VVD-realisme: beleid vermomd als natuurwet

De VVD heeft op haar partijcongres weer eens ontdekt dat ondernemers de oplossing zijn, vakbonden lastig doen en links de economie vooral in de weg loopt. Dilan Yeşilgöz en Ruben Brekelmans richtten zich tot vakbonden en linkse partijen: zij moesten “meedenken” en de economische groei vooral niet “tegenwerken”. Ook moest de sociale zekerheid op de schop, anders zou die onbetaalbaar worden. Daarna kwam de zin die het hele VVD-denken in één keurige vitrinekast zette: “Het grootste verschil tussen links en rechts is: wij kijken naar de wereld hoe die is, niet hoe die had moeten zijn.” Die formulering is bedoeld om nuchterheid te suggereren, alsof de VVD slechts constateert wat ieder verstandig mens allang zou moeten zien. In werkelijkheid worden politieke keuzes voorgesteld als feiten waar niemand onderuit kan. Lage lonen, uitgeklede sociale zekerheid, belastingvoordelen voor bedrijven en een economie die vooral om aandeelhoudersvertrouwen draait, verschijnen zo als onvermijdelijke randvoorwaarden. Je kunt er boos over worden, je kunt er idealistisch over doen, je kunt met een bord op het Malieveld gaan staan, alleen verandert dat volgens de VVD niets aan de werkelijkheid. Het is vooral handig: wie de eigen ideologie natuurwet noemt, hoeft die ook niet meer te verdedigen. Die werkelijkheid van de VVD blijkt altijd opvallend goed te passen bij de wensenlijst van grote bedrijven. Bedrijven overwegen te vertrekken, dus moet de politiek soepeler worden. Ondernemers staan volgens de partij tot hun knieën in het moeras, dus moeten regels weg. Europa daalt op lijstjes, dus moet de verzorgingsstaat efficiënter, lees: kariger. Werknemers willen hogere lonen, dus vormen vakbonden een bedreiging voor groei en vooruitgang. Zo wordt macht omgeschreven tot realiteitszin. De oude klassieker is ook terug: loonmatiging. Een prachtig woord, want het klinkt alsof iemand met verstand van zaken de thermostaat een graadje lager zet. In gewone taal betekent het: werknemers worden armer. Zeker wanneer prijzen, huren, zorgpremies en energielasten sneller of hardnekkiger stijgen dan het loonstrookje. De rekening van concurrentiekracht belandt weer op het nachtkastje van de werknemer, naast de wekker die steeds vroeger afgaat. Deze taal werkt altijd één kant op. Winstmatiging hoor je zelden. Dividendmatiging ook al niet. Topbeloningsmatiging blijft meestal steken in een commissie, een code of een bezorgde column in het FD. Zodra werknemers meer vragen, heet dat onverantwoord. Zodra bedrijven meer vragen, heet dat marktwerking. Zodra aandeelhouders meer vragen, heet dat investeringsklimaat. En dan moet links vooral “meedenken”. Dat betekent in VVD-taal meestal: instemmen met de diagnose, netjes onderhandelen over de snelheid van de amputatie en achteraf blij zijn dat er nog een folder over om- en bijscholing is gedrukt. Vakbonden mogen meepraten zolang ze hun belangrijkste functie vergeten: namens werknemers tegenmacht organiseren. Op het moment dat ze dat wél doen, werken ze de economie tegen. Alsof werknemers buiten de economie staan. Alsof een verpleegkundige, leraar, magazijnmedewerker, buschauffeur of bouwvakker pas economisch relevant wordt wanneer de looneis onder de inflatie blijft. Alsof “de economie” een heilig apparaat is dat gevoed moet worden met koopkracht, flexibiliteit en pensioenleeftijd, waarna er misschien ooit wat kruimels terugvallen in de vorm van groei. De VVD noemt dat realisme. Het is vooral een morele truc. Eerst maak je de wereld zo dat kapitaal mobieler is dan arbeid, bedrijven landen tegen elkaar kunnen uitspelen en publieke voorzieningen afhankelijk worden van begrotingsdiscipline. Daarna wijs je naar diezelfde wereld en zeg je: kijk, zo werkt het nu eenmaal. Wie zich daartegen verzet, begrijpt de werkelijkheid niet. Wie ervan profiteert, is realistisch. Zo verdwijnt politiek uit beeld op precies het moment dat ze zichtbaar zou moeten worden. Achter lijstjes, achter concurrentiekracht, achter Europa, achter ondernemers die dreigen te vertrekken, achter sociale zekerheid die “onbetaalbaar” wordt. De boodschap is steeds dezelfde: er is geen alternatief, alleen verantwoord bestuur. En verantwoord bestuur blijkt verdacht vaak neer te komen op werknemers die hun eisen temperen, burgers die minder zekerheid accepteren en bedrijven die gerustgesteld worden dat Den Haag nog steeds weet voor wie het in geval van paniek moet rennen. Wie naar de wereld kijkt zoals die is, kan ook zien wie haar zo heeft ingericht. Het is geen natuurkunde. Het is beleid. En beleid kan anders. Zodra je VVD-realisme weer noemt wat het is, een politieke keuze, wordt het hele verhaal herkenbaarder: oude belangen in een nieuw manifest, met loonmatiging als frisse naam voor een oude rekening.

