Niet naïef denken als heersers, maar als debutanten

De bijbelse traditie heeft ons wijsgemaakt dat we in Gods evenbeeld geschapen zijn en dat we daardoor de kroon op de evolutie vormen. Volgens hoogleraar filosofie Jan Bransen moeten we anders leren denken: niet als heersers, maar als debutanten. Ons brein is het meest ingewikkelde en wonderbaarlijke orgaan dat het leven op aarde heeft voortgebracht. Dit orgaan stelt ons in staat de werkelijkheid te doorgronden en wetenschappelijk te verklaren. Wat kunnen wij anders zijn dan de voltooiing van het leven op aarde, een begeesterd leven dat – aldus de Duitse filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770 – 1831) – in de mens zijn zelfbegrip en zelfexpressie heeft bereikt. Arrogant en agressief Wat een zelfoverschatting. En wat onvoorstelbaar naïef voor een soort die pas net komt kijken, die niet meer is dan een prille debutant. Het zou van zelfkennis getuigen als wij erkennen dat we debutanten zijn op deze planeet die zich vertwijfeld zal afvragen waar ze ooit aan begonnen is. Waarom ze deze hufters überhaupt op aarde toegelaten heeft. [kader]Alsof het menselijk bestaan slechts om onafhankelijkheid en invloed draait[/kader] Als arrogante, intimiderende en agressieve wezens hebben wij zonder enige gêne de planeet totaal in beslag genomen, zonder aandacht te hebben voor de aanspraak die andere levensvormen zouden kunnen maken op hun deel van de beschikbare ruimte. Alsof onze planeet, in de woorden van de Amerikaanse emeritus-hoogleraar taalkunde Noam Chomsky, niet meer is dan ‘een bodemloze hulpbron en een oneindige afvalbak’. Cockpitdenken Die heerszuchtige houding gaat gepaard met cockpitdenken: het idee dat er ergens een bestuurskamer is waarin zich een dashboard bevindt en een verzameling knoppen. Op dat dashboard is alle relevante informatie gedetailleerd en volledig voorhanden, zodat de juiste koers bepaald kan worden. [kader]Maar cockpit-denken draagt ook bij aan de vernietiging van onze leefomgeving[/kader] Cockpitdenken versterkt de dominante visie op wetenschap als een voorziening die het dashboard met feiten vult, en op beleid als een kwestie van exclusief instrumenteel opgevatte rationaliteit. Maar cockpitdenken draagt ook bij aan de vernietiging van onze leefomgeving. Dat doet het niet alleen op de globale groene thema’s als klimaatcrisis, energiecrisis, teruglopende biodiversiteit en uitputting van de landbouwgrond, maar ook op de even zorgwekkende lokale en sociale thema’s als de toeslagenaffaire, de zorgkosten, het wantrouwen in de overheid en het opkomend populisme. Verandering Echter, we kunnen dit denken kantelen. In mijn boek En nu? De mens als bedreigde diersoort behandel ik elf mentaliteitsveranderingen die ik ons zie voltrekken. Voorop staat de verandering van heerser naar debutant. Hoewel dat nogal wat van ons verwaande zelfbeeld vraagt, ligt het vanuit het perspectief van de geologie voor de hand om ons als debutanten op te stellen. Als wezens die voor het eerst in een bepaald scenario op het toneel verschijnen en die zich moeten inspannen om te achterhalen waar het in dit scenario om draait. Openheid Debutanten hebben maximale openheid nodig voor wat er om hen heen gebeurt en voor wat dat te betekenen heeft. [kader]Waarom doen wij de dingen die we doen op de manier waarop we ze doen?