Bestuurswetenschap in wereld zonder waarheid

Bevlogen wetenschappers zijn meer dan ooit nodig om het Schip van Staat op koers te houden, zegt Willem Trommel bij zijn afscheid als hoogleraar Bestuurskunde aan de VU. Hij roept op tot activisme (dit artikel is een door Jan van Dam ingekorte versie van de rede waarmee VU-hoogleraar Beleid en Bestuur Willem Trommel op 2 april 2026 afscheid nam). Vandaag pak ik mijn biezen, maar niet omdat ik denk dat de rol van mijn vak is uitgespeeld, integendeel. Juist nu de democratische besluitvorming wordt geteisterd door stelselmatige misleiding en desinformatie, moet de bestuurswetenschappelijke missie nieuwe glans krijgen. Kan dat? Hoe dan? Dat zijn de vragen die ik in mijn afscheidsrede ga bespreken.[1] Zwaar weer Voordat ik hierop inga, lijkt het me nuttig een korte aanloop te nemen. Hoe is het eigenlijk gesteld met de actuele wereld van politiek, beleid en bestuur? Niet best, hoor ik u meedenken, de lijst hoofdpijndossiers wil maar niet krimpen. Wooncrisis, klimaatverandering, stikstof, energietransitie, zorgkosten, immigratie en zo nog meer. Maar wat als de gemeenschap verkruimelt, uit elkaar valt, geen gemeenschapszin meer ervaart? Het Schip van Staat, een begrip ontleend aan Plato, verkeert in zwaar weer. In een liberale democratie is het de gemeenschap die het politieke gezag voert. Maar wat als de gemeenschap verkruimelt, uit elkaar valt, geen gemeenschapszin meer ervaart? Dan moeten we sturen zonder een wij, een moeizame zo niet onmogelijke exercitie. Een tweede probleem is dat het Schip van Staat haar bestemming uit het oog is verloren. Hadden we ooit de grote vergezichten - socialisme, liberalisme en christendemocratie - momenteel is sprake van een ideologisch tekort. Waar we heen gaan, we weten het niet meer. De staat werd de afgelopen decennia een bedrijf, met doelmatigheid als hoogste goed. Dit neoliberalisme is moreel leeg, en vastgelopen. Wat resteert, zijn gemankeerde ideologieën. Solidariteit? Jawel, maar uitsluitend met het eigen volk. Liberale vrijheden? Jawel, maar vooral voor hen die zich kunnen verschansen in Fort Europa. Als de kapitein in een identiteitscrisis verkeert, en de bestemming in nevelen is gehuld, dan is het de vraag of het nog wel zin heeft om over een vaarplan, van oudsher het domein van de bestuurswetenschap, nog na te denken. Voorbij de waarheid Als de politiek verzaakt en geen richting geeft, ontstaan initiatieven om tastend en zoekend pragmatische antwoorden te vinden op maatschappelijke problemen. Zo gek is het dus niet om toch met vaarplannen bezig te zijn. Waar de politieke gemeenschap de weg kwijt is geraakt, kunnen kennis en inzicht immers richting geven. We worden echter steeds vaker geconfronteerd met leiders die misleiden Maar dan stuiten we tegenwoordig op het probleem dat feiten speelbal zijn geworden van leugen en bedrog. Experts kunnen nog zo hun best doen het klimaatprobleem te doorgronden, maar wat als het probleem simpelweg wordt ontkend? Dan wordt een vaarplan potsierlijk en verliest het Schip van Staat haar laatste baken. Als kinderen van de Verlichting hebben we geleerd ons oordeel over de wereld te ontlenen aan zorgvuldige waarneming en redelijk nadenken. We worden echter steeds vaker geconfronteerd met leiders die misleiden. Met influencers die sprookjes vertellen, en systemen die leugens fabriceren, verspreiden en verwerkelijken. Daardoor zijn er drie maatschappelijke dimensies ontstaan in het denken over waarheid. Allereerst is er de zwendelsamenleving, dan is er de sceptische samenleving en tenslotte is er de redeloze samenleving. Afzonderlijk en in onderlinge samenhang bedreigen deze vormen van post-truth de mogelijkheid van rationeel democratisch bestuur. Zwendelsamenleving Zwendel is van alle tijden, maar er is iets nieuws aan de hand. Er is een technologie beschikbaar gekomen die vrij eenvoudig de suggestie van waarheid en waarachtigheid kan genereren. Of het nu gaat om een nieuwsbericht, een kunstuiting, een wetenschappelijk onderzoek of een foto, de echtheid ervan is in de zwendelsamenleving niet meer zeker. Technologie maakt het mogelijk, (hyper)kapitalisme is de belangrijke aanjager. Met misleiding valt grof geld