Henk Hirs

9 Artikelen
1 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Henk Hirs woont sinds 1990 in Hongarije, aanvankelijk als Oost-Europa correspondent voor diverse Nederlandse kranten en radiozenders, later ook als hoofdredacteur van Engelstalige publicaties in Boedapest. De laatste jaren is hij vooral actief in het toerisme, ondermeer als gids voor toeristen die meer willen dan alleen de bekende attracties.
Foto: Gilbert Sopakuwa (cc)

Een nieuwe oppositie in Hongarije

ANALYSE - De aanhoudende demonstraties in Boedapest tegen de regering Orbán worden door sommige commentatoren al opgetogen betiteld als „een opstand tegen het hele politieke regiem.” Dat mag nog „wishfull thinking” zijn – een algemene volksopstand die in staat is Orbán ten val te brengen is waarschijnlijk nog een behoorlijk eind weg – maar feit is wel dat er sprake is van een duidelijke omslag. 

Het begon eigenlijk allemaal begin december, toen de Centraal Europese Universiteit (CEU) gedwongen was haar verhuizing naar Wenen aan te kondigen. Min of meer tegelijkertijd werden ook alle private media in handen van Fidesz oligarchen samengevoegd in één bedrijf, waarmee nog eens werd onderstreept dat de facto 90% van de media in het land (private én publieke media) onder centrale Fidesz-controle staan. Kort daarop volgde de aanname van de „Slavenwet” waardoor werknemers gedwongen kunnen worden 400 overuren per jaar te maken (maar betaling volgt pas na drie jaar), de wet op de instelling van aparte rechtbanken direct onder Fidesz controle, een wet die civiele controle op het Hongaarse leger verzwakt, en een wet die de verkoop van een grote reeks campings en hotels rond het Balatonmeer aan Fidesz oligarch en stroman van Orbán Lörenc Mészaros sanctioneert.

Foto: Eric Heupel (cc)

Hadházy de Galliër

De Hongaarse oppositie op sterven na dood? Zeker, maar één man blijft moedig weerstand bieden… Anti-corruptieactivist Ákos Hadházy is eind september begonnen met het ophalen van 1 miljoen handtekeningen van Hongaarse burgers om zo de regering Orbán te dwingen om zich aan te sluiten bij EPPO, het nieuwe Europese Openbaar Ministerie dat onder andere fraude met EU-subsidies moet aanpakken.

Hadházy’s campagne onder het motto ‘Ne hagyjuk büntetlenül’ (Laat hen niet onbestraft) kreeg op 6 november een verse boost, toen de Hongaarse autoriteiten het onderzoek naar mogelijke fraude met EU subsidies door de schoonzoon van de Hongaarse premier Viktor Orbán afsloten zonder dat ze, zo zeiden ze, enige overtreding hadden kunnen vinden. Hoewel het Europese anti-fraude instituut OLAF in januari van dit jaar toch nog een dik dossier aan hen had gestuurd, waarin nauwgezet werd beschreven hoe het bedrijf Elios, destijds eigendom van schoonzoon István Tiborcz, met de hulp van overheidsinstanties en -functionarissen (het rapport sprak van “georganiseerde misdaad”) voor tientallen miljoenen had gefraudeerd bij het binnenhalen van EU subsidies voor de aanleg van nieuwe straatverlichting in Hongaarse steden.

Dat de Hongaarse justitie desondanks niets strafbaars weet te vinden, mag geen verbazing wekken. Dat verloor haar onafhankelijkheid al vele jaren geleden toen Orbán zijn trouwe vriend Péter Polt zo’n beetje voor het leven tot nationale justitiebaas benoemde. In de afgelopen acht jaar is er dan ook geen enkele prominente Fidesz politicus voor het gerecht gesleept, want Polts taak is het om te zorgen dat de grootschalige corruptie door Orbán en zijn oligarchen niet wordt vervolgd. Aan een nieuw onderzoek naar Elios (er was er al een geweest in 2016) viel na het OLAF rapport niet te ontkomen, maar de uitkomst was uiteraard dezelfde als eerder: niets aan de hand.

Foto: European Parliament (cc)

Vlucht vooruit

ANALYSE - Het lijkt erop dat Viktor Orbán, in reactie op de aanname van het Sargentini rapport in het Europese parlement op 12 september, opnieuw de vlucht vooruit kiest door zich steeds openlijker op te werpen als de leider van een Europese coalitie van rechts-nationalistische partijen, schrijft onze Hongaarse correspondent Henk Hirs.