[/kader] Ze lijken nog het meest op peuters van een jaar of drie, die in de gaten hebben gekregen dat scenario’s op verschillende manieren kunnen verlopen en die daarom onverschrokken doorvragen waarom dit scenario hier en nu op precies déze manier verloopt. Waarom doen wij de dingen die we doen op de manier waarop we ze doen? Omdat debutanten nog geen last van de macht der gewoonte hebben, zijn zij bij uitstek in staat om stilzwijgende vanzelfsprekendheden aan het licht te brengen door ze te bevragen. Debutanten weten het best gebruik te maken van wat Aristoteles onze redelijkheid noemt, een vermogen dat ik herinterpreteer als ons vermogen om aan te spreken én aangesproken te worden op wat wij denken en doen. Debutanten plaatsen hun eigen opvoedbaarheid op de voorgrond. In het huidige tijdsgewricht lijkt dat meer dan terecht. Want laten we eerlijk zijn, we weten eigenlijk helemaal niet zo goed wat er om ons heen gebeurt en wat dat te betekenen heeft. [kader]Die empowerment kunnen we onze volgende generaties bieden, door ander onderwijs te organiseren[/kader] Er is wel empowerment nodig om de rol van debutant op ons te kunnen nemen, om op een onverschrokken manier bescheiden te kunnen zijn. Gesocialiseerd als we zijn in het verticale denken dat ons huidige onderwijsbestel doordrenkt, zijn we geneigd te menen dat we als debutanten helemaal geen recht van spreken hebben. Die empowerment kunnen we onze volgende generaties bieden, door ander onderwijs te organiseren. Door het enthousiasme van onze driejarige peuters te bemoedigen, en vooral door in hen een voorbeeld voor ons allen te zien van de ‘ontmoetingsreizigers’ die wij hadden kunnen worden. Ontmoetingsreizigers Ontmoetingsreizigers verkennen de ruimte van de taal, de ruimte van stemmen, van andere stemmen, stemmen die gehoord, verstaan en begrepen kunnen worden. Voorwaarde is wel dat ze luisteren. Als je luistert, verken je het leven in jouw leefomgeving en betreed je een ander speelveld dat primair van anderen is. Je hebt vertrouwen nodig in de gastvrijheid van de ander en je moet maar hopen dat jouw improvisatietalent groot genoeg is om die gastvrijheid samen met die ander te kunnen realiseren. [kader]Ontmoetingsreizigers blijven niet hangen in het ‘wij’ van de ingroup[/kader] Ontmoetingsreizigers zijn debutanten die het avontuur van het medemenselijke leven aan willen gaan. Ze vertrekken van huis, op weg naar de onbekenden, omdat ze thuis zijn waar hun hart is. Ontmoetingsreizigers blijven niet hangen in het ‘wij’ van de ingroup. Ze zoeken de ander omdat ze gefascineerd zijn door de onbegrensdheid van het leven en de onbegrensdheid van hun leefomgeving. Onbegrensdheid Voor de ontmoetingsreizigers telt niet zozeer de onbegrensdheid van het heelal, van de oneindige ruimte en de oneindige tijd, maar de onbegrensdheid van de sociale relaties, van onze interdependentie met al wat leeft. Het is voorbij de horizon van de zeven generaties die voor ons nog te behappen zijn. In het licht van die oneindigheid opent een toekomst die iedereen kent, die stilstaat bij het besef dat het nog maar een paar seconden voor twaalf is. Want wat gebeurt er om twaalf uur? Niets. Het uurwerk is een uitvinding van de mens en daar trekken zon, maan en aarde zich helemaal niets van aan. Na twaalf uur begint er vanzelfsprekend een nieuwe dag, en als je geen klok bij je hebt, zul je niet eens in de gaten hebben dat het al over twaalven is, dat de toekomst allang begonnen is. Een nieuwe dag voor ons, de debutanten. Want debutanten blijven we, zo lang als we leven. En als we eerlijk zijn, weten we ook dat allang. Om het met de Tsjechische auteur en winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur Milan Kundera (1929-2023) te zeggen: de eerste repetitie voor het leven is het leven zelf al. Dit artikel verscheen eerder bij Sociale Vraagstukken. Jan Bransen is hoogleraar Filosofie van de gedragswetenschappen aan de Radboud Universiteit en Academisch leider van het Radboud Teaching and Learning Centre. Zijn recentste boek En nu? De mens als bedreigde diersoort is uitgegeven door ISVW Uitgevers in Leusden.

