Israël: De oorlog komt altijd thuis

Een samenleving die decennialang leeft met bezetting, permanente oorlog en het normaliseren van extreem geweld, houdt dat geweld zelden netjes binnen de grenzen van het slagveld. Dat geldt voor grootmachten, koloniale regimes en staten die zichzelf permanent in een existentiële oorlogstoestand plaatsen. Israël vormt daarop geen uitzondering. Wie generaties lang leert dat geweld een legitiem antwoord is op politieke problemen, importeert uiteindelijk dat wereldbeeld in de eigen samenleving. De grens tussen “veiligheid” en militarisering vervaagt. De grens tussen burger en vijand eveneens. En zodra een staat burgers conditioneert om permanent in termen van dreiging, zuivering en vergelding te denken, blijft dat denken zelden beperkt tot Gaza, Libanon of de Westelijke Jordaanoever. De Verenigde Staten zagen dat na Vietnam. Politiecorpsen werden in toenemende mate gevuld met veteranen die waren getraind voor oorlogssituaties, terwijl de bredere cultuur van “warfare policing” zich steeds verder ontwikkelde. De militarisering van de politie kreeg een enorme impuls. Protesten werden behandeld als opstanden. Wijken als vijandig gebied. Zelfs taal veranderde: agenten werden “warriors”, burgers “targets” of “threat environments”. Onderzoekers en historici beschrijven al jaren hoe militaire logica langzaam het civiele domein binnendrong. Dat proces begon overigens al eerder, maar oorlogen als Vietnam versterkten het aanzienlijk. Amerikaanse politieadviseurs die actief waren geweest in Vietnam namen tactieken, denkwijzen en trainingsmodellen mee terug naar binnenlandse politiekorpsen. Sommige betrokkenen bij repressieve operaties in Vietnam doken later weer op binnen Amerikaanse veiligheidsstructuren. Israël kent die scheiding tussen civiel en militair nog veel minder. Dienstplicht, reservistenstructuren en een politiek klimaat waarin veiligheid vrijwel alles overstemt, zorgen ervoor dat oorlogservaringen direct terugvloeien de samenleving in. Een samenleving die voortdurend leert dat totale controle noodzakelijk is, raakt gewend aan surveillance, ontmenselijking en uitzonderingsmaatregelen. Eerst tegen Palestijnen. Daarna steeds vaker intern. Dat proces wordt ook zichtbaar in de omgang met protest. Israëlische demonstranten worden de afgelopen jaren steeds agressiever benaderd door politie en ordediensten. Protesten tegen Netanyahu, tegen de hervorming van de rechterlijke macht en tegen de oorlog in Gaza gingen gepaard met hardere arrestaties, geweld door politie-eenheden en een politieke retoriek waarin demonstranten steeds sneller als staatsgevaarlijk worden neergezet. Wie langdurig leeft in een veiligheidsstaat, merkt vroeg of laat dat de instrumenten die voor “de vijand” werden ontwikkeld, ook inzetbaar blijken tegen de eigen bevolking. Dat zie je al gebeuren. Kritiek binnen Israël zelf wordt sneller weggezet als verraad. Journalisten, mensenrechtenorganisaties en demonstranten krijgen steeds meer vijandstatus. De logica van oorlog heeft een vervelend kenmerk: zodra die eenmaal dominant wordt, zoekt ze voortdurend nieuwe interne vijanden. Een voorproefje zagen we de afgelopen dagen met de mishandeling van de activisten van de Flotilla-activisten, die toch voor veel Israëliërs meer 'ons soort menen' zijn dan de Palestijn. Historisch gezien eindigt dat zelden stabiel. Frankrijk hield diepe maatschappelijke littekens over aan Algerije. De Sovjet-Unie radicaliseerde verder door Afghanistan. De Verenigde Staten sleepten Irak en Afghanistan mee terug de binnenlandse politiek in, inclusief permanente veiligheidsretoriek, militarisering van politie en normalisering van uitzonderingsdenken. Oorlog exporteer je eerst. Daarna importeer je hem weer terug. Israël lijkt ondertussen te geloven dat extreem geweld veiligheid produceert. Terwijl geschiedenis meestal het tegenovergestelde laat zien. Massaal geweld creëert nieuwe trauma’s, nieuwe haat en nieuwe generaties die opgroeien met wraak als horizon. Dat geldt voor Palestijnen. Uiteindelijk geldt het ook voor Israëli’s zelf. Een samenleving kan zichzelf jarenlang wijsmaken dat permanent geweld een tijdelijke noodmaatregel is. Totdat blijkt dat de noodmaatregel de cultuur is geworden.

