‘Hila voorbij de Taliban’ en de reflex van het wissen

Een paar weken geleden haalde de AVROTROS de Afghanistan-documentaire Hila voorbij de Taliban offline nadat een van de vrouwen die erin voorkomt door de Taliban werd opgepakt. Uit “zorg voor de veiligheid” van de deelnemers. Het klinkt empathisch. Het oogt verantwoordelijk. Het is in werkelijkheid vooral een vorm van institutionele zelfbescherming. De vrouwen die aan deze documentaire meededen, deden dat namelijk niet in een vacuüm. Niemand die in Afghanistan publiekelijk spreekt over vrouwenrechten, onderwijs of autonomie, doet dat in de veronderstelling dat de Taliban dat sportief zullen opnemen. Dit waren geen onwetende figuranten in een Westers mediaproject. Dit waren mensen die wisten wat zichtbaarheid betekent onder een theocratisch wraakregime. Hun deelname was een bewuste daad van verzet. Politiek. Riskant. Moedig. Op het moment dat de Taliban iemand oppakt vanwege zo’n documentaire is de schade al aangericht. De herkenning is er al. Het offline halen van het materiaal verandert daar niets meer aan. Het maakt niemand vrij. Het maakt niemand veiliger. Het wist alleen het spoor dat naar de daad leidde, en ondertussen is overal al gedocumenteerd wie wat waar heeft gedaan en gezegd. Wat resteert, is een symbolisch gebaar dat vooral de omroep zelf moet geruststellen: kijk, wij hebben iets gedaan. In werkelijkheid gebeurt het tegenovergestelde. Door de documentaire te verwijderen, degradeert AVROTROS de bijdrage van deze vrouwen. Hun verhaal mocht bestaan zolang het geen consequenties had. Zodra die er wel waren, werd het te ongemakkelijk. Te riskant voor de reputatie. Te lastig om uit te leggen bij een bestuursvergadering. Zo wordt moed achteraf alsnog afgestraft en irrelevant gemaakt. Daar komt inmiddels een pijnlijk detail bij. AVROTROS heeft later zelf aangegeven geen aanwijzingen te zien dat de arrestatie verband hield met de documentaire. De veronderstelde causaliteit, waarop het offline halen werd gelegitimeerd, blijkt dus achteraf niet te kloppen. Maar de documentaire is niet teruggeplaatst. Dat maakt de beslissing des te meer onbegrijpelijk. Als de verwijdering al weinig effect had op de veiligheid, dan resteert nu vooral de constatering dat het materiaal is verdwenen zonder feitelijke noodzaak. De reflex tot wissen blijkt sterker dan de bereidheid om een genomen besluit te herzien. De sporen van de documentaire en de mensen die erin voorkomen zijn en blijven overal te vinden, maar het werk van verzet is niet meer te zien. Er is nog een tweede, fundamenteler, probleem. Dit soort beslissingen voedt zelfcensuur. Het idee dat journalistiek materiaal slechts mag bestaan zolang niemand er last van krijgt. Dat zichtbaarheid voorwaardelijk is. Dat onderdrukking alleen getoond mag worden zolang de onderdrukker zich rustig houdt. Dat is geen bescherming. Dat is internalisering van repressie. Wie werkelijk verantwoordelijkheid wil nemen, haalt geen documentaires weg. Die blijft ze tonen, met context, met uitleg, met steun voor de betrokkenen. Die gebruikt het publieke podium om druk te zetten. Om aandacht vast te houden. Om duidelijk te maken dat repressie geen reden is om te zwijgen, maar juist om harder te spreken. Nu gebeurt het omgekeerde. De Taliban straft. De omroep wist. De kijker krijgt een leeg scherm. En de vrouwen die hun verhaal deelden, blijven achter met de boodschap dat hun opoffering vooral bruikbaar was zolang die niemand in verlegenheid bracht. Dat is geen zorg, maar uiteindelijk alleen hulp voor de machthebbers.

Door: Foto: Sita Magnuson (cc)
Foto: Vrouwe Justitia. Bron: pixabay.com

Afghaanse beveiligers: kruideniersmentaliteit met mensenlevens

Nederland is niet verplicht om de 42 Afghaanse beveiligers van de ambassade in Kabul naar Nederland te halen. Juridisch klopt het ongetwijfeld allemaal. Er is geen formele gezagsverhouding, de mensenrechtenverdragen bieden geen “zelfstandige grond”, en Afghaans recht was van toepassing. Prachtig, een sluitend juridisch bouwwerk, maar in de praktijk zit je tot je middel in het drijfzand.

