Vrijdag Vraag – Den Uyl en Bernhard

Was het goed dat Joop den Uyl indertijd informatie achterhield over een tweede smeergeldaffaire met prins Bernhard om zo een koningscrisis te vermijden?
Het is alweer niet goed met dat nieuwe Rijkslogo. Nu keurt de Hoge Raad van de Adel het af: "Zo draagt de leeuw in het wapenschild geen kroontje en ontbreken de verplichte gouden blokjes in het wapenschild. Die blokjes zijn een verwijzing naar het huis van Nassau en dus naar het koninklijk huis... 'Zonder de blokjes is het eerder het wapen van de Republiek der Verenigde Nederlanden,'" Ofwel, te weinig blingbling. Maar het is nog niet te laat. We kunnen ons logo nog redden: "Volgens directeur Gerard van der Wulp van de Rijksvoorlichtingsdienst is altijd rekening gehouden met aanpassingen van het ontwerp." Dus handen uit de mouwen en meehelpen. Pimpen dat logo:

Was het goed dat Joop den Uyl indertijd informatie achterhield over een tweede smeergeldaffaire met prins Bernhard om zo een koningscrisis te vermijden?
Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.
Met enige regelmaat biedt Sargasso ruimte voor gastredacteuren. Vandaag wederom een stuk van Ingo Piepers, defensiespecialist.
— Update: Ingo is inmiddels associated blogger. Daarom staat dit stuk nu onder zijn eigen naam —
In NRC Handelsblad van 20 februari wordt naar aanleiding van het friendly fire incident in Uruzgan vorige maand een aantal reacties van militairen en politici genoemd`: “Te snelle conclusies na incident” en “Militairen gegriefd door brief minister“. Ook wordt gereageerd in het Commentaar van de redactie van NRC Handelsblad: “Wat heeft minister Van Middelkoop bezield om gisteren een onderzoek naar buiten te brengen dat meer vragen oproept dan antwoorden geeft?” Zowel de volledigheid als de tijdigheid van het rapport worden ter discussie gesteld. Los van deze – tot op zekere hoogte – begrijpelijk commotie is het nuttig om het fenomeen friendly fire eens onder de loep te nemen (ik maak hierbij onder andere gebruik van het Amerikaanse rapport Friendly Fire: Time For Action.
Friendly fire – dat wil zeggen ‘onbedoeld vuur van militaire eenheden en personeel op eigen of coalitietroepen tijdens gevechtsacties‘ – bestaat zolang er gevochten wordt. Amerikaans onderzoek heeft uitgewezen dat bijna 2% van het aantal(gevechts)slachtoffers, tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Korea- en Vietnamoorlog het gevolg was van friendly fire. Tijdens de Eerste Golf Oorlog (1991) waren maar liefst 35 van de 148 (24%) Amerikaanse slachtoffers het gevolg van friendly fire.
De emotionele impact op een militaire eenheid is enorm als zich slachtoffers voordoen als gevolg van friendly fire. Dergelijke incidenten kunnen het moraal en de gevechtswaarde van de eenheid ernstig aantasten. Ook laat het de publieke opinie niet onberoerd. Een studie naar de impact van friendly fire op de Amerikaanse publieke opinie tijdens de Vietnamoorlog laat zien, dat dergelijke friendly fire incidenten ook invloed hadden op het maatschappelijke draagvlak in de VS voor deze oorlog. Nog een reden zorgvuldig over dergelijke incidenten te communiceren.
Er zijn twee belangrijke oorzaken aan te wijzen voor friendly fire incidenten: gebrekkige situational awareness en tekortschietende doelsidentificatie (target identification). Situational awareness betreft de tijdige en accurate beschikbaarheid van informatie over de omgeving, zoals over de posities en verplaatsingen van eigen troepen en van de vijand; doelsidentificatie heeft betrekking op de tijdige en accurate herkenning van doelen waarop het vuur wordt geopend (exacte positie, wel/geen nabijheid van eigen troepen, etc.). Een aantal factoren heeft een negatieve invloed op de tijdigheid en nauwkeurigheid van de situational awareness en doelsindentificatie. Ik zal een aantal van deze factoren noemen die aan de orde kunnen zijn in Uruzgan. Ten eerste de ‘vorm’ van het gevechtsveld. In Uruzgan is het gevechtsveld niet lineair, met een duidelijke en min of meer ‘constante’ scheidslijn tussen eigen troepen en vijand. De Taliban treedt veelal op in kleine verbanden, door middel van infiltratie in geaccidenteerd terrein. Er is sprake van een ‘beweeglijke’ situatie. Ten tweede het zicht dat wordt beperkt door het terrein en door invallende duisternis. Beperkt zicht bemoeilijkt de identificatie van de vijand. Bij wapens met een groot bereik is dit probleem natuurlijk ook groter (het zogenoemde ‘we-kunnen-verder-schieten-dan-kijken’ probleem). Ten derde dat opgetreden wordt in coalitieverband. Coördinatie is bij coalitieoptreden moeilijker (en vaak moeizamer). Vaak worden andere procedures toegepast, zijn verbindingsmiddelen niet altijd uitwisselbaar en treden taalproblemen op. Amerikaans onderzoek laat zien dat gebrekkige training ook nogal eens bijdraagt aan friendly fire incidenten. Door de voorzitter van de militaire vakbond VBM/NOV wordt gesuggereerd dat dit een factor van betekenis zou kunnen zijn geweest bij het incident in Uruzgan.
Er is een aantal maatregelen ontwikkeld om het risico op friendly fire incidenten te beperken; een eendimensionale oplossing bestaat niet.
