Eén taal

Intrigerend streven, van de gisteren opgerichte politieke partij De Nieuwe Alliantie (DNA). Op de website staat als één van de kernwensen van de partij: ‘Eén taal, één rechtsorde, één gedeelde cultuur.’ Van rechtsorde en cultuur heb ik niet veel verstand, maar hoezo één taal? Ik neem even aan dat die ‘ene taal’ dan Nederlands is, want in die taal is de boodschap zelf gesteld en het lijkt me niet verstandig om je eigen boodschap meteen te ondermijnen door zelf een andere taal te gebruiken dan die ene. [caption id="attachment_368623" align="alignnone" width="405"] DNA schermafbeelding deel van website[/caption] Eén taal van wat? Ja, ‘Nederland’, maar wat betekent dit in de praktijk? De gymnasia verbieden? Toeristen komen het land niet meer in zonder taaltoets? Buitenlandse YouTube wordt verplicht nagesynchroniseerd? Friezen en Limburgers terug naar hun eigen land? Het streven naar één taal voor één land is een oud romantisch idee. Hoe het precies in Noord-Korea werkt, zullen we waarschijnlijk nooit weten, maar afgezien daarvan zijn er volgens mij geen landen die het bereikt hebben. Overal zijn altijd minderheden die hun eigen taal hebben. De laatste jaren begon dit besef bij uitstek ook bij de zogeheten ‘rechtse’ partijen door te breken. Zij pleitten doorgaans bijvoorbeeld voor het opnemen van minstens het Nederlands en Fries in de grondwet, maar noemden daar vaak ook Nedersaksisch en Limburgs en gebarentaal en Papiaments bij. Stok Nu zou je kunnen zeggen: maar het gaat er in het streven van DNA niet om dat alle andere talen worden geweerd, maar dat er zoveel mogelijk Nederlanders Nederlands (kunnen) spreken. Nu is bij mijn weten niet precies onderzocht hoeveel mensen dat er nu zijn. Het CBS heeft bijvoorbeeld wel gevraagd hoeveel mensen thuis Nederlands spreken (ongeveer driekwart, de rest spreekt dus bijvoorbeeld Brabants of Berber), maar daaruit kun je geen conclusies trekken over de vaardigheid in het Nederlands van de rest. Het lijkt mij echter niet overdreven om te denken dat meer dan 95% van de Nederlanders op enig niveau Nederlands spreekt. Het is natuurlijk een nobel streven om daar 100% van te willen maken, maar het is wel opvallend dat dit nu kennelijk een van de hoofddoelen van deze partij is, als het ware kennelijk een reden waarom de partij is opgericht. Ik ben dan ook bang dat er iets anders achter zit. Nog maar een week geleden schreef ik hier al over een PVV-Kamerlid – en we mogen toch wel stellen dat dit min of meer dezelfde politieke beweging is als waar DNA uit voortkomt – dat wilde dat ‘vrouwen met een taalachterstand’ geen extra kraamzorg kregen ten koste van ‘andere vrouwen’. Zou het Nederlands langzamerhand steeds meer een stok worden om bepaalde, kennelijk ongewenste groepen, te slaan? Dat lijkt me dan toch wel iets om je als neerlandicus zorgen over te maken. Het Nederlands lijkt me te belangrijk om aan deze politici over te laten.

Door: Foto: Leesplankje Cornelis Jetses, CC0, via Wikimedia Commons.
Foto: "Bloggers hard at work at Youth For Change" by DFID - UK Department for International Development is licensed under CC BY 2.0

Bloggers parodiëren met kunstmatige intelligentie

Een tijdje geleden bezweek Neerlandistiek bijna onder de belangstelling van kunstmatige intelligentie. Zoveel chatbots kwamen ons bezoeken dat de mensen er af en toe niet meer doorheen kwamen. Ondertussen zijn er wat maatregelen genomen waardoor het wat rustiger is, in ieder geval voor de mensen, maar ik bleef zitten met de vraag: wat leren die chatbots er eigenlijk van?

Dus vroeg ik zelf aan kunstmatige intelligentie (Claude) om op basis van een stuk of vijftig blogposts – sommige van Neerlandistiek, andere van de eigen blogs, maar allemaal openbaar toegankelijk – rapporten te maken over enkele van mijn favoriete bloggende neerlandici. Hier is een korte karakterisering van sommige van hen. Ik geef het ongewijzigd weer (ook de volgorde heb ik door de chatbot laten bepalen):

Louise Cornelis — Nuchtere tekstvakvrouw die hardop nadenkt over haar vak en daar altijd een praktische les uit trekt. Kort, conversationeel, Zeeuws-onderkoeld, met een scherp oog voor taal in het wild.