te verdienen. Het sjoemelen zit goed verstopt. Sensationele fake berichten lokken je naar sites waar influencers klaar staan om het geld uit je zakken te kloppen. Politieke macht is een andere prominente aanjager. Het loont om met leugens het opinieklimaat te beïnvloeden, te interveniëren in buitenlandse verkiezingen, of eenvoudigweg voor maatschappelijke verwarring en ophef te zorgen. Achterdocht begint de norm te worden in het sociale verkeer Zwendel heeft via algoritmische verspreiding en vermenigvuldiging een enorme vlucht genomen en is inmiddels gemeengoed geworden. Een eerste consequentie lijkt te zijn dat we ons vermogen verliezen het eens te worden over de aard van de sociale werkelijkheid. In termen van Habermas’ democratietheorie betekent dit dat de publieke sfeer verdampt, en daarmee de open en eerlijke uitwisseling van argumenten. Een tweede ingrijpend gevolg is de opbloei van wat we een low trust society plegen te noemen. Empathie en wederzijds vertrouwen maken plaats voor een argwanend mens- en wereldbeeld. Achterdocht begint de norm te worden in het sociale verkeer. Gestaag groeit zo een cultuur waarin onoprechtheid eerder regel dan uitzondering is. Als Donald Trump zijn zoveelste aperte leugen opdist, lijkt zijn aanhang niet geschokt of beschaamd, maar eerder verheugd over zoveel moed. De zwendel is de schaamte voorbij en wordt langzaamaan gewoon. Sceptische samenleving In de zwendelsamenleving delen bedriegers en bedrogenen min of meer dezelfde opvatting van waarheid, die in de wetenschapsfilosofie wel wordt aangeduid als de correspondentieleer. Een uitspraak is waar wanneer deze correspondeert met een waargenomen toestand in de werkelijkheid. We zien echter een groeiende scepsis over gevestigde waarheden. We geloven nog wel in waarheid, maar verstaan daar niet perse hetzelfde onder en wantrouwen de gangbare institutionele bronnen van ware kennis. Welbeschouwd gaat die achterdocht terug op een serieuze traditie in de sociale wetenschappen, die van de kritische theorie. Meer dan vijftig jaar geleden legden Herbert Marcuse, Max Horkheimer en Jürgen Habermas uit dat uitspraken over de sociale werkelijkheid niet zelden halve waarheden bevatten. Gehalveerde rationaliteit noemden zij dat. Het scepticisme bevindt zich nu vooral aan de rechterkant van het politieke spectrum De kritische school relateerde de productie van sociale feiten aan de kapitalistische inrichting van de samenleving en werd destijds een belangrijke inspiratiebron voor de linkse goegemeente. De verbeelding moest aan de macht komen. Immers, als de maatschappelijke werkelijkheid een product was van macht, dan zouden er ook andere werkelijkheden kunnen bestaan, andere waarheden. Het scepticisme bevindt zich nu vooral aan de rechterkant van het politieke spectrum. De nieuwe sceptici menen dat we heimelijk worden geregeerd door links-globalistische elites die langzaam maar zeker alle belangrijke instituties in hun greep hebben gekregen. Het staatsapparaat, de rechterlijke macht, het onderwijs, de media: overal zouden hun halve en halfzachte woke waarheden klinken, gevoegd bij een globaliseringsagenda die de opheffing van natiestaten najaagt. Ik wil het hier niet hebben over de ongeloofwaardigheid van het nieuwe scepticisme, maar over het feit dat er nog maar weinig kritisch onderzoek plaatsvindt naar de werking van macht. Dat heeft alles te maken met de wijze waarop de wetenschap de afgelopen decennia werd georganiseerd en gefinancierd. Kennis moest vooral nuttig en bruikbaar zijn. Redeloze samenleving De radicaalste variant van de post-truth wereld is de redeloze samenleving. Het is de variant waarin weinig of geen waarde aan waarheid wordt toegeschreven. Ook hier is er een link met klassieke filosofische denkrichtingen. In de negentiende eeuw werden in de geneeskunde ideeën ontwikkeld die zich verzetten tegen de wetenschappelijke, mechanistische benadering van leven. In het vitalisme wordt een onstoffelijke levensvonk verondersteld, een kracht die doet leven, een levensdrift, een ziel. Het vitalisme vinden we vandaag de dag, danig verminkt, terug in extreemrechtse kringen Dit denken verloor in de medische wetenschap geleidelijk terrein, maar in de filosofie, ethiek en sommige takken van de menswetenschap speelt het vitalisme tot op de dag van vandaag een rol. De filosofie van Friedrich Nietzsche heeft daartoe belangrijke aanzetten gegeven.