In Hongarije zelf heeft het EP-besluit intussen helemaal niets veranderd: de oppositie is totaal machteloos en de uitbouw van de autoritaire partijstaat gaat onverdroten verder.

Drie recente Hongaarse nieuwsberichten illustreren dit laatste:

  • De regering Orbán heeft bijna 6 miljard forint (18,5 miljoen euro) uitgetrokken voor een nieuwe affiche campagne. Bij eerdere campagnes werd bushaltes en reclameborden in het land volgeplakt met ‘regeringsinformatie’ tegen migranten, Brussel en de financier/filantroop George Soros. Gisteren verscheen een nieuw tv-spotje tegen Soros, Sargentini en Verhofstadt op de Facebook-pagina van de regering.
  • Culturele instellingen in Hongarije die door de overheid worden gefinancierd zoals de Opera, nationale musea, het nationaal ballet enz., mogen op geen enkele manier meer met journalisten communiceren (individuele interviews, het uitbrengen van persverklaringen, het organiseren van persconferenties) zonder toestemming vooraf (48 uur) van het ministerie.
  • Zoltán Spéder, de zakenman/miljonair achter de grootste nog overgebleven onafhankelijke nieuwssite index.hu, heeft zijn hele financiele belang in Index verkocht. Spéder was altijd een tussenfiguur die redelijk goede relaties met het Orbán regime probeerde te combineren met een onafhankelijke positie waarin een kritische website als Index paste. Een van de twee nieuwe eigenaren is een politicus van de christen democratische KDNP, een fractie binnen Orbán’s Fidesz-partij. En hoewel de redactie van index.hu hoopt op de oude voet verder te kunnen werken, stemmen eerder ervaringen met dit soort politieke overnames niet optimistisch.
Foto: Martha de Jong-Lantink (cc)

Bye bye Hungary

ANALYSE - De grote overwinning van Orbán zal volgens Henk Hirs nog meer progressieve jongeren doen besluiten hun heil te zoeken in West-Europa

De voorlopige uitslag van de zondag gehouden verkiezingen in Hongarije  was vernietigend. Premier Viktor Orbán en zijn Fidesz partij haalden ongeveer 49% van de stemmen, wat hen waarschijnlijk opnieuw een tweederde meerderheid in zetels in het parlement oplevert (133 van de 199 zetels), en dus tot 2022 een vrijwel onbeperkte macht(de definitieve einduitslag komt pas a.s. zaterdag). Alle hoop van de oppositie op een ommekeer, hoe klein dan ook, bleek een illusie.

De uitslag laat zien dat het land nog altijd hopeloos verdeeld is. Op het platteland steunt om wat voor redenen dan ook ongeveer 60% de grote leider en is 40% mordicus tegen. In Boedapest en een enkele grotere provinciestad is het omgekeerd. Maar in het door Orbán uitgedachte kiessysteem dat sinds 2012 van kracht is krijgt de grootste partij – en dat is Fidesz – tal met bonussen en premies en dat vertaalt zich in een enorm zeteloverwicht.

Net als vier jaar geleden was de verdeeldheid van de oppositie  dé factor in haar nederlaag. Waar een aantal oppositiepartijen samenwerkten en één kandidaat naar voren schoven, werd vaak gewonnen (een reeks districten in Boedapest en districtszetels in de steden Szeged, Pécs, en Dunaüjváros). Maar overal waar de oppositie verdeeld was, werd Fidesz de grootste partij. De hoop dat de kiezers misschien verstandiger zouden zijn dan de partijleiders en dat zij wel tactisch zouden stemmen op de kandidaat met de meeste kans, bleek tevergeefs. Tekenend was de uitslag in zes districten van Boedapest waar Fidesz 41-42% van de stemmen haalde en zo de betreffende zetels won. De linkse oppositie haalde daar 38-40%, de centrumgroene LMP 6-8% en het rechts-nationalistische Jobbik 10-15%.  Hadden oppositiepartijen samengewerkt, dan hadden zij die districten met gemak gewonnen.