Robbert-Jan Henkes — Vertaler die hardop twijfelt over het ene woord dat niet mee wil. Associatief, geestig, met een zwak voor het onvertaalbare.

Marc Kregting — Melancholische essayist die elke zin laat vertakken tot hij verdwaalt, en dat verdwalen tot methode verheft. Lang, erudit, cultuurkritisch, met een ondertoon van weemoed.

Marita Mathijsen — Enthousiaste geleerde die bij een glas wijn vertelt wat ze in het archief vond. Verhalend, warm, precies, met de spanning van een detective en de ontroering van iemand die van haar onderwerp houdt.

Nicoline van der Sijs — Etymoloog die woorden laag voor laag afpelt, van het heden terug naar de zeventiende eeuw en verder, met uitstapjes naar het Koreaans en het Russisch. Encyclopedisch, precies, licht verwonderd, nooit uitverteld.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Chandler Cruttenden on Unsplash

3000 Iraniërs overleden. Alsof niemand heeft geschoten

Meer dan drieduizend Iraniërs zijn volgens een bericht op NU.nl “overleden“. Zo staat het er. Overleden. Een woord dat we in Nederland gebruiken voor een opa die in zijn slaap wegzakt, of een buurvrouw die na een lang ziekbed sterft. Het woord draagt een sfeer van onvermijdelijkheid. Van natuur. Van tijd die verstrijkt.

In dit geval gaat het over mensen die door explosieven, kogels en ander militair geweld zijn gedood. Geweld van ‘ons’.

Toch kiezen media en organisaties regelmatig voor deze terminologie. Mensen “overlijden”. Er “vallen” doden. Er “komen” mensen om. De taal doet een wonderlijk kunstje: het geweld blijft staan, de dader verdwijnt. Alsof de dood zelf langs is gekomen om een rondje te maken, zonder dat daar iemand anders aan te pas is gekomen.

Dat patroon duikt telkens weer op wanneer het geweld zich ver genoeg van het westerse publiek afspeelt. In Europa spreken kranten vrij direct over “moord” of “doden” wanneer een aanslag plaatsvindt, of bijvoorbeeld als ‘de ander’ de oorlog start, zoals in Oekraïne. Zodra bommen vallen in het Midden-Oosten, en wij er direct dan wel indirect iets mee te maken hebben verandert het vocabulaire. Burgers “komen om”. Duizenden “overlijden”. De taal schuift een stap op richting abstractie.

Foto: Jurist in de rechtbank - Artur Puls, 1890. Collectie Rijksmuseum-Amsterdam Public domain

Begrijpelijkheid is een vorm van retoriek

COLUMN - Lang hebben we gedacht dat ingewikkelde taal een manier was om macht te laten gelden, of in ieder geval gold als een vanzelfsprekend teken van expertise. Wie gezag had, sprak niet eenvoudig, en omgekeerd. Moeilijke woorden, lange zinnen en impliciete voorkennis waren signalen dat hier iemand sprak die het overzicht had, die zoveel geleerdheid had verworven dat zijn waarheid alleen nog met moeite ontsloten kon worden. In wetenschap, recht en bestuur was helderheid geen kernwaarde. Te veel eenvoud wekte argwaan: was wat je begrijpen kon wel de moeite waard?.

Als het ooit waar geweest is, is die tijd nu wel voorbij. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een artikel over klare taal in rechterlijke uitspraken in het Tijdschrift voor Taalbeheersing. De auteurs, Geerke van der Bruggen en Henk Pander Maat, onderzochten vaak genoemde tekstingrepen, zoals het vereenvoudigen van het taalgebruik, of uitleg verschaffen over juridische regels. Juridische leken lazen verschillende versies van echte rechterlijke uitspraken, zowel in civiele als in strafrechtzaken; daarna maten de onderzoekers niet alleen wat lezers begrepen, maar ook hoe zij de tekst ervaren hadden en of zij de beslissing accepteerden. Daarbij maakten de onderzoekers expliciet onderscheid tussen daadwerkelijk begrip (kun je antwoorden geven op vragen over de tekst) en ervaren begrijpelijkheid (heb je het gevoel dat je begrijpt – wat natuurlijk niet per se hetzelfde is).