[2] Nietzsche verkondigde de dood van God; de mens en zijn wetenschap hadden hem vermoord. En zo was er geen ijkpunt meer voor de moraal. In zekere zin heel goed, zo vond Nietzsche, want het christendom had vooral een weke slavenmoraal voortgebracht, waarin lijdzaamheid en zwakte als deugden gelden. Met de dood van God moest er een nieuwe moraal komen, door de mens zelf te bepalen. Vitalisme Wetenschap kon zo’n moraal niet bieden, want het zoeken naar kennis, vanuit de zogenaamde wil tot waarheid, is fundamenteel anders dan het zoeken naar het goede. Nietzsche redeneerde dat de nieuwe moraal gevonden moest worden in menselijke kracht, tegenover de slapheid van de christelijke moraal. In die de wil tot macht zouden klassieke deugden als moed en strijdlustigheid een herwaardering ondergaan. Waarheid is waardeloos, als het gaat om een vurig en vitaal leven. Het vitalisme vinden we vandaag de dag, danig verminkt, terug in extreemrechtse kringen, zoals alt-right in de Verenigde Staten en in Nederland bij de soevereinen en bij Forum voor Democratie. Gepaard aan die ontwikkeling, zien we dat we in de zwendelsamenleving niet meer zeker kunnen zijn of uitingen waar en waarachtig zijn. Dat in de sceptische samenleving gevestigde waarheden worden uitgedaagd en alternatieve waarheden het licht zien. En dat in de redeloze samenleving waarheid niet langer geldt als prominente waarde. Politieke en economische motieven bevorderen zwendel, aanzwellende onzekerheid over globalisering en de macht van elites voeden de scepsis, en een virulent vitalisme ondermijnt ten slotte de wil tot waarheid. Deze ontwikkelingen grijpen op elkaar in, mede omdat ze dezelfde aanjager delen, namelijk de informatietechnologie en in het bijzonder de artificiële intelligentie. Slimme, zelflerende algoritmes die frauduleuze representaties van de werkelijkheid vervaardigen, verspreiden en vervolgens verwerkelijken, in een razend tempo en op steeds grotere schaal. Waarheid blootleggen, waar eigenbelang en ideologische dwaalwegen de blik vertroebelen De vraag is of beleids- en bestuurswetenschappen hierop met wijsheid kunnen reageren. De Noord Amerikaanse politicoloog Aaron Wildavsky vatte de missie van het vakgebied samen als speaking truth to power. Ofwel: mensen in machtsposities voorhouden hoe de probleemwerkelijkheid in elkaar steekt. Oproep tot activisme Waarheid blootleggen, waar eigenbelang en ideologische dwaalwegen de blik vertroebelen. Willen beleids- en bestuurswetenschappen deze missie vervolgen – ze zouden dat beslist moeten willen - dan moeten ze activistisch worden, om te verdedigen wat dezer dagen zo hevig wordt aangevallen. Dat activisme zou op verschillende manieren vorm kunnen worden gegeven. In het licht van de zwendelsamenleving kan de bestuurswetenschap nog meer aan fact checking gaan doen. Nu gebeurt dat vooral door geëngageerde journalisten en burgerorganisaties zoals Bellingcat en Global Witness. Input vanuit onze tak van wetenschap kan helpen waarheidsvinding in de wereld van politiek, beleid en bestuur te bevorderen en te verankeren in hiertoe op te zetten instituten. Met daarbij de uitdagende onderzoeksvraag hoe aan deze instituten uitstraling, gezag en legitimiteit kan worden verleend. Daarnaast zou het klassieke bestuurskundig thema van reguleringsvraagstukken nieuw leven moeten worden ingeblazen, met name voor het internet. Hoe kan het bestaan dat ophef een verdienmodel is geworden, dat bedrijven jongeren betalen om klinkklare onzin te verkopen, dat we valse identiteiten toestaan leugens en haat rond te pompen, dat vitale informatiestromen niet afgeschermd zijn van kwaadaardige en criminele netwerken. Het internet heeft dringend herontwerp nodig, waarbij de publieke functie ervan recht wordt gedaan met vormgevingsprincipes die de perverse verdienmodellen verdringen. We hebben het hier over publieke infrastructuur en daar weten bestuurswetenschappers wel raad mee, dacht ik. Een stap verder op de activistische agenda brengt ons bij de sceptische