Moorddadige identiteiten

Amin Maalouf is in 1949 geboren in Libanon. Sinds zijn ouders in 1976 vluchtten voor het religieus geweld in hun land woont hij in Frankrijk. Zoals zoveel immigranten kreeg hij vervolgens jarenlang de vraag voorgelegd met welk land hij zich het meest verbonden voelde. Maalouf verklaarde dan altijd zijn liefde voor beide landen als onderdeel van zijn identiteit. 'Identiteit valt niet op te delen, noch in helften, noch in derden, noch in hokjes. Ik heb niet meerdere identiteiten, ik heb er slechts één, opgebouwd uit al die facetten die me hebben gevormd, volgens een unieke dosering die bij iedereen anders is.' Dit schreef hij meer dan twintig jaar geleden aan het begin van zijn boek Moorddadige Identiteiten dat nu opnieuw is uitgebracht in de serie Davidsfonds Essays. Een terechte heruitgave van een nog steeds actueel betoog van een ervaringsdeskundige over de heilloze weg van identiteitspolitiek. Met een hartstochtelijk pleidooi voor diversiteit en humanisme. Maalouf schreef zijn verhaal in de nadagen van de burgeroorlog in Joegoslavië en van de genocide in Ruanda. Hij ziet mensen in reactie op de voortschrijdende mondialisering terugvallen op hun eigen gemeenschap of religie met alle risico's op gewelddadige conflicten. Zoals in zijn geboorteland waar de maatschappij cultureel en institutioneel is opgedeeld in streng van elkaar gescheiden religieuze groepen. Dat 'tribalisme' ziet hij in het westen groeien. En het zet hem aan het denken over de betekenis van identiteit en diversiteit. Identiteit is volgens Maalouf het individuele resultaat van tal van achtergronden, invloeden en groepen waartoe een mens behoort. Waar het mis gaat is als mensen één aspect van de individuele identiteiten in hun gemeenschap als uitgangspunt nemen voor een tribale identiteitspolitiek. Met verwijzing naar de titel van zijn essay zegt Maalouf dat het reduceren van identiteit tot één enkele achtergrond er voor zorgt dat mensen een partijdige, sektarische, intolerante, overheersende, soms suïcidale houding aannemen en hen niet zelden in moordenaars verandert of in volgelingen van moordenaars. Migranten ondervinden al snel de nadelen van de ideologie achter de identiteitspolitiek, schrijft Maalouf uit eigen ervaring: 'Als er maar één achtergrond is die meetelt, als er perse moet worden gekozen, wordt de migrant als het ware gespleten, verscheurd, veroordeeld om ofwel zijn land van herkomst te verraden, ofwel het land waar hij woont, een verraad dat hem onvermijdelijk vol bitterheid, vol woede zal verteren.' Hier ligt de basis voor angst (om afgewezen te worden), woede, frustratie en conflict. Het is allemaal erg herkenbaar wat Maalouf aankaart. Het tragische is dat er sinds hij dit twee decennia geleden opschreef bijzonder weinig van is geleerd, integendeel, de enkele achtergrond is een uitgangspunt geworden van een dominant politiek discours dat mensen verdeelt en tegen elkaar opzet. Het nieuwe komt van elders Eind jaren negentig was Moorddadige identiteiten een waarschuwing. Nu geldt de waarschuwing nog steeds maar met des te meer kracht. We kunnen nu nog beter dan twintig jaar geleden begrijpen wat er gebeurt en waarom dat gebeurt. In plaats van de veelbesproken religieuze grondslag van conflicten tussen het westen en de islamitische wereld wijst Maalouf op eenzijdige moderniseringsprocessen die  zich over de gehele wereld hebben afgespeeld. Het grote verschil tussen het westen en de rest van de wereld is dat die modernisering uit het westen komt, iets van onszelf is, en dat het nieuwe overal elders van buiten komt. Voor iedereen, behalve voor de bevolking in het westen, Europa en de VS, heeft modernisering altijd betekend dat mensen een deel van zichzelf moesten opgeven, vrijwillig, maar ook vaak gedwongen. Dat is vaak gepaard gegaan met een gevoel van vernedering en verloochening - met een identiteitscrisis als gevolg. Als mondialisering ervaren wordt