Foto: Fabrizio Lussu (cc)

Overwinning Orbán niet meer zeker

ACHTERGROND - Over een week gaat Hongarije naar de stembus. Tactisch stemmen kan het nog spannend maken volgens onze correspondent uit Boedapest Henk Hirs.

Zelfs een luttele twee maanden geleden was premier Viktor Orbán van Hongarije nog de gedoodverfde winnaar van de verkiezingen van zondag 8 april a.s. Maar nu  is het opeens zelfs niet meer helemaal uitgesloten dat zijn Fidesz-partij verliest. Als tenminste de Hongaarse kiezers verstandiger blijken dan de oppositiepartijen en ze massaal tactisch gaan stemmen: linkse liberalen op rechtse nationalisten, conservatieven op socialisten, alles om Orbán ten val te brengen.

Dat er een meerderheid tegen Orbán is, staat eigenlijk wel buiten kijf. Opiniepeilingen wijzen er al een tijd op dat zeker 60% van de bevolking ontevreden is met de stand en de koers van het land. Er wordt steeds meer en steeds openlijker gekankerd en gefoeterd en het is, in tegenstelling tot een paar jaar terug, niet eenvoudig om in Boedapest burgers te vinden die er openlijk voor uit willen komen dat ze Fidesz stemmen. En er was natuurlijk eind februari de tussentijdse burgermeestersverkiezing in Hódmezővásárhely, een stadje dat algemeen als een Fidesz bastion werd beschouwd, maar waar de tegenkandidaat van de gezamenlijke oppositie, Márki-Zay, toch zeer overtuigend won.

Foto: OECD Organisation for Economic Co-operation and Development (cc)

Keert het tij in Hongarije?

ANALYSE - Onverwacht wint een tegenstander van Orbán in een Fidesz-bolwerk. Een bericht uit Hongarije van onze correspondent Henk Hirs.

Een aardverschuiving, zo mag je de verkiezing van een oppositiekandidaat tot burgermeester in het Hongaars stadje en Fidesz-bolwerk Hódmezővásárhely afgelopen zondag best wel noemen. Want de onafhankelijke kandidaat Péter Márki-Zay won niet zomaar, hij versloeg de man van Fidesz, de partij van premier Viktor Orbán, met een zeer ruime marge van 57,5% tegen 41,5% en verpletterde daarmee de mythe dat Fidesz bij de parlementsverkiezing van 8 april a.s. eigenlijk onverslaanbaar is.

Hij bewees ook eens te meer dat opiniepeilingen op dit moment in Hongarije volstrekt onbetrouwbaar zijn. Alle peilers en analisten waren er volstrekt van overtuigd dat Fidesz met gemak zou winnen.

Het stadje met de niet uit te spreken naam (nou vooruit dan: Hoot-mezzeu-waa-sjaar-hei) was al sinds de val van het communisme solide rechts. Het is de thuisbasis van Fidesz kopstuk János Lázár, hoofd van het bureau van premier Orbán, die er zelf jarenlang burgermeester was, er nog altijd woont en zich nadrukkelijk in locale zaken mengt (d.w.z. beslist). Hij en Fidesz controleren er alles, inclusief de locale media, en haalden de afgelopen weken ook alles uit de kast. Lázár voerde persoonlijk campagne, het stadje kreeg bakken extra regeringsgeld toegezegd, en Márki-Zay, een bescheiden ondernemer van conservatieve huize, werd zwart gemaakt en geintimideerd (een familielid werd o.a. uit zijn gemeentebaan ontslagen). Hij kón gewoon niet winnen, en als al, aldus een enkele onverbeterlijke optimist, dan slechts met de hakken over de sloot.

Foto: European People's Party (cc)

Is het de EU menens met Polen en Hongarije?

ANALYSE - Vanuit Boedapest becommentariëert onze correspondent Henk Hirs het groeiende conflict tussen de EU en de autoritaire regeringen van de lidstaten Hongarije en Polen.

Het lijkt erop dat de EU eindelijk een beetje van zich af begint te bijten tegenover de regeringen in Hongarije en Polen, die de democratie in hun landen ernstig ondergraven. Maar hoe ver zijn beide landen inmiddels eigenlijk afgegleden? Waarom duurde het zo lang voordat er daadwerkelijk actie werd ondernomen?  En speel je met een politiek van sancties en harde maatregelen de nationalistische wind in beide landen niet juist in de kaart?