Door: Foto: Xavi Cabrera on Unsplash
Foto: Jm Yan on Unsplash

Waanzin als beleid: de eeuwige herhaling van mislukt rechts beleid

“De definitie van waanzin is steeds hetzelfde doen en een ander resultaat verwachten.” Het citaat wordt vaak aan Einstein toegeschreven, ten onrechte. Maar de observatie blijft staan. Wie beleid analyseert dat al decennia wordt herhaald, ziet een patroon dat weinig met ratio te maken heeft en veel met ideologie.

Neem belastingverlaging voor bedrijven en vermogenden. Het verhaal is bekend: lagere lasten leiden tot meer investeringen, hogere lonen en uiteindelijk brede welvaart. De praktijk vertelt een ander verhaal. Sinds de jaren tachtig zijn in vrijwel alle westerse landen de hoogste tarieven structureel verlaagd. De investeringen bleven achter, de lonen vlakten af, de vermogensongelijkheid groeide. Trickle-down bleef wat het altijd was: een belofte.

Deregulering van financiële markten volgt dezelfde logica. Minder regels zouden innovatie en efficiëntie brengen. Wat volgde was een reeks crises, met 2008 als dieptepunt. Banken namen risico’s die uiteindelijk publiek werden afgewenteld. De reactie: tijdelijke aanscherping, gevolgd door versoepeling zodra de druk wegviel. De cyclus herhaalt zich, met dezelfde argumenten.

Hetzelfde geldt voor flexibilisering van de arbeidsmarkt, gepresenteerd als motor van dynamiek en werkgelegenheid. Wat ontstond is een groeiende groep werkenden zonder zekerheid, met lagere inkomens en zonder onderhandelingsmacht. De beloofde doorstroom naar vaste banen blijft uit. Het antwoord op deze uitkomst is opvallend genoeg: meer flexibilisering. Alsof de vorige ronde slechts half af was.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Quote du Jour | Zin in fascisme

Onderzoek na onderzoek heeft aangetoond dat overal in het Westen het enthousiasme voor democratie verdwijnt. Al vijftien jaar lang kalft het vertrouwen af. Dat is tegelijkertijd dramatisch en niet verwonderlijk: als de democratie haar belofte op collectieve vooruitgang niet meer kan waarmaken, gaan mensen elders hun heil zoeken.

Als betekenisvolle inspraak van de massa het keer op keer aflegt tegen de stille macht van de kassa, hoeft het niet te verbazen dat steeds meer mensen afhaken. Wie burgers herleidt tot kiezers, krijgt nukkige consumenten.

Foto: Mike Erskine on Unsplash

Aandeelhouderskapitalisme: schade als enige logische uitkomst

Sinds de opkomst van beurskapitalisme is kapitaal sneller gaan bewegen dan alles wat het zou moeten begrenzen. Arbeid zit vast, regels slepen zich voort, politiek onderhandelt tot de randen eraf zijn. Maar geld vertrekt op het moment dat het ergens een paar basispunten meer ruikt. Dat verschil in mobiliteit is de motor van het aandeelhouderskapitalisme. Tijd krimpt tot kwartalen, weken en soms zelfs uren of minuten, verantwoordelijkheid verdampt zodra zij buiten de balans valt, en besluitvorming buigt richting wat nú rendeert.

