was de uitslag in zes districten van Boedapest waar Fidesz 41-42% van de stemmen haalde en zo de betreffende zetels won. De linkse oppositie haalde daar 38-40%, de centrumgroene LMP 6-8% en het rechts-nationalistische Jobbik 10-15%. Hadden oppositiepartijen samengewerkt, dan hadden zij die districten met gemak gewonnen.