samenleving. De aanpak hier is niet om aanhangers van alternatieve waarheden honend op hun ongelijk te wijzen maar om serieus kritisch onderzoek te doen naar de relatie tussen macht en kennisproductie. Dan komt vanzelf wel bovendrijven dat het niet de linkse elites zijn die een monopolie op de waarheid hebben gevestigd, maar dat het langzamerhand veeleer techbedrijven zijn die de wereld definiëren. Big Tech, met haar duizelingwekkende miljarden, haar omvangrijke lobbynetwerk, de wurgcontracten, het inzicht in al ons doen en laten en denken, haar vermogen de politieke agenda te dicteren. Strijd voeren tegen de redeloosheid, waar dat maar kan en nodig is Kritisch onderzoek doen, is één kant van het wetenschappelijk activisme. De andere kant bevindt zich nadrukkelijker aan de activistische kant. Strijd voeren tegen de redeloosheid, waar dat maar kan en nodig is. Overigens is het dan wel gewenst dat sociale wetenschappers ook zelf uitstralen waarde te hechten aan waarheidsvinding. Dat is in de afgelopen decennia nog wel eens anders geweest. Wijs besluit Strijd voeren dus, zoals ook de Verlichting in de zeventiende en achttiende eeuw begon als een activistische beweging die ijverde voor de emancipatie van rede en wetenschap, voor tolerantie en vrijheid van denken en spreken. Maar ik pleit niet voor een herhaling van zetten, maar om een verlichting van de Verlichting, om het in de cryptische taal van de kritische school te zeggen. De eerste Verlichting draaide vooral om de instrumentele rede, om doelrationaliteit in plaats van waarderationaliteit. Dat heeft de mensheid veel gebracht, maar de nieuwste loot aan deze stam, de informatietechnologie, lijkt ons terug te voeren naar de duisternis, naar een wereld die we weliswaar zelf hebben gemaakt, maar niet meer doorgronden, met zelflerende algoritmes die hun eigen goddelijke gang gaan, en met de terugkeer van mythisch denken, alternatieve waarheden, complotten en vitalistische redeloosheid.[3] De tweede Verlichting moet de instrumentele rede inbedden, aan de hand van wat Jurgen Habermas de communicatieve rede heeft genoemd, verwijzend naar het vermogen van mensen een gedeeld, waardegeladen begrip van de werkelijkheid op te bouwen. Wederopbouw van dit vermogen zou onze nieuwe politieke bestemming kunnen zijn, en de wereldwijde verbinding tussen mensen die zich hieraan wijden het nieuwe wij. Technologie, mits losgeweekt van Big Tech, zou daarbij kunnen helpen. Denk aan al die internetplatforms die gelijkgestemde mensen over de grenzen heen verbinden en zich toeleggen op doelen als gelijkheid, duurzaamheid, menswaardigheid. Nieuwe bootjes die zich razendsnel langs het dobberende Schip van Staat manoeuvreren, om alsnog een sociaal-politiek verschil te maken. Nieuwe entiteiten en identiteiten met een verlichtingsoogmerk. Lichtpuntjes. De communicatieve rede, zo leerde ik als student sociologie, berust noodzakelijkerwijs op idealisme. Immers, als we veronderstellen dat alleen het beste argument telt, dan kunnen we niet anders dan veronderstellen dat er een samenleving mogelijk is waarin misleiding, intimidatie, brute kracht structureel zijn uitgebannen, of in ieder geval in toom gehouden worden. Communiceren is anticiperen op een machtsvrije samenleving. Ik vond het destijds een eyeopener en in de dreigende context van vandaag, alsnog een hoopvolle constatering. En, zo u wilt, een wijs besluit van mijn loopbaan aan de VU. Noten: [1] Deze rede berust op inzichten die ik eerder naar voren bracht in de afscheidsbundel voor ex-collega Romke van der Veen (Verdeel en beheers, 2025) en in een paper gepresenteerd op de conferentie The Global Rise of Post-Truth, Sapienza University, Rome, 18-20 september 2025. Met dank aan Aad Sosef voor enkele rake observaties. [2] Sue Prideaux (2018) schreef een prachtige biografie over Nietzsche, met de veelzeggende titel Ik ben dynamiet. De biografie biedt naast een sfeervol levensverhaal een goede kennismaking met de ideeën van de man. [3] De Amerikaanse staatsman Henry Kissinger schreef hierover op 95-jarige leeftijd een prikkelend essay: How the Enlightenment ends. In The Atlantic, june 2018 issue. Dit artikel is eerder verschenen bij Sociale Vraagstukken