Een beursgenoteerd bedrijf hoeft geen kwaadaardige intenties te hebben om structureel schadelijke keuzes te maken. Het hoeft alleen braaf te doen wat het systeem voorschrijft: rendement maximaliseren onder permanente dreiging van kapitaal dat wegloopt. In zo’n omgeving fungeert moraal als zo snel mogelijk te schrappen kostenpost.

De opdracht is eenvoudig: maximaliseer aandeelhouderswaarde. Alles daarbuiten wordt bijzaak, randvoorwaarde of PR. Bestuurders die die hiërarchie niet volgen, liggen eruit. Soms luidruchtig via activistische aandeelhouders, vaker stil via koersen, targets en ‘herijkte verwachtingen’. Het systeem selecteert. Wie te ver vooruit kijkt, of belangen van werknemers en omgeving zwaarder laat wegen dan de concurrentie, wordt ingehaald of vervangen. The only way is down, vanuit maatschappijkritisch opzicht.

Kortetermijndenken verschijnt daardoor als rationele – zelfs de enige – strategie. De beurs reageert direct, bonussen volgen die cadans, analisten zetten de lat en rekenen af. De toekomst wordt iets dat je klein houdt. Investeringen die pas later renderen krijgen argwaan. Schade die buiten de boekhouding valt, wordt verplaatst. Na ons de zondvloed, en zelfs een waarschijnlijke zondvloed is in het heden een acceptabel risico.

Foto: Jeremy Bishop on Unsplash

De top van je eigen piramide

Er bestaat een hardnekkig misverstand over macht. Dat die zich concentreert in een kleine, overzichtelijke top, waar een handvol mensen het geheel overziet en bestuurt. In werkelijkheid lijkt macht eerder op een verzameling piramides, in elkaar geschoven als een Russische matroesjka. Iedereen zit ergens in zo’n constructie. En vrijwel iedereen ervaart zichzelf als de top van zijn eigen deelpiramide.

Dat geldt niet alleen voor organisaties, maar voor de samenleving als geheel. De huiseigenaar die neerkijkt op de huurder. De vaste werknemer die zich onderscheidt van de flexkracht. De burger die zich afzet tegen de bijstandsgerechtigde of de nieuwkomer. Het zicht naar beneden is scherp. Je ziet wie er volgens jou minder bezit, minder status heeft, minder zekerheid geniet. Het zicht naar boven is diffuus. Multinationals, investeringsfondsen, geopolitieke blokken, financiële markten. Abstracties waar je weinig directe invloed op ervaart.

Die asymmetrie vormt het fundament van maatschappelijke nervositeit. Naar beneden zie je concrete mensen die mogelijk aanspraak maken op wat jij hebt. Naar boven zie je structuren die als natuurwetten worden gepresenteerd. Zo ontstaat een permanente valangst. De angst om af te glijden op de sociale ladder.

Wantrouwen als maatschappelijk smeermiddel
Wie bang is om te dalen, ontwikkelt reflexen. Afbakenen. Uitsluiten. Strenger willen zijn voor wie onder je staat in de veronderstelde hiërarchie. Politieke voorkeuren verschuiven mee. Wie zich bedreigd voelt in zijn relatieve positie, zoekt bescherming in beleid dat de onderlaag disciplineert.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Alexander Grey on Unsplash

Razendsnel terug naar aandeelhoudersmoraal

Jarenlang presenteerden bedrijven zich als morele voortrekkers. Duurzaam, inclusief, klimaatbewust, maatschappelijk betrokken. Elk jaar een dik ESG-rapport. Elke kwartaalpresentatie een slide over ‘purpose’. Het leek soms wel alsof het kapitalisme eindelijk therapie had gevolgd en tot zelfinzicht was gekomen. Maar bij al deze grote en veelbelovende woorden moesten we natuurlijk wel geduld hebben. Want verandering kost tijd.