Door:
Foto: Andy Armstrong (cc)

De militarisering van Nederland

COLUMN - Op ten minste vijf hogescholen en een universiteit kunnen studenten een militaire training doen als onderdeel van hun studie, berichtte Trouw vorige week. Defensie en het onderwijs werken steeds inniger met elkaar samen. Dat gebeurt op onderzoeksgebied aan de technische universiteiten, maar onderwijsinstellingen worden ook meer en meer gezien als vijver voor nieuwe rekruten. Het Koningshuis geeft het voorbeeld. Het onderwijs kan met cursussen voor aspirant militairen wat geld terugverdienen om de schade van het kabinet Schoof ietwat te beperken. Dat zal ook onder een nieuwe regering nodig blijven gezien de door alle centrumpartijen overgenomen belofte aan Trump om uiteindelijk 5% van het bbp te besteden aan Defensie. De inzet van het sterk beknotte onderwijs voor militaire doelen past daarnaast ook goed in de ‘weerbaarheids- en veiligheidsagenda’ van de NAVO-landen. NAVO-baas Mark Rutte heeft er van begin af aan op gehamerd: we moeten ons mentaal voorbereiden op oorlog. Iedereen. Nederlanders zijn nu nog veel minder weerbaar dan bijvoorbeeld Noren en Zweden, stelt Rutte. Als de oorlog uitbreekt moeten burgers op z’n minst weten wat ze moeten doen, waarschuwt hij. In de verkiezingscampagne heb ik er tot nu toe weinig over gehoord.

De voorbereiding op oorlog is door de regering eind vorig jaar vertaald in een ‘Weerbaarheidsopgave’. Die bestaat uit twee sporen: ‘maatschappelijke weerbaarheid’ en militaire paraatheid. In het eerste spoor zien we onder andere actiepunten als ‘verhogen van de digitale weerbaarheid’, ‘het verzorgen van adequate toegang tot voldoende, veilig en gezond voedsel’ en een ‘slagvaardige, wendbare en opschaalbare gezondheidszorg’.  Maatschappelijke weerbaarheid moet verder bereikt worden door passende overheidscommunicatie, maatschappijbreed oefenen, trainen en opleiden en het vergroten van ‘jongerenparticipatie voor een weerbare samenleving’. Kennelijk kunnen zorg, onderwijs en al die andere publieke belangen die de afgelopen jaren zijn afgebroken nu onder de hoede van Defensie wel weer opgebouwd worden (als dat al gaat gebeuren). Wat betekent dat eigenlijk: maatschappelijke weerbaarheid? Waarom wordt dat gekoppeld aan oorlogsdreiging? Zou een overheid niet te allen tijde, dus ook in vredestijd moeten werken aan de weerbaarheid van alle burgers?

Militarisering van de politie in de VS

ANIMATIE, DATA - In juni publiceerde de New York Times een artikel over de verkoop van overtollig militair materiaal aan politiekorpsen in de VS. De beschikbare data hebben ze ook gevisualiseerd naar type materiaal. Universitair docent Andrew Cooper heeft met dezelfde data inzichtelijk gemaakt hoe de militarisering van de politiekorpsen zich de afgelopen acht jaar heeft ontwikkeld.

Zou het toeval zijn dat er weer een zwarte jongen is doodgeschoten? Het lijkt erop dat de militarisering en agressievere methoden hand in hand gaan. Militarisering zorgt ervoor dat agenten meer en meer een soldatenmentaliteit ontwikkelen en daardoor burgers meer en meer als hun vijanden zien.

Na de ACLU en de pers, beginnen nu ook senatoren hun bedenkingen te ventileren. Het wordt tijd, want de lijst met onschuldige slachtoffers groeit.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.