Voorzorgmaatregelen kunnen worden gezocht in de doctrine die wordt toegepast (inclusief procedures zoals de verplichting de vijand ‘positief’ te identificeren, hetgeen de situatie overigens niet altijd toelaat), de wijze waarop wordt getraind (train as you fight, met gerichte aandacht voor en evaluatie van (bijna) friendly fire incidenten), materieel/uitrusting (zoals speciale tape die kan worden geïdentificeerd met nachtzichtapparatuur) en technologie (toepassing van Identification Friend or Foe (IFF) en GPS (waarmee locaties van eenheden worden verstuurd ten behoeve van situational awareness)).
De inspanningen moeten nu gericht zijn op een grondige evaluatie van het incident in Uruzgan, met als oogmerk de lessons learned vast te stellen en (aanvullende) maatregelen te treffen. Hier kan en moet van worden geleerd. We moeten ons ook realiseren dat het risico op friendly fire incidenten nooit tot nul kan worden gereduceerd: de menselijke factor blijft altijd een rol spelen, en niets is stressvoller en moeilijker dan oorlogvoeren.
In het kader van de lopende discussie over privacy hier een bijdrage van D66 Europarlementarier Sophie in ’t Veld.
ANONIEMPJE: Democratisch Appèl anno 2008
“Onschuldige mensen hebben niks te verbergen” zegt VVD Kamerlid Fred Teeven. Hij vindt dat we best nog méér privacy mogen offeren in de strijd tegen misdaad en terrorisme. Heel veel mensen zijn het met hem eens. En oppervlakkig gezien klinkt het inderdaad logisch: hoe meer controle, hoe groter de kans om booswichten op te sporen. Dus hebben burgers in de laatste jaren zonder morren toegestaan dat de overheid inzicht krijgt in elk intiem detail van hun privé-leven.
Maar de werkelijkheid is niet zo simpel. Het is een fictie dat we in ruil voor minder privacy en minder vrijheid automatisch meer veiligheid krijgen. En een gevaarlijke fictie bovendien. Een fictie die geen daadwerkelijke veiligheid schept, maar een schijnveiligheid.
Wat weet de overheid van ons?
De overheid weet wie we zijn, wie onze vrienden zijn, met wie we bellen en mailen en waarover, wat we eten en drinken, welke boeken we lenen uit de bieb, welke websites we bezoeken en wat we op Google zoeken, welke ziektes of psychische problemen we hebben, van welke politieke beweging of kerkgenootschap we lid zijn, dat we een partner zoeken op een datingsite of de Viva dildo bestellen, hoeveel geld we op onze bankrekening hebben en naar wie we geld overmaken. Door passagiersgegevens, OV chipkaart, kilometerheffing, camera’s in de publieke ruimte, Google Earth en RFID chips valt van minuut tot minuut vast te stellen waar we ons bevinden. Binnenkort zijn ook onze vingerafdrukken en DNA opgeslagen in centrale gegevensbanken. Als de regering haar zin krijgt worden in het electronisch kinddossier ook details over onze luieruitslag, kleuterdriftbuien en opvoedgewoonten van onze ouders bijgehouden. Intelligente camera’s en microfoons analyseren ons gedrag, en superscans kijken dwars door onze kleding of door de muren van onze woning heen. Dit is allemaal geen science fiction meer, het is werkelijkheid geworden. Kortom: het is voor een normaal mens vrijwel onmogelijk zich aan het Alziend Oog te onttrekken, behoudens misschien in je eigen badkamer of ver weg van de bewoonde wereld, diep in de bossen.
Wat gebeurt er met al die persoonlijke informatie?
Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.
In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.
Wat is in vredesnaam de relevantie en de waarde van een onderzoek naar de Favoriete Werkgevers?
Jaarlijks verschijnt er in de diverse media een lijstje met bedrijven. Volgens de onderzoekers zijn dit de bedrijven waar de mensen uit de steekproef het liefst zouden willen werken, waarbij ze niet hun eigen werkgever mogen noemen.
Wat zegt ons dat nou? Helemaal geen zak. Het grootste deel van de mensen heeft namelijk nog nooit in die bedrijven die ze noemen gewerkt. Ze kunnen daar dus eigenlijk geen oordeel over vellen. Het oordeel wordt voor het grootste deel bepaald door hoe een bedrijf in het nieuws is gekomen. En misschien voor een heel klein deel door informatie uit de vrienden/kennissen kring. Maar het zegt dus meer over de omvang en publiciteitsgeilheid van een bedrijf dan of het een goede werkgever is.
En dat dan bedrijven een hoge score wijten aan “Het concern heeft verschillende functies en banen op alle niveaus. Er zijn doorgroeimogelijkheden” is natuurlijk helemaal van de zotte. Daar kan je als buitenstaander namelijk nauwelijks een zinnig oordeel over geven. En als je veel bij grote bedrijven hebt rondgelopen weet je dat er zoveel politieke factoren zijn die belangrijker zijn voor jouw “doorgroeimogelijkheden” dan het aantal beschikbare treden op de ladder.
Het onderzoek is dus nietszeggend. Maar wat mij dan nog meer verbaast, is het feit dat er kennelijk mensen en organisaties zijn die zitten te wachten op die non-informatie. Iemand moet die onderzoeken toch betalen. Maar wat kan je er nou mee? Als je als HRM manager werkelijk denkt dat een hogere positie jouw wervingsbeleid makkelijker maakt, wordt het tijd voor een andere favoriete werkgever.
En wat moet ik als werknemer met die lijstjes (die me via de krant opgedrongen worden)? Anders dan de het bevestigen van de businessmantra “big is beautiful, come to us“?
De nutteloosheid wordt nog eens extra onderstreept als je naar een ander onderzoek kijkt, namelijk naar de werknemerstevredenheid. Daar winnen vier bedrijven die niet eens in de top50 van favoriete bedrijven voorkomen.
Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.
Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.
Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.