Die fase blijkt ‘verrassend’ kwetsbaar voor politieke windrichtingen. Zodra overheden naar rechts schuiven, regels afzwakken en toezicht relativeren, verdampt het morele vocabulaire. Per direct. Wat gisteren nog kernwaarde heette, heet vandaag overbodige ballast. Verantwoord ondernemen blijkt vooral afhankelijk van de vraag hoeveel tegenmacht er bestaat.

Daar komt bij dat vrijwel al deze maatregelen geld kosten. Schonere productie, betere arbeidsomstandigheden, uitgebreide moderatie, diversiteitsprogramma’s: ze drukken op marges. Of internaliseren kosten die anders zouden worden afgewenteld op de samenleving. In een systeem waarin aandeelhoudersrendement maatgevend blijft, geldt moreel gedrag al snel als concurrentienadeel zodra de politieke bescherming wegvalt.

Klimaat zonder tegenwind

Op klimaatgebied is de terugtocht zichtbaar. Oliebedrijven schuiven investeringen in hernieuwbaar naar de achtergrond. Luchtvaartmaatschappijen relativeren hun net-zero-doelen. Autofabrikanten herontdekken de verbrandingsmotor.

Niet omdat het technisch niet kan, maar omdat het politiek weer mag. Subsidies verdwijnen. Normen worden afgezwakt. Klimaatbeleid wordt geframed als ‘linkse hobby’. In dat vacuüm hervindt de fossiele industrie haar zelfvertrouwen.

Foto: Ahmed Zayan on Unsplash

Het coalitieakkoord: vooral VVD

Dit akkoord is in veel opzichten precies wat je van D66 mag verwachten wanneer het vooral door rechtse partijen wordt omringd: progressieve taal, institutionele zorgvuldigheid en morele accenten, maar verpakt in een beleidsstructuur die fundamenteel liberaal blijft. D66 mag het verhaal menselijker maken, maar niet richtinggevend, en de partij laveert handig mee met rechts beleid. Als je had gehoopt op iets meer tegenwicht tegen marktdenken, dan kom je bedrogen uit.

Wie het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA leest, kan zich laten meeslepen door woorden als ‘samen’, ‘vertrouwen’, ‘gemeenschapszin’ en ‘kansen voor iedereen’. Het klinkt als een kabinet dat de scherpe randjes van de afgelopen jaren wil bijvijlen. Alsof drie partijen elkaar in het centrum van de macht hebben gevonden en daar gezamenlijk een nieuw sociaal contract hebben gesmeed. Wie iets langer leest, ziet iets anders.

Dit akkoord is in de kern geen compromis tussen drie gelijkwaardige visies. Het is een liberaal programma met wat progressieve correcties en een christendemocratische strik erop. De motor draait op VVD-brandstof. D66 mag af en toe bijsturen. Het CDA mag zorgen dat niemand zich helemaal verlaten voelt.

De economie als moreel kompas
Vrijwel elk sociaal probleem in dit akkoord wordt vertaald naar een economisch vraagstuk. Armoede wordt een participatieprobleem. Wonen wordt een aanbodprobleem. Integratie wordt een arbeidsmarktprobleem. Onderwijs wordt een productiviteitsprobleem. Zelfs bestaanszekerheid wordt uiteindelijk gekoppeld aan inzetbaarheid.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Rijksoverheid, Ministerie van financiën, minister Eelco Heinen, foto Martijn Beekman

De toxische fusie van het marktfundamentalisme en etno-nationalisme

ANALYSE, LONGREAD - door Bram van Gendt

Op dit moment vindt er een betreurenswaardig versmelting plaats van enerzijds het neoliberalisme en anderzijds populistisch etno-nationalisme. In dit stuk zal ik kort uitleggen wat beide politieke beleidsfilosofieën inhouden, inclusief hun historische achtergrond. Vervolgens zal ik expliciteren op welke manier deze fusie van beide ideologieën tot uitdrukking komt en hoe beide ideologieën elkaar complementeren. Tot slot zal ik, op basis van mijn persoonlijke opvattingen, laten zien hoe de samenleving wél ingericht moet worden en aantonen dat er ook gematigde versies van beide ideologieën bestaan die goed te combineren zijn met een pluriforme, multiculturele postmoderne samenleving.

