Een potentiële opbrengst van 13.000 miljard euro… In 2020 misschien wel de vierde olieproducent ter wereld na Saoedi-Arabië, Rusland en de Verenigde Staten… “Een nieuw Irak” in Latijns-Amerika…
Die laatste is wellicht een wat ongelukkig gekozen metafoor maar verdeling van de toekomstige winsten uit de recent ontdekte olievelden Carioca en Tupi houdt de gemoederen in Brazilië bezig (IPS). Terwijl de aanname dat er voor de kust van São Paulo onder zoutlagen een olievoorraad van waarschijnlijk 100 miljard vaten ligt is gebaseerd op de resultaten van slechts één proefboring is de regering Lula al druk bezig met het opzetten van plannen om de gedroomde zilvervloot te verdelen en dat is opzich best verstandig. Zo wordt er gekeken naar het Noorse model, in Noorwegen richtte men een aparte maatschappij op die de Noorse velden beheert en worden olieopbrengsten in een fonds gestort: voor onderwijs, gezondheidszorg én de toekomst. Hoe komen de opbrengsten van de nieuwe olievelden de Brazilianen ten goede en voorkomt men dat het oliegeld naar het buitenland wegvloeit? Dat is de vraag die men in Brasilia wil beantwoorden voordat de olie uit de grond spuit.
Voorlopig zit men met het dilemma dat de Braziliaanse overheid wettelijk niet meer dan 40% van de oliesector in handen mag hebben. De wens van de regering is om dit aandeel op te schroeven naar 84% maar hiermee zullen ze in conflict komen met buitenlandse investeerders. Investeerders die men hard nodig heeft voor de peperdure exploitatie voordat de olie die op 6000 meter onder zeespiegel ligt naar boven komt. Met name de Verenigde Staten die graag zouden willen meeprofiteren van de Braziliaanse olie zijn gespitst op het verliezen van inspraak via verdere nationalisering van de plaatselijke oliesector. De heroprichting van de Amerikaanse Vierde Vloot wordt in Brazilië dan ook met argusogen gevolgd. Deze vloot opereert momenteel voor de kust van Brazilië, officieel voor humanitaire doeleinden maar is koren op de molen van de Braziliaanse complotdenkers.