Het terechte offer van Fred de Graaf
ANALYSE - Volgens de wetten van het politieke drama gaat eerst alle aandacht naar de krachten die tegen iemand samenspannen. Als er niets gebeurt, loopt het verhaal weer leeg. Als een aanval wel lukt, kantelt het momentum naar inkeer en zuivering. Vrienden van het slachtoffer nemen over: was dit nodig? Anderen wijzen op de politieke motieven van de aanvallers, op hun hypocrisie tegenover de verdiensten van het slachtoffer en de noodzaak te besturen. In goed politiek drama ontstaat dan discussie over wie precies de held is: Caesar of Brutus? Uiteindelijk oordeelt het publiek daarover – al dan niet aangevoerd door een koor van commentatoren.
Fred de Graaf bleek niet te begrijpen dat het publiek het laatste oordeel toekomt. Het was althans een weinig overtuigende en grotesk uitgevoerde verdediging om met vijf messen in de rug uitvoerig te gaan illustreren welk een omvangrijke veiligheidsoperatie door zijn hand in goede banen was geleid. Dat zal hem als voormalige burgemeester van Apeldoorn ongetwijfeld goed hebben gedaan, maar het was niet de discussie. Die ging over de vraag of hij procedures gepolitiseerd had.
De Graafs verweer op dat punt was zo mogelijk nog tragischer en fataler. Nadat hij eerst had betoogd dat de Volkskrant in de door hemzelf geautoriseerde tekst een verkeerd beeld had gecreëerd, werd het dinsdag een kwestie van vuige streken vanuit de Tweede Kamer, gericht op zijn onafhankelijkheid. Het ging echter niet om zijn onafhankelijkheid en het gaat ook niet om de Tweede Kamer. Wat De Graaf zich in zijn rol als Voorzitter van de Verenigde Vergadering meende te mogen permitteren in de richting van eedweigeraars in de Tweede Kamer, krijgt hij onverkort op het eigen bordje. Iets met een koekje en eigen deeg. De Graaf had dinsdag dus òf moeten zwijgen om de feiten zelf te laten spreken, òf voluit moeten gaan met een betoog dat het hoe dan ook een opluchting was dat Wilders niet naast de Koning door het beeld was komen banjeren. In ieder geval niet meer betwisten dat hij moest vertrekken. De handelingen van het drama zijn al voorbij. Met het treurige betoog dat hij nu afstak, irriteert De Graaf het publiek dat over zijn val zal oordelen. De directeur van AnsaldoBreda begrijpt beter hoe het werkt. Hij maakte, eveneens afgelopen dinsdag, zijn rol volledig waar door de kwaliteit van een trein waarvan af en toe een deur loslaat te verdedigen.




En dat is meteen het grote probleem voor premier Rutte, want qua opkomst is hierdoor veel onzeker. Hij wil dat zijn VVD, coalitiepartner CDA en gedoogpartner PVV met elkaar een meerderheid behalen in de Eerste Kamer. Zo belangrijk is dat voor de stabiliteit van zijn minderheidskabinet dat Rutte in een interview in een tijdschrift de kiezer opriep om op één van de coalitiepartijen te stemmen. (De PVV wordt op dit blog gewoon als een stille coalitiepartij omschreven, zoals een stille vennoot.) Maar hij heeft een probleem: de VVD, het CDA en de PVV zijn concurrenten van elkaar. Net als op links, is op rechts het waterbed-syndroom van toepassing: als je op het midden van een waterbed met je vinger drukt, vloeit het water alle kanten uit.
