Worstelen met het communistische verleden
RECENSIE - Het was een internationale televisie-hype, een aantal jaren geleden: de verkiezing van de grootste vaderlander. Er werden informatieve filmpjes vertoond, panels bediscussieerden de kandidaten, deskundigen hielden gloedvolle pleidooien voor deze of gene stichter schilder of wetenschapper, en daarna mocht het volk zijn stem uitbrengen. In Nederland dreigde Pim Fortuyn deze wedstrijd te gaan winnen, maar dat kon worden voorkomen.
In Rusland, waar staats-tv-zender Rossia de wedstrijd organiseerde (getiteld ‘De naam van Rusland’), ging de eindstrijd tussen de laatste tsaar Nicolaas II, en de communistische dictator Jozef Stalin. Op dat moment werd er van hogerhand ingegrepen. De uitslag moest gecorrigeerd, zo werd medegedeeld, en plots bleek de middeleeuwse vorst Alexander Nevski de grootste Rus aller tijden. Nevski, die 800 jaar geleden de Duitsers en de Zweden had verslagen en geldt als een van de stichters van Rusland. Op de tweede plaats kwam de minister/hervormer Pjotr Stolypin (1862-1911), op de derde plaats Jozef Stalin en daaronder tsaar Nicolaas.
Een diep verdeeld land
Die dreigende uitslag, de ingreep en de gecorrigeerde ‘uitkomst’ typeren de manier waarop de Russen en de Russische overheid (en Poetin) met de Russische geschiedenis omgaan. Het land is diep verdeeld over de vraag of de Revolutie van 1917, en de daaropvolgende communistische staatsgreep, nu de redding van Rusland vormden, of juist een enorme een ramp. De redding van tsaristisch absolutisme en het begin van een nieuwe tijd, of juist de start van vier gruwelijke decennia onder Lenin en Stalin. Was Nicolaas II een despoot of een slachtoffer? Was Stalin de redder van Rusland, of een monster? De meningen zijn scherp verdeeld. Pakweg 40% beschouwt Stalin als redder, 40% als ramp; de rest laveert daartussendoor. Andere leiders scoren vergelijkbare cijfers.