De Homo Economicus en de wonderen van de marktwerking

Het neoliberalisme is een politieke beleidsfilosofie die sinds de jaren ’70 is opgekomen. De kern is dat de overheid kleiner en slagvaardiger diende te zijn. De kerntaken van de overheid zouden zich beperken tot het fungeren als markmeester en toezichthouder. Delen van de publieke sector moesten zodoende vermarkt worden. Daarnaast zouden delen van de sector op afstand moeten komen te staan, zodat ze niet meer onderdeel uitmaakten van het bureaucratische, centrale overheidsapparaat. De overheid zou daardoor eveneens dichter bij de burger komen te staan.

Naast deregulering en decentralisatie van de overheid is er een evident mensbeeld te ontwaren dat is geworteld in macro-economische marktprincipes afkomstig uit de school van de achttiende-eeuwse econoom Adam Smith. Dit mensbeeld houdt in dat de mens een Homo Economicus is die volledig rationeel handelt om zijn eigen belangen en de bijbehorende (financiële) middelen te maximaliseren. De consequentie daarvan is dat de mens in een permanente concurrentiestrijd verkeert en dat de overheid deze strijd zoveel mogelijk moet faciliteren. Het mensbeeld is dus zeer individualistisch van aard; deze trend van individualisering is de afgelopen decennia verder tot wasdom gekomen door technologische en sociaal-economische ontwikkelingen, zoals digitalisering en een relatief hoge bestaanszekerheid, waardoor het idee is ontstaan dat de mens meer op eigen benen kan staan: zelfredzaamheid.

Workshop Nieuw Kapitalisme

Er was in 2008 een wereldwijde economische crisis voor nodig om het neoliberalisme uiteindelijk toch niet van z’n plaats te krijgen als dominante ideologie. Als een crisis, zo groot, die verandering niet teweeg brengt, hoe moet zo’n verandering waarvan de noodzaak voor velen duidelijk is dan beginnen? Klein?

Laten we eerst een paar dingen op een rij zetten over ideologieën, zoals de vraag wat we überhaupt onder een ideologie moeten verstaan?

Je kunt zeggen, een ideologie is een min of meer samenhangend stelsel van begrippen en ideeën. Een stelsel dat, in tijden van brede ideologische consensus, meestal op de achtergrond aanwezig is en zelf niet wordt betwist. Ze vormt dan de grondslag van het dagelijkse politieke en maatschappelijke debat. Vergelijkbaar met het speelveld in de sport: de lijnen op het voetbalveld, de zwart-witvlakken op het schaakbord, ze worden als uitgangspunt geaccepteerd.

Oude ideologieën

Neoliberalisme wordt de ideologie genoemd die in de jaren 80 dominant werd en waar zeker tot de kredietcrisis in 2008 brede consensus over bestond. Ze werd voorgegaan door het keynesianisme dat sinds de Tweede wereldoorlog leidend was geweest, maar geen antwoord had op de economische turbulentie in de jaren 70. Stagflatie bijvoorbeeld – een combinatie van inflatie en een stagnerende economie – kon binnen het keynesiaanse begrip van de economie eigenlijk niet bestaan. De ideologische consensus verbrokkelde, mede door de neoliberalen die wel antwoorden leken te hebben. Naar haar vertolkers werd steeds meer geluisterd en dat plaveide de weg voor een ideologische en een politieke omwenteling.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Roel Wijnants (cc)

Terug naar Thorbecke

RECENSIE - Het gaat niet goed met onze parlementaire democratie volgens Sybe Schaap, filosoof, oud-Eerste Kamerlid en inmiddels oud-lid van de VVD. Er zit rot in het systeem. De ondermijning van de democratie komt van binnen uit. Grondwettelijke taken van regering en parlement worden verwaarloosd. In plaats van het algemeen belang te dienen verbinden volksvertegenwoordigers en bestuurders zich steeds vaker aan deelbelangen. De kritiek van Schaap in zijn boek Politiek in een maalstroom lijkt oppervlakkig misschien op de ideeën van Omtzigt. Maar Schaap gaat wel veel dieper op de materie in en spaart ook de NSC-leider niet.