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: "Eurasian wolf 2" by User:Mas3cf is licensed under CC BY-SA 4.0

Zin van het jaar: ‘Wij spreken elkaar niet vaak één op één’

Het wordt tijd om de zoektocht naar de taalbrok van het jaar te verleggen naar nieuwe gronden. Op mijn oproep voor een beter woord van het jaar, schreef Roland de Bonth streng dat de kwestie van het woord van het jaar wetenschappelijk beslecht kan worden: de is het meest gebruikte woord van het jaar 2025, in ieder geval volgens de bronnen van het Instituut voor de Nederlandse Taal.

Op mijn oproep kwamen wel wat interessante alternatieven. Mijn favoriet is probleemwolf, een manier van niet-menselijke dieren benoemen die mateloos intrigerend is en waarschijnlijk veelzeggend voor onze tijd. We zien de wolf niet als een wild verscheurend beest en ook niet als een knuffeldier, maar als een probleem: de ultieme manier om de totale vervreemding van de mens met zijn medebewoners op de planeet te benoemen. Ik voorspel de probleemwolf daarom een fijne toekomst, en zie uit naar de komst van het probleemzwijn op het moment dat ook de everzwijnen hun domein vergroten dan alleen de Veluwe.

Vertrouwdheid

Het probleem met deze verkiezing was alleen dat er zoveel verschillende inzendingen kwamen, dat er geen lijn op te trekken viel. De stem van het neerlandistische volk laat geen duidelijk geluid horen. Dus houden we het maar op de.

Foto: Ash Hayes on Unsplash

Israëls geheime wapen: taal

De genocide in Gaza gaat gewoon door, ondanks dat er een ‘wapenstilstand’ is. Israël blijft aanvallen, maar met een verschil: de aanvallen heten nu volgens Israël ‘antiterreuroperaties’. Een manier van praten die maar al te gemakkelijk wordt overgenomen door westerse media.  Zo wordt maar weer eens pijnlijk duidelijk hoe ook taal een wapen is in het conflict, en dat dat wapen vaak in één richting schiet. Want als Palestijnen weerstand bieden tegen zo’n operatie heet dat ‘een inbreuk op het bestand’ en gebruikt Israël het als excuus om te reageren met bombardementen, sorry, nieuwe ‘antiterreuroperaties’ op totaal ongerelateerde doelen waarbij honderden mensen omkomen, en waarschuwt dat ‘verdere inbreuken niet worden getolereerd’.

Dit is niet nieuw, wie het nieuws volgt, ziet het al langer. Bijvoorbeeld bij een kop als: “Israëlische gijzelaars vrijgelaten, Palestijnse gevangenen uitgewisseld.” Dat lijkt neutraal, maar dat is het niet.

Een gijzelaar is iemand die onschuldig vastzit, iemand die onterecht wordt vastgehouden door barbaren. Een gevangene daarentegen, dat is iemand die  ‘iets’ heeft gedaan. Een verdachte, een misdadiger, of minstens iemand die door een rechter is veroordeeld. Maar de Palestijnse gevangenen waar hier over gesproken wordt, zijn in veel gevallen nooit aangeklaagd, laat staan berecht. Kinderen van dertien, jongeren die een spandoek vasthielden, vrouwen die bij een checkpoint werden opgepakt omdat ze de verkeerde achternaam hadden. Toch noemt het journaal hen gevangenen, alsof het allemaal keurig volgens het recht is verlopen.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Alex Knight on Unsplash

Chatbots gebruiken meer naamwoorden

COLUMN - Kun je herkennen of een tekst geschreven is door een computer? Ja, zegt een groep onderzoekers in een recent online geplaatst artikel. Tenminste, als je een computer hebt die het herkennen voor je kan doen.

De onderzoekers lieten mensen en chatbots een aantal taalopdrachten doen. Zo moesten ze teksten herschrijven in de stijl van een schoolopstel of een Wikipedia-artikel. Hoe succesvol waren ze erin? Chatbots bleken hun teksten wel licht aan te passen aan het genre, maar veel minder dan de mensen deden. Dat valt in ieder geval op een statistische manier vast te stellen: als je kijkt naar wat voor woorden er gebruikt worden, dan zit er bij de teksten van chatbots minder variatie.