Want laten we niet doen alsof er werkelijk een relevant verschil is tussen de Afghaanse en de Hongaarse bewakers die tijdens de val van Kabul aan dezelfde poort stonden. De enigen die dat verschil zagen, waren bureaucraten in Den Haag. Voor de Taliban was het één pot nat: wie met de Nederlanders werkte, was een verrader. De juridische nuance van “geen zorgplicht” maakt in dat soort omstandigheden net zoveel indruk als een handboek arbeidsrecht op een kalasjnikov.

De uitspraak past naadloos in het Nederlandse migratieklimaat waarin “niet toelaten” zwaarder weegt dan “het juiste doen”. Niet bestaande precedentwerking, de al lang ontkrachtte mythe van ‘aanzuigende werking’ en angst voor electoraal verlies lijken groter dan de wil tot rechtvaardigheid. Zelfs wanneer het om maar een paar dozijn mensen gaat. Geen massa, geen volksverhuizing, maar een handvol individuen die hun leven op het spel zetten voor de Nederlandse missie. Alles wordt afgewogen en afgezwakt tot de kern verdampt. Morele verantwoordelijkheid is alleen nog een PR-term voor op de website van Buitenlandse Zaken. Zodra het over echte mensen gaat, over de chauffeurs, tolken en beveiligers die hun leven riskeerden voor de Nederlandse missie en ‘dreigen’ naar Nederland te komen, wordt het ineens een kwestie van “toepasselijk recht”. Want voor de achterban is elke migrant er een te veel.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: RubyGoes (cc)

Op het scherp van twee werelden

RECENSIE - Het restaurant lag langs een snelweg buiten Karachi. Het gezelschap was intimiderend. Maar het eten was prima. Souad Mekhennet kwam gelukkig niet voor de gezelligheid. Ze was gekomen om een commandant van de Taliban te interviewen. Ze had zich goed voorbereid, ging gekleed zoals de Taliban dat graag ziet, en werd door het terroristische gezelschap als een bezienswaardigheid ontvangen. Een Duitse vrouw, een moslima, werkend voor de New York Times. Dat wilden ze wel eens meemaken.

Ze had veel vragen, en kreeg de geijkte antwoorden. De Amerikanen zijn arrogant, de boerka is inderdaad niet gebaseerd op de Koran maar is een beslissing van ‘het volk’, en iedere man moet zelf beslissen hoe zijn vrouw erbij loopt. En toen:

‘Nu zei de sjeik: “Hou op met schrijven. Nu is het tijd voor belangrijke vragen. Laten we het over het leven hebben. Weet je, zuster Souad, ik ben op zoek naar een tweede vrouw. Ik heb veel goeds over Duitse vrouwen gehoord. Ik hoor dat ze de wensen van hun man op zijn lippen kunnen lezen. Volgens mij ben jij eraan toe.”’

Huwelijksaanzoeken – Mekhennet krijgt ze regelmatig, en dan vooral van de mannen die ze interviewt. De Taliban leider was van hetzelfde laken een pak. Allemaal zoeken ze een ‘intelligente, sterke vrouw’, en die Duitse moslima ziet er goed uit. Bovendien, een vrouw kan toch moeilijk haar hele leven verslaggever zijn? Ze moet toch een keer kiezen voor een man, kinderen, et cetera?

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Voormalig ISI-generaal geeft kijkje in de keuken

Generaal Asad Durrani stond begin jaren negentig aan het hoofd van de Pakistaanse geheime dienst, de ISI. En hij is verrassend open over wat de dienst beoogt en haar strategie om dat te bereiken.

In twee televisie-interviews dit jaar (BBC’s Hardtalk, AJ’s Head to Head) geeft hij openlijk toe dat Pakistan gaandeweg de bezetting van Afghanistan door de NAVO dubbelspel is gaan spelen, en al jaren achter de rug van de Amerikanen om de Afghaanse Taliban steunt.

De belangen, doelen en strategieën van de VS en Pakistan komen nu eenmaal op tal van punten niet overeen, zegt Durrani. De VS ziet in Afghanistan graag een marionettenregime, zelfs als ze dat in de lucht moet houden met een militaire bezetting. Maar Pakistan heeft er geen belang bij de Taliban en allerlei andere stammen tegen zich in het harnas te jagen.

De generaal vermoedt dat de Pakistaanse geheime dienst tevens heel wel wist dat Osama bin Laden in Abottabad verbleef, en hem beschouwde als wisselgeld, om op het juiste moment uit te ruilen. Het alternatief is namelijk dat ze bij de ISI volstrekt incompetent zijn, en dat gelooft hij niet zo.