Foto: James Burke (cc)

Kennis van de Nederlandse maatschappij: Het maakt niet uit

COLUMN - Een deel van het inburgeringsexamen om Nederlander te worden is nog altijd een onderdeel ‘kennis van de Nederlandse maatschappij’. De vragen die er worden gesteld zijn moeilijk te achterhalen. Af en toe borrelt er iets naar de oppervlakte, en vaak levert dat dan tumult op, want er zitten altijd betrekkelijk absurde vragen bij, waarvan je afvraagt hoeveel mensen die al Nederlander zijn ze kunnen beantwoorden.

Maar omdat het zo schimmig blijft, en misschien ook omdat het de meeste mensen die al Nederlander zijn uiteindelijk weinig kan schelen, verandert er weinig.

Op YouTube vond ik het onderstaande filmpje waarin wat vragen voorkomen uit het thema ‘omgangsvormen, normen en waarden’. Het bureau dat het plaatste ziet er serieus uit, ik neem aan dat ze weten wat ze doen. Maar er komen dus vragen in voor als:

Hoe kunt u het beste omgaan met mensen die anders denken of een ander geloof hebben dan u?

A. Niet met hen omgaan

B. Hen overtuigen van uw gelijk

C. Het maakt niet uit. U kunt gewoon met elkaar omgaan

Het is misschien onderdeel van mijn Nederlanderschap dat ik als ik zo’n vraag lees, weet dat C wel het bedoelde antwoord zal zijn. Maar is het ook ‘juist’? Het is nogal cultuurrelativistisch, het zegt feitelijk dat iedere ‘andere gedachte’ en ieder ‘ander geloof’ genegeerd moet worden. Iemand meent dat je jonge meisjes niet naar school moet sturen: ‘Het maakt niet uit’. Iemand anders denkt dat Adolf Hitler een toffe peer was: ‘U kunt gewoon met elkaar omgaan’.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Quote du Jour | SP onbeschoftheid

Flapdrol

Jan “effe dimmen” Marijnissen volgt in de voetstappen van Geert “knettergek” Wilders waar het gaat om het wegzetten van politieke opponenten met een lomp stempel. Met minister Koenders als lijdend voorwerp ditmaal.

“Ga de Kamer uit. Je hebt hier niets te zoeken” meldde hij ook nog doodleuk toen Koenders verhaal kwam halen. Het lijkt er op dat de SP besloten heeft om PVV retoriek te gaan hanteren om het naderende onheil van een enorm zetelverlies af te wenden. Want ook Agnes Kant distantieerde zich niet van de uitspraken van Marijnissen: “Het is een keurig woord en een terechte constatering.”