Door: Foto: Henley Design Studio via Pexels.
Foto: rocor (cc)

Kunst op Zondag | Plastic overlevenden

Veel mensen hebben al geen goed beeld van het dier achter hun plakje fricandeau op de boterham, maar als het kabinet de boerenopstand weet neer te slaan valt er amper meer en stuk vee in levende lijve te zien.

Maar geen gezeur!  Er zijn nog zoveel andere beesten. En nog wel van een uiterst milieuaardig kaliber. Sterker nog: ze halen plastic “uit zijn giftige rol in de natuur en communiceert, door middel van een onconventionele taal, het belang van sterke aandacht voor onze planeet”.

Was getekend: Cracking Art Group. In 1993 opgericht door vijf Italiaanse kunstenaars. Het collectiefje betstaat nu uit vier Italianen en een Belg.

‘Cracking’ is kraken, het raffinageproces dat uit ruwe olie stoffen voor plastics haalt. Dat plastic krijgen we de wereld niet meer uit, dus kunnen we het beter hergebruiken. Aldus een beknopte weergave van de filosofie van Cracking Art. En zo zenden zij hun dieren de wereld in.

Pinguïns

Waarom eten we eigenlijk geen pinguïns? Ze schijnen erg goed te zijn voor de biodiversiteit dankzij hun (let op!) stikstofproductie. Dat zou volgens een in 2019 gepubliceerd onderzoek het geval zijn op de (nog) ijskoude Antartica.

Een poolonderzoeker van de Rijksuniversiteit Groningen keek er van op dat ammoniadampen zo’n belangrijke input leveren op het voedingsarme Antarctica. Maar hij vond het wel merkwaardig dat de onderzoekers biodiversiteit voorspelden op plekken “waar geen plant of geleedpotige te vinden is”. (bron: bionieuws 16-07-2019)

Closing Time | The Cell

Goeie genade, wat een herrie. Dat is best even schakelen als je normaal andere shizzle gewend bent. Maar waarom dan nu ineens hardrock dan? Dat kwam, de NRC van afgelopen donderdag had anderhalve pagina ingeruimd voor de Franse  technical deathmetal, thrashmetal, progressive deathmetal en groovemetal band Gojira. En dat overkomt niet elke technical deathmetal, thrash – eh, elke band die takkeherrie maakt. De muzikanten van Gojira zijn namelijk ook activisten, idealisten en een beetje wereldverbeteraars en predikers. Ze hebben een boodschap en een mening. Dus gaan songteksten over de vervuiling van de oceanen, over de plastic soep. En over de ontbossing van het Amazonewoud. En ze hopen dat de burger, de luisteraar kritischer wordt. Dat de metalfan thuis gaat denken, moet ik wel zo nodig dat broodje tonijn eten. De zanger, Joe Duplantier brengt in de praktijk wat hij preekt, hij is vegetariër en ik begrijp, ook vegan. Geen melk en geen Camembert en dat is voor een Fransoos best moeilijk. Een politieke band dus. En het persoonlijke is politiek, vandaar, fuck the system. De nieuwe plaat van Gojira, Fortitude, komt op  30 april uit.

Foto: Michael Coghlan (cc)

Recycling van plastic: schone schijn?

ACHTERGROND - door Ellen Mohlmann

De geringe recycling van plastic legt de moeilijkheden van de circulaire economie bloot. Waarom is recycling zo moeilijk? Wat doen we nu, en wat moeten we verbeteren voor de toekomst?

Wie wel eens heeft geprobeerd om minder plastic te gebruiken zal herkennen dat dit frustrerende momenten kan opleveren. Plastic is moeilijk te vermijden, het zit om iedere komkommer in de supermarkt. Tegelijkertijd luidt de noodklok, want we vinden microplastics overal terug: van op de hoogste toppen van de Himalaya tot in de diepste krochten van de oceaan. Zelfs in ongeboren baby’s worden al microplastics gevonden, die zijn doorgegeven door de moederkoek. Nu de vergaande gevolgen van plastics tot ons beginnen door te dringen, wordt er volop ingezet op recycling, zou je denken. Toch zijn we niet zo goed in recycling als we graag zouden willen. Recycling is het fundament van de circulaire economie: je kunt lang producten hergebruiken, maar uiteindelijk moet alles een keer worden gerecycled. Hoog tijd dus, om dit probleem onder de loep te nemen.

Waarom is recycling zo moeilijk?

Van al het plastic wordt slechts twee procent gerecycled. Waarom is dit percentage zo schrikbarend laag? Hier zijn verschillende redenen voor, recycling is namelijk niet zo makkelijk als het lijkt. Ten eerste: het ene plastic is het andere niet, maakt chemicus dr. Ina Vollmer (UU) duidelijk. Plastic is heel veelzijdig en kan voor veel verschillende toepassingen worden gebruikt. Hoewel dit één van de grote voordelen van plastic is, is het een groot nadeel wanneer het aankomt op recycling. Een wegwerpflesje bevat bijvoorbeeld al drie verschillende soorten plastic: één voor het flesje, één voor de dop, en één voor het etiket. Je kunt je misschien voorstellen dat het lastig is om dit te scheiden. Maar als verschillende soorten plastic bij elkaar worden omgesmolten, zal het plastic zijn eigenschappen verliezen en voor geen van deze toepassingen meer geschikt zijn.