Dubbelspel hoort er bij. Iedereen doet het. Net als ‘false flag’-operaties. Pakistan is daarin geen uitzondering. Durrani haalt graag voormalig secretaris-generaal van de NAVO, baron George Robertson aan: “Als je niet in staat bent twee paarden tegelijkertijd te berijden, heb je niets in het circus te zoeken.”

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Closing Time | Amjad Sabri

Amjad Sabri was afgelopen week volop in het nieuws: een van Pakistan’s beroemdste nog levende qawwali-zangers is woensdag door de Taliban vermoord. Reden: blasfemie vanwege het maken van muziek.

Sabri was zoon van Ghulan Farid Sabri, die ook in het westen sinds de zeventiger jaren enige bekendheid genoot in de hoedanigheid van het qawwali-gezelschap Sabri Brothers.

Foto: doctress neutopia (cc)

Obama’s schone vuile oorlog

OPINIE - Dat een leger probeert met zo min mogelijk eigen slachtoffers een vijand te verslaan, is misschien wel niet erg chic en al helemaal niet heldhaftig, maar wel logisch. De Romeinen leerden hun soldaten al dat een steekwond van vijf centimeter diep effectiever is dan een zwaardslag, en dat de steekbeweging de aanvaller bovendien veel minder kwetsbaar maakt voor de wapens van de vijand dan het hakken met een opgeheven arm.

Tijdens de Vietnamoorlog  is vooral de VS buitengewoon gevoelig geworden voor de aantallen gedode militairen van het eigen leger. Dit feitelijk hoogst immorele onderscheid tussen the lives of American soldiers en de levens van mindere volkeren vertaalt zich in dramatische acties zoals de Hill of Crosses in Californië, waar 5,000 kruisen staan voor Amerikaanse soldaten die in Irak zijn omgekomen. Over het aantal gedode Irakezen is veel onduidelijkheid, maar het betreft een veelvoud van het aantal Amerikanen. Niet dat veel mensen er om malen.

Recente schattingen van de Amerikaanse National D-Day Foundation resulteren in 2499 gedode Amerikaanse soldaten op één dag – 6 juni 1944, toen de Geallieerden in Normandië landden. We mogen er rustig van uitgaan dat dergelijke massale acties niet meer mogelijk zijn – het thuisfront zou het niet accepteren.

En dus worden oorlogen tegenwoordig anders gevoerd. Bombarderen bleek hoogst effectief, omdat je met een handvol mannen (tegenwoordig alleen een piloot) in de relatieve veiligheid van het luchtruim in luttele seconden duizenden slachtoffers kunt maken. Nadeel is wel dat die mannen hoog opgeleide specialisten zijn en daarom niet zo eenvoudig te vervangen als een eenvoudige infanterist.

Quote du Jour | Chaos in Afghanistan

While in some areas the Afghan Local Police has done well in keeping insurgents at bay, in many cases, they have abused their power and have become a source of insecurity for the locals.

De huidige gevechten rond Kunduz halen de Nederlandse pers, maar het is de laatste paar maanden al onrustig in het land, analyseert Helena Malikyar. Uit het VN-rapport dat Malikyar aanhaalt blijkt dat Kunduz het heftigste strijdtoneel is en dat de regeringstroepen tweederde van de burgerdoden voor hun rekening nemen.

Waarom heeft de Taliban het gemunt op schoolkinderen?

Waarom heeft de Taliban het gemunt op schoolkinderen? Omdat ze een hekel hebben aan onderwijs, natuurlijk. Het zijn bloeddorstige motherfuckers, zo simpel is dat.

Journaliste Beenish Ahmed onthult echter dat er iets meer achter steekt:

The Pakistani Taliban (TTP) immediately took responsibility for the attack. The militant group has attacked schools for years claiming that they promote a secular, and in their eyes, anti-Islamic agenda. This time, however, the reason for this assault was notably different. A TTP spokesperson said that it targeted students in retaliation for the civilian causalities of a Pakistani military for an operation to root them out of the semi-autonomous territory just north of Peshawar.

TTP commander Jihad Yar Wazir told the Daily Beast, “The parents of the army school are army soldiers and they are behind the massive killing of our kids and indiscriminate bombing in [the TTP strongholds of] North and South Waziristan.”

“To hurt them at their safe haven and homes—such an attack is perfect revenge,” he added.

Volgende