Wie gaat Senaat voorzitten?

ANALYSE - Zo vlak voor het reces is er nog een laatste ronde in het mooie gezelschapsspel ‘wie wordt het’. Wie zal straks de voorzittershamer overnemen van Fred de Graaf?Er zijn een aantal spelregels: een geslaagde gooi naar de stoel is namelijk een gelukkige samenloop van omstandigheden.

Allereerst moet je het zelf willen. Dat is lang niet altijd het geval, omdat het wel een voltijdsbaan is. Een succesvolle hoogleraar internationaal recht, zoals prof. Schrijver, staat anders tegen het idee vijf dagen per week op het Binnenhof te bivakkeren, dan iemand die toch nog wachtgeld zit te toucheren, zoals Guusje Ter Horst. Hier speelt ook een risico: het prof. Akkermans-effect. Wie te graag wil, schakelt zichzelf daarmee uit. Waar dat precies aan ligt, en of het terecht is, doet hier niet ter zake. Het werkt simpelweg zo. Om die reden loopt Van der Linden gevaar. Het is publiek geheim dat zijn vertrek als Senaatsvoorzitter maar half vrijwillig was. Waarom precies, en of dat terecht is, doet hier niet ter zake. Het was simpelweg gewoon zo. Een dergelijk enthousiasme voor de functie is gevaarlijk. Gelukkig heeft hij zijn eigen vertrek destijds dichtgesmeerd met een verhaal over zijn hoge leeftijd. Daar kan Van der Linden ook vrij moeilijk van terug komen.

In de tweede plaats moet je fractie groot genoeg zijn om je te missen. Daar sneuvelt mr. Holdijk. Hoewel het een volkomen terechte kroon op zijn lange parlementaire carrière zou zijn, is het toch lastig als het staatkundig gereformeerde geluid zich volledig moet hullen in de neutraliteit van het voorzitterschap. Iets minder extreem geldt dit ook voor de overige marginalen, zoals de ChristenUnie, de Dierenclub en de verzamelde Bejaardenbelangen. D66 en GroenLinks zitten op de wip – wat dit betreft. Heel groot zijn die fracties niet. Maar of D66 niet nu al zonder Thom de Graaf kan, is zeer de vraag. Waarom, en of dat terecht is, doet hier niet ter zake. Het zijn fracties die een mannetje kunnen missen.

In de derde plaats moet jouw partij de voorzitter mogen leveren. Dit klinkt altijd slecht en cynisch: jobs for the boys. Toch is het ook een belangrijke manier om de boel bij elkaar te houden. Ook in tijden waarin een grote partij niet regeert, zit hij elders met zijn vingers in het landsbestuur. Daarmee is een zekere coalitiefähigkeit een voorwaarde geworden. PVV en SP sneuvelen hier. Bij de SP is ook niet goed te bedenken wie het zou moeten doen. Tiny Kox is een fenomenaal politicus, en zou het wel kunnen. Maar de vraag is of hij wel wil, en bovendien komt de internationale representatie van het instituut in gevaar met hem aan het roer. Waarom, en of dat terecht is, doet hier niet ter zake.

Een partij moet niet alleen in aanmerking komen, hij moet ook al niet te veel hebben. Hier loopt de kandidatuur van Dupuis ernstige schade op. Zij wilde destijds al, maar werd toen van de weg gereden door De Graaf. Inmiddels zijn de kansen voor een voorzitterschap van liberale huize enigszins gekeerd. Het torentje en de Tweede Kamer zijn ook al in handen van de VVD. En het aanvoeren van de Hoge Colleges van Staat moet ook weer geen Dixielandbandje worden. Eenzelfde nadeel ondervindt het CDA. Dat heeft immers, net voor de race to the bottom definitief werd ingezet, nog snel Donner op de stoel van vice-voorzitterschap van de Raad van State geparkeerd. En die zit daar nog wel even. De PvdA staat wat dit element betreft in het krijt. Dijsselbloem voert de Eurolanden aan – maar daarna heb je het dan wel zo’n beetje gehad. De vraag wordt of de PvdA bereid is het voorzitterschap in te ruilen voor enige bereidwilligheid van gedogende aard van de Christendemocraten.

In de vijfde plaats speelt nog een laatste factor: wordt het je ‘gegund’. Hier komen karakter en ervaring om de hoek kijken. Wie is in staat om boven de partijen de sympathie te wekken. Dan valt een stevig aantal Senatoren af. Maar één kwieke oude baas lijkt heel wat sympathie aan te trekken: Hans Franken.

Dat zou mijn gok zijn.

  1. 2

    “Het is publiek geheim dat zijn vertrek als Senaatsvoorzitter maar half vrijwillig was. Waarom precies, en of dat terecht is, doet hier niet ter zake.”

    Van zo’n zin geloof ik dus helemaal niets. Mij lijkt het verdomde belangrijk waarom zijn vertrek min of meer gedwongen was en hoe terecht dat was, als het gaat om zijn kansen op een nieuwe verkiezing. Ik vermoed eerder dat de auteur van dit stuk niet wil zeggen waarom dat vertrek gedwongen was en of het terecht was.

    Overigens komt dat zinnetje “Waar(om) … niet ter zake” net iets te vaak voor in dit stukje, temeer omdat ik vermoed dat het elke keer niet (helemaal) waar is.