als eenzijdige 'amerikanisering' roept dat verzet op. Als steeds meer onderlinge verschillen wegvallen gaan we met des te meer fanatisme de bestaande verschillen verdedigen. Sociale verandering Verdedigt Maalouf hiermee het conservatisme, de hang naar lokale tradities, in niet-westerse landen? Mij lijkt het vooral van belang dat hij wijst op kenmerken van sociale processen die we overal tegenkomen in een veranderende omgeving. De acceptatie van het nieuwe daalt naarmate gevoelens van 'capitulatie en zelfnegatie', al dan niet met opzet aangewakkerd, gaan domineren. Iets dergelijks zagen we in het boek Falend Licht van Krastev en Holmes over de populariteit van illiberale leiders in Oost-Europa. Het is, om nog dichter bij huis te komen, een voedingsbodem voor vreemdelingenhaat en nationalisme. Wat Maalouf ons leert, en dat geldt anno 2021 nog steeds, is dat je dit soort processen niet kunt negeren zonder conflicten op te roepen - in extremo gewelddadig terrorisme. En dat is wel wat er is gebeurd, helaas, sinds hij zijn boek schreef. In Frankrijk, in andere Europese landen, in de Verenigde Staten. Het is daarom jammer dat Moorddadige identiteiten, dat je ook kunt zien als reflectie op het einde van de Koude Oorlog, zoveel minder belangstelling heeft gekregen dan Fukuyama's Het einde van de geschiedenis en de laatste mens en Huntingdons's Botsende beschavingen. Wederkerigheid Wat stelt Amin Maalouf tegenover de botsende beschavingen? Tegenover zijn constatering dat elke gemeenschap die in een verandering 'de hand van de vreemdeling ziet' de neiging heeft om afstand te houden zet hij het principe van wederkerigheid. Wederzijdse erkenning en onderling respect zijn de sleutels voor een vreedzame omgang tussen mensen met verschillende identiteiten. 'Het zou voor iedereen mogelijk moeten zijn om met opgeheven hoofd, zonder angst of wrok aanspraak op zijn achtergronden te maken'. Hegemonie voedt wrok en verleidt degenen die zich niet erkend voelen om weg te kruipen in de slachtofferrol. Zonder aan universele waarden te willen tornen pleit Maalouf voor een wederzijdse erkenning van diversiteit als uitgangspunt voor een vreedzame samenleving. Ieder van ons zou moeten worden aangemoedigd zijn eigen diversiteit te accepteren, zijn identiteit te zien als de som van zijn verschillende achtergronden, in plaats van haar te verwarren met één enkele achtergrond die is verworden tot een soort opperwezen en een middel om andere uite te sluiten, en om soms oorlog mee te voeren. Taal Nee, Maalouf heeft geen concrete adviezen die we onmiddellijk praktisch kunnen toepassen om identiteitsgebonden conflicten in te dammen. Vanuit zijn Libanese achtergrond ('een voorbeeld hoe het niet moet') reflecteert hij in algemene zin op de grote trends van de huidige tijd. Voor een beter begrip daarvan zijn deze zeer vlot leesbare beschouwingen absoluut de moeite waard, ook na twintig jaar. Eén wat meer concreet advies wil  ik tot slot nog wel noemen. Meer dan religie is volgens Maalouf taal identiteitsbepalend. Iemand die veertig jaar in Israël zou wonen zonder een voet in de synagoge te zetten, zou zichzelf daarmee niet meteen naar de marge van de samenleving verbannen; je kunt niet hetzelfde zeggen van iemand die er veertig jaar zou wonen zonder Hebreeuws te willen leren. En terwijl godsdienst exclusief wil zijn is taal dat niet. Je kunt naast Hebreeuws Arabisch en andere talen spreken, maar tegelijk meerdere godsdiensten aanhangen is voor afzonderlijke religieuze gemeenschappen niet aanvaardbaar. Het veiligstellen van linguïstische diversiteit verdient volgens Maalouf daarom meer aandacht. Hij pleit gegeven de onvermijdelijke opmars van het Engels voor drie talen: de identiteitverschaffende taal, Engels en een tweede vreemde taal. [boeklink]9789002269332[/boeklink]

Foto: plaisanter~ (cc)

Kunst op Zondag | Alfabet

Zo nu en dan loop je in de publieke ruimte ineens tegen een enkele letter aan.