Foto: Vattenfall Nederland (cc)

De betere wereld begint helemaal niet bij onszelf

‘Dus de maatregelen waren goed, maar ons gedrag niet?, vroeg een journalist tijdens de coronapersconferentie van 13 oktober vorig jaar aan premier Rutte. Veel verder dan ‘we hebben het samen niet goed genoeg gedaan’, kwam de premier niet. Met dat korte zinnetje gaf de premier onbewust de grenzen en keerzijden aan van de in beleidskringen populaire gedragsbenadering.

Klimaatprobleem door wangedrag

De nadruk in de beleidsvorming op het begrippenkoppel ‘samen’ en ‘gedragsverandering’ komt voort uit een sterk geloof in het individu en de burger. Niet de overheid noch de markt, maar de burger kan de grote maatschappelijke problemen oplossen.

Met het bijna heilige geloof in het individu zijn allerlei gedragsbenaderingen weer komen bovendrijven die sociale vraagstukken, maar ook duurzaamheids- en klimaatvraagstukken ‘omdenken.’ Er zouden geen technologische, maatschappelijke of politieke problemen zijn, maar alleen psychologische problemen. Het gevaar van een dergelijke redenering, merkten HVA-onderzoekers Krispijn Faddegon en Reint Jan Renes hier eerder op, is dat daardoor dat alle problematiek wordt herleid tot gedrag van burgers, met ontkenning van de rol van de context.

Cognitieve dissonantie speelt ons parten

Het klimaatprobleem is in deze optiek vooral het gevolg van cognitieve dissonantie. Deze kent grofweg twee varianten. De eerste is dat we tegelijkertijd zowel klimaatvriendelijke als klimaat-onvriendelijke gedachten en opvattingen koesteren, en er maar niet uitkomen welke de overhand verdienen.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Quote du Jour | Boerencircus


Harry is ook maar een Mens dus zwichtte hij voor boeren die zijn zendtijd eisten in het tv-programma Business Class. Harry heeft alle begrip voor de boeren, want

“…kennelijk willen ze circus, hebben ze het thuis niet zo naar hun zin…”

Er moet een gepland onderdeel worden geschrapt om de boeren de ruimte te geven, maar eigenlijk komt het wel mooi uit. Harry zet ze nu tussen de geplande items met Henk Otten en Robert Jensen. Boeren onder elkaar, zo zegt Harry:

Foto: caroline_says (cc)

Hoe we een tweede ‘silent spring’ kunnen voorkomen

Bijna 60 jaar na het verschijnen van Silent Spring luiden experts nog steeds de noodklok over het afnemen van de biodiversiteit en uitsterven van soorten. Terwijl de oplossing er al lang ligt.

Er heerste een verontrustende, doodse stilte. De vogels, waar waren ze gebleven? De voedertafels in de tuinen bleven onbezocht. De weinige vogels die nog gezien werden, waren stervende, trilden en konden niet vliegen. Het was een lente zonder lentestemmen.

In haar befaamde boek Silent Spring schetst biologe Rachel Carson een stadje in de toekomst, waar alle vogels zijn verdwenen door het grootschalige gebruik van chemische middelen. Het boek komt uit in 1962 en slaat in als een bom. Als één van de eersten toont ze aan hoe een enkele chemische stof een heel ecosysteem kan verwoesten, met dodelijke gevolgen voor planten en dieren. Milieukundige dr. Jerry van Dijk (UU): “Ik kon het boek niet in één keer doorlezen. Als ecoloog houd ik me bezig met biodiversiteit en de invloed van dit soort stoffen daarop. En als je dit boek leest met de kennis van nu… ik kreeg er buikpijn van.” In zijn lezing ‘Silent Spring‘ laat hij zien waarom Carsons boek iconisch was, en dat we desalniettemin weinig lijken te hebben geleerd. “De oplossingen zijn er wel, maar we gebruiken ze niet.”

Foto: cc commons.wikimedia.org Luchtfoto Groningen Airport. Foto Kas van Zonneveld

Emissieloze luchtvaart in het noorden?

Groningen Airport Eelde, de op 4 na grootste luchthaven van Nederland. Van de 21 burgerluchthavens – zeg ik er maar even bij. Of van de 49 Nederlandse luchthavens in totaal. Dat klinkt nog beter.

Vorige week maandag schetste minister Van Nieuwenhuizen de karakteristiek van vliegveldje bij Eelde: de op één na oudste, op vier na grootste en één van de meest toekomstgerichte luchthavens van Nederland.