Oplopende spanningen

Tegen Polen is op 20 december j.l. de zogenaamde artikel 7 procedure van start gegaan. Als uiterste consequentie van zo’n procedure, kan het stemrecht van een EU lid in de Europese Raad van regeringsleiders ontnomen worden. Daarnaast was Judith Sargentini van de Groene fractie in het Europees Parlement in Januari drie dagen in de Hongaarse hoofdstad Boedapest om namens dat parlement te onderzoeken of artikel 7 ook tegen Hongarije dient te worden ingezet. En tenslotte begint dit jaar het debat over het nieuwe EU budget voor de periode 2020-2027 en diverse Europese politici hebben al laten doorschemeren dat wat hen betreft de verstrekking van Europese subsidies dan gekoppeld gaat worden aan voorwaarden zoals solidariteit in tijden van crises (waarom zou je een land dat niet bereid is vluchtelingen op te nemen, wel enorme ontwikkelingssubsidies geven) en handhaving van een democratisch bestel en de rechtsstaat.

Foto: Martha de Jong-Lantink (cc)

De onmacht van een verdeelde oppositie in Orbán’s maffiastaat.

ACHTERGROND - Vanuit Boedapest becommentariëert Henk Hirs het vertrek van een politicus die volgend jaar de uitdaging had willen aangaan met Viktor Orbán.

Er is nog geen zicht op een Jeremy Corbyn, Jesse Klaver of Emanuel Macron aan de Hongaarse einder. Een half jaar voor de nieuwe verkiezingen in Hongarije (april 2018) lijkt er niemand te zijn die ook maar enige kans maakt om de autoritaire leider Viktor Orbán te verslaan. De oppositie  is ongekend zwak, stuurloos, en bovenal verdeeld en versplinterd. Orbán voelde zich recent dan ook sterk genoeg om openlijk te verklaren dat hij geen serieuse uitdager ziet en dat zijn partij nog zeker tot 2030 aan de macht kan blijven.

Het aftreden afgelopen maandag van László Botka, leider van de socialistische oppositiepartij MSZP, lijkt een onderstreping van de bijkans hopeloze situatie. Volgens zijn aanhangers was Botka de ideale kandidaat om komend voorjaar als kandidaat van een grote linkse coalitie Orbán te verslaan: een linkse, democratische en moderne man, niet al te oud en ook nog eens met een hoop praktische bestuurservaring, opgedaan als burgermeester van de grote universiteitsstad Szeged sinds 2002. In die hoedanigheid was hij er bovendien in geslaagd om, tegen elke landelijke trend in, steeds weer Orbán’s partij Fidesz te verslaan en met ruime meerderheid herkozen te worden in 2006, 2010 en 2014. Tel daarbij op dat 60% van de bevolking in peilingen zegt dat ze een andere regering wil, en je bent er al bijna.

Foto: habeebee (cc)

Werken aan een wonder in Hongarije

In Hongarije lijkt regeringspartij Fidesz van premier Orbán nog altijd all kaarten in handen te hebben. Toch gloren er tekenen van verandering, meent Henk Hirs.

In de eerste weken van januari was het opeens overal; op Facebook, Twitter, oppositionele TV-stations en krantenpagina’s: Momentum, een nieuwe beweging van jonge Hongaren. Momentum wil een referendum op touw zetten tegen het organiseren van de Olympische Spelen in Boedapest in 2024 (nolimpia.com), maar wil ook meedoen aan de verkiezingen van 2018 met als expliciete doel een eind te maken aan “het Orbán systeem.”

Dat eerste doel, geen Olympische Spelen in Boedapest in 2024 (een prestigeproject van de Hongaarse regering), is niet geheel kansloos. In de hoofdstad is zeker de helft van de bevolking tegen de Spelen omdat die vele miljarden gaan kosten die beter elders besteed kunnen worden. Bovendien hebben Hongaren de laatste zeven jaar de nodige ervaring opgedaan met bouwprojecten van de Orbán-regering.

De aanleg van één metrolijn bijvoorbeeld kostte uiteindelijk niet alleen vele malen meer dan oorspronkelijk begroot, maar van de 1,5 miljard euro die werd uitgegeven is volgens een recent rapport van het bureau dat namens de EU de besteding van EU subsidies controleert, OLAF, voor ruim een half miljard euro (30%) gefraudeerd.