Marc Ruygrok – B
Erik Wannee, <a href="https://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0/deed.en">CC0</a>, via Wikimedia Commons

De letters van Marc Ruygrok staan verspreid over het land. Een A in Almelo, een E in Eindhoven. Zouden die letters de 23 lotgenoten niet missen?

Hier een poging de groep bij elkaar te krijgen. Het is bij een samenvatting gebleven.
Marinus BoezemVan A tot Z, 2005.
cc commons.wikimedia.org AZ Oude Groenmarkt Haarlem

De enkele letter, zelfs als een groots individuele expressie, is niet meer dan een abstractie.
Al HeldAlphabet Paintings, 1961 – 1967.

Een letter, ja zelfs het alfabet, krijgt alleen betekenis als het tot woorden wordt gesmeed. Dat geldt voor elk alfabet. Of het nu het Latijnse, Griekse, Cyrillische, Hebreeuwse, Japanse, Arabische, Chinese of Hindi alfabet is.

Wij zijn alfabet, wij zijn woorden. Een ode aan de ‘linguïstische diversiteit’ die de mensheid gemeenschappelijk heeft: acht verschillende alfabetten in één mens.

Jaume PlensaWe, 2008.
Flickr Ross We by Jaume Plensa CC BY-NC-ND 2.0

In één beeld acht alfabetten vatten is al heel wat. Hoeveel er in de wereld precies zijn, daar verschillen de meningen over, maar meer dan 300, dat is zo goed als zeker. Niet te verwarren met de hoeveelheid gesproken talen (7.139).

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Bestel je boeken bij Bazarow

Bazarow is een verkopende boekensite, waar je ook recensies, nieuws, een agenda en een digitaal magazine kan vinden. Nog niet alles is af, maar veel boeken zijn al te vinden en er komt de komende maanden steeds meer bij.

Het doel van Bazarow is om een site te vormen die evenveel gemak biedt als de online giganten maar die wél teruggeeft aan de boekensector. Tegen roofkapitalisme, en voor teruggeefkapitalisme, bijvoorbeeld door te zorgen dat een flink deel van de opbrengst terug naar de sector gaat en door boekhandels te steunen.

Foto: restroom (bewerkt) via Pixabay

Weg met hij, leve zij

COLUMN - In de discussie over persoonlijk voornaamwoorden zijn er twee partijen: de een vindt dat alles bij het oude moet blijven, er zijn twee persoonlijk voornaamwoorden voor de derde persoon enkelvoud, hij en zij en dat moet altijd zo blijven. De andere groep vindt dat de verzameling voornaamwoorden moet worden uitgebreid met bijvoorbeeld hen of die, om niet-binaire mensen mee aan te duiden. De afgelopen weken kon je verschillende mensen in de media horen hannesen omdat de media-persoonlijkheid Raven van Dorst zich had geout als non-binair, en mensen nu dus over hen moesten spreken.

Maar dat schiet allemaal natuurlijk niet op. Ik snap eigenlijk niet waarom er geen mensen zijn die pleiten voor niet drie persoonlijk voornaamwoorden, niet twee, maar slechts één. Een aantal progressieve media heeft de afgelopen tijd aangekondigd het aantal pronomina uit te breiden, terwijl het veel meer voor de hand zou liggen de verzameling juist in te krimpen.

Verplicht

Het is een van de absurditeiten van de Nederlandse taal dat je als je over iemand praat voortdurend het geslacht van die persoon moet noemen. Je hebt het over Anne de Vries, en omdat je in je tekst niet voortdurend Anne of De Vries wil zeggen, grijp je af en toe terug op een voornaamwoord. Maar waarom moet dat dan altijd hij of zij zijn? In welke context je het ook over Anne hebt – eigenaar van een doodgereden hond, winnaar van een puzzelwedstrijd, pleger van een terroristische aanslag –, altijd moet je als spreker weten wat Annes gender is. Ieder ander aspect van iemands identiteit – waar die is geboren, hoe oud die is, of die op mannen of vrouwen valt – kun je onbenoemd laten als je het niet relevant acht, maar geslacht moet.