Toekomstgericht? Jawel. Toekomstbestendig? Dat is nog maar zeer de vraag.

De minister sprak er ter gelegenheid van de opening van een zonnepark van 63.196 zonnepanelen, aangelegd tussen  de start- en landingsbaan. Het is volgens de eigenaren GroenLeven en Groningen Airport Eelde “het eerste zonnepark ter wereld dat op deze manier op een actieve gereguleerde luchthaven is aangelegd.”

Samen met de zonnepanelen die op een passagierscorridor zijn aangebracht, zou het vliegveld zelfvoorzienend zijn in haar elektriciteitsverbruik zijn. Voor de verdere toekomst ziet het vliegveld zich als proeftuin voor elektrisch vliegen en andere luchtvaart gerelateerde innovatieprojecten.

Een voorbeeld daarvan is DroneHub GAE, dat nieuwe dronetoepassingen wil ontwikkelen. Vorig jaar is er 1 miljoen euro aan subsidiegeld binnen gehaald.

Of al die mooie plannen en recente investeringen in duurzaamheid het vliegveld zullen redden, is uiterst discutabel. Het vliegveld lijdt al jaren verlies en de lokale aandeelhouders (de provincies Groningen en Drenthe en de gemeenten Groningen, Assen en Tynaarlo).

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Foto: bert kommerij (cc)

Schone lucht akkoord

COLUMN, OPINIE - .

Uiteindelijk doel is dat het overal in Nederland net zo schoon is als op de Waddeneilanden nu.

Met dat ideaal presenteerde minister Van Veldhoven gisteren het ‘Schone Lucht Akkoord’, een overeenkomst tussen Rijk, 9 provincies en 35 gemeenten om “50% gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016 te behalen”.

Tegelijkertijd startte de internetconsultatie, waar iedereen tot 10 februari kan reageren op een vijftal vragen. Er wordt niet alleen gevraagd naar wat men van vindt van de maatregelen die in het akkoord zijn genoemd, maar ook naar ideeën hoe die maatregelen het beste kunnen worden vorm gegeven

Tevens wordt gevraagd naar wat het Rijk nog meer kan doen, hoe mensen zo effectief mogelijk betrokken kunnen worden in de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord en wat er ook voor na 2023 nodig is voor een schone lucht.

Het is niet aardig om goede bedoelingen lek te schieten. Toch een paar kanttekeningen.

Waarom ontbreken bij de ondertekenaars de provincies Friesland, Groningen en Limburg? De Friese en Groningse Waddeneilanden mogen dan erg schone lucht hebben, er zijn in die provincies ook factoren aanwezig die bijdragen aan luchtvervuiling.

Wel mooi dat de Limburgse gemeente Nederweert een van de vuilste gemeenten, het akkoord heeft ondertekend. Maar waarom hebben slecht 35 van de 355 gemeenten het akkoord ondertekend?

Foto: M. Appelman (cc)

Strafrechtelijke aanpak milieucriminaliteit schiet tekort

Afvaldumpingen en lozingen van giftig afval zijn aan de orde van de dag. Politie en justitie kijken vaak machteloos toe. Toepassing van het schadebeginsel kan de controle en bestraffing van milieudelicten aanzienlijk verscherpen – een analyse door Marc Schuilenburg.

Wie het klimaatdebat in ons land volgt, krijgt snel het gevoel te zijn beland in een discussie tussen boekhouders: zoveel heffing per ton CO2-uitstoot, belastingmaatregelen om huizen energieneutraal te maken en invoering van een vliegtaks van 7 euro per ticket.

Maar klimaatbeleid hoort meer te zijn dan voer voor boekhouders. Het is namelijk ook een juridisch probleem. Simpel gezegd: je kunt als overheid nog zoveel willen, maar als er een window of opportunity blijft bestaan om als burger willens en wetens de regels aan je laars te lappen, dan verandert er niets.

Afvaldumpingen en giftige lozingen

Met alle aandacht in de politiek en de media voor het klimaat zou je verwachten dat politie en justitie haast maken met de aanpak van milieucriminaliteit.

In de praktijk is daarvan weinig te merken. Dagelijks lees je in de krant over milieuovertredingen waarvoor de politie zegt geen tijd of middelen te hebben.

Zo zijn afvaldumpingen in de natuur aan de orde van de dag, maar de politie komt aan de opsporing van de daders niet toe. In de Brabantse natuur gaat het om zo’n 5.000 dumpingen per jaar, waarbij het zwerfafval niet eens is meegerekend.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Volgende