Toegegeven, alles met de toevoeging “neo” is een beetje modieus. Maar het zijn vooralsnog rake typeringen voor de koude wind die over ons vlakke land raast: noem het neo-conservatisme, neo-moralisme, neo-sentiment of neo-nostalgie. Waar zijn de futuristen gebleven?
In de politiek, in de entertainment en op straat is er momenteel een sterk verlangen naar een bijna klassiek Nederland. Ik heb het in dit geval niet over ‘retro’ als modeverschijnsel. Dan eerder over het zorgwekkende ‘heimat’.
Steeds als ik uitingen hoor van het kaliber ‘Vroeger, ja toen kon je tenminste…’ hoor ik al het refrein van Wim Sonnevelds ‘Het Dorp’ in mijn hoofd jengelen. Het denken in het abstracte ‘vroeger’, als superieur ten opzichte van het heden, is een uiting van angst voor het heden en de toekomst.
Ik moet eerst even een onderscheid maken. Ik heb het niet over burgers die zich opwinden over een toename van regeltjes of burgers die roepen dat je ‘vroeger tenminste lekker ongedwongen een peukie kon opsteken of een paddo kon eten’. Ook zal ik aangedragen cijfers over criminaliteit of opeenstapeling van problemen in de zorg niet ontkrachten. Daar gaat het me ook niet om.
De digitale guillotine
Waar ik een probleem mee heb, is het opgedrongen angstvisioen van Nederland als tanende goegemeente. Dus zullen we verdorie onze herwaardering voor Nederland overdrijven. Handen af van ‘onze’ Sinterklaas! Meer knusse musicals! Kees de Jongen, gratis voor iedereen! Identificatieplicht! Jeugd, beweeg! Leef gezond! Een geschiedeniscanon! Strengere en langere straffen! Inburgeren! Onderwijs moet niet leuk maar streng zijn!