Een belangrijk verschil tussen mensen en chatbots was, los van het gekozen genre, dat chatbots een veel ‘naamwoordelijker stijl’ hadden. Ze gebruikten meer zelfstandig naamwoorden (‘huis, genre, chatbot’), meer zogeheten nominalisaties (‘werken is een genot’ in plaats van ‘ik werk graag’) en bijvoeglijk naamwoorden werden vaker bij een zelfstandig naamwoord gezet (‘het mooie huis’) dan in het gezegde (‘het huis is mooi’). Mensen deden veel meer met werkwoorden (‘het huis schittert in de zon’).

Simuleren

Wat verklaart nu dit verschil? Die chatbots hebben de taal immers van ons geleerd, wat verklaart dan dat ze dingen op zo’n specifieke manier anders doen? De onderzoekers wijzen erop dat het gebruik van veel zelfstandig naamwoorden een tekst erg rijk aan informatie maakt: ieder zelfstandig naamwoord benoemt een zaak of een idee, hoe meer je daarvan geeft, hoe meer informatie in de tekst. Werkwoorden geven je zin wat dat betreft meer lucht.

Foto: Claude Monet, Public domain, via Wikimedia Commons

Beïnvloedt taal het denken?

Deel 8 in de serie Wat iedereen moet weten over taal

Onlangs verschenen de resultaten van een onderzoek: wat vinden taalwetenschappers dat mensen moeten weten over taal? Dat resulteerde onder andere in een lijst van 25 vragen. Korte antwoorden op die vragen staan hier op een rijtje.

‘Beïnvloedt taal het denken?’ is een grote vraag, misschien wel te groot voor wetenschappelijk onderzoek. ‘Beïnvloedt je taal je denken’ is behapbaarder, en ondertussen het onderwerp van heel veel wetenschappelijke literatuur.

Zou de mens anders denken als ze in het geheel geen taal had? Het is waarschijnlijk. Een kenmerk van taal is dat je vorm kunt geven aan je gedachten, je kunt ze immers omzetten in woorden en zinnen. Dat betekent op zijn beurt dat we van onze gedachten een soort dingen kunnen maken, die min of meer los van ons staan. We gebruiken dat vermogen om die gedachten te uiten en zo met anderen te delen. Maar we kunnen ze ook gebruiken om zélf kritisch over een eigen gedachte na te denken. Je bewust zijn van het feit dat je een bepaald idee hebt, vereist waarschijnlijk taal.

Makkelijk aan te tonen is het niet, want je zou een vergelijking moeten maken tussen mensen mét en mensen zónder taal, en de tweede groep is bijzonder lastig te traceren. Vervolgens zou je het denkproces van al deze mensen moeten vaststellen, zonder taal. De technieken om iemands gedachten te lezen zijn daarvoor lang niet ver genoeg ontwikkeld. Wat we kunnen zeggen over de relatie tussen taal en denken blijft in die zin vooralsnog op het niveau van speculatie.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: thierry ehrmann (cc)

De ontsnappingstaalkunstenaar

RECENSIE - Geert Wilders is van alles, maar hij is ook een intrigerend fenomeen. Zo iemand waarvan je je onder andere kunt afvragen: hoe doet hij dat toch? Hoe is het mogelijk dat hij politiek maar blijft overleven – dat hij regelmatig fouten maakt waarvoor anderen zouden worden afgestraft, terwijl hij maar blijft zitten en momenteel nog altijd de grootste partij van Nederland leidt is.

De neerlandicus Robbert Wigt, die eerder een boek schreef over Mark Rutte, komt nu met een boek over de ‘overtuigende taal’ van Wilders. Daarin speelt Rutte trouwens weer een rol, als de enige die het de afgelopen decennia is gelukt om Wilders van zich af te slaan, de enige die aan Wilders gewaagd was.

Is Wilders taal overtuigend? Opvallend is dat op de ene plaats in Wigts boek de theaterdocent Marijn Moerman zegt dat Wilders meer een debater is dan een speecher, terwijl verderop het Denk-Kamerlid Van Baarle zegt ‘Met Wilders heb je eigenlijk geen debat.’ Beide hebben gelijk: als Wilders alleen zou speechen, zou hij niet zo populair zijn, want zijn speeches hangen vaak naar het eentonige. Maar een echte debater is Wilders ook niet, want het is hem niet om de uitwisseling van argumenten te doen. Wilders heeft een manier gevonden om van het debat een monoloog te maken. Dat is wel zijn grootste troef.

