De man verzamelde pennen. Hij had er al meer dan honderdduizend. Zijn vader was ermee begonnen. En hij was ermee door gegaan. Valerio gaf hem vier pennen, die hij allemaal nog niet had. De belangrijkste pen was een pen in de vorm van een bloem met roze blaadjes. Ik herkende de pen. Dit was dezelfde pen waarmee Remco Campert de standen en uitslagen van de Scrabble-wedstrijdjes noteert die hij met zijn geliefde speelt.
Ik schatte de man iets jonger dan Remco Campert. ‘U woont eigenlijk in een etuit’, zei Valerio. ‘Ja, zo zou je het kunnen zeggen’, zei de man. Waar je ook keek, hingen pennen. Aan de muur en aan het plafond. In elke kamer en elke gang. Overal pennen. En al die pennen kregen ook nog een plekje in de digitale database. Op een oud computertje beschreef en nummerde de man elke pen. Alle meer dan honderdduizend.