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Het ideale curriculum

ONDERZOEK - Als je snel een fel en interessant debat wil, geef dan een groep de volgende opdracht:

“Stel het ideale curriculum voor de basisschool samen. Je mag maximaal 8 vakken voorstellen, met een totale lestijd van 32 uur per week. Geef door middel van de urenverdeling ook aan welke vakken je het belangrijkste vindt. Verdedig je keuze”. 

Een dergelijke opdracht kreeg ik ooit tijdens een college “Curriculumtheorie”, en ik kan me de felle discussie die ontstond nog goed herinneren. Het raakt aan fundamentele waarden van mensen, en wat men uit eigen opvoeding waardeert. Ik kan me óók herinneren dat we er eigenlijk niet goed uitkwamen: want bestaat het ideale curriculum eigenlijk wel?

De uitslagen van het Nationale School Onderzoek, onder 85.000 lezers van regionale dagbladen, deden me terugdenken aan dat college van 20 jaar geleden. Een lange lijst met wensen voor vakken, zonder dat er een duidelijke keuze te maken is.

Opvallend is het hoge percentage respondenten dat Engels verplicht wil stellen op de basisschool. En de opkomst van “sociale media” is goed terug te zien (63%). En blijkbaar gaat de wens om kinderen iets te leren over sociale media gepaard met de noodzaak om ze ook omgangsvormen te leren. Zou het een met het ander samenhangen?

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Voortschrijdende indoctrinatie

Een kwartiertje voor de vergadering, mail ik mijn twee Iraanse medewerkers met het verzoek of ze zich stipt op tijd in mijn kantoor willen melden. Normaal gesproken komen ze vijf minuten te laat. Soms voeren we filosofische gesprekken over de vraag of vijf minuten te laat komen niet een contradictie is. Een van hen heeft ooit de stelling verdedigd dat vijf minuten te laat eigenlijk te vroeg is.

Deze keer zal een onderzoeker van Harvard per telefoon aan het gesprek deelnemen en ik wil hem niet laten wachten. In zijn tijdzone is het zeven uur in de ochtend.

Een minuut voor aanvang melden de twee medewerkers zich in mijn kamer.
‘Hoe gaat het?’ vraag ik.
‘Gaat wel,’ zegt een van hen bedeesd.

Vroeger dacht ik dat er iets mis was wanneer hij dit antwoord gaf. Inmiddels weet ik dat het Nederlandse standaardantwoord, ‘Goed’, hem onbegrijpelijk voorkomt. Hoe kun je ooit je leven samenvatten met het woord ‘goed’? Na enkele experimenten in de eerste maanden van zijn aanstelling, heeft hij geconcludeerd dat ‘gaat wel’ het meest handzame antwoord is.
Wanneer ze klaar zitten met hun laptop op schoot, grinnikt hij. Ik vraag wat er grappig is.
‘Ik zie net je mail,’ zegt hij.
‘En toch ben je voor het eerst op tijd,’ zeg ik. ‘Heel interessant.’ Onder het mom van ironie indoctrineer ik hen met onze lokale tradities als punctualiteit en het veinzen van belangstelling voor de medemens. Ik constateer dat de indoctrinatie zijn vruchten begint af te werpen.
‘Ik ben eerder vanwege onze gast. Het leek me onbeleefd om hem te laten wachten.’
‘Aha,’ zeg ik. ‘Dus als ik het goed begrijp is het onbeleefd om een gast te laten wachten, maar niet om je baas te laten wachten.’
Hij schiet in de lach. Een hoog, enigszins manisch geluid, met een zweem van paniek. Hij kijkt me taxerend aan.
Dan zegt hij: ‘Jij bent extended family. Bij familie kun je nooit te laat komen.’
‘Aha.’ Ik schik de vergaderstukken. ‘Vermoedelijk is dat een compliment,’ zeg ik tegen niemand in het bijzonder.
De indoctrinatie schrijdt voort, maar het is nog onduidelijk bij wie.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.