Foto: Abhi Sharma (cc)

Ze sprak haar naam uit als Fleuj

RECENSIE - Zeg mij welke taal je spreekt, en ik zeg je wie je bent. Geen twee mensen op de wereld spreken precies hetzelfde, en die verschillen laten altijd iets zien over een verschillende geschiedenis, een verschillende identiteit, een verschillende plaats in de samenleving. Dat je in Rotterdam geboren bent, maar in Den Bosch opgegroeid, dat je een man bent, en theoretisch opgeleid, dat je getrouwd bent met een Italiaanse, dat je bovengemiddeld gefascineerd bent door hoe andere mensen praten: het heeft allemaal invloed op je taalgebruik.

Dat is een waarheid waarnaar al heel veel onderzoek is gedaan, een waarheid bovendien die door verschillende geleerden op een verschillende manieren is uitgewerkt, maar een waarheid waarover nog niet zo heel veel geschreven is. De sociolinguïstiek, de tak van de taalwetenschap die zich met deze waarheid bezighoudt, is altijd populair onder studenten, juist omdat ze zoveel te zeggen heeft over de onvermoede rol van taal in het eigen leven. Maar in heel veel publieksboeken heeft dat niet geresulteerd.

Milieu

De schrijver en taalkundige Khalid Mourigh brengt daar nu verandering in met zijn boek Denkend aan Hollands. De ondertitel van het boek luidt: Wat taal zegt over wie we zijn.

Foto: James grills, CC BY-SA 4.0 , via Wikimedia Commons.

Je weet niet wat de chatbot weet

COLUMN - Nooit zal het wonder van de taalmachine die mens heet bezongen zijn. Wat wij allemaal niet weten en kunnen! Een verschil maken tussen de volgende zinnen bijvoorbeeld:

  • Dit is de man die de vrouw die wilde aanvallen weggejaagd had.
  • Dit is de man die de vrouw die wilde aanvallen mij weggejaagd had.

Als jij ook een Nederlandsetaalmachine bent, en dat ben je, anders zou je dit niet lezen, dan voel je meteen aan dat de eerste zin grammaticaal juist is, maar de tweede niet. Waarom?

De tweede zin kan zelfs betekenis hebben. Zoals de eerste een andere vorm is van de zin:

  • De vrouw die wilde aanvallen had de man weggejaagd.

zo zou de tweede ongeveer kunnen betekenen:

  • De vrouw die de man wilde aanvallen had mij weggejaagd.

Materie

Zoals uit de eerste zin de man naar voren is gehaald als lijdend voorwerp van wegjagen, zo zou het in de tweede naar voren zijn gehaald als lijdend voorwerp van aanvallen. Waarom kan dat tweede niet? En vooral: hoe weten wij dat die tweede zin niet kan? Nooit heeft iemand ons de reden verklaard – tenzij we behalve taalmachines ook docenten syntaxis zijn. Ook heeft niemand ons ooit op zo’n zin gewezen en gezegd: dat kun je dus niet zeggen, je kunt een zinsdeel zoals man wel naar voren halen als het lijdend voorwerp is van de hoofdzin, maar niet als het lijdend voorwerp is van een bijzin van het onderwerp.

Foto: © Marc van Oostendorp joggende hersens cartoon (eigen werk)

Taal leren als mentaal joggen

Vreemde talen leren is gezond. Uit onderzoek weten we dat het cognitief voordelig is om tweetalig te zijn – het maakt je flexibeler, en hoewel er nog geen algemene consensus over is, zijn er aanwijzingen dat ziektes als Alzheimer hierdoor kunnen worden vertraagd.

Vanuit dit perspectief is de komst van de zogeheten grote taalmodellen op het eerste gezicht zorgwekkend. Het moment lijkt nabij dat je een oortje in kunt doen dat jou alles wat je gesprekspartner zegt laat horen, in diens eigen stem, maar dan vertaald in jouw eigen taal. Zet die ander ook een oortje in, dan kun je gesprekken voeren in alle mogelijke talen. Dan zal op zeker moment de vraag opkomen: waarom zou je als mens nog een taal leren? Wie wil er nog Duitse naamvallen stampen als ChatGPT de woorden moeiteloos verbuigt? Als iedereen permanent een automatische simultaantolk ter beschikking heeft, wie gaat dan nog naar het talenlab?

Contact

Daar zijn natuurlijk wel wat argumenten tegenin te brengen. Het is bijvoorbeeld duidelijk dat mensen, in ieder geval voorlopig, en in ieder geval bij intensief en intiem contact, niet altijd afhankelijk zullen willen zijn van een techniek. Dat die techniek bovendien geld kost en het milieu zodanig belast dat ‘iedereen een oortje’ nog ver weg lijkt.

Volgende