Zijn boek ‘over het lot van de representatieve democratie’ is niet gemakkelijk. Dat ligt niet zozeer aan de schrijfstijl. Schaap schrijft in korte, stellige staccato-zinnen en herhaalt veel. Maar zijn rechtsfilosofische benadering blijft erg abstract. Als lezer snak je af en toe naar concretisering van de stellingen en naar voorbeelden uit de actualiteit. En daar is Schaap niet scheutig mee. Het is meer een filosofisch dan een praktisch politiek boek. Politiek in een maalstroom neemt je mee terug naar de oorsprong van de burgerlijke democratie in de 19e eeuw, naar Thorbecke, die zijn boek vast en zeker gewaardeerd zou hebben. En naar de filosofen die de grondslag legden voor het huidige parlementair-democratische systeem zoals Kant en Montesquieu.

Foto: Andrew Newton (cc)

Francis Fukuyama’s lange weg

COLUMN - gastbijdrage van Harry Bleeker

Aan de VU in Amsterdam is er deze zomer weer een mooi cursusaanbod, waaruit ik er één heb gekozen: die over Francis Fukuyama en zijn nieuwe boek ‘Het liberalisme en zijn schaduwzijden’. De titel van dit nieuwe boek wekt voor mij de suggestie dat de maatschappelijke en politieke problemen van dit moment zijn ontstaan door een verkeerde interpretatie van het liberalisme. De hierna volgende quote uit een willekeurige recensie stipt dit ook aan.

“Het klassieke liberalisme verkeert in een staat van crisis. Dat dit systeem, dat is gebaseerd op fundamentele beginselen van gelijkheid en de rechtsstaat en dat de rechten van individuen om hun eigen vormen van geluk na te streven benadrukt, niet altijd zijn eigen idealen waarmaakte, is geen geheim.”

Ik denk dat juist het liberalisme ons op de route naar vernietiging van onze beschaving heeft gezet. De vrijheid om winst boven welzijn te stellen zonder daarvoor ter verantwoording te worden geroepen, heeft de mensheid in de situatie gebracht waarin we nu verkeren.

Veel meer op zijn plaats zou op dit moment de titel van het boek van Fukuyama uit 1992 zijn: ‘Het einde van de geschiedenis en de laatste mens’. Met als belangrijke toevoeging; ‘De slotscene’.

Foto: Andrew Newton (cc)

Waarom komt een alternatief voor het neoliberalisme niet van de grond?

ANALYSE - Het neoliberalisme is in de afgelopen jaren veelvuldig dood verklaard, maar lijkt ondertussen maar niet op te houden met bestaan. Dat is moeilijk los te zien van het gebrek aan een alternatief. Mensen willen best afscheid nemen van oude ideeën, maar dan moeten er wel nieuwe ideeën voor in de plaats komen. Waar zijn die nieuwe ideeën? Waar zijn de alternatieven?

Blijven hangen in het einde van de geschiedenis

Een deel van de verklaring ligt misschien in wat is blijven hangen van het befaamde artikel van Francis Fukuyama, The end of history or the last man. Het idee dat de liberale democratie een eindstadium is in de ontwikkeling van ons politieke systeem en ‘an unabashed victory of economic and political liberalism’. Hij zag een ‘total exhaustion of viable systematic alternatives to Western liberalism’.

Als alle alternatieven falen en je houdt het voor mogelijk dat er één systeem overblijft, als een eindstadium van een voltooide ontwikkeling, dan ligt nadenken over alternatieven niet voor de hand. In dat licht is het huidige besef dat er alternatieven nodig zijn vooruitgang. Een besef dat is geholpen door de antiglobalisten en Occupy. En door de econoom Piketty die aantoonde wat iedereen al dacht te zien, namelijk het probleem van toenemende verschillen tussen rijk en arm. In die zin komt het einde van de geschiedenis ten einde, maar dat betekent niet dat er al een nieuw begin is.

Volgende