Foto: Eric Heupel (cc)

Kwetsende bijvoeglijk naamwoorden

COLUMN - Omslag brochure Waarden voor een nieuwe taal

Een van de eigenaardige aspecten van de taalzuiveringsvoorstellen in de brochure Waarden voor een nieuwe taal is de grote aandacht die erin wordt besteed aan het verschil tussen zelfstandig en bijvoeglijk naamwoorden, zonder dat de schrijver de moeite heeft genomen uit te zoeken hoe die termen op school ook weer werden uitgelegd.

De ondertitel van de brochure is Een veilige, inclusieve en toegankelijke taal voor iedereen in de kunst- en cultuursector. Hij is dan ook een goed, helder en uitgewerkt voorbeeld van wat mensen die voor ‘veiligheid’ en ‘inclusiviteit’ staan willen van de taal. Voor de duidelijkheid: dat streven roept bij mij niet meteen weerstand op. Ik wil best wit zeggen in plaats van blank, al ben ik ook weer niet geneigd om er bij anderen op aan te dringen om datzelfde te doen.

Maar het gehannes met die naamwoorden is verbazingwekkend. Kun je je als je over taal schrijft niet een klein beetje verdiepen? Laten we zeggen op het niveau waarop de stof in de basisschool wordt uitgelegd.

De brochure is niet de enige die een obsessie heeft voor de naamwoorden. De auteur verwijst naar een artikel dat vol vuur betoogt dat gehandicapte geen zelfstandig maar een bijvoeglijk naamwoord is, en dat je dus niet moet zeggen dat iemand een gehandicapte is, maar dat die gehandicapt is, of een gehandicapte persoon, zoals hij ook aansluit bij de vraag om niet te spreken over slaven maar de (genominaliseerde) vorm tot slaaf gemaakten te gebruiken. In dat artikel klopt het terminologisch dan nog.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Eric Heupel (cc)

Het probleem van de moedertaalspreker

De Amsterdamse politicoloog Dawid Walentek deed gisteren op Twitter een schokkende mededeling: Radio 1 had hem willen spreken om zijn deskundigheid, maar hem uiteindelijk afgebeld om zijn accent. Dat zou “te veel afleiden van de inhoud”.

Schokkend, maar niet nieuw. De Nederlandse publieke omroep straalt sowieso een groot verlangen uit naar uniformiteit. Iedereen moet liefst klinken alsof hij of zij 43 is, en geboren in Amersfoort. De rest leidt maar af van “de inhoud”.

Het blijft ook niet beperkt tot de radio. Nederlanders beschouwen het Nederlands als hun eigendom, als iets waar anderen vanaf moeten blijven. Met die anderen praten wij wel Engels, laten ze met hun tengels van ons idioom afblijven.

Stomverbaasd

De Britse neerlandicus Christopher Joby geeft er saillante voorbeelden van in een artikel dat onlangs verscheen in Internationale Neerlandistiek. Joby is een van de beste sprekers van het Nederlands die ik ken, iemand die de taal door en door kent, van binnen en van buiten – zowel het hedendaagse Nederlands als het zeventiende eeuws. Het zou me niet verbazen als hij moeiteloos met Constantijn Huygens zou kunnen converseren zonder dat die merkte dat er iets vreemds aan de hand was.

Foto: Eric Heupel (cc)

Terug naar de grottekening

Thomas Mann - De Toverberg

Je mag van mij van alles en nog wat ter discussie stellen, maar niet de waarde van het lezen. Wie zegt dat ‘de jeugd nu eenmaal is opgegroeid met het internet’ en dat het dus heel begrijpelijk is dat ‘ze’ niet meer lezen, of dat ‘we er maar aan moeten wennen dat hetgeen wij als belangrijk beschouwen’ tegenwoordig ‘nu eenmaal niet meer zo belangrijk is’, of dat ‘we duizenden jaren geleden ook niet met boeken met elkaar communiceerden, maar met grottekeningen’, zo iemand drijft me tot razernij.

De barbaren!

Ik was onlangs op een Teams-bijeenkomst over de toekomst van het lezen waar sommigen onbekommerd zulke dingen beweerden. Of hardop vroegen wat nu het unique selling point was van het boek, waarom het allemaal niet ook in YouTube-filmpjes kon. Veel handleidingen konden toch ook tegenwoordig de prullenbak in omdat video’s het allemaal zo veel helderder uitlegden? Als kinderen nu niet wilden lezen waarom moesten we ze dat dan opdringen, was dat niet vreselijk elitair van ons?

Het is niet waar. Het is zo evident niet waar dat ik niet eens wist hoe te reageren.

Het probleem was, geloof ik, dat deze mensen twee soorten lezen erkenden: het lezen van technische informatie, en het lezen ‘voor de lol’. Die technische informatie kan dus misschien soms – als het eenvoudige, korte informatie is – ook op een andere manier worden overgedragen dan in geschrifte. Voor de lol hebben we tegenwoordig naast De Zauberberg ook Netflix, dat is zo ongeveer de redenering.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Foto: © NOS schermafbeelding persconferentie 12 maart 2020

Waarom Rutte de natiestaat als lichaam presenteert

ESSAY - door Levi van Veurs (Redacteur Kosmos Uitgevers)

“Nederland is nu een patiënt. En die patiënt moet behandeld worden,” zei premier Rutte afgelopen 12 maart tijdens een persconferentie over de maatregelen tegen het coronavirus. Rutte haakt daarmee in op een metafoor die in ons cultureel geheugen gegrift staat en ons denken beïnvloedt, namelijk: de figuurlijke relatie tussen natiestaat en lichaam.

Deze metafoor baant een weg voor politieke besluiten. Hoe dient ze Ruttes agenda?

Als je het ene zegt, maar het andere bedoelt

Als je ooit Il Postino (1995) over Pablo Neruda hebt gezien, kun je je waarschijnlijk het glunderende gezicht van Massimo herinneren als bij hem het kwartje valt na Neruda’s uitleg van het begrip ‘metafoor’: “Een metafoor, dat is als je het ene zegt, maar het andere bedoelt.”

Een talig trucje dus. Leuk voor een dichter, maar geen directe aanduiding van de dingen zelf. Waarom zegt Rutte niet gewoon waar het op staat?

Neruda’s uitleg impliceert dat er bij het gebruik van een metafoor een beweging van het figuurlijke naar het letterlijke gemaakt moet worden om de betekenis te snappen. Maar is het wel zo dat we, als we het gordijn van de metafoor opzij trekken, de naakte waarheid aantreffen? Hoewel metaforisch taalgebruik door de eeuwen heen door verschillende denkers als ‘leugen’ werd bestempeld, zijn er ook filosofen die beweren dat metaforen juist constructief zijn voor ons denken.

Foto: Amaury Henderick (cc)

De sturende kracht van taal

RECENSIE - Veranderingen in het taalgebruik in de context van maatschappelijke ontwikkelingen

Veranderingen in het taalgebruik staan nooit op zichzelf. De populariteit van nieuwe woorden en uitdrukkingen komt niet uit de lucht vallen maar groeit in de context van maatschappelijke en culturele ontwikkelingen. En vervolgens hebben veranderingen in het taalgebruik ook weer invloed op het gedrag van mensen en de inrichting van hun instituties.

Taal stuurt onze blik op de werkelijkheid, waarna onvermijdelijk een verdere vormgeving van de werkelijkheid volgt. Als je kruiden in bloemperkjes onkruid noemt ga je wieden; als je een bos als een bron van economische winst beschouwt ga je kappen.

Dit schrijft de psycholoog Paul Verhaeghe in de inleiding op een bundel opstellen over taal onder de titel Taalkracht; andere woorden, andere werelden onder redactie van Christien Brinkgreve, Eric Koenen en Sanne Bloemink. De auteurs zijn lid van een door de socioloog Brinkgreve opgericht gezelschap dat eerder het boek Weten is meer dan meten schreef vanuit de kritiek op de dominantie van het ‘regime van maat en getal’. Dit nieuwe boek over taal is ontstaan uit een conferentie waarop de leden, elk vanuit het eigen vakgebied, vertelden over de betekenis van taal en veranderingen in de taal in hun omgeving.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: cc commons.wikimedia.com CassetteTypes1

Een zwarte bladzijde in de forensische neerlandistiek

COLUMN - Het nieuwe boek Vrienden van Tim Krabbé gaat over zijn relatie met Ferdi E., de moordenaar van Gerrit-Jan Heijn, maar omdat het boek 800 pagina’s telt gaat het ook heel even over neerlandici:

En natuurlijk moet ik denken aan die daderanalyse, gemaakt door echte wetenschappers (psychiaters, psychologen, neerlandici) die op een bende van vier of vijf wees (ze hadden het immers over ‘wij’ in die brieven) waarbij, ‘gezien het veelvuldig gebruik van verkleinwoordjes’, ook een vrouw moet zijn.

Het is inderdaad allemaal genant, wat onze collega’s dertig jaar geleden te berde brachten.

Nog even los van de vraag of je uit het ‘veelvuldig gebruik van verkleinwoordjes’ inderdaad kunt afleiden dat er een vrouw aan het woord is, laat Krabbé zien dat er in alle door de ‘neerlandici’ geanalyseerde brieven maar één echt verkleinwoord voorkwam: groepje. De andere verkleinwoorden zijn eigenlijk niet te voorkomen: zo kun je nu eenmaal alleen tussen haakjes zeggen, of cassettebandjes. En dat natuurlijk los van de vraag of het wel klopt, dat verkleinwoordjes vooral door vrouwen worden gebruikt.

Indonesisch

Alle geleerdheid leidde dus tot de conclusie dat het om een groep mensen moest gaan, omdat er in de brieven immers sprake was van wij, of dat de tekst vermoedelijk geschreven was door iemand met een mavo-opleiding die probeerde de taal van hoger opgeleiden te imiteren, omdat er dingen in stonden als ‘datum poststempel’. (Ferdi E. was vliegtuigbouwkundig ingenieur.)

Foto: Mike Licht (cc)

Taal krijgt zijn autoriteit van buiten

COLUMN - Het komt slechts zijdelings aan de orde in het artikel dat de Australische taalkundige Ingrid Piller schreef voor het Journal of Sociolinguistics: het failliet van de gedachte dat je met taal je autoriteit kunt opbouwen. Het is een oud idee, dat ten grondslag ligt aan de klassieke retorica én aan veel latere analyses. Maar het stort volledig in elkaar wanneer we het succes bezien van de Amerikaanse president Donald J. Trump.

Er zijn wel mensen die proberen allerlei standaard retorische technieken toe te passen op zijn taalgebruik om daar dan zijn overtuigingskracht op zijn publiek mee te verklaren, maar mij heeft dat nooit overtuigd.

Vlak na zijn verkiezing schreef ik dat al over de framing-theorie: die zegt dat mensen de waarheid in een bepaald licht plaatsen wanneer ze iets zeggen.

Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat VVD-politicus Klaas Dijkhoff door gebruik te maken van de wachtgeldregeling een grote graai doet uit de staatsruif of dat hij gebruik maakt van uitgesteld salaris. Dat zijn allebei feitelijk correcte beschrijvingen, maar ze hebben verschillende implicaties.

Maar bij Trump gaat dat allemaal niet op, want in zijn communicatie lijkt de eeuwige zoektocht naar de waarheid verlaten. Als hij Dijkhoff was zou hij bijvoorbeeld eerst zeggen dat hij inderdaad dat geld ontving, en het de volgende dag ontkennen, vervolgens roepen dat Lodewijk Asscher schandalig veel wachtgeld ontvangt, en dan weer dat Asscher een loser is omdat hij het wachtgeld niet durft aan te nemen. En dit alles zonder zelfs maar de suggestie te wekken dat je zelf weet dat dit alles niet tegelijkertijd